Hoe de waarheid geweld wordt aangedaan

 Leestijd: 5 minuten0

Er zijn verschillende soorten van waarheid: onder andere de feitelijke, de gerechtelijke, de politieke. Eigenlijk is er maar één die echt zou mogen tellen: de feitelijke, waarvoor er voldoende bewijzen voor handen zijn om op redelijke wijze te besluiten dat het de enige is.

Het debat over de feitelijke waarheid is echter slechts een deel van het gehele probleem. Zelfs als de feitelijke waarheid niet kan worden weerlegd, komen nog heel wat andere elementen de besluitvorming bemoeilijken.

Walter De Smedt

De waarheid heeft immers altijd gevolgen en daar is het veelal om te doen. Altijd worden er elementen gevonden om de waarheid af te zwakken, om aan de gevolgen te ontsnappen of deze te milderen.

Verzachtende omstandigheden

Dat is zowel in het gerechtelijk debat als in het politieke het geval. Pleidooien in een gerechtszaak gaan daarom veelal over de verzachtende omstandigheden, de ongelukkige jeugd, het gemis aan kansen, uitlokking of gronden van verschoning en rechtvaardiging. Daardoor wordt getracht het gevolg, de toe te meten straf, minimaal te houden.

In het debat over de politieke waarheid is dat evenzo. Door de parlementaire commissie Dutroux werd zelfs een nieuw begrip bedacht om de gevolgen van de ontdekte waarheid te minimaliseren: ‘de disfunctie’.

Waar in het gerechtelijk debat het om een fout of een nalatigheid gaat en daaruit altijd een sanctie en persoonlijke materiële of morele schadevergoeding volgt, leidt het lege begrip ‘disfunctie’ tot niets. Wie ‘gedisfunctioneerd’ heeft, kan daardoor dan ook aan de gevolgen ervan ontsnappen.

Nogmaals het Dutrouxdossier: één van de feitelijke waarheden was dat de rijkswachters die met onderzoeksrechter Doutrèwe werden geconfronteerd, voor geheel België en onder eed, hadden gelogen toen zij beweerden alles over de operaties Othello en Décimes, de geheime observatie van Dutroux, ter kennis te hebben gebracht. Wat was het gevolg, wie kreeg er een sanctie voor?

Kazachgate

In het parlementair onderzoek naar de stemming en de toepassing van de uitgebreide minnelijke schikking, beter gekend als de Kazachgate, zijn er meerdere feitelijke waarheden ontdekt. De belangrijkste kunnen omschreven worden als ‘onbehoorlijke lobbying’.

Er is geen twijfel mogelijk over het feit dat een gewezen senaatsvoorzitter tegen betaling lobbyde om de openbare gerechtelijke afhandeling voor de strafrechter om te buigen naar een geheime schikking.

Er is geen twijfel mogelijk over het feit dat een gewezen senaatsvoorzitter tegen betaling lobbyde om de openbare gerechtelijke afhandeling voor de strafrechter om te buigen naar een geheime schikking. Er zijn eveneens documenten die aantonen dat die schikking werd toegepast, alhoewel de wet die deze kon toelaten nog moest gestemd worden en er zelfs diende gewacht op een advies door de Raad van State.

Eigen documenten toonden ook aan dat de Antwerpse procureur-generaal Liégeois in het geheim lobbyde met de zakenadvocaten van de diamantsector om de politieke besluitvorming naar hun hand te zetten en één der advocaten zich door dezelfde sector liet betalen om een voor die sector gunstige getuigenis als onafhankelijk expert voor de senaat op te voeren.

Wat zijn de mogelijke gevolgen van deze feitelijke waarheden: disfuncties, fouten of nalatigheden?

In een gerechtelijk debat kunnen deze feiten mogelijk ook op een andere wijze worden omschreven: samenspanning van ambtenaren en corruptie. Voor de samenspanning is het voldoende dat er een plan werd gemaakt of een samenkomst gebeurde om maatregelen te nemen tegen een bestaande wet.

Voor corruptie moet er bijkomend worden bewezen dat er een betaling gebeurde. Het is niet aan een parlementaire commissie om te oordelen of de feiten bewezen zijn en zeker niet of er een sanctie moet volgen.

De onderzoekscommissie heeft wel de plicht om na te gaan of er voldoende ernstige aanwijzingen zijn van het mogelijke bestaan van een misdrijf zodat daarvan aangifte moet gedaan worden aan de procureur des konings of in dit geval aan de minister van justitie. Het is dan aan het gerecht om verder te onderzoeken, te oordelen en mogelijk te bestraffen.

Maatregelen

De parlementaire onderzoekscommissie heeft in deze wél een eigen opdracht. Zelfs al blijft het bij ‘disfuncties’ dan nog moet deze commissie voorstellen formuleren om er aan te verhelpen.

De vastgestelde ‘disfuncties’ kaderen overigens in een erg actueel debat. Over de overname van het gerechtelijk vooronderzoek door het openbaar ministerie. De commissie moet dus overwegen wat de gevolgen zijn van de vastgestelde ‘disfuncties’ op het voorgestelde onderzoeksmonopolie van het parket.

Je kan deze vraag theoretisch maar ook praktisch bekijken. Hoe gaat dat in de feitelijkheid zijn gang gaan? De persoonlijke facetten uit het parlementair onderzoek zijn maar aanwijzingen, er moet gedacht worden over de mogelijkheden en de gevaren van het  systeem.

Meerdere elementen zijn daarin te weerhouden. Een onderzoeksrechter heeft drie opdrachten: de waarheid ontdekken, de bewijzen verzamelen en de daders overleveren aan de strafrechter.

Hij wordt steeds bijgestaan door een griffier die alles op geschrift stelt en er één dossier van maakt. Op wat de onderzoeksrechter doet, is er altijd en meermaals een controle van andere rechters, de Raadkamer, de Kamer van Inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep, en de verschillende rechters in eerste aanleg, beroep en mogelijk ook van Cassatie.

De geheimhouding van het onderzoek door de onderzoeksrechter is ook maar tijdelijk. Bij verdere vervolging, komt zijn gehele dossier voor de strafrechter waar het in een tegensprekelijk debat aan openbare kritiek wordt onderworpen.

Vertrouwelijk overleg met de verdachten is voor de onderzoeksrechter geen optie, het maken van een schikking evenmin en het lobbyen om de wet te wijzigen nog veel minder.

Vertrouwelijk overleg met de verdachten is voor de onderzoeksrechter geen optie, het maken van een schikking evenmin en het lobbyen om de wet te wijzigen nog veel minder.

Hoe gaat het onderzoeksmonopolie van het OM dan in de feitelijke werkelijkheid gebeuren? Gaat dat verlopen zoals de hoogste parketmagistraten het in de diamantdossiers hebben gedaan? En wie gaat het weten, was is er de controle op?

Wie houdt de pen tijdens het opsporingsonderzoek en in welk dossier komen de vertrouwelijke verslagen? Wat gaat de nieuwe rechter van het onderzoek die dan de controlerende instantie op het onderzoek zal zijn, kunnen doen om zijn opdracht waar te maken?

Een recent arrest van het Hof van Cassatie heeft uitgemaakt dat de rechter niet het recht heeft het OM te verplichten stukken waaruit instructies aan politieambtenaren zouden blijken aan het dossier te voegen, maar daar enkel om verzocht kan worden.

Als het rechterlijk bevel moet omgezet worden in een vriendelijk verzoek kan je niet over een echt toezicht spreken.

Als het rechterlijk bevel moet omgezet worden in een vriendelijk verzoek kan je niet over een echt toezicht spreken. En welke rechter zal er dan oordelen wat er met het parketonderzoek moet gebeuren? Indien de huidige opvatting wordt aangehouden zal enkel het OM uitmaken of verdere vervolging wel opportuun is.

Gaan wij zoals het huidig beleid het wil de strafrechtelijke afhandeling depenaliseren, het vooronderzoek herleiden tot de voorbereiding van een compromis tussen de procespartijen, het openbaar en tegensprekelijk debat voor de strafrechter verder ontwijken om er een vertrouwelijk overleg van te maken, de straf vervangen door een ‘disfunctie’?

Opheldering

Tonen de ‘disfuncties’ in het Kazachdossier niet dat er voorafgaand aan ieder verdere zoektocht naar maatregelen nood is aan de opheldering van het dubbelzinnig statuut van de vervolgingsambtenaar-magistraat van het OM?

Over het statuut van de rechter is een debat onnodig en onnuttig: wat dat inhoudt staat in de grondwet en in de supranationale regelgeving. Over dat van het OM is er nu meer dan ooit nood aan opheldering.

Wat zijn de opdrachten en bevoegdheden van deze procespartij die de staat vertegenwoordigt? Als wij hierbij naar het andere systeem kijken, naar de Angelsaksische opvatting, moeten wij er dan niet alle elementen van bekijken.

De standaardprocedure is en blijft er onbetwist de volksrechtspraak door een verkozen assisenjury, de vertegenwoordiger van de staat staat er op het parket en heeft er niet meer rechten dan de verdediging, moet er eveneens een ‘crosexamination’ ondergaan, en de toezichthoudende rechter heeft er daadwerkelijke mogelijkheden niet alleen om toe te zien maar eveneens om misbruiken te sanctioneren: ‘attemp of justice’, belemmering van rechtsgang.

Misschien kan de commissie er een uitstap naar Engeland aan overhouden om het allemaal van nabij te bekijken. Want wie dat heeft gedaan weet dat ieder systeem evenwaardig is omdat het elk zijn eigen evenwicht heeft.

Dat is dan ook de uiteindelijke vraag die de commissie grondig in overweging moet nemen. Is het gezien meerdere parlementaire commissies moeten vaststellen dat de staat werd ontwricht,  geen tijd om het evenwicht te herstellen en om dat ook in de afweging van de feitelijke waarheid en de daaruit voortkomende gevolgen te doen?

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P