Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Voorbij de Optima-commissie

29 september 2016 Pascal Debruyne
Schermafbeelding 2016-09-29 om 11.57.28
Elke Decruynaere en Daniël Termont (Foto: Flickr © Dominique Dierick)

De burgemeester stuurt zijn communicatie alle kanten op en wapent zich met advocaat Patrick Devers. Bert Staes van De Gentenaar vat het adequaat samen: "Het gaat niet meer over de essentie: de band tussen politiek en bedrijfsleven. Dit is een operatie 'beschadig Termont'." Dat Geert Versnick (Open VLD) als een spin in een web van private en publieke mandaten de dans makkelijk ontspringt, versterkt die kritiek. De focus dient nochtans verlegd te worden op de mogelijke verstrengeling tussen politieke en zakelijke relaties. Ook de PVDA roept daartoe op van buiten de gemeenteraad.

Schermafbeelding 2016-09-29 om 11.57.28
Elke Decruynaere en Daniël Termont (Foto: Flickr © Dominique Dierick)

Om daar inzicht in te verkrijgen is er echter nood aan een open debat en kritische vragen. Helaas hult de meerderheid zichzelf in stilte waardoor het gevoel van een doofpotoperatie ongewild wordt versterkt.

Voorlopig komt hier niemand als winnaar uit, meerderheid noch oppositie. Maar vooral de Gentenaars niet. Dit soort particratische theater kan alleen maar leiden tot verdere erosie van de representatieve democratie. Allerminst een houvast voor burgers in onzekere tijden. Als niet opgeroepen commissielid van de initiële ‘33 getuigen’, denk ik dat Gent als een gidsstad beter kan. We zitten op een kantelmoment. Wanneer de representatieve democratie op haar limieten botst, is het nodig andere sporen te verkennen.

Democratie en transparantie

De Optima-commissie is niet alleen kommer en kwel. De voorlopige getuigenissen van onder andere Paul Gheysens, Optima-baas Jeroen Piqueur en John Bontinck zijn onthullend over de  besluitvorming bij grootschalige stadsprojecten. De manier waarop het ‘old boys netwerk’ werd aangesproken in de planning en bouw van het Ghelamco-stadion, is onthullend.

Ruimtelijke planning bij private projecten op basis van ‘ons kent ons’? Het roept minstens vragen op wanneer in Gent steeds dezelfde architecten (Bontinck Architecture and Development en Arch & Teco) terugkomen bij zowel enkele stedelijke partners als OCMW, TMVW of bij private partners aangesloten bij de Flanders Ghent Development Group, het platform dat actief is op de vastgoedbeurs in Cannes en wordt aangestuurd door de stadssecretaris.

Al moet de nodige nuance – en fact check – aan dit hele verhaal worden toegevoegd, zoveel vertellen de getuigenissen ons ook. Al even zorgwekkend is de manier waarop akkoorden ineenzitten: een duizend bladzijden tellend dossier over het Ghelamco stadion met geheimhoudingsclausules, duidt op de privatisering van besluitvorming. Kortom, er zijn indicaties dat er ‘iets’ schort aan transparantie en democratische kwaliteit van besluitvorming.

De getuigenis van Marc Dubois, docent Architectuur aan de KU Leuven, op de Optima-commissie raakt een kernkwestie. Bontinck is volgens Dubois een soort stadsarchitect geworden die meereist naar MIPIN in Cannes. Veel te weinig projecten gebeuren via een architectuurwedstrijd en de besluitvorming van politiek en administraties en diensten is te weinig transparant. Dat Dubois’ getuigenis op de commissie genuanceerder kon, staat zijn voornaamste zorg en voorstel niet in de weg. Waarom geen stadsbouwmeester die boven politiek en administratie staat?

Paul Vermeulen, die vorig jaar ontslag nam als voorzitter van de Kwaliteitskamer voor Monumenten en Architectuur, formuleerde onlangs dezelfde bedenkingen. De beoordeling over vastgoed en stadsontwikkeling is niet transparant. Dat gaat zowel over de ruimtelijke kwaliteit van projecten als een visie op architectuurkwaliteit. De procedures zijn erg onhelder, en sommige dossiers krijgen meer controle dan andere die gewoon in snelheid worden doorgedrukt.  Sommige diensten zoals het Stadontwikkelingsbedrijf Gent (SoGent) doen meer beroep op de kwaliteitskamer dan andere zoals het OCMW. De stadsbouwmeester zou men kunnen koppelen aan een goed functionerende kwaliteitskamer om tot duurzamere besluitvorming te komen.

Ook uit de GECORO, de Gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Ordening, komen vragen over hun rol als adviesorgaan, over het belang en de kracht van hun adviezen. De adviezen worden in het keurslijf van een eng kaveldenken geduwd, waarbij ecologische effecten en mobiliteitskwesties weinig ruimte krijgen. Vragen over ongepast lobbywerk en deontologie leven ook daar. Ze worden maar in een zeer late fase bij dossiers/projecten betrokken, als de grote lijnen toch al allemaal vaststaan en de besluitvorming al zeer ver gevorderd is. Waarom geen structureel overleg tussen SOGent en de GECORO organiseren bijvoorbeeld, van in de beginfase van ontwikkelingen?

Kortom, de deontologische code voor betrokken mandatarissen dient aangescherpt te worden. Maar ook andere sporen dienen verkend te worden om belangenvermening tegen te gaan. Hieraan sleutelen kan alleen maar stappen vooruit betekenen voor de ruimtelijk kwaliteit van het architectuur- en dito ruimtelijk beleid in Gent.

De deontologische commissie heeft geen macht om ‘mandatarissen-misdrijvers’ te bestraffen. Dat kan enkel kan door een tuchtprocedure bij minister Homans, die nog niemand heeft aangevraagd. Maar als voorgaande sporen verkend worden en hun neerslag kennen in het eindverslag, overstijgt men alsnog de huidige gang van zaken in de commissie zonder echt mandaat.

Kantelmoment

We kunnen dit momentum ook positief benaderen als een kantelmoment. Alle dossiers die de revue passeren, zijn grootschalige stadsprojecten uit het verleden. De kans op een andere toekomst en aanpak is nu. Naast een aanscherping van de deontologische code voor betrokken mandatarissen om toekomstige belangenvermenging tegen te gaan, vormen voorgaande sporen alvast concrete beleidshandvaten. Bovenstaande voorstellen zouden de schimmige besluitvorming en privatisering van processen counteren.

Maar Gent kan beter als gidsstad. Low Impact Man, Steven Vromman, besliste recent om uit de Gentse gemeenteraad te stappen. Zijn pleidooi voor burgerkracht en politiek herdenken op maat van de 21ste eeuw sluiten naadloos aan bij de grassroots geschiedenis van Gentse stadsvernieuwing tussen ’70 en ‘80. Op wijkniveau kennen we al experimenten met participatieve planning, ook met kleine burgerbudgetten als “wijk aan zet” en “tijdelijk ruimtegebruik”. Het ontbreekt echter aan participatieve planning op stadsniveau.

In Barcelona en Madrid worden onder vrouwelijke burgemeesters van ‘BComú’ en ‘Ahora Madrid’ experimenten opgezet rond strategische stadsplanning via platforms als 'Decidim Barcelona'. Burgers en middenvelders worden gezien als medevormgevers en mede-eigenaars van de stad, waarbij het doel van ernstige participatie machtsdeling is.

Twee à drie keer per legislatuur, samen met het Gentse middenveld en actieve burgerbewegingen de Vooruit vullen om de toekomst van de stad te plannen? Dat daagt ook het Gentse middenveld uit om van onderuit een sociaalecologisch stadsproject uit te denken. Het voorbeeld van het GMF en Unizo Gent bij ‘The Loop’ indachtig, is er draagkracht, engagement en expertise om een politiek stadsproject van onderuit op te bouwen. Avanti!

 

LEES OOK