Filosofisch activisme voor het algemeen belang: occupy reflection space

 Leestijd: 5 minuten4

Klimaatverandering, milieuvervuiling, extreme armoede, economische crisis, uitbuiting van arbeiders in sweatshops, overproductie en verspilling van voedsel en goederen, onderdrukking van minderheden en religieuze, etnische en andere sociale conflicten … : de wereld en de mens is er slecht aan toe. Bij de burgers die het geluk hebben in een democratie te leven is het wantrouwen tegenover het politieke systeem en de politieke partijen groter dan ooit. Politici lijken meer bezig met elkaar en met hun bevriende consultants en privéondernemers dan met de mens en het milieu.

Gaston Meskens

Gaston Meskens

Op wereldvlak lijkt de patstelling totaal. Nationale overheden sluiten diplomatische halfslachtige of lege akkoorden af rond wereldproblemen zoals klimaatverandering of armoede en raken tegelijk meer en meer verwikkeld in onfrisse relaties met de grote spelers van de markt. Het wantrouwen van de burger, waar ook ter wereld, slaat om in frustratie en boosheid. Mensen stellen zich vragen bij de zin van verkiezingen en organiseren zich dan maar zelf. Ze engageren zich in protestacties, maar steken ook vrijwillig en solidair de handen uit de mouwen in lokale burgerprojecten: geefpleinen, voedselbedeling en collectieve ecologische moestuinen, maar ook kritisch activisme dat op basis van studie politici confronteert met het problematische van hun beleid rond bijvoorbeeld mobiliteit.

Maar vrijwilligerswerk is zwaar, en protesten lopen vaak vast of doven uit. En dan rijst de vraag: wat rest ons nog? Solidariteit hier onder ons, en met de kwetsbare medemens ver van ons, is een essentie van ons humaan bestaan, maar anderzijds begrijpen we ook dat solidariteit de hebzuchtigen niet tot inkeer brengt, en dat initiatieven van vrijwillige zelforganisatie niet per definitie mooi als puzzelstukken in elkaar vallen. En ook de geëngageerde activist zal bevestigen dat we niet alles zelf kunnen en willen doen: niet iedereen heeft een tuin, en iemand moet die laptop, die fiets en die goedkope jeans maken, en die belastingen en sociale zekerheid regelen.

Een politiek organiseren van onze maatschappij op een verantwoordelijke en redelijke manier is dus meer dan ooit nodig, maar hoe zit het dan met de bijdrage van de ontevreden of gewoon bezorgde burger aan die politiek? Vandaag kan via internet elk kritisch argument vanop elke plaats van de wereld geformuleerd, gelezen en becommentarieerd worden, en kan elke georganiseerde actie met genoeg ‘nieuwswaarde’ het wereldnieuws halen. Enerzijds zijn de mogelijkheden om onze stem te laten horen dus groter dan ooit, maar anderzijds hebben we meer dan ooit het gevoel dat er een systeem aan het werk is dat ons overkomt en manipuleert, en waarin we niet kunnen ingrijpen. Hoe kunnen we in deze wereld nog een betekenisvol punt maken, in de zin van een argument dat het potentieel heeft om iets ten goede te veranderen?

Als het vertrouwen in de politiek op een dieptepunt zit, dan is de opdracht duidelijk: op zoek gaan naar een politiek overleg dat, voorbij de strijd tussen partijdige visies en beloftes, op zich door haar methode vertrouwen wekt. Als ‘filosofisch activist’ wil ik graag met de lezers van Apache.be op zoek naar de theoretische wortels en de praktische mogelijkheden van deze nieuwe noodzakelijke vorm van overleg, niet alleen vanuit een academisch perspectief of vanuit mijn lokale sociale omgeving, maar ook vanuit 15 jaar ervaring als onderzoeker en NGO afgevaardigde in de globale onderhandelingen rond duurzame ontwikkeling, klimaatverandering en nucleaire wapenwedloop gefaciliteerd door de Verenigde Naties. Het is geen zoektocht in het wilde weg, want ik vertrek van drie voor mij essentiële uitgangspunten (die door de kritische lezers natuurlijk praktisch of filosofisch in twijfel mogen getrokken worden).

Ten eerste moeten we rekening houden met het feit dat de wereld geglobaliseerd is en dat zaken van algemeen belang meer dan ooit met elkaar in verband staan. Daarom zal die nieuwe vorm van overleg moeten vertrekken vanuit het globale perspectief, maar dan wel met aandacht voor de lokale context en vanuit de noodzakelijke voorwaarde van lokale participatie.

Het tweede uitgangspunt is dat de noodzaak van de globale dimensie ons de kans geeft om drie humanistische principes als fundamenteel voorop te stellen: (1) de erkenning dat onze aarde een gemeenschappelijk bezit is waar we gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn, (2) de erkenning dat mensen in hun diversiteit uniek zijn, en dat vanuit dat perspectief alle mensen gelijk en evenwaardig zijn en elke politieke claim op ‘collectieve identiteit’ bij voorbaat verdacht is. Tenslotte is er (3) de erkenning dat zorg voor duurzaamheid en welzijn moet vertrekken vanuit pacifisme, en nooit via militair conflict of op basis van defensie kan bereikt worden. De redelijkheid van die principes geeft ons de vrijheid om ze als fundamenteel voorop te stellen, en het is aan diegene die ze in twijfel trekken om te ‘bewijzen’ waarom ze niet zouden gelden.

Het derde uitgangspunt is het droge argument dat de sociale en ecologische uitdagingen vandaag zo complex en zo verweven zijn dat onze traditionele vormen van politiek overleg en het traditionele spel van de markt niet meer toereikend maar eerder tegenwerkend zijn. Er is niets mis met het idee winst, maar we moeten inzien dat een vrije markt nooit haar eigen ethische grenzen kan bepalen. En democratie via partijpolitiek en via globale onderhandelingen gefixeerd op staatssoevereiniteit werken geen vertrouwen maar eerder protectionisme en polarisatie in de hand.

Wat is dan het alternatief? Dat zal altijd een combinatie van lokale zelforganisatie en pragmatisch politiek overleg ‘op een hoger niveau’ zijn. Als mens en burger hebben we gemeenschappelijke belangen, maar ze zijn ofwel vanzelfsprekend in hun praktische noodzakelijkheid (primaire behoeften zoals voeding, water en onderdak) ofwel vanzelfsprekend in hun universele wenselijkheid (welzijn, geluk). Tussen de praktische noodzaak van overleven en de universele wens van welzijn en geluk zit een variatie van zaken die we belangrijk vinden en een variatie van visies op hoe we ons in die zin best organiseren.

Die organisatie is een zeer complexe zaak, niet alleen omdat dingen op een complexe manier met elkaar in verband staan, maar ook omdat we bij evaluaties moeten rekening houden met feitelijke onzekerheden en ongekenden en met de verschillende waarden die we bij die evaluaties belangrijk vinden. Geen enkele politieke ideologie blijkt zaligmakend, en als er ingewikkelde technische beslissingen moeten genomen worden, kan wetenschap ons wel opties beschrijven, maar ons meestal niet helpen om een keuze te maken. Politicus, wetenschapper, ondernemer, burger, filosoof of activist: niemand heeft de ultieme waarheid in pacht, en iedereen die het geluk heeft van elementaire mensenrechten te kunnen genieten moet eigenlijk toegeven dat zijn of haar belangen niet relatief maar wel speculatief zijn, in de zin dat ze beschouwend zijn, en op veronderstelling en context berustend.

Daarom gaat democratie initieel over de mogelijkheid om aan iedereen de kans én de verantwoordelijkheid te geven om over de eigen belangen en die van de medemens te reflecteren in functie van het algemeen belang. De methode van democratisch overleg die door haar vorm vertrouwen wekt, is daarom een methode die iedereen het recht geeft om verantwoordelijk te zijn. Kritiek met betrekking tot de praktische realiseerbaarheid hiervan is relevant, maar wordt verdacht als ze bedoeld is om het principe op zich onderuit te halen.

In drie sessies zal ik deze redeneringen verder uitwerken, hopelijk niet als monoloog, maar ook op basis van reflecties van uw kant. Eerst kijken we op welke manier activisme goed is voor de democratie. Dan zal ik nagaan wat het eigenlijk betekent als we zeggen dat de zaken complex zijn, en tenslotte schets ik wat het zou impliceren om iedereen dat ‘recht om verantwoordelijk te zijn’ te geven. Omdat we pragmatisch en kritisch proberen te zijn kunnen we ons ook een dosis ideologie permitteren. Dat evenwicht is het enige alternatief voor cynisme. Daarna trekken we tot eind 2015 ‘het veld in’ en stel ik u van daaruit op regelmatige tijden bedenkingen voor die mij relevant lijken in die zoektocht naar een beter beleid.

Welk veld? Dat van de globale onderhandelingen rond duurzame ontwikkeling zoals momenteel geleid door de Verenigde Naties. Dat is natuurlijk niet het enige relevante veld, maar het biedt een goed uitgangspunt om dingen in perspectief te zien. In consultatie en dialoog met de VN lidstaten en duizenden NGO’s bekijkt de VN momenteel wat er is terechtgekomen van de millenniumdoelstellingen en wat er moet volgen als die doelstellingen in 2015 ‘aflopen’. Het alternatief vanaf 2015 zal een nieuw proces rond duurzame ontwikkeling zijn dat zich essentieel baseert op mensenrechten en globale zorg voor het leefmilieu, en dat praktische en doenbare maatregelen moet vooropstellen waar iedereen kan achter staan. Tenminste: dat is de bedoeling, maar het zou te gemakkelijk zijn om daar nu al gewoon sceptisch over te zijn, zowel voor mezelf als voor u als lezer en partner in de dialoog.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Gaston Meskens

Gaston Meskens is kernfysicus, filosofisch activist en kunstenaar. Als onderzoeker in de moraalfilosofie bij de Universiteit Gent en als vertegenwoordiger van het Centre for Environment and Development bij de Verenigde Naties werkt hij rond het begrip van duurzame ontwikkeling vanuit het perspectief van mensenrechten.