Wat primeert: wonen of investeren?

 Leestijd: 3 minuten2

Waarom koop je een appartement? Er zijn maar twee antwoorden: om er in te wonen of om er in te investeren. Wonen en investeren kan ook samen maar dan moet je er ook echt in wonen. De twee uitgangspunten zijn erg verschillend: ‘wat kost het mij?’ is een andere benadering dan ‘wat brengt het mij op?’.

De modale burger behoort tot de eerste categorie. Waar vind ik een betaalbaar appartement in een leefbare omgeving? Dat is op zichzelf al niet gemakkelijk als je naar een grootstad wil. Want daar is de grond schaars: in een stad moet je het oude afbreken om het nieuwe te kunnen bouwen. Wat daar dan gebouwd wordt, bepaal je ook niet zelf.

Walter De Smedt

Een huis in de rij kan je zelf bouwen, voor een appartementsgebouw zijn heel wat meer centen nodig. En dan is er nog de omgeving. In een verkaveling weet je wat er uiteindelijk van komt. Als het om een stadsproject gaat, is dat veel minder zeker. Worden de bouwlagen niet aangepast, komen er geen andere torens bij, gaat het ‘groen’ daardoor niet verdwijnen?

De investeerder heeft maar twee vragen: aan welke prijs kan ik het verhuren en hoeveel winst kan ik maken met de verkoop? Hoeveel torens er uiteindelijk komen, uit hoeveel bouwlagen die gaan bestaan, en of er dan nog voldoende groen overblijft om het leefbaar te houden is voor hem enkel belangrijk indien hij er winst kan uit halen.

Derde partij

Waar en hoe je kan wonen, wordt nog door een derde partij bepaald: het is de bouwtoelating die bepaalt wat kan en mag en daarin is het bestuur van de gemeente doorslaggevend.

Waar en hoe je kan wonen, wordt nog door een derde partij bepaald: het is de bouwtoelating die bepaalt wat kan en mag en daarin is het bestuur van de gemeente doorslaggevend.

Dat maakt dat het uiteindelijk niet de kandidaat-koper, maar de investeerder en de gemeente zijn die samen beslissen. En die beslissing gaat dan vooreerst over de initiële vraag: om er in te wonen of om er in te investeren?

Antwerpen

Voor het bestuur van de grootstad Antwerpen is de voorafgaande vraag essentieel: welke bouwpolitiek moet er gevolgd worden? Wat staat daarin voorop: het belang van de bewoner of dat van de investeerder?

Het huidige stadbestuur koos duidelijk voor de tweede partij. Hoe dat moest gebeuren was ook niet moeilijk: het werd haar voorgeschoteld. Optima had de portefeuille van investeerders, zelfs de bank om deze investeerders te financieren, en bovendien ook de vastgoedpoot om voor de rest te zorgen: Land Invest, met de twee elementen in de naam zelf: land én invest. Langs die kant was het verzekerd aanbod aan investeerders rond.

Voor dergelijke projecten heb je natuurlijk ook voldoende geld nodig om er te kunnen aan beginnen. Daar zorgden de ‘stille vennoten’ voor: voor de éne helft ene Van der Paal en voor de andere Ogeo Fund, het Waals pensioenfonds. En hoewel het om stille vennoten gaat hebben deze het geheel in handen: zonder hun inbreng gebeurt er niets.

In de hier gevolgde werkwijze zitten er nog slechts twee partijen aan tafel: het stadsbestuur dat bepaalt wat mag en kan, en de stille vennoten die er hun geld voor geven. De burger-bewoner zit daar niet bij, die is er al lang van tussenuit gevallen.

Regeltjes

Om de reeds lang gekende relatie stadsbestuur-bouwpromotor in goede banen te leiden hebben wij allerlei voorschriften en regeltjes.

Om de reeds lang gekende relatie stadsbestuur-bouwpromotor in goede banen te leiden, hebben wij allerlei voorschriften en regeltjes. Die hebben tot doel te beletten dat de bestaansreden van de financier, winst maken, het zou halen van de oorspronkelijke bedoeling, behoorlijk wonen, maar ook om te voorkomen dat de financier de bovenhand zou halen op zijn gesprekspartner, het stadsbestuur.

Daarom kan je in de regelgeving twee soorten onderscheiden: de bouwvoorschriften die bepalen hoe het moet, en de deontologische regels die bepalen wat niet mag.

Om te evalueren of alles behoorlijk verloopt, moet je dus naar de twee kijken. Werden de voorschriften gevolgd: wordt er niet meer of hoger gebouwd, blijft er voldoende groen? En anderzijds: verliep de samenspraak tussen de beslissende partijen even behoorlijk?

Etentje

Als de twee partijen die onder elkaar beslissen wat de investeerder zal krijgen en hoe de burger zal kunnen wonen, samen aan tafel gaan is het niet onbelangrijk hoe dat gebeurt.

Voor dergelijke samenkomsten zijn er in het stadhuis voldoende tafels en stoelen en op de agenda kan je de samenkomst onder vele rubrieken onderbrengen.

Als de burgemeester samen met de helft van het college met de bouwpromotor in een sterrenrestaurant aan tafel gaat is het, minstens naar buiten toe, naar de burger toe, onverschillig of dat een verjaardagevenement genoemd wordt waarop enkel een zero cola wordt gedronken.

De burger ervaart dat anders, voor hem wordt daar minstens de ‘schijn van partijdigheid’ gewekt.

Door deze ‘schijn’ wordt ook naar ander dingen gekeken: wie is die promotor? Wie was er nog bij? Zijn dat allemaal persoonlijke vrienden die een verjaardag vieren?
Hier worden de namen en functies belangrijk: toeval dat de hoofdpersonages van de gehele achterliggende structuur, Optima, Ogeo Fund, Land Invest, en de helft van het stadsbestuur aanwezig waren?

Lobbying

Niemand kan er wat op tegen hebben dat een bedrijf zijn goederen of diensten aanprijst en dat daarvoor contact genomen wordt met de klant. Als je de lopende schandalen bekijkt, van Publifin tot de Kazachgate, zie je telkenmale een bepaalde vorm van lobbying als oorzaak van de ‘disfuncties’. Afgeschermd en met ernstig maatschappelijk nadeel tot gevolg.

Dat is ook de hoofdvraag in de nu gereveleerde samenkomst. Is het de veruiterlijking van een afgeschermd overleg tussen twee partijen die de eindbeslissing nemen in de wijze waarop de burger morgen in de stad zal kunnen wonen, en is het gevolg daarvan voor hem nadelig? In wiens belang wordt daarbij gehandeld: wonen of investeren?

De burger heeft recht op een duidelijk antwoord. Daar kunnen de betrokken partijen nu zelf niet meer voor zorgen. De ‘schijn van partijdigheid’ waar zij zelf, onnodig, voor hebben gezorgd, ontneemt hen de geloofwaardigheid. Gelukkig zijn er andere, bestuurlijke of gerechtelijke, procedures die daar een duidelijke antwoord op kunnen geven.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P