Een Vlaamse justitie? Nee, bedankt.

 Leestijd: 6 minuten3

Het staat in alle media: “Als het van Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) afhangt, komt er een Vlaamse justitie”. Sinds de zesde staatshervorming van 2014 zijn er heel wat bevoegdheden overgeheveld van het federale niveau naar de deelstaten. Daaronder ook heel wat justitiële bevoegdheden: de juridische eerstelijnsbijstand, organisatie en werking van de justitiehuizen en het elektronisch toezicht.

Maar Bourgeois, alumnus van Gentse rechtsfaculteit, aast op nog meer Vlaamse autonomie op het vlak van justitie. Daarmee zou België overigens het “normale” voorbeeld volgen van andere federale landen zoals Canada, Duitsland of de Verenigde Staten. “Persoonlijk wil ik dat Vlaanderen een eigen gerechtswezen kan organiseren zoals in de meeste federale staten”, zei Bourgeois dit weekend in De Morgen.

Geert Bourgeois (Foto: Reporters (c) Danny Gys)

Geert Bourgeois (Foto: Reporters (c) Danny Gys)

Vlaamse rechtbanken

“Het zouden net de deelstatelijke – en dus onder meer de Vlaamse – rechtbanken zijn die “instaan voor de handhaving van alle rechtsregels die op een geschil toepasselijk zijn, of ze nu deelstatelijk dan wel federaal of – in toenemende mate – Europees zijn.” Wat dat in de praktijk zou geven, kan je nu al afleiden uit wat de Vlaamse policymakers erover denken.

Enkel voorbeelden zijn sprekend.

In zijn maidenspeech als pas verkozen Kamerlid eiste Siegfried Bracke een strenge tuchtstraf tegen strafrechter De Smedt (tegen mij dus), omdat ik een veelpleger had vrijgesproken omdat de vorige straffen niet werden uitgevoerd. Dat zowel het Hof van Beroep als het Hof van Cassatie een vrijspraak hadden verleend, hinderde de intussen tot eerste burger van het land gepromoveerde volksvertegenwoordiger niet om toch een strenge straf te eisen.

Wat zou de Vlaamse strafrechtspraak zijn geworden indien ‘Siegfried’ had ‘gewonnen’? Indien een rechter persoonlijk kan veroordeeld worden voor de inhoud van zijn vonnis, wordt hij partij in de hem voorgelegde zaak en zal hij rekening houden met wat zijn uitspraak voor hemzelf als gevolg kan hebben: onpartijdig kan je dat niet meer noemen.

Sinds de zesde staatshervorming van 2014 is de organisatie en de werking van de justitiehuizen die onder meer instaan voor het elektronisch toezicht een Vlaamse bevoegdheid. De 28 justitiehuizen die instaan voor de begeleiding, hadden al snel een wachtlijst van 5.000 dossiers. Op een enkelband was het tot anderhalf jaar wachten, waardoor honderden veroordeelden vrijuit gingen omdat hun straf te licht was voor elektronisch toezicht of omdat de wachttijd de straf overschreed.

De Antwerpse burgemeester De Wever nam het voortouw in de strijd tegen drugs. Er werden bijna veertig speurder extra ingezet tegen de ‘war on drugs’. Maar die speurden voornamelijk naar de klanten: “Door de klanten te vervolgen, jaag je ook de dealers weg” zei de burgervader. Een succes? “Van alle onderzochte Europese steden wordt in Antwerpen het meeste cocaïne gebruikt. Dat blijkt uit onderzoek van het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving (EMCDDA) bij in totaal meer dan 50 steden in 18 Europese landen.

Hoe de Vlaamse rechtsstaat er zou uitzien, werd ook duidelijk door de uitspraken van dezelfde burgemeester in een andere strijd, die tegen het terrorisme. Vooreerst wou hij zoals een van zijn illustere voorgangers opnieuw een oorlogsburgemeester zijn: noodtoestand. Daarna stelde hij preventieve aanhouding zonder strafbare feiten en zonder rechterlijke tussenkomst voor. Zelfs Erdogan durft niet zover te gaan. Die verschuilt de duizenden aanhoudingen nog onder het mom van medeplichtigheid aan de poging tot staatsgreep.

Wat is preventief? Om wat te beletten? Wordt ik preventief opgesloten als ik het niet eens ben met wat De Wever denkt of zegt? Wat wordt de reden tot aanhouding indien er niets strafbaar moet zijn? Nu ben ik tenminste nog veilig wanneer ik niets strafbaars doe. Als De Wever dat mag beslissen ben ik dat niet meer, nergens meer in Vlaanderen, en op geen enkel ogenblik: dat wordt pas een noodtoestand.

Vlaamse magistratuur

Wat de Vlaamse rechtspraak kan worden, werd ook aangetoond door de gedachten en handelingen van de hoogste Vlaamse parketmagistraat, de gewezen Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois, toen tevens voorzitter van het college van procureurs-generaal.

In zijn rede van 1 september 2011 stelde de procureur-generaal de vraag: “Kunnen de verantwoordelijke politieke partijen toelaten dat we gewoon verder afstevenen op een E.D.E., nieuwe term die ik vandaag lanceer, namelijk een “end of democracy event”, of kunnen we straks toch zeggen “Change? Yes we can!”?

Hoe die nieuwe democratie er dan moet uitzien vind je terug in de andere uitspraken en “mercuriales” van dezelfde geest. In zijn mercuriale 2012 vroeg hij strengere bestraffing voor magistraten en politiemensen die lekken naar de pers en de toepassing van bijzondere methoden om dat te kunnen onderzoeken. Hij ventileerde zijn gedachten ook in de krant: “Ik zou het een goed idee vinden om van elke pasgeboren baby en van alle nieuwkomers in dit land DNA-materiaal te verzamelen. Dat zou een grote stap vooruit zijn voor de opheldering van misdrijven. Uiteraard moeten er dan strikte wettelijke criteria komen over het gebruik van DNA-gegevens.”

Ook over het gebruik van bewakingscamera’s geeft Liégeois zijn mening: “Ik heb geen enkel probleem met camera’s, integendeel. Van mij mogen er nog meer komen, niet alleen voor verkeerszaken, maar ook om in het oog te houden wat er gebeurt”, zei hij in 2013 aan De Standaard. 

Dat er een groot verschil is tussen wat er in Vlaanderen en in Wallonië over dergelijke uitspraken wordt gedacht, werd duidelijk tijdens de hoorzitting van Liégeois in september 2012 over zijn uitspraken over het migratiebeleid. In de verenigde Kamercommissies Justitie, Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken saboteerden de Franstalige partijen zijn hoorzitting. Het hele debat over de manier van ondervragen van de procureur-generaal verliep in opperste verwarring.

Een andere recente hoorzitting in hetzelfde Parlement toonde echter de ware reden van de onderliggende verontwaardiging: tijdens de hoorzitting in de commissie Kazachgate moest Yves Liégeois, geconfronteerd met de documenten van zijn eigen parket die bewezen dat hij met de advocaten van de diamant had gelobbyd om de politieke besluitvorming te beïnvloeden, zijn uitspraken in de pers herzien. In een interview aan Gazet van Antwerpen van 2 september 2013 verklaarde hij immers het tegendeel van wat hij nadien in het Parlement alsnog moest toegeven: “Het parket-generaal heeft geen enkele schikking getroffen met diamantairs of voorstellen daartoe geformuleerd. Die berichtgeving is verkeerd.”

Voorrang van de wakkeren

Het beleid op justitie is de laatste kwarteeuw door de Vlaamse minister bepaald. Dat heeft de goede samenwerking met de gerechtelijke wereld niet echt bevorderd. Welke de onderliggende gedachten zijn over wat de Vlaamse rechtspraak kan worden, kon zelfs niet onder de meest liberale onder hen, Open VLD politica Turtelboom, worden weggestoken. Turtelboom hervormde de rechterlijke organisatie van een ‘bottom-up’ tot een ‘top-down’ organisatie en versterkte gevoelig de macht van de hiërarchie. Zij volgde ook het voorstel Verherstraeten (CD&V) en maakte een college van hoven en rechtbanken, de gesprekspartner van de minister en de rechters. Het doel daarvan is duidelijk: eenvormigheid brengen in de rechtspraak. Welke rechtspraak?

Over deze vraag loopt nu een parlementair onderzoek: dat over de disfuncties in en rond de afkoopwet, het schandaal van Kazachgate. De afkoopwet is echter geen losstaand element, maar integendeel: de veruiterlijking van de onderliggende filosofie zoals die in het gehele hervormingsplan van justitieminister Koen Geens wordt gevolgd. Het gaat hier zelfs om een diepgaande wijziging in het hele maatschappijbeeld: de verschuiving van de opdracht van de rechter naar de versterkte rol van het openbaar ministerie, de vervanging van de openbare en tegensprekelijke behandeling in strafzaken naar een vertrouwelijke schikking tussen de procespartijen, en dat alles bij voorrang van de “wakkeren”, de door de zakenadvocaten geadviseerde en vertegenwoordigde financieel sterken, ten nadele van de maatschappelijk zwakkeren.

Hoe sterk de Vlaamse wil is om deze maatschappelijke revolutie door te zetten blijkt uit de houding van Koen Geens: bijna een jaar na de afkeuring van de afkoopwet door het Federale Grondwettelijk Hof is er in de dagdagelijkse werking van justitie nog steeds geen aanpassing merkbaar.

Rechters zijn overbodig

Zowel Bart De Wever als zijn gedoodverfde ‘stellvertreter’ die voor het migratiebeleid zorgt, hebben geen hoge pet op van wat de rechtspraak doet: wereldvreemde rechters of de Syrische visumrel tussen Francken en de advocaten van Progress Lawyers Network maken dat duidelijk. Waarom kiezen zij stelselmatig de zwarte bladzijden van de Vlaamse geschiedenis en vergeten zij wat in Flanders Fields in steen werd gebeiteld? “Nooit meer oorlog” is toch heel wat anders dan het uitroepen van de noodtoestand? Waarom vergeten zij de één miljoen Belgische vluchtelingen die na de val van Antwerpen naar Nederland trokken?

De Vlaamse rechtspraak heeft geen oog noch oor meer voor wat daaraan ten grondslag ligt: de boodschap die uit de Franse Revolutie kwam, die in zowel de Europese als in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd vertaald, en die over de taalgrens wél blijvend aandacht verkrijgt. Engels is hier de tweede taal geworden en ook daarom kijken wij eerder naar wat er van over de grote plas komt gewaaid. Dat gebeurt dan met een merkwaardige selectie van wat het sterke discours dient. In Amerika is de figuur van de rechter onbetwist, zelfs indien daar presidentiële plannen door sneuvelen. Voor een behoorlijk deel van de Vlaamse juristen als de Vlaamse minister-president en de federale justitieminister is de rechter overbodig geworden, en moet die door de vertegenwoordiger van het politieke beleid in de strafprocedure, de procureur, worden vervangen: voorheen werd de rechtsspraak door rechters gemaakt.

Deze kille Vlaamse ondertoon maakt mij bang. Het is niet dezelfde schrik als die welke de Antwerpse burgemeester zijn stadgenoten aandoet: bang voor een oorlog die er geen is. Het gaat over het verkrampte gevoel van wat ons te wachten staat indien het “gerechtswezen” enkel Vlaams zou worden. Als dat moest gebeuren, is mijn besluit snel genomen: dan verhuis ik naar het land waar hetzelfde bange discours werd afgekeurd om plaats te maken voor een oproep tot solidariteit en samenhorigheid: een maatschappij “op stap” naar wat ons bindt eerder dan naar wat ons scheidt, en die is niet federaal of nationaal, maar Europees.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P