Kazachgate : “kurieren am system”

 Leestijd: 6 minuten4

Kamerlid Vincent Van Quickenborne beweert in Knack dat Kazachgate-commissievoorzitter Dirk Van Der Maelen er met de botte bijl door gaat. Quickie is meer voor het scalpel. Wat is de goede aanpak? Met de botte bijl ga je makkelijker tot op het bot, met de scalpel kan je ook aan esthetische chirurgie doen. Wordt ook deze onderzoekscommissie als de commissie-Dutroux: de enkele vaststelling van de “disfunctie”, “de afstomping van de norm“?

De kernvraag in het Dutroux-onderzoek ging over het achterhouden van informatie

De kernvraag in het Dutroux-onderzoek ging over het achterhouden van informatie: had de Rijkswacht de informatie uit de operaties ‘Othello’ en ‘Décimes’, de observatie van Dutroux, ter kennis gebracht van de onderzoeksrechter Doutrèwe?

De vraag naar wat er tussen de Rijkswacht enquêteurs en de onderzoeksrechter al dan niet was gebeurd, was maar het tipje van de ijsberg. Het ging niet over personen maar over een systeem. Reeds eind de jaren tachtig ontdekte een onderzoeksrechter het bestaan binnen de Rijkswacht van een geheime Gerechtelijke Informatie Dienst ( GID). Die werkte als een inlichtingendienst, en er konden fictieve of vervalste processen-verbaal worden opgesteld om verkregen informatie voor de onderzoeksrechter geheim te houden.

De werkelijke vraag in het Dutroux onderzoek was dan: werden de observatieoperaties door de GID uitgevoerd, en werden er om deze verborgen te houden, fictieve of vervalste processen-verbaal opgesteld? De vraag werd beantwoord door het toenmalige Comité P: de Rijkswacht had alles ter kennis gebracht.

In het door het comité gevoerde onderzoek hadden de Rijkswachters bekend dat zij de onderzoeksrechter niet hadden ingelicht

Maar het comitéverslag was even vals. In het onderzoek hadden de Rijkswachters bekend dat zij de onderzoeksrechter niet hadden ingelicht. Zij verklaarden zelfs waarom: “omdat het niet de gewoonte was”.

Onderliggend systeem

Wat heeft het Dutroux-onderzoek met het onderzoek in de Kazachgate te maken? In beide onderzoeken zijn personen betrokken: zowel in het Dutroux-onderzoek als in de Kazachgate kan je er namen op plakken. Maar achter die personen zit in beide dossiers een systeem.

In het Dutroux-onderzoek stond de uitvoerende macht van de Rijkwacht tegenover rechterlijke macht van de Onderzoeksmagistratuur. In Kazachgate gaat het over de relatie tussen de drie grondwettelijke machten

In het Dutroux-onderzoek stond de Rijkswacht, als vertegenwoordiger van de uitvoerende macht, tegenover de Onderzoeksmagistratuur, een onderdeel van de rechterlijke macht. In Kazachgate gaat het over de relatie tussen de drie grondwettelijke machten: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke. Hoe functioneerde de wetgevende macht bij het maken van de afkoopwet? Wat was de inbreng van de rechterlijke macht bij de voorbereiding én bij de toepassing van de wet? Wat heeft de uitvoerende macht gedaan om, zowel bij het maken van de wet als bij het herstel van wat er onbehoorlijk in is, orde op zaken te houden? In welk “systeem” leven wij en is dat het “systeem” waarmee wij verder willen?

Het Grondwettelijk Hof keurde de afkoopwet af. © BELGA PHOTO / HERWIG VERGULT

Het Grondwettelijk Hof keurde de afkoopwet af. © BELGA PHOTO / HERWIG VERGULT

Dubbel compromis

Bij de besluitvorming gebruikte De commissie-Dutroux het scalpel en maakte zij een dubbel compromis: voor de vastgestelde fouten en nalatigheden werd een nieuw begrip bedacht: de “disfunctie”. In tegenstelling tot de begrippen fout en nalatigheid die tot sanctionering leiden, is het begrip “disfunctie” leeg: het houdt niets in en kan oneindig herhaald worden.

In tegenstelling tot de begrippen fout en nalatigheid, is het begrip “disfunctie” leeg: het houdt niets in en kan oneindig herhaald worden

Het andere compromis ging over het systeem: de politie werd “geïntegreerd” maar aan de verzelfstandigde politieoperaties buiten het gezag en de leiding van de rechterlijke macht werd niets gewijzigd. Dat het informatieprobleem, het gebrek aan informatiedoorstroming, nog steeds een ergerlijke kwaal is, hoeft daarom niet te verwonderen.

Evenwicht

In een democratische rechtstaat zijn de machten gescheiden: iedere macht heeft zijn eigen opdracht en bevoegdheden. De scheiding is geen doel op zich maar een middel om wat anders te bekomen: evenwicht. En dat evenwicht bekom je omdat de ene macht toezicht houdt op de andere: de wetgevende op de uitvoerende, de uitvoerende op de rechterlijke en de rechterlijke op beide anderen.

De scheiding is geen doel op zich maar een middel om wat anders te bekomen: evenwicht

Senator Hugo Vandenberghe, die tevens advocaat en professor was heeft het kernachtig uitgedrukt. In Tertio van 18 februari 2009 schreef hij: “Montesquieu was een groot voorstander van de scheiding tussen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht voor het verzekeren van de gemoedsrust van de burger. Hij noemde dat 250 jaar geleden ‘la tranquillité’. Die gedachte is vandaag nog altijd actueel. Het is ook in onze samenleving van groot belang dat iedereen met een gerust gemoed kan gaan slapen. De angst verhindert immers iedere vorm van positief denken. Zo is het de taak van de juridische macht de dynamiek van de politiek te temperen en in evenwicht te houden. Precies dat kanaliseren van de politiek door het recht, vormt de kern van de rechtstaat en zit ook verankerd in de grondwet.”

Rechtscolleges

Waarom de politiek gekanaliseerd moet worden is duidelijk. De voornaamste regel in de werking van deze macht is de toepassing van een rekenkundige bewerking: de meerderheid die beslist is de optelsom van het aantal stemmen. Dat er nu onder druk van meerdere schandalen ook oog is voor de wijze waarop je tot een meerderheid kan komen en wat je daarmee kan doen, neemt niet weg dat om het even welke andere regel of deontologische bepaling snel kan wijken voor de optelsom.

Het is op de keper beschouwd erg te betwijfelen dat de afkoopwet er niet zou zijn gekomen mochten alle parlementairen weet hebben gehad van de omstandigheden

Daarom is het op de keper beschouwd erg te betwijfelen dat de afkoopwet er niet zou zijn gekomen mochten alle parlementairen weet hebben gehad van de nu gereveleerde omstandigheden. Wellicht zou het gegaan zijn zoals met andere schandalen: iedereen wist dat er gegraaid werd, maar niemand deed er wat aan. Hoe kwam en komt dat dan?

Ons systeem is dat van de rechtsstaat: een staat waarin het recht bepaalt wat kan en mag, maar ook wat er moet gebeuren indien je ervan afwijkt. Voor dat laatste zijn rechtscolleges gemaakt en zijn die onafhankelijk van de andere machten. Het systeem staat of valt evenwel met de afspraak dat je daaraan niet morrelt. Om het systeem recht te houden zijn die rechtscolleges noodzakelijk: het advies bij de voorbereiding, in deze de Raad van State en het College van Procureurs-generaal, en de mogelijkheid om de gestemde wet te laten toetsen, de bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof.

Beslaglegging op diamanten

De afkoopwet kwam er niet zo maar: reeds op 5 februari 2010 diende Servais Verherstraeten ( CD&V) een wetsvoorstel in omtrent een spoedeisend kortgeding bij beslag op goederen. De ondertekenaars wilden dat onderzoeksrechters niet langer op eigen houtje goederen van bedrijven in beslag konden nemen zonder voorafgaande toestemming van een “gemachtigde expert” uit de bedrijfswereld.

De Raad van State antwoordde dat het inging tegen “de fundamentele rechtsbeginselen van het strafprocesrecht” en het College van Procureurs-generaal gaf een “volstrekt negatief“ advies

De onderliggende reden was het beslag dat een onderzoeksrechter had gelegd op de diamanten in de zaak Monstrey. Ondanks bemiddeling door het kabinet Justitie werd het voorstel gekelderd. Dat gebeurde na het uitbrengen van twee adviezen: de Raad van State antwoordde dat het inging tegen “de fundamentele rechtsbeginselen van het strafprocesrecht” en het College van Procureurs-generaal gaf een “volstrekt negatief“ advies.

Geheime lobby

Bij het eerste voorstel werd de politiek naar behoren “gekanaliseerd”. Bij het tweede voorstel van Verherstraeten over de afkoopwet, verliep de “kanalisering” helemaal anders. De voorzitter van het College van Procureurs-generaal lobbyde in het geheim met de vertegenwoordigers van de diamant om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Zijn Brusselse collega maakte op zijn beurt een omzendbrief waarin gewezen werd op mogelijke “bijzonder uitzonderlijke” omstandigheden om het wetsvoorstel toch toe te passen, ondanks het feit dat de Raad van State er nog een advies over moest geven.

De voorzitter van het College van Procureurs-generaal lobbyde in het geheim met de vertegenwoordigers van de diamant

Vraag is dan of de afkoopwet er wel zou zijn gekomen indien gewacht was op het advies van het éne, en het andere rechtscollege. Intussen werd deze vraag beantwoord: het Grondwettelijk Hof keurde de afkoopwet af.

Door de uitspraak van het Grondwettelijk Hof werd ten overstaan van iedere macht een dwingend en definitief antwoord gegeven: afgekeurd. Wat moet er dan nog onderzocht worden? Wat kan de wetgever er voor de toekomst aan doen om de “disfuncties” van het verleden te vermijden?

Systeem aangetast

Probleem is dat de afkoopwet niet alleen staat. Het is maar een onderdeel van een groter geheel, een potpourrimaatregel in afwachting van de algehele hervorming door de invoering van nieuwe wetboeken van strafrecht en strafvordering.

Het gaat dus lang niet alleen om deze éne wet maar over het gehele systeem in strafzaken. Wat willen wij? De huidige toepassing van het eerlijk proces waarin de strafrechter een daadwerkelijk toezicht behoudt? Of gaan wij het strafrechtelijk systeem grondig wijzigen ? En hoe dan?

Zowel de rechter als de burger wordt opzij geschoven om plaats te maken voor de onder het ministerieel gezag staande openbaar ministerie

Wat is de inhoud van het door de huidige justitieminister voorgestelde systeem? Het strafrecht wordt “gedepenaliseerd” en “gecommercialiseerd”. De uitgebreide minnelijke schikking wordt verder uitgebreid: ze wordt intussen voorgesteld voor winkeldiefstallen. De onderzoeksrechter wordt vervangen door het onderzoeksmonopolie van de procureur, en de beoordeling van schuld en boete door de strafrechter vervangen door de opportuniteitsbeoordeling van de vervolging door diezelfde procureur. De burgerlijke partijstelling en de rechtstreekse dagvaarding door de burger worden afgeschaft. Zowel de rechter als de burger wordt opzij geschoven om plaats te maken voor de onder het ministerieel gezag staande openbaar ministerie.

De politiek kanaliseren

Wat doet de justitieminister dan met het door zijn collega Vandenbergde terecht aangehaalde “evenwicht” zoals bevestigd door het Grondwettelijk Hof? Wie gaat in de toekomst de politiek “kanaliseren”?

De hoofdvraag die door het parlement nu moet worden beantwoord is dus: welk “systeem” willen wij?

De fouten en gebreken in de afkoopwet tonen aan wat het gevolg is als je ze toelaat: het gehele systeem wordt er ernstig door aangetast. De hoofdvraag die door het parlement nu moet worden beantwoord is dus: welk “systeem” willen wij?

Het nut van de parlementaire onderzoekscommissie is daardoor ook duidelijk: Dat was de opdracht die de wet-Franchimont, die de “knelpunten” in de strafprocedure wou wegnemen, ook aan een andere onderzoeksrechter gaf. “De maatregelen nemen die de rechtscolleges in staat moeten stellen met kennis van zaken uitspraak te doen.”

Dat is ook de voornaamste opdracht van de onderzoekscommissie: het gehele parlement in staat stellen om met kennis van zaken te oordelen welk “systeem” wij willen. Wordt “Kurieren am system” enkel een optelsom?

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P