Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

'Schilder asielzoekers niet af als last, kijk ook naar kansen'

14 juli 2016 Bruno Meeus
7983421376_aa219793f1_k-2-compressor
G4S (Foto: Flickr CC)

Volgens jou was de privatisering van de asielsector in het VK al geruime tijd voor 2012 aan de gang. Een cruciale factor volgens jou is dat asielzoekers als ‘a burden’, een last worden afgeschilderd. Kan je dat uitleggen?

"Tot midden jaren '90 werd hier eigenlijk nooit over asielzoekers gesproken. Het was een woord dat mensen niet kenden. Pas eind jaren '90 begon men minder het woord ‘vluchteling’ te gebruiken, en had men het meer en meer over ‘de toenemende last’ van asielzoekers. Het idee van ‘een last’ is dan heel snel omgezet in het idee van een ‘kostenpost’ voor lokale besturen. Zo kom je dus terecht in een nogal enge financieel-economische logica. Met die logica in het achterhoofd is de Home Office in 2000 gestart met een eerste spreidingsbeleid in het VK. Men heeft geprobeerd om lokale besturen te overtuigen om zich aan te melden voor het spreidingsbeleid door hen een financiële incentive te geven. Het is op dat punt, denk ik, wanneer je begint met het aanmoedigen van lokale besturen om asielzoekers op te nemen en door hen een financiële motivatie te geven, dat het proces van vermarkting begint. Een aantal lokale besturen zag die verse stroom aan financiële middelen immers als een manier om geld te verdienen aan hun sociale huisvesting die ze anders aan de straatstenen niet kwijt kregen. Ze waren niet noodzakelijk geïnteresseerd om daar groot geld aan te verdienen. Maar door dat soort aanpak zie je dan wel dat het doorheen de tijd normaal wordt gevonden om winst te maken in het domein van asielopvang."

Het zijn dus de lokale besturen die eigenlijk het pad geëffend hebben voor verdere vermarkting?

"In het VK hebben ze een rol gespeeld in het legitimeren van asielopvang als een markt, inderdaad. Ze hebben vooral dat marktdenken niet gecontesteerd. Er is een punt waarop lokale besturen kunnen zeggen: “die mensen zijn geen last, ze zijn eigenlijk een goede opportuniteit, er gaan hier nieuwe gemeenschappen komen wonen, dat is erg exciting.” En sommige plaatsen deden dat wel wat, toegegeven. Maar er waren er ook heel wat die dat niet deden en die integendeel bleven herhalen "dat asielzoekers een last zijn, dat we dit moeten doen, dat het een verplichting is en dat het enige voordeel is dat we er wat geld aan kunnen verdienen." Je legitimeert dan dat soort taal. En als je dat 10-15 jaar blijft herhalen en wanneer het dan geprivatiseerd wordt, denkt niemand er nog anders over want er is altijd zo over gepraat. Het is een beetje zoals er hier over Europa wordt gepraat. Jarenlang werd de Europese Unie als de baarlijke duivel afgeschilderd. Begin er dan maar eens aan om daar positief over te praten. De huidige asielopvang vloeit dus voort uit de manier waarop er jarenlang over gesproken werd. Alleen zijn het nu geen tientallen lokale besturen meer die op een of andere manier financieel voordeel proberen te halen uit die contracten, maar drie multinationals die winst maken. Het is gewoon een extensie van een bestaande logica naar een nog meer winstgedreven model. Does that make sense?"

Zeker. En private bedrijven bieden dan bovendien de laagste prijs aan. Wie kan daar tegen zijn – is dat de volgende stap in de redenering?

"Ja. Het is inderdaad zo dat die bedrijven binnenkomen en de laagste prijs geven. Maar ik denk dat het ook past in een breder kader van neoliberalisering. Een van de dingen die vaak het vermarktingsproces versnellen is het idee van flexibiliteit. G4S en Serco kunnen binnenkomen en zeggen: "wij kunnen onder de prijs van de lokale besturen gaan in tijden van austeriteit, maar wij zijn ook flexibel." En dat is bijzonder belangrijk. Deels omdat de geschiedenis van het spreidingsbeleid in het VK erg bureaucratisch en traag is. Het wordt geassocieerd met stoffige lokale ambtenaren die vastgeroest zitten, niet in staat om snel te reageren. Daarnaast wordt flexibiliteit in toenemende mate gezien alsof het iets inherent is aan de asielsector. Het gaat altijd over uitzonderlijke situaties, over een crisis, ‘we weten nooit over hoeveel mensen het zal gaan in de toekomst’, dat soort dingen. In een context van uitzonderlijke antwoorden en kortetermijnbeleid is de aantrekkingskracht van flexibiliteit bijzonder sterk. En als dat frame van laagste prijs en flexibiliteit errond hangt, creëer je een perfecte omgeving voor privatisering."

Wat in het Belgische spreidingsbeleid meespeelde eind jaren ’80 was de fiscale crisis van een aantal steden. Veel mensen op de vlucht kwamen daar terecht en de steden hadden nood aan meer financiële bronnen. Maar in plaats van dat de suburbane gemeentes financieel zouden bijdragen, werd keer op keer geopteerd voor het spreiden van ‘de last’. Was het in het VK alleen Londen dat ‘gered’ moest worden?

"Toen er eind jaren '90 een toenemend aantal asielaanvragen was, kwamen de meesten binnen in het zuidoosten van Engeland. Als gevolg daarvan eindigden veel mensen wat verderop in Londen, maar ook in een aantal lokale besturen rondom de stad. Havenstadjes in het zuiden, zoals Dover, kenden hoge cijfers asielzoekers. In 1998 passeerde er een wet die de verantwoordelijkheid voor asielzoekers – die vaak in afschuwelijke armoede terechtkwamen – transfereerde naar de lokale besturen. En dat is, gedeeltelijk, van waar die bezorgdheid vandaan kwam."

"Enkele lokale autoriteiten in het zuiden zeiden in essentie: ‘wij hebben ladingen asielzoekers en nu zijn we wettelijk verplicht om er een of andere manier van zorg voor te voorzien, maar er is geen infrastructuur om dat te doen, en dat is onfair, want wij zijn overladen vergeleken met anderen.’ In plaatsen als Bournemouth en Plymouth werden asielzoekers in hotels gehuisd omdat dat de enige beschikbare accommodatie was en dat leidde, zoals je je wel kan voorstellen, tot tabloids die zich daarover drukmaakten. Zes maanden van dat soort headlines plus het gevoel van lokale politici dat ze onfair werden behandeld, bracht de overheid tot dit spreidingssysteem.

Het zou drie voordelen hebben. Eén: in het noorden had je regio’s in Schotland met leegstaande sociale huisvesting – echt slechte woningen, vergeet dat niet. Twee: je kon de mensen in het zuiden van Engeland tegemoetkomen. Drie: je kon Londen tegemoetkomen, omdat alles daar zo duur is dat eender wat van voorziening oprichten al enorm veel kost. Ik vermoed dat de oorsprong van dat spreidingsbeleid dus een beetje gelijkaardig is aan wat je beschrijft in het Belgische verhaal: een bezorgdheid in een klein aantal plaatsen, men voelt zich onfair behandeld, en er ontstaat een argument om te verspreiden."

En het is dus in die eerste periode van spreiding dat plaatsen zich gaan specialiseren in asielopvang, zoals je in een aantal artikels schrijft?

"Inderdaad. Lokale besturen schreven zich in om asielzoekers te huisvesten en kregen dan een vorm van financiële steun. Lokale besturen en ngo’s konden ook subsidies krijgen om bredere ondersteuning te bieden. Dat betekent het opzetten van vluchtelingen-gemeenschapsorganisaties, ondersteuning voor taaltraining, integratiewerk, dat soort dingen. Een soort sociale ondersteuningsinfrastructuur. In plaatsen waar je grote aantallen toewijzingen kreeg, zoals in Glasgow, zag je dan ook de groei van door de overheid gesubsidieerde organisaties die vluchtelingen ondersteunen. Maar daarnaast zag je ook doorheen de tijd de opkomst van lokaal gegroeide vluchtelingengemeenschappen. In een wijk in Glasgow is er bijvoorbeeld een Eritrese gemeenschap gekomen. Na verloop van tijd startte die haar eigen vrijwilligerswerk. Ook plaatsen zoals Bath werden goed ondersteund via allerhande subsidies en ondersteuningswerk en zij geraakten behoorlijk gespecialiseerd in dit werk. Je kon dus mensen in het lokale bestuur van Bath hebben die voordien geen enkel idee hadden over asielzoekers en vluchtelingen, maar die na vijf jaar experten werden in de kwetsbaarheden van mensen, in het juridisch systeem, al dat soort dingen."

Maar als dat tot zo’n mooie resultaten leidde, waarom is men die methode dan niet blijven volgen?

"Je moet dat zien in de toenmalige tijdsgeest, de algemene bezuinigingspolitiek die werd gevoerd met New Labour in de coalitie in de jaren 2000. Toen werden de subsidies voor lokale besturen bij elke hernieuwingsronde een beetje lager. Er was dus steeds minder geld te verdienen voor lokale besturen met het spreidingsbeleid. En dat maakte het minder aantrekkelijk.

Daar komt bij dat de lokale bevolking vaak weerstand biedt tegen de komst van asielzoekers. In een aantal plaatsen is die attitude helemaal omgeslagen door het werk van lokale besturen. Glasgow bijvoorbeeld, startte in een heel vijandige, xenofobe omgeving. Gedurende twee jaar waren daar behoorlijk wat racistische aanvallen op asielzoekers. Maar door het werk dat het lokale bestuur stak in dat soort conflicten, veranderde Glasgow in een eerder ondersteunende omgeving voor asielzoekers en vluchtelingen. Maar daarvoor heb je wel middelen nodig."

"Minder geld en ondersteuning zorgen ervoor dat de publieke steun voor vluchtelingen begint weg te vallen. Steden en gemeenten die van bij aanvang bij het spreidingsbeleid betrokken waren, kregen steeds minder zin om dat te doen. En nieuwe plaatsen wilden er niet van weten. Als je naar Lincoln ging, een stad in het oosten, en er vroeg of zij wilden registreren voor het spreidingsbeleid, dan zouden ze in 2000 misschien gezegd hebben: ‘wel, het is iets nieuws, we kunnen het een kans geven’. Maar nu absoluut niet. Omdat ze de erosie van de ondersteuning hebben zien gebeuren op andere plaatsen en de problemen die dat met zich meebracht. Dus je krijgt een soort gradueel wegglijden van dit soort aspecten."

En wat veranderde er dan juist in 2012?

"In 2012 zitten we volop in het austeriteitsdenken. Er moet bespaard worden. De asielsector is dan een erg gemakkelijk slachtoffer, want veel weerstand is daar niet. In 2012 werd beslist om de huisvesting van asielzoekers te privatiseren. Het zijn dus niet langer lokale besturen die mensen huisvesten maar G4S, Serco en Clearel. Zij hebben daarvoor rechtstreeks een contract met de Home Office. Maar dat heeft belangrijke consequenties. Het overheidsbudget dat nu in asiel wordt gestoken, eender welke winst die daar nu op wordt gemaakt, vloeit niet terug naar een of andere vorm van ondersteuning van asielzoekers of van lokale gemeenschappen. Voordien konden lokale besturen die winst – die ze bijvoorbeeld uit het verhuren van sociale woningen haalden – opnieuw zelf capteren. De lokale besturen hebben binnen het asielsysteem nu geen vorm van financiële steun meer voor asielzoekers omdat ze er technisch gezien niet meer verantwoordelijk voor zijn. Maar ook op andere vlakken verliezen ze in de huidige context financiën, dus waarom zouden ze nog iemand ondersteunen met expertise in asiel als ze er eigenlijk geen formele verantwoordelijkheid meer over hebben?"

"De grote consequentie daarvan is dat het ‘institutioneel geheugen’ van zo’n lokaal bestuur wordt weggesneden. De mensen die voordien in het lokale bestuur de asielproblematiek opvolgden, verdwijnen. Ofwel verhuizen ze naar een ander werkgebied binnen het lokale bestuur waar nog wel financiën voor zijn. Je kon een expert zijn in asiel en nu werk je voor onderwijs of gezondheid. Of ze verhuizen naar de private contractanten, G4S, Serco enzoverder. En dan krijg je hele eigenaardige taferelen. In eerste instantie is die expertise natuurlijk welkom in die bedrijven. Maar ze blijken die expertise te ‘downloaden’ en hen vervolgens buiten te zetten na 6 maanden of een jaar omdat ze nu de expertise hebben. Nog een optie, die mensen verhuizen van de lokale besturen naar de private bedrijven met het idee dat ze de situatie daar kunnen verbeteren, ze denken dat ze ‘privatisering met een menselijk gelaat’ kunnen doen, maar na een half jaar zijn ze weer weg omdat ze hun geduld verliezen, dat gebeurde in een aantal cases die ik ken."

Wat bedoel je juist met dat institutioneel geheugen?

"Wat er eigenlijk gebeurt in die lokale besturen is dat de expertise van mensen die vaak 10, 15 jaar hebben gewerkt in het domein van asiel verdwijnt. Het zijn mensen die niet alleen expertise hebben over het asielsysteem maar ook over de lokale context. Ze kennen de gemeenschappen, de huisdokters, de scholen. Al dat soort kennis raakt verloren en dat is heel moeilijk om te vervangen. Grote multinationals zoals G4S en Serco kunnen in zo’n lokale context wel wat mensen binnenbrengen die kennis hebben over huisvesting. Maar die mensen weten misschien wel iets over huisvesting in Johannesburg, in Seattle of Stoke, maar ze werken nu in Glasgow en hebben geen benul van de lokale context en de lokale politiek. Dat is een nuance waar lokale besturen goed in waren om dat te doen. Dat is waar hun expertise is. De persoon die in gezondheid werkt, kent de persoon die in onderwijs werkt, kent de persoon die voor de politie werkt omdat ze allemaal in hetzelfde gebouw of in dezelfde organisatie werken. En dat is de manier waarop het zou moeten werken om effectief te zijn. Ik wil daarmee niet zeggen dat het altijd op die manier werkte natuurlijk. Maar nu geraakt dat soort dingen verloren, ‘the soft stuff’ in essentie, geraakt verloren. En het heeft tien, vijftien jaar geduurd om dat op te bouwen!"

En wat met de subsidies voor sociale ondersteuningsinfrastructuur? Zijn die ook stopgezet?

"De privatisering gebeurde een jaar later in 2013. Voordien hadden organisaties zoals de Refugee Council en Refugee Action contracten met de Home Office om bijvoorbeeld drop-ins te voorzien. Als ik een asielzoeker was, dan kon ik iemand ontmoeten, een keer per week, in een community centre in Manchester, en ze zouden hulp bieden. In 2013 werd hier ook op bespaard. De contracten gingen naar een bedrijf met de naam ‘Migrant Help’. Zij bieden in feite enkel een telefoonnummer aan. Je krijgt geen face-to-face, je krijgt iemand aan de telefoon. Behalve als je extreem kwetsbaar wordt geacht. In dat geval zal er een face-to-face meeting worden georganiseerd. Er zijn vier levels van kwetsbaarheid en ze bepalen die wanneer je aan de telefoon bent. Vier levels van kwetsbaarheid voor mensen die bijna automatisch kwetsbaar zijn, dat is slightly ridiculous!"

Dus deze contracten zijn eerder een soort orgelpunt van een proces dat al langer aan de gang is?

"Het is een symptoom van een groter probleem. Het probleem is dat asielzoekers gezien worden als een last en daarom als iets dat moet verspreid worden of gemanaged met zo weinig mogelijk impact op de samenleving. Accommoderen op zo’n manier dat het kleinst aantal mensen wordt gestoord en niet op een manier die de kwetsbaarheid en de noden van deze mensen reflecteert. En dat is het bredere probleem. Je hebt een systeem dat mensen opvang geeft enkel en alleen omdat er een wettelijke verplichting is, de Conventie van Genève. En je wilt het niet doen op een manier waarop die mensen zich comfortabel zouden voelen omdat je niet wil dat de tabloids op een of andere manier zouden schrijven dat er een genereus beleid wordt gevoerd. Dat is problematisch, want men schiet hiermee in eigen voet. Dit soort beleid verwaarloost de noden en kwetsbaarheden van deze mensen, het is niet in het voordeel van asielzoekers en vluchtelingen."

"Maar het is ook niet in het voordeel van ‘de Britten’ zelf, omdat door het niet voorzien van ondersteuning voor deze mensen – dokters, sociale economieën, noem maar op – je het ook niet voorziet voor de lokale gemeenschappen waarin deze mensen worden ‘gespreid’. Je creëert samenlevingsproblemen. Je voorziet geen ondersteuning om netwerken en connecties en solidariteiten te vormen in zo’n lokale context. Al dat soort positieve dingen krijgt geen mogelijkheid om tot stand te komen. De vragen voor ondersteuning van deze mensen moeten niet weggeserveerd worden met het argument dat dat politiek moeilijk ligt omdat dat ‘enkel iets voor asielzoekers is’. Nee, het moet gaan over hoe hier collectieve vooruitgang geboekt kan worden. Zodat mensen, buurten en steden daar voordeel uit halen."

"Het is de enige manier waarop spreidingsbeleid goed kan werken. Wanneer lokale gemeenschappen inzien dat zij iets te winnen hebben, samen met de asielzoekers. Dat is ook wat heeft gewerkt in het verleden. Er zijn positieve uitkomsten geweest. En dat terwijl het Britse systeem er eigenlijk tot dusver bijna alles aan gedaan heeft om dat te vermijden."

Het idee van asielzoekers als last moet dus verdwijnen, maar hoe lanceer je een alternatief discours?

"Om te beginnen: stop met het idee van een last. Dat is op zich al moeilijk. Ik heb daar de laatste jaren wel wat rond gedaan in de media en het is echt moeilijk om daar niet in terecht te komen. Omdat het zo ingebakken zit in de discussie. Zelfs organisaties die het opnemen voor vluchtelingen gebruiken het omdat het iets vanzelfsprekend is geworden. Vervolgens: op een andere manier nadenken over waar dit eigenlijk over gaat. Er zijn opportuniteiten die met spreiding meekomen, of opportuniteiten bij het herhuisvesten van vluchtelingen. Dat is meer dan de ‘morele verplichting’ waarover het nu met de huidige vluchtelingencrisis zo vaak gaat."

"Eens die mensen aankomen en ze krijgen de status van vluchteling, dan zullen ze zich vestigen in een bepaald gebied. Dat produceert nieuwe opportuniteiten. Culturele diversiteit langs de ene kant – we kunnen daarover discussiëren of dat nu goed is of niet, ik ben vrij duidelijk langs welke kant ik sta, maar je gaat daar natuurlijk niet iedereen mee overtuigen - maar het kan evengoed mogelijkheden openen voor nieuwe economieën, nieuwe migranteneconomieën in het bijzonder, ondernemerschap, onderwijsniveaus etc. Een injectie van ondernemende geesten voor tal van relatief arme wijken in het VK."

"Ik wil dit idee ook niet over-romantiseren, in de zin dat het allemaal ondernemers gaan worden en nieuwe migranteneconomieën. Wat ik wil zeggen is: asiel komt met uitdagingen maar het komt ook met kansen, en we horen eigenlijk nooit iets over de kansen. Er zijn veel manieren waarop dit spreidingsverhaal geen gemakkelijk proces is. Het probleem met ‘last’ is dat het al die andere opportuniteiten ontkent en enkel focust op het economisch perspectief in de zin van ‘de kosten’ of het ‘probleem’. Kortom, kijk naar de mogelijkheden."

Jonathan Darling onderhoudt een blog over asielbeleid. Lees hier een meer academische uitwerking.

 

LEES OOK