Joel Mokyr: ‘Economische groei wordt verkeerd gemeten’

 Leestijd: 8 minuten0

Wanneer slaat de economische motor opnieuw aan? Het is een van de meest prangende vragen van deze tijd, zeker nu er dagelijkse nieuwe killer apps verschijnen, innovatie in alle sectoren het nieuwe mantra is en er overal veelbelovende start-ups het licht zien. Volgens economisch historicus Joel Mokyr, die een nieuw boek heeft uitgebracht over de oorzaken van de industriële revolutie, stellen we echter de verkeerde vraag. “Economische groei, zoals die nu wordt gemeten, zegt in se niet zoveel over de evolutie van de welvaart. En uiteindelijk draait het allemaal daarom, toch?”

Het is een van de meeste bestudeerde vragen onder economische historici: waarom vond de industriële revolutie, en de daarop volgende welvaartsexplosie, uitgerekend plaats in een beperkt gebied rondom de Noordzee, in een stukje van de wereld dat, zeker geografisch gezien, altijd tot de periferie van het Euraziatische supercontinent heeft behoord?

Joel Mokyr (Foto: Northwestern University)

Joel Mokyr (Foto: Northwestern University)

Historici gebruiken steeds vaker de term the Great Enrichment als ze over dit onderwerp schrijven, doceren of debatteren. De term werd gemunt door de Amerikaanse econome Deirdre McCloskey, een adept van de Chicago School van onder meer Milton Friedman. Volgens McCloskey speelde de (gegoede) burgerij in landen als Groot-Brittannië en de Republiek der Nederlanden een hoofdrol in de totstandkoming van de industriële revolutie. Hun waarden en deugden zorgden ervoor dat innovatie, industrialisatie en handel werden gestimuleerd. De econome probeert tegenwoordig haar stelling kracht bij te zetten door erop te wijzen dat de economische groei van grootmachten als China en India ook pas van de grond is gekomen sinds er daar respect is voor ondernemerschap en innovatie.

Steenkool en getemde paarden

Over dieGrote Verrijking’, en over wat de belangrijkste oorzaken ervan waren, zijn al heel veel boeken en wetenschappelijke artikels geschreven. Een van de bekendere is wellicht Guns, Germs and Steel, van de Amerikaanse evolutiebioloog Jared Diamond, dat alweer dateert van 1997. In dat boek worden de oorzaken vooral in de geografische en klimatologische sfeer gezocht, zoals gemakkelijk exploiteerbare steenkoolreserves en getemde paarden en ander gedomesticeerd vee (de titel van de Nederlandse vertaling is niet toevallig Zwaarden, paarden en ziektekiemen).

Nu is er een nieuw boek uit met een originele, vrij nieuwe these. In A Culture of Growth: The Origins of the Modern Economy (Princeton University Press) betoogt Amerikaan Joel Mokyr dat de belangrijkste reden waarom de moderniteit niet begon in China maar in Europa, ligt in een unieke ‘cultuur’ van wetenschappelijke en intellectuele vooruitgang, een cultuur die na 1500 voet aan de grond kreeg. Mokyr heeft het in zijn boek onder andere over de Republic of Letters, een soort marktplaats voor ideeën, zeg maar. Een concept – dus voor een keer géén instituut – dat hij onmogelijk achtte in het nochtans stabiele, relatief welvarende maar autocratische China van enkele eeuwen geleden.

Een fundamenteel kenmerk van die West-Europese ‘ideeënmarkt’ was volgens Mokyr de ongeschreven regel dat de verhandelde ‘goederen’ altijd konden worden aangevochten. En dat denkers hun publiek dus moesten trachten te overtuigen van de juistheid van hun ideeën. Met argumenten én met experimenten. De Londense Royal Society was er een voorloper in. De respectabele sociëteit vroeg ooit eens aan een simpele brillenmaker om een stelling van niemand minder dan Isaac Newton over lichtbreking te controleren, dit nadat een toen nog jonge en onbekende Zwitserse wiskundige, genaamd Leonard Euler, hierover twijfels had geuit. Het feit alleen al dat de grootste wiskundige van die tijd door een jongeling (en een buitenlander dan nog) kon en mocht worden uitgedaagd, is volgens Mokyr een prachtige illustratie van het door hem gemunte principle of contestability.

Wikipedia, e-mail, Twitter

Zijn boek is, zeker door de vak-literaire schrijfstijl en het jargon, eerder geschikt voor economische historici. Maar kunnen we van Mokyr ook iets leren over de economie in de nog prille 21ste eeuw? Heeft hij ook een antwoord klaar op een van de meest prangende kwesties van deze tijd, namelijk wanneer de economische groei die ons de voorbije twee eeuwen zoveel welvaart heeft gebracht, terugkomt? We spraken met Joel Mokyr in Rome.

Joel Mokyr: “Laat ik meteen uw vraag ontwijken: ik ben het niet eens met de opvatting dat de globale economie stagneert. Sterker, ik denk dat een groot deel van de vruchten nog moeten worden geplukt. Helaas zien we dit niet terug in de groeiprognoses en de voorspellingen van het BBP, het bruto binnenlands product. Het is een oud zeer, maar elk jaar wordt het lastiger om het te negeren: de manier waarop we economische groei meten, namelijk aan de hand van het BBP, houdt te weinig rekening met de diversiteit van het scala aan moderne innovaties die onze welvaart vooruit stuwen. Het BBP meet gewoon de stroom van producten en diensten via hun contributie aan een economie die wordt gereguleerd door marktwerking. Dit gaat echter voorbij aan het feit dat steeds meer producten en diensten tegenwoordig gratis of voor weinig geld worden weggegeven, waardoor ze buiten het BBP vallen. Heel wat vruchten van moderne innovatie komen dus niet op de markt terecht. Neem de meest zichtbare, zoals Wikipedia, e-mail en Twitter. Iedereen gebruikt deze ‘diensten’ maar niemand betaalt ervoor. Spotify kost wel wat, maar eigenlijk is de prijs verwaarloosbaar. De kosten zijn dus marginaal, maar de waarde is dat absoluut niet. Integendeel, al deze diensten maken het leven veel gemakkelijker en aangenamer, maar ze zijn helaas moeilijk kwantificeerbaar. We missen een hoop dingen.”

Well-being

U noemt vooral internettoepassingen. Is uw pleidooi voor een andere berekening van de groei niet teveel geënt op de online economie?

Mokyr: “Neen, het is subtieler dan dat. De meeste producten en diensten die we gebruiken worden ook gewoon beter. De economische logica zegt dat een product dat werd verbeterd maar dat niet is gestegen in prijs, eigenlijk goedkoper is geworden. Maar die verbetering zien we niet terug in de nationale rekeningen. Zo onderschatten we dus de bijdrage van moderne innovatie. Neem nu een moderne wagen. Auto’s zijn de voorbije jaren en decennia niet veel duurder geworden, maar ze kunnen véél meer dan vroeger. Ze zijn bovendien ook zuiniger, veiliger, comfortabeler én ze gaan – meestal toch – langer mee. Als we niet corrigeren met verbeteringen in de kwaliteit van producten en diensten, onderschatten we dus de economische groei.”

Hebt u een alternatieve methode?

Mokyr: “(rechtuit) Neen. Ik weet niet hoe we allesomvattende economische groei juist kunnen meten. Kwaliteit proberen te kwantificeren is immers heel lastig, vaak is het zelfs subjectief. In sommige deelgebieden van de economie probeert men dat nochtans, vaak met heel goeie wil. In de gezondheidszorg tracht men met zogenaamde qaly’s een kostprijs te plakken op een extra levensjaar in goede gezondheid. In se zegt de economische groei zoals die nu wordt gemeten, dus niets over de evolutie van de welvaart. Of beter in het Engels: well-being. Uiteindelijk draait het allemaal daarom, toch?”

Oorlog aan België?

Dit interview vond plaats in Rome, waar Mokyr een conferentie rond interdisciplinariteit in de wetenschappen voorzat, georganiseerd door het comité dat de jaarlijkse Balzan-prijzen uitreikt – de Italiaans-Zwitserse Nobelprijzen, zeg maar, waarvan Mokyr een jaar eerder, in 2015, laureaat was. De economisch historicus is een sprekend voorbeeld van een wetenschapper die niet bang is om buiten zijn eigen vakgebied te treden.

(Foto: Princeton University Press)

(Foto: Princeton University Press)

We voerden het gesprek, verrassend, helemaal in het Nederlands. Opmerkelijk, gezien Mokyr slechts tot zijn negende in Nederland heeft gewoond en er bij hem thuis voornamelijk Hebreeuws werd gesproken. “Nou kom ik soms nog wel in Nederland, hoor. Zo ben ik lid van de KNAW. En ik volg het nieuws een beetje van op een afstand. Daarbij baart me vooral de opkomst van het populisme zorgen. Grote zorgen.”

Daarmee doelt Mokyr niet meteen op Geert Wilders. ‘”Stel dat hij aan de macht komt, dan kan hij de boel toch niet helemaal verpesten? (lacht) Gaat hij misschien de oorlog aan België verklaren? Neen, wat mij grote zorgen baart, is dat het voortbestaan van de EU niet langer gegarandeerd lijkt. Een paar jaar geleden had ik die angst niet. De sfeer is grondig veranderd, en dat is zeker het gevolg van de rol van zondebok waarin de EU altijd door nationale politici is geduwd.”

Mokyr ziet een parallel met de Verenigde Staten – hij woont er sinds begin jaren 1970 -, een verband dat bij ons, in Europese media, nauwelijks wordt gelegd.

Mokyr: “Het leg-het-moeras-droog-discours van Trump komt in feite neer op het verkleinen van de macht van Washington, van de federale overheid, net zoals Wilders, Le Pen en hun collega-populisten dat met Brussel willen doen. Het verschil met Europese populisten is dat Trump er niet bij zegt dat hij de sleutels van de macht ook wil teruggeven aan de individuele staten. Dat zou trouwens een absolute ramp zijn, en misschien beseft zelfs de president-elect dat. Je hoort er heel weinig over in Europa, maar Amerikaanse staten worden in regel heel slecht bestuurd. In mijn staat Illinois is de politiek rampzalig. De corruptie tiert welig, de staatskas is leeg, de pensioenlasten van de ambtenaren zijn nauwelijks gedekt… Als je mij liet kiezen, gaf ik net méér macht aan Washington, al zie ik dat nu niet meteen gebeuren.”

Robotisering

In Rome ben je niet elke maand, en dus maakte ook Mokyr van de vrije tijd gebruik om wat door de eeuwige stad te kuieren. En hij was zeker niet de enige. Zelfs op een kille weekdag in november wemelt het er van de groepen gezonde senioren die van monument naar monument benen.

Mokyr: “Ik herinner me nog dat ik begin jaren 1950 mijn grootmoeder in een ouderentehuis bezocht en ik iedereen in een rolstoel zag zitten. Nu hebben ouderen allemaal een kunstheup, een gehoorapparaat, een pacemaker… allemaal uitvindingen die de levenskwaliteit enorm hebben verhoogd. Waar vind ik die in de nationale berekeningen terug? Mensen hebben plezier, daar gaat economische welvaart toch ook over?”

Volgens u blijft de economie dus doodleuk doorgroeien, ook al zien we het niet?

Mokyr: “Ja. Kijk naar de digitale economie. Alles om ons heen wordt in sneltempo goedkoper en efficiënter. De zogenaamde verborgen transactiekosten gaan naar beneden, soms worden ze zelfs tot nul herleid. Als je vroeger iets van de bank nodig had, moest je naar een kantoor gaan om er vervolgens in een lange rij te staan en je tijd te verdoen. Die verspilde tijd is nooit ergens in rekening gebracht, en zo blijven we hardnekkig de economische groei onderschatten.”

“Een transactiekost is dus een kost die je betaalt zonder dat je er iets voor terugkrijgt. De kostprijs van een tros bananen in de supermarkt komt in het BBP terecht, maar de transactiekosten van mijn autorit naar de supermarkt, met onder andere de brandstof en de slijtage van mijn auto, worden niet geteld. Dankzij de revolutie van de e-commerce worden die transactiekosten nu drastisch naar beneden gehaald. En tegen de critici die zeggen dat de busjes die al onze kleding en boeken rondbrengen, ook moeten worden meegerekend, zeg ik: het is veel efficiënter en zelfs beter voor het milieu dat een busje al die pakjes thuisbezorgt in plaats van, zoals vroeger, allemaal zélf naar de winkel te rijden.”

Nochtans bedreigt de voortschrijdende digitalisering en robotisering vele jobs. Hoe rijmt u dat met een onstuitbare groei van de welvaart?

Mokyr: “Dat is een zeer terechte zorg, maar ook een zorg die er altijd al is geweest. Aan technologische innovatie kleven altijd neveneffecten, zogenaamde bite-backs. Ik zie ze eerder als de onvermijdelijke prijs van de vooruitgang. Dat klinkt hard, maar het is niet anders.”

Post-digitaal kapitalisme

Wat denkt u van een robottaks? Onze westerse verzorgingsstaten moeten straks hun geld toch érgens halen? En als ze dat niet kunnen doen door arbeid te belasten, waarom dan niet de machines die arbeid overbodig hebben gemaakt?

Mokyr: “Er zit zeker wat in. Uiteindelijk zal de ultieme vraag zijn; hoe overheden de eigenaars van robots ertoe kunnen bewegen hun winsten te gaan delen. Je wilt immers niet leven in een wereld gerund door robots die eigendom zijn van een kleine elite die er fortuinen mee verdient. Tijdens de belle époque was er een vergelijkbare trend. Het was de tijd van de spoorwegbaronnen en de rubberkoningen die met immense kapitalen grote fabrieken en ondernemingen konden opzetten. Daarop kwam een progressieve reactie die uiteindelijk tot de welvaartsstaat heeft geleid.”

Zat daar de Eerste Wereldoorlog niet tussen? Was de welvaartsstaat niet eerder een gevolg van die verschrikkelijke tragedie?

Mokyr: “Neen, vaak wordt vergeten dat de welvaartsstaat, zij het in een embryonale vorm, al opkwam lang vóór 1914. In Duitsland gebeurde dat in de jaren 1880 onder Bismarck, in Engeland tijdens het eerste decennium van de 20ste eeuw onder Lloyd George, met zijn People’s Budget, dat voorzag in belastingen voor de rijken – ongezien in die tijd – en een reeks radicale sociale maatregelen. De opkomst van de welvaartsstaat mogen we dus niet zien als een gevolg van de Eerste of Tweede Wereldoorlog, maar als een reactie op het industriële kapitalisme dat ontstond vanaf 1860.”

“Nu hebben we een ander soort kapitalisme – noem het gerust post-digitaal – met inderdaad eveneens een kleine groep die in zeer korte tijd heel rijk is geworden en een grote groep die de vruchten daarvan niet heeft mogen plukken. Natuurlijk moet daar iets aan gedaan worden. Natuurlijk moeten de economische structuren op die ‘populistische revolutie’ reageren door zich aan te passen.”

U bent optimistisch dat dit ook daadwerkelijk zal gebeuren?

Mokyr: “Op de lange termijn wel, ja. Alleen is de vraag hoelang dit gaat duren en hoeveel narigheid we onderweg nog te verwerken krijgen. Over de Derde Wereldoorlog wil ik het niet hebben, want ik geloof niet dat de geschiedenis zich herhaalt. (sardonisch) Trouwens, hoe zouden al die Europese landen oorlog moeten gaan voeren? De meeste hebben amper een leger! Neen, mijn allergrootste bezorgdheid is, al ben ik dan Amerikaan, dat de Europese Unie steeds zwakker wordt en op een blauwe maandag gewoonweg uit elkaar valt. Ik beschouw de Europese eenwording als een van de mirakels van mijn tijd. We vergeten al te vaak welke weg Europa heeft afgelegd sinds de Tweede Wereldoorlog.”

Bio Joel Mokyr

Joel Mokyr (Leiden, 1946) emigreerde op jonge leeftijd naar Israël. Hij studeerde economie en geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en promoveerde in 1974 aan de Universiteit van Yale, in de Verenigde Staten, op een proefschrift over de economische geschiedenis van de Lage Landen. In datzelfde jaar ging hij als postdoc aan de slag aan de Northwestern University in Illinois, waar hij nog steeds hoogleraar geschiedenis en economie is. In 2006 won Mokyr de prestigieuze Nederlandse Heinekenprijs van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), waarvan hij sedertdien ook lid is.

 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Senne Starckx

Senne Starckx is fysicus en wetenschapsjournalist. Hij schrijft voor zowel algemene media als gespecialiseerde vakbladen, in Vlaanderen en in Nederland.