Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Hoe integer is het Antwerpse integriteitsbureau?

22 november 2017 Walter De Smedt
Bart De Wever arriveert op het feestje van zijn favoriete bouwpromotor Erik Van der Paal, in het gezelschap van zijn kabinetschef Philippe Beinaerts en de Antwerpse schepenen Koen Kennis en Fons Duchateau.

Maar de voorzitter van het bureau is de gewezen stadssecretaris en hij heeft nog een afspraak met de stad dat hij als expert voor occasionele opdrachten de hoogste vergoeding krijgt. Daaruit volgt de vraag of het wel aangewezen is dat hij zich met deze klacht zou inlaten: te dicht bij het college.

Schijn

Walter De Smedt
Walter De Smedt

Van de heer Verhaert wordt verwacht dat hij zou handelen als een rechter. Die moet niet alleen onafhankelijk maar ook onpartijdig zijn. Bovendien moet die onpartijdigheid ook voor de burger zichtbaar en onbetwist zijn.

Hier zit het probleem waarmee ook veel rechters het moeilijk hebben: het gaat niet over de vraag of er al of niet partijdigheid is maar enkel over de vraag of er een 'schijn' van partijdigheid is.

Het gaat niet over wat de rechter er zelf van denkt, maar hoe dat bij de burger overkomt. Als een rechter de wraking, de vraag om zich terug te trekken, niet opvolgt komt dat veelal omdat hij denkt dat hij, als hij het doet, zijn partijdigheid bevestigt. Dat is onjuist: de enige vraag is te weten of er een 'schijn' ontstaat door te blijven zitten.

Het meest duidelijke voorbeeld was de vervanging van onderzoeksrechter Conerotte in de zaak Dutroux. De reden daarvoor was alleen het feit dat hij een spaghetti had gegeten in aanwezigheid van de slachtoffers. Daaruit kon je hoegenaamd niet afleiden dat hij onpartijdig zou oordelen. Maar het kon wel 'de schijn' geven dat hij te dicht bij de slachtoffers stond.

Eigenlijk is het simpel: wanneer het debat te hevig wordt, is er op zichzelf reeds een reden voor de rechter om zich terug te trekken.

Eigenlijk is het simpel: wanneer het debat te hevig wordt, is er op zichzelf reeds een reden voor de rechter om zich terug te trekken. Wat is daar mis mee indien hij dat doet? Een andere rechter komt in zijn plaats en het debat stopt, geen betwisting meer, recht wordt “zichtbaar” gedaan.

Vraag

In dit dossier is het de enkele vraag wat de burger gaat denken indien de gewezen stadsecretaris, die bovendien met het college nog een afspraak heeft over zijn verloning als expert, moet oordelen of het gedrag van de burgemeester al of niet in overeenstemming was met de deontologische regels.

"Was hij zich er alleen terdege van bewust dat het aannemen van uitnodigingen voor bijzondere gebeurtenissen, de schijn van partijdigheid kan wekken en heeft hij er alles aan gedaan om die schijn weg te nemen of te voorkomen”.

Wist hij als hoofd van de politie niet met wie hij aan tafel ging? En kon hij niet voorzien dat indien het publiek zou worden dat die man gekend is voor cocaïne- gebruik, gijzeling en faillissementen, de burger daar een slecht gedacht zou bij krijgen?

Wat iedereen blijkbaar ontgaat is dat dergelijke vragen niet alleen dienen om de besluitvorming van het college behoorlijk te houden, maar evenzeer om de burgemeester en de raadsleden te beschermen van mogelijk ongepaste kritiek, van een schijn van partijdigheid die niet in overeenstemming is met de werkelijkheid.

Commissie

Bart De Wever arriveert op het feestje van zijn favoriete bouwpromotor Erik Van der Paal, in het gezelschap van zijn kabinetschef Philippe Beinaerts en de Antwerpse schepenen Koen Kennis en Fons Duchateau.
Bart De Wever arriveert op het feestje van zijn favoriete bouwpromotor Erik Van der Paal, in het gezelschap van zijn kabinetschef Philippe Beinaerts en de Antwerpse schepenen Koen Kennis en Fons Duchateau.

Indien het integriteitsbureau mocht oordelen dat er een inbreuk op de deontologie werd begaan, moet het dossier naar de deontologische commissie die dan moet nagaan of er sancties moeten worden opgelegd.

Maar die commissie is politiek samengesteld. Je kan dan de vraag stellen of die samenstelling ook niet, en uit zichzelf, een schijn van partijdigheid inhoudt.

De burger denkt daar in ieder geval het zijne van. Gezien al wat over dergelijke raden en commissies door de verschillende schandalen is naar buiten gekomen is dat voor Jan met de pet "één pot nat”.

In Gent werd de schijn van partijdigheid beoordeeld als “een gebrek aan voorzichtigheid”. Wie kan het een burgemeester kwalijk nemen “onvoorzichtig” geweest te zijn?

Veel gescheer

Bekijk nu toch eens aandachtig wat het allemaal inhoudt en welk gevolg het heeft. grote verontwaardiging, grote schande, aangehouden onderzoeken en debatten, dagenlang uitgesmeerd in de media, en dan “een gebrek aan voorzichtigheid”.

Wie houdt wie voor de gek? Wie is daarmee gediend en hoe komen wij er mee vooruit? Je kan er maar één gedacht aan over houden: veel gescheer en weinig wol.

Voorheen

Voordat wij al die raden, bureaus en commissies hadden bedacht, bestond er reeds een afdoende wijze om dergelijke dossiers te behandelen.

Premier Paul Vanden Boeynants werd in 1986 veroordeeld tot drie jaar voorwaardelijke celstraf en een geldboete wegens belastingontduiking.

In de Agusta-affaire kreeg Willy Claes drie jaar gevangenis voorwaardelijk en vijf jaar verbod om een openbare functie uit te oefenen, Guy Coëme en Guy Spitaels werden veroordeeld tot twee jaar gevangenis voorwaardelijk en ook vijf jaar verbod om een openbare functie uit te oefenen.

In het Visadossier kreeg de gewezen stadssecretaris Fred Nolf voor bepaalde privé-aankopen zoals een fototoestel, meubels en bloemen die hij met geld van de stedelijke vzw Soma betaald had, in eerste aanleg twee jaar effectief en 5.000 euro boete en werd hij voor tien jaar uit zijn rechten ontzet.

In beroep werd dat hervormd tot vijf maanden met uitstel en 2.500 euro boete met uitstel. Eddy Den Hondt, de voormalige directeur van de Antwerpse politieschool Potva, kreeg in beroep een zwaardere straf. Hij ging van zeven maanden met uitstel en 5.630 euro boete naar een jaar met uitstel en 3.500 euro boete met uitstel.

Hoe werd het dossier over het Visa-schandaal in Antwerpen behandeld ? Wijlen Tuur van Wallendael, de schepen van sociale zaken deed in 2003 wat iedere ambtenaar moet doen: hij deed aangifte bij de procureur des Konings omdat er aanwijzingen waren dat er misdrijven werden gepleegd. Er kwam een gerechtelijk onderzoek en een behandeling in openbare zitting voor onafhankelijke en onpartijdige rechters, en er werden ook straffen uitgesproken.

Daar kon de burger tot geen schijn van partijdigheid aan overhouden? Wel kwamen er straffen en dat is blijkbaar niet meer van deze tijd.

LEES OOK