Globalisering, persoonlijk en dichtbij

Frederik Polfliet
aarde wereld
MO*-journalist John Vandaele onderstreept naast de economische samenhang, de sterke ecologische en sociale interdependentie van vandaag. (Alyssia Wilson (Unsplash))

Wanneer je al een flink stuk bent opgeschoten in de ferme klepper van John Vandaele (1959), lees je dat wanneer de auteur in 2003 aan de slag gaat als journalist bij MO* de missie van dat blad erin bestaat om inzicht te verschaffen in de globalisering. Wel, dat is exact wat de auteur ook met zijn boek De melkboer en de geschiedenis doet. Vandaele tekent het relaas van zijn eigen familie- en levensgeschiedenis op en leert ons zodoende te begrijpen hoe de wereld geworden is zoals ze is.

Aanvangen doet hij met een portret van het landelijke en autarkische bestaan van zijn grootouders in de jaren 30 op hun hoeves in West-Vlaanderen. Oorden waar de wereld bedrieglijk klein en eenvoudig leek. Want Vandaele brengt in herinnering dat het proces waardoor goederen, geld, mensen, informatie, beelden, ... makkelijker van het ene land naar het andere kunnen – zoals hij globalisering omschrijft – toen al lang was ingezet.

Zo was ook een schijnbaar solitair gehucht in Oostrozebeke ingebed in een wereldwijd economisch netwerk. De dominante West-Europese staten hadden op dat moment zowat de hele wereld gekoloniseerd. “De auto’s reden met aardolie die westerse bedrijven voor een prikje oppompten in het Midden-Oosten. Het rubber van mijn vaders fietsbanden of de banden van de auto waar de familie zo trots op was, kwam uit Belgisch-Congo.”

De schaduwzijde van de gulle jaren

Ook wanneer hij over de naoorlogse gouden jaren van zijn ouders vertelt, zoomt Vandaele uit om dat eenzijdige succesverhaal wat bij te stellen. Zo wijst hij op het prijskaartje dat aan deze uitzonderlijke economische bloei hing. Want die ongeziene welvaart hier was reeds toen onlosmakelijk verbonden met de ongelijkheid elders. Statistieken van de Verenigde Naties over armoede en honger in de wereld gaven aan dat in 1970 bijna een vierde van de wereld honger leed.

John Vandaele: 'We vonden onszelf ook moreel en cultureel zo superieur dat onderdrukking en overheersing konden worden voorgesteld als een beschavingsmissie'

Met een tante als missionaris, kreeg Vandaele wel het besef binnen dat er plaatsen waren waar mensen het duidelijk minder goed hadden. Alleen werd dat nog niet bezien vanuit de ongelijke koloniale machtsverhoudingen. Zo werden de moeilijkheden van Congo eerder als een beschavingsprobleem voorgesteld.

“We vonden onszelf, dankzij onze economische en technologische superioriteit, ook moreel en cultureel zo superieur dat onderdrukking en overheersing met wat goede wil en een blinde vlek hier en ginder, konden worden voorgesteld als een beschavingsmissie. Dat verklaart waarom de handen hakkende koning Leopold II overal in België standbeelden kreeg, ook al werd hij door een internationale campagne als een te wrede heerser uit zijn Congolese privébezit verdreven.”

Naast de ongelijkheid tussen ontwikkelingslanden en rijke landen vestigt Vandaele eveneens de aandacht op de opkomende milieubeweging die reeds in de jaren 70 wees op de ecologische keerzijde van de consumptiemaatschappij.

Thatcher en Reagan

Uit protest tegen de westerse steun aan Israël zette in 1973 de Arabische wereld olie in als een politiek wapen. Met het olie-embargo drong de wereldpolitiek in alle huishoudens binnen. De in de jaren 60 uitgebouwde verzorgingsstaat kwam onder druk te staan. Zo verviervoudigde de werkloosheid in België tussen 1973 en 1981.

Vandaele – zelf werkloos als afgestudeerde psycholoog in de eerste helft van de jaren 80 – beschrijft in zijn boek hoe die hoge werkloosheid een domper zette op het toekomstperspectief van jongeren. Maar de economische malaise werd volgens hem ook aangegrepen om het samenspel tussen overheid en markt te herdenken.

John Maynard Keynes was out: de staat moest minder tussenkomen en de markt moest meer kunnen spelen.” Margaret Thatcher in het Verenigd Koninkrijk en Ronald Reagan in de Verenigde Staten stonden in die jaren symbool voor het neoliberale offensief. Een tijdperk van liberalisering van het handelsbeleid, deregulering van de economie en privatisering van overheidsbedrijven brak aan. Met de implosie van het communisme kon dit soort marktdenken zich bovendien over heel de wereld verspreiden.

De twee wereldoorlogen, schrijft Vandaele, hadden de in de negentiende eeuw in gang gezette globaliseringsgolf afgeremd. Na de Tweede Wereldoorlog wilden de communistische of socialistische landen – met de reuzen India en China erbij nagenoeg de helft van de wereld – een ander economisch systeem uitbouwen.

Daarom sloten ze zich af van de stromen goederen en geld uit het Westen en beletten ze emigratie van hun mensen naar dat Westen door middel van muren en ijzeren gordijnen. Met de val van de Berlijnse Muur in 1989 kwam daar echter een einde aan. De deuren ging wereldwijd open.

Met het pragmatisme van hervormer Deng Xiaoping nam China al eind jaren 70 afstand van de marxistische centrale planning waar de staat alle economische beslissingen nam. Al hield het ook afstand van de blinde marktverafgoding, die de markt niet langer als instrument maar als dogma zag.

Ongelijkheidskapitalisme

Met het Wereldhandelsakkoord GATT van 1994 en de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) stuurde de westerse wereld onder impuls van de Verenigde Staten aan op een neoliberale globalisering. Als we de markt maar wereldwijd ongestoord haar gang lieten gaan zou alles goed komen, heette het.

Onder de zogeheten Washington Consensus werden ook ontwikkelingslanden aangejaagd om de taak van de overheid in de economie toe te spitsen op het bevorderen van marktwerking. Vandaele spreekt over de totstandkoming van een ongelijkheidskapitalisme waarin de ongelijkheid tussen de landen wel kleiner wordt, maar de ongelijkheid binnen de meeste landen eerder toeneemt.

In zijn boek bespreekt hij uiteraard hoe die 'marktradicale' vorm van globalisering van meet af aan fel gecontesteerd werd door het andersglobalisme en hoe we die tegenbeweging vooral niet mogen gelijkstellen met de modieuze antiglobalistische eigen-volk-eerst-variant.

Misschien had Vandaele in dezen nog wat meer helderheid kunnen scheppen. Want net zoals er naast een mondiaal multicultureel kapitalisme ook een kapitalisme met uitgesproken culturele kenmerken bestaat in naties zoals China en India, zouden we ook nog een onderscheid kunnen maken tussen universalistisch links en antiglobalistisch/nationalistisch links.

'Een systeem dat de input van zijn vrij denkende burgers wantrouwt en onderdrukt, verliest veel', schrijft John Vandaele over het China van Xi Jinping

Veel aandacht – hoe zou het ook anders kunnen – besteedt Vandaele aan China, “dat vandaag alle hoeken van de wereld binnenwaait”. Het is het voorbeeld bij uitstek van een ontwikkelingsland dat immens profijt trok uit het economisch globaliseringsproces. Het land kende de afgelopen vier decennia een spectaculaire economische groei en kon zo honderden miljoenen mensen uit de armoede te halen.

Volgens Vandaele – die het land meermaals bezocht en goed kent – heeft China zich echter zo snel kunnen ontwikkelen omdat het een eigen model hanteert. Het land is geen democratie waar het volk zijn leiders kiest. Daardoor kan de politiek makkelijker langetermijndoelen vooropstellen en nastreven. De politieke economie laat bovendien, naar aloude Chinese traditie, toe dat de staat de economie aanstuurt.

Achteraf bekeken was Deng’s pragmatische keuze voor economische vrijheid zonder politieke vrijheid een zeer belangrijke beslissing die de eenentwintigste eeuw mee vorm zou geven. Vandaele vermeldt de verdiensten van China, maar idealiseert het land geenszins. “Een systeem dat de input van zijn vrij denkende burgers wantrouwt en onderdrukt, verliest veel." Ook Xi Jinpings groeiende machtsconcentratie roept volgens Vandaele heel wat vragen op.

Globaliseringsoptimisme bij De Morgen

Het boek werpt ook licht op de impact van die globale tendensen op het Vlaamse perslandschap. Vandaele articuleert hoe de invloed van de economische globalisering zich doorheen de jaren ook liet gevoelen in de journalistiek.

Zo schrijft hij dat toen hij als freelancejournalist in 1994 begon te werken voor De Morgen, zijn lijfblad merkbaar coulanter was geworden tegenover de ondernemingswereld en de markteconomie. Analyses die het economische systeem kritisch bekeken, lagen volgens hem gevoelig.

Wanneer hij nog een paar jaar later voor dezelfde krant komt aandraven met een verhaal over de arbeidsomstandigheden in de Aziatische textielsector, valt de nieuwe chef economie daar zowat uit de lucht. “Zover waren we gekomen. Het blad dat, bij wijze van spreken, ooit was opgericht door Gentse textielarbeiders, had nu een chef economie die amper besef had van de arbeidersmiserie in dezelfde sector aan de andere kant van de wereld.”

Die evolutie zette zich volgen Vandaele in de jaren die volgden alleen maar verder door. Want wanneer hij in 2007 zijn boek De stille dood van het neoliberalisme wat voor het voetlicht probeert te brengen bij De Morgen, krijgt hij van de adjunct-hoofdredacteur te horen dat de krant de economie niet langer problematiseert.

John Vandaele
John Vandaele springt behendig van het lokale naar het globale en van de kleine geschiedenis naar de grote geschiedenis.

Gents ‘wijkbos' in Congo

Aan het einde van zijn boek onderstreept Vandaele naast de economische samenhang, de sterke ecologische en sociale interdependentie van vandaag. “Zowel de pandemie als de klimaatverandering bedreigen werkelijk álle mensen.”

Een uitdaging daarbovenop: overal kan men gewag maken van een wedergeboorte van vriend-vijandschema’s. Maar internationale samenwerking ziet hij als de enige weg vooruit om de gezamenlijke uitdagingen aan te pakken.

John Vandaele: 'We moeten – zoekend en tastend – een economie bouwen die binnen bepaalde ecologische grenzen blijft'

Vandaele vermeldt alvast enkele mooie staaltjes van lokale initiatieven als een antwoord op de grote, wereldwijde uitdagingen. Want acties aan de ene kant van de wereld kunnen ook positieve gevolgen hebben voor de mensen aan de andere kant van de wereld.

Zo vermeldt hij de ngo Faja Lobi, een bosbouwproject opgestart door Gentenaar Jurgen Heytens dat Congolezen betaalt om in Congo bomen te planten. Vandaele en een aantal buren financieren samen de bouw van een bos in Congo ter grootte van hun Gentse wijk Macharius-Heirnis. “Want is het niet onvermijdelijk dat we de Congolezen betalen om hun ‘long van de wereld’ zoveel mogelijk intact te houden, als we een galopperende opwarming willen voorkomen?”

In diezelfde Gentse wijk huist de buurtwerking De Buren van de Abdij, die ook aan de basis van ligt van Energent, een coöperatie die spaargeld van burgers bijeenbrengt om te investeren in hernieuwbare energie en energiebesparing, en waar Vandaele voorzitter van is. We zijn dus niet machteloos en we kunnen allemaal lokaal handelen vanuit de samenleving, luidt de boodschap.

Al moet daarnaast volgens Vandaele ook de politiek het economische systeem bijsturen om tot een markteconomie te komen die burgers beschermt tegen de onzekerheden van het leven, maar ook de ecosystemen vrijwaart waarvan we afhankelijk zijn.

“We moeten – zoekend en tastend – een economie bouwen die binnen bepaalde ecologische grenzen blijft. Als we inkomensgroei niet kunnen loskoppelen van milieuschade, zullen we moeten leren leven zonder groei. Dat zal vereisen dat we beter leren delen”, schrijft hij.

Welbeschouwd bepleit Vandaele een grotere rol voor de overheid om tot een meer sociale en economische globalisering te komen. Hij suggereert dat de wedijver met China ons daarbij kan helpen. “Het kan ons genezen van neoliberaal dogmatisme. We kunnen de ongelijkheid, de vergiftiging van de informatiehuishouding, het klimaatprobleem, de machtsconcentratie bij grote techbedrijven én de competitie met China niet aanpakken zonder een sturende staat. De markt alleen kan dat niet.”

De melkboer en de geschiedenis
'De melkboer en de geschiedenis' van John Vandaele is verschenen bij EPO.
LEES OOK
Frederik Polfliet / 27-09-2022

Dirk Tieleman: ‘Net als van het Midden-Oosten willen we van Rusland niks begrijpen’

De oud-VRT-journalist pleit voor meer westerse terughoudenheid en minder interventiepolitiek.
Dirk Tieleman
Frederik Polfliet / 05-09-2022

Caroline de Gruyter: 'De EU is economische reus, maar geopolitieke dwerg'

Journalist Caroline de Gruyter overschouwt het Europese politieke slagveld van de laatste jaren.
Caroline de Gruyter
Frederik Polfliet / 09-04-2021

Het geopolitieke ontwaken van Europa

Historicus Rob de Wijk vreest een door China gedomineerde wereldorde. Hij verlaat zich op Europa om als machtsblok weerwerk te bieden.
a017-eberhard-jan19-eu-flag