De opwarming van de aarde: niet voor groene rakkers

2

Waarom is het zo moeilijk om mensen te overtuigen dat onze planeet opwarmt en dat dit onze menselijke beschaving in gevaar brengt? En waarom word je geconfronteerd met een spervuur van vijandigheid en ontkenning als je dat probeert?

Pieter Boussemaere

Pieter Boussemaere

Vooral in de Verenigde Staten krommen psychologen en sociologen al jaren hun rug over die vragen. Ze zien meerdere oorzaken, maar over het algemeen wijzen ze de zogenaamde culturele cognitie theorie aan als belangrijkste verklaring. Die theorie stelt dat mensen wetenschappelijke resultaten altijd eerst proberen in te passen in hun bestaande wereldbeeld. Als dat niet meteen lukt – als de nieuwe feiten botsen met hun ideologie of heersend wereldbeeld – is de kans reëel dat ze zelfs objectief juiste informatie als “foutief” van de hand doen en ontkennen. Dat blijkt ook op te gaan voor de klimaatproblematiek.

Onderzoek leert bijvoorbeeld dat vooral extreem gelovige mensen moeite hebben met de notie klimaatopwarming. Zij kunnen zich immers niet inbeelden dat god dergelijke catastrofes zou toelaten of dat de mens in staat is de door god gecreëerde natuur te veranderen.

Zo weten we ook dat vooral mensen met een hiërarchisch, individualistisch wereldbeeld (conservatief rechts) sceptisch staan tegenover de klimaatopwarming – in de VS gaat het dan met name over de republikeinen. Zij willen dan weer het huidige economische systeem niet in vraag stellen en zijn als de dood voor meer regelgeving en overheidsbemoeienissen.

Slecht gevoel

In beide gevallen verstoren de gevolgen van de klimaatopwarming een bestaand wereldbeeld. Het stelt neurologisch gegroeide denkkaders ter discussie, wat voor cognitief ongemak en een slecht gevoel zorgt. Het mag en kan dus niet bestaan. Als er dan twijfel gezaaid wordt over de klimaatopwarming dan springt men daar dankbaar op om de waarheid niet onder ogen te hoeven zien.

De twijfelindustrie doet dus in wezen niets anders dan argumenten verschaffen aan zij die hun bestaande wereldbeeld willen rechtvaardigen, ook al staan die argumenten haaks op de wetenschappelijke consensus. Bovendien versterkt de ontkenningsindustrie ook het groepsgebeuren, waardoor ontkenners hun gelijk voortdurend bevestigd weten.

Maar ook milieubewegingen gaan niet helemaal vrijuit. Omstreeks 2005 trokken ze het klimaatlaken definitief naar zich toe. Vandaag zijn er wereldwijd bijvoorbeeld meer dan vijfhonderd milieuorganisaties die campagne voeren rond het thema. En dat was in zekere zin een kwalijke evolutie, want de klimaatopwarming is daardoor niet langer een allesomvattende, geopolitieke en economische kwestie. De link tussen milieubewegingen en de klimaatopwarming is vandaag zo dominant dat momenteel veel mensen de problematiek (onbewust) reduceren tot een zoveelste milieuprobleem.

Milieucrisis

Bovendien haakten milieubewegingen er ook hun wereldvisie, hun verhalen en hun metaforen aan vast. ‘De klimaatopwarming werd zo de grootste milieucrisis van onze tijd, waarover milieucorrespondenten berichtten in speciale milieurapporten, die in milieuwetten zijn gegoten via milieubeleid dat tijdens grote milieuspeeches en milieuconferenties tot stand is gekomen. Het klimaat moest nu beschermd en gered worden door anders te gaan leven, allerlei welvaart-producten te bannen en met tal van kwalijke gewoontes te stoppen. Zo niet dreigden rampen en catastrofe.’

Volgens de Britse auteur George Marshall slaat die beeldvorming misschien aan bij milieuactivisten, maar zorgt het langs de andere kant voor een diepe kloof met het brede publiek dat niet vertrouwd is met de typische beeldspraak en retoriek van milieubewegingen. Bovendien was hun overwicht vanaf 2005 zo overweldigend dat alternatieve denkkaders en beelden erdoor ondergesneeuwd raakten of geen kans kregen zich te ontwikkelen.

Logisch dus dat de ontkenningsindustrie vooral die mensen aanspreekt die geen band hebben met milieubewegingen en alles waarvoor ze staan. De monopolisering door milieubewegingen reduceerde de klimaatopwarming dan ook tot “hun probleem, niet dat van ons”. En dat terwijl de aanpak van de klimaatopwarming een samenwerking vereist van ongeziene omvang.

We hebben dus meer dan ooit nood aan een alternatief klimaatverhaal. Een klimaatverhaal dat ons niet langer opzadelt met een persoonlijk schuldgevoel. Een klimaatverhaal dat zich op de eerste plaats richt tot onze politieke leiders. Een klimaatverhaal waarbij de mate van persoonlijke opoffering in verhouding staat ten opzichte van de klimaatwinst die je er uithaalt. Zo komen oproepen om minder vlees te eten, de auto zoveel mogelijk thuis te laten, minder kinderen op de wereld te zetten, een extra trui te dragen, … zelfs niet in de buurt van een duurzame oplossing. Meer zelfs, ze wekken vooral weerstand op. De klimaatopwarming uitsluitend overlaten aan “groene rakkers” is dan ook een “recipe for disaster”.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Pieter Boussemaere

Auteur en historicus Pieter Boussemaere doceert klimaat- en wereldgeschiedenis aan de Hogeschool VIVES, afd. Brugge. Daar ontdekte hij dat de klimaatkennis bij onze jongeren en toekomstige leerkrachten, ondanks de vele media-aandacht, bedroevend laag en zelfs veelal foutief is. Zijn uitgaves ‘Eerste hulp bij klimaatverwarring. Waarom de opwarming van de aarde veel meer is dan een milieuprobleem’ (Davidsfonds, 2015) en ‘De aarde warmt op door een gat in de lucht. Een onderzoek naar de klimaatkennis van de Vlaamse leerkracht in opleiding’ (VIVES, 2016) spelen daarop in. Pieter Boussemaere schreef eerder al ‘De langste reis’ (Davidsfonds, 2012) en is al jaren een veel gevraagd spreker. Momenteel werkt hij ook als woordvoerder van Transform3, platform klimaatneutrale economie.
‘Tien klimaatacties die werken’ verscheen in 2018. Meer informatie op www.10klimaatacties.be