Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Peut-on critiquer Bart De Wever?

26 maart 2015 Jelle Versieren
Jelle
Jelle Versieren
Jelle
Jelle Versieren

Twee dagen later. Terzake biedt een open podium aan Bart De Wever. Geen andere gasten aan tafel. De Antwerpse burgemeester bevestigt het oude partijdiscours: racisme is een relatief gegeven, Vlaanderen kent geen structureel racisme, en minderheden hebben sociale en economische ondergeschiktheid aan zichzelf te danken, omwille van het uitdragen van onverzoenlijke culturele opvattingen en het weigeren de individuele tekortkomingen onder ogen te zien.

Mea culpa?

Bart De Wever had dus in zijn initiële versie de doelstelling om opnieuw politieke tegenstanders te representeren als deel van het probleem. De N-VA bood daarentegen een gloednieuw project aan: zakelijk, realistisch, ten strijde voor de harmonische samenleving (het kostbare weefsel). In de tijdspanne tussen versie een en versie twee werd duidelijk gebikkeld binnen de partijgelederen. Immers, hielden zijn verklaringen niet een impliciete mea culpa in, omdat de N-VA reeds een decennium zelf aan het roer stond als beleidspartij? En werd de achterban nu niet tot introspectie gedwongen, vermits de eigen attitudes tegenover het achtergestelde slachtoffer ook het bestaan van discriminatie bewerkstelligden? De N-VA moest plots kiezen tussen zichzelf te representeren als zweep- of beleidspartij.

Het was hoog tijd, zoals Yves Desmet in De Morgen stelde (25/3), om de rechterflank te sussen. In de nieuwe versie werden alle clichés bovengehaald: “bepaalde minderheden” lokken racistische reacties uit door hun “onaangepastheid” aan “onze normen en waarden”. Dit bleef het officieel partijstandpunt, vermits Siegfried Bracke gelijktijdig het Gentse stadsbestuur beschuldigde onterecht repressief op te treden tegen vormen van discriminatie op de arbeids- en vastgoedmarkt.

De Franse Revolutie en citoyenneté

Terwijl in de initiële versie De Wever poogde zijn conservatieve gedachtegoed te laten sporen met het idee van gelijke burgerrechten - hoewel hij elke afwijking van de complete assimilatie beschouwt als niet-valabele politieke aberraties - was in de georkestreerde tweede versie geen sprake meer van formele gelijkberechtiging. Niet alleen is assimilatie een conditio sine qua non, expliciete vormen van exclusie door de eigen achterban worden ontdaan van elke ethisch bevraging en wettelijkheid. Discriminatie wordt dus officieel erkend als een formele ongelijke behandeling tussen enerzijds een volledig rechtsindividu, en anderzijds een tweede partij die geen onvoorwaardelijke aanspraak meer kan maken op zijn of haar rechten.

Maar het is juist de staat die in zijn onpartijdigheid deze onvervreemdbare grondrechten garandeert. In De Wevers betoog is het de staat, die, in zijn willekeur, al dan niet beslist om aan een individu rechten toe te kennen.

De goedkeuring van legale vormen van discriminatie met als basis een extra-legale legitimatie (de arbitraire wenselijkheid van gedrag door het individu bepaalt zijn rechten) geeft blijk van een conservatieve politieke agenda. Deze vaststelling is niet nieuw. Ico Maly heeft reeds in zijn werk N-VA: analyse van een politieke ideologie (2012) aangetoond dat de partij de grondfundamenten van de Franse Revolutie met de voeten treedt. Terwijl De Wever beweert de westerse beschaving te verdedigen, negeert hij haar moderne oorsprong.

Het waren juist de Franse revolutionairen, strijdend tegen de willekeur van de absolutistische staat en haar fundamenten van privileges en cliëntelisme, die voor een politiek breukmoment hadden gezorgd: het individu werd een burger (citoyen), die formele rechten bezat compleet gelijk aan deze van zijn medemens. De legitimiteit van een staat stond of viel met de goedkeuring van alle burgers, en kon maar wettelijk optreden indien de gelijke grondrechten werden gerespecteerd. Dit staat haaks op De Wevers bewering dat discriminatie relatief is, vermits een rechtstaat niet bij machte is om willekeurige inbreuken op de formele gelijkheid tussen burgers te wettigen.

De Engelse Revolutie

Wanneer de Franse Revolutie niet volstaat als historisch oordeel over De Wevers politieke agenda, kan ook de Engelse casus worden aangehaald. Het land van ideologische bondgenoot David Cameron. Tussen 1790 en 1840 voerden elites en de laagste klassen een ongezien harde strijd, wat het land op de rand van een burgeroorlog bracht. De Engelse oligarchische staat erkende niet het legale bestaan van loonarbeid. Voor de wethouder was een loonarbeider iemand die in directe afhankelijkheid van zijn werkgever leefde. Deze afhankelijkheid maakte dat de loonarbeider zich niet kon beroepen op zijn politieke rechten. Hierdoor kon hij niet, als volkomen rechtsindividu de wet inroepen om misbruiken van veelal economische aard aan te klagen. Het kostte veel bloedvergieten en tonnen moed vooraleer de staat loonarbeiders als legale categorie aanzag.

Schoppen naar beneden

Dat De Wever een scherp onderscheid maakt tussen burgers op basis van bedenkelijke categorieën is allerminst nieuw. Zijn onderscheid tussen “vlijtige Aziaten” en “recalcitrante Berbers” is een import uit de politiek vervlakte Verenigde Staten. Rechts, meer specifiek de Fox News ankers, beschouwen discriminatie ook als een relatief gegeven. Zij schuiven de flagrante discriminatie tegen de Afro-Amerikaanse onderklasse onder de mat door te wijzen naar burgers met een Japanse of Chinese achtergrond. Immers, zo wil het Fox News cliché, heeft deze bevolkingsgroep zich wel eigenhandig opgewerkt als een welvarend deel van de middenklasse. Racisme is dan ook voor Amerikaans rechts een gevolg van mentaliteitsverschillen tussen geëssentialiseerde cultuurkenmerken van diverse minderheden.

Wat De Wever gemeen heeft met Europees Nieuw Rechts, is zijn vrijgeleide aan een deel van de economisch onder druk gezette middenklasse, arbeiders en precariaat om te schoppen naar beneden. Schoppen naar een geculturaliseerde en geëssentialiseerde categorie van burgers, die niet mogen appelleren naar hun formele rechten. Het politieke conflict draait niet meer rond cruciale economische tegenstellingen (klassenverhoudingen, vrijgeleide voor fiscale ontwijking voor de meest begoeden, de stagnatie en zelfs neerwaartse spiraal van het looninkomen), maar wordt “overgedetermineerd” door geculturaliseerde concepten. Dit is wat de Franse filosoof Louis Althusser displacement noemde: de intensiteit van sociale tegenstellingen zijn altijd meer voelbaar in een welbepaald maatschappelijk veld, bijvoorbeeld in dit geval het culturele. Maar voor De Wever is het van primair belang om wat zich op het culturele veld afspeelt los te koppelen van andere velden, zoals het legale veld (de aangehaalde burgerrechten) of de economie (culturele groepen die zichzelf kunnen beschouwen als economisch achtergestelde klassen).

Exclusie en de fata morgana van culturele privileges

De Wever wenst openhartig het culturele verschil te verabsoluteren, de geëssentialiseerde “wij” tegen “zij”. Hij geeft aan zijn eigen achterban, duidelijk heterogeen qua economische achtergrond, een gevoel van culturele superioriteit, en bestraft minderheden die reeds in een benarde materiële situatie zitten. Exclusie op grond van culturele conventies blijkt electoraal zeer lonend te werken. De strategie van polarisering zorgt ook voor een ongewenst neveneffect: zowel zijn eigen achterban als tegenstanders beschouwen culturele categorieën als de reële maatschappelijke scheidingslijn: “de Berber is gepredetermineerd om meer crimineel te zijn” versus “blanke werknemers hebben a priori onaantastbare privileges”.

Het anekdotisch aanhalen van individuele ervaringen hebben in de massamedia de tendens om deze geculturaliseerde tegenstelling te bevestigen: “Ik ken geen enkele Aziaat met problemen.” Deze culture war is gebaseerd op ideologische fata morgana’s en wordt bestendigd door flinterdunne faits divers.

LEES OOK