Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De opkomst en val van het anarchisme: de Spaanse Burgeroorlog

16 juli 2021 Tanguy Verbeke
Spaanse Burgeroorlog
Na de Burgeroorlog vluchten vele anarchisten uit Spanje. Zij die blijven, worden onverbiddelijk vervolgd, opgesloten en omgebracht door het regime van Franco. (CC BY-SA 4.0 International Center of Photography / Magnum / Robert Capa (Wikimedia))

Tot de eerste helft van de negentiende eeuw werd de term ‘anarchie’ herleid tot zijn Griekse oorsprong. Met het prefix ‘a-‘ (afwezigheid van) en ‘arch’ (leiderschap), stond het voor een gebrek aan leiderschap of wanorde. Vanaf 1840 krijgt het woord echter een nieuwe betekenis dankzij de Franse denker Pierre-Joseph Proudhon. Voor hem betekent het anarchisme als politieke filosofie dat de heersende politieke, economische en religieuze orde vervangen moet worden door een mutualistisch systeem, waarbij burgers op solidaire en gelijke basis samenwerken, zonder relatie werkgever-werknemer. Dit moet op termijn leiden tot een nieuwe maatschappelijke structuur - de federatie - die wordt opgebouwd door het volk zelf, op lokaal niveau.

Later zal de Russische filosoof Michail Bakoenin die anarchistische idee als grondslag gebruiken van de Eerste Internationale van 1864, een internationale vereniging van vakbonden die de emancipatie van de arbeiders verdedigde tegen het kapitalisme. Karl Marx is ook lid van de Eerste Internationale. Gaandeweg zal zijn doctrine botsen met het anarchisme.

Daar waar het communisme volgens Marx de “dictatuur van het proletariaat” als nieuwe staatsstructuur nastreeft, doorheen een gecentraliseerde partij die alle politieke macht uitoefent, wil het anarchisme komaf maken met elke staatsvorm en het principe van rechtstreekse democratie invoeren. Daarbij is het volk direct betrokken bij het beleid, zonder politieke partijen als tussenfiguren.

De groeiende spanning tussen beide ideologieën zal uiteindelijk in 1889 leiden tot de opsplitsing van de Eerste Internationale. Die definitieve breuk tussen communisme en anarchisme zal tijdens de Spaanse Burgeroorlog een grote invloed hebben.

De voorgeschiedenis van het anarchisme in Spanje

In de tweede helft van de negentiende eeuw is Spanje grotendeels agrarisch en georganiseerd volgens een feodaal systeem. Enkel in Catalonië komt de industrie gaandeweg op. Op een kort republikeins intermezzo na (1873-1874), is de monarchie aan de macht, gesteund door de alomtegenwoordige katholieke Kerk. Vanaf 1868 sijpelen de ideeën van de Eerste Internationale Spanje binnen. In de 78 jaar die volgen tot de burgeroorlog breidt het anarchisme in Spanje zich uit tot een beweging met honderdduizenden, zelfs miljoenen aanhangers. Tijdens die periode zal de beweging regelmatig strijd voeren tegen het gezag. Dat gebeurt bijvoorbeeld tijdens La Semana Trágica (De Tragische Week) in juli 1909, wanneer in verschillende Catalaanse steden revolutionaire comités ontstaan, die de Spaanse regering echter al snel neerslaat.

Een drijvende kracht achter deze regelmatige opstanden en protesten is La Confederación National del Trabajo (De Nationale Arbeidsconfederatie), een anarchistische vakbond die op 1 november 1910 in Barcelona wordt gesticht. De CNT staat voor antiparlementarisme en apolitisme en drukt zijn overtuigingen door via opstanden, algemene stakingen, boycots en indien nodig sabotage en aanslagen. Vanaf 1910 gaat de CNT steeds meer een sturende rol spelen in Spanje als socio-economische revolutionaire beweging, met in 1936 zo’n 1,5 miljoen aanhangers, van wie de helft in Catalonië. Rond die periode is de CNT een van de grootste en meest gestructureerde vakbonden ter wereld.

De aanleiding tot de staatsgreep

Sinds 1931 is Spanje weer een republiek. Begin 1936, in een klimaat van politieke en economische instabiliteit, beslist president Niceto Alcala Zamora om nationale verkiezingen uit te roepen. Verschillende Spaanse linkse partijen verenigen zich tot één kartel, het Frente Popular of Volksfront. De socialisten van de PSOE, de communisten van de PCE, de socialistische vakbond UGT en de marxistische-trotskistische POUM zijn de belangrijkste partijen van het Volksfront. De CNT, die zelf geen lijst voorstelt, roept op om te stemmen voor het Volksfront. Dat is een historische gebeurtenis: gezien haar apolitiek karakter had de CNT tot dan haar leden steeds aangespoord tot onthouding bij verkiezingen. Ditmaal begrijpt de CNT echter dat een overwinning van de rechtse partijen de deur zou openzetten voor het fascisme, dat in heel Europa aan een opmars bezig is. De steun van de CNT is beslissend voor het Volksfront, dat zonder veel overschot de overwinning behaalt.

Ondanks deze doorslaggevende bijdrage, slaagt de CNT er niet in om haar positie aan de onderhandelingstafel te verstevigen. Dat gebrek aan politiek vernuft en strategisch inzicht zal de anarchistische vakbond nog veel parten spelen tijdens de burgeroorlog zelf.

Het politieke programma van het Volksfront is heel gematigd vergeleken met de radicale hervormingen die de anarchisten willen doorvoeren. Toch vreest men aan de Spaanse rechterzijde voor een revolutionaire golf. Daarom zet José Maria Gil-Robles, de leidersfiguur van de rechtste partijen, een samenzwering op poten om de regering van het Volksfront ten val te brengen.

De eerste maanden van de burgeroorlog

Het zijn uiteindelijk de generaals Mola en Sanjurjo die op 17 en 18 juli 1936 een militaire putsch op gang brengen. Pas op het laatste moment schaart Francisco Franco zich achter hen. De poging tot staatsgreep faalt, maar zorgt er wel voor dat Spanje in twee delen uiteenvalt: het nationalistische/fascistische blok en het republikeinse blok. De hoofdstad Madrid blijft dan wel in republikeinse handen, de regering van het Volksfront raakt wel volledig gestabiliseerd.

Dat de putsch mislukt, is helemaal de verdienste van de daadkrachtige reactie van het volk, dat, aangespoord door de anarchistische beweging, de weerstand organiseert. Dit was bijvoorbeeld het geval in Barcelona, waar de CNT-militanten onder leiding van Buenaventura Durutti de fascistische troepen terugslaan. De nederlaag luidt het einde in van het nationalistische rebellenleger in Catalonië.

CNT
Op 1 november 1910 wordt in Barcelona de anarchistische vakbond La Confederación National del Trabajo opgericht (Wikimedia)
vrouwelijke soldaten anarchistische beweging spaanse burgeroorlog
Dat de putsch mislukt, is helemaal de verdienste van de daadkrachtige reactie van het volk, dat, aangespoord door de anarchistische beweging, de weerstand organiseert (Google Art Project / Wikimedia)

Voor de anarchisten wordt Barcelona in de eerste maanden van de burgeroorlog het symbool van de nieuwe samenleving. Georges Orwell, die zelf aan de Spaanse Burgeroorlog deelneemt als buitenlandse vrijwilliger in de militie van de POUM, geeft in Homage to Catalonia een sfeerbeeld van deze harde tijden, die desalniettemin gepaard gaan met een nooit eerder ervaren gevoel van fundamentele vernieuwing:

Vlees was er amper en melk was bijna onvindbaar, er was een gebrek aan kolen, suiker en benzine, en een nijpend tekort aan brood […] En toch, voor zover men kon oordelen, waren de mensen tevreden en hoopvol. Er was geen werkloosheid en de prijs van het leven was nog steeds extreem laag […] Boven alles was er een geloof in de revolutie en de toekomst, een gevoel van plots uitgekomen te zijn in een tijdperk van gelijkheid en vrijheid. […] In de barbierszaken waren er anarchistische pamfletten (barbiers waren voor het merendeel anarchisten) die plechtig uitlegden dat barbiers niet langer slaven waren. Op straat waren er kleurrijke affiches die prostituees opriepen om niet langer prostituees te zijn. […] Kerken hier en daar werden systematisch afgebroken door werkmannen. […] Elke winkel en café had een opschrift dat zei dat het gecollectiviseerd was geweest... […] Obers en ambulante verkopers keken jou recht in het gezicht aan en behandelden je als een gelijke. Niemand zei ‘Señor’ of ‘Don’ of zelfs ‘U’; iedereen noemde iedereen ‘Kameraad’ en ‘Jij’ en zei ‘Salud!’ in de plaats van ‘Buenas Dias’.

Een nuchtere geest leest in deze fragmenten pure symboliek en revolutionaire romantiek, maar dat neemt niet weg dat de anarchisten inderdaad verschillende maatschappelijke fundamenten helemaal ondersteboven haalden. Een aantal spraakmakende initiatieven:

  • De CNT richt in Catalonië het Comité voor Economie op, dat meer dan 75% van de bedrijven collectiviseert: bars, restaurants, hotels, bouwwerven, mijnen, fabrieken, spoorwegen, trams, bussen, telefooncentrales, openbare nutsvoorzieningen worden allemaal beheerd door de arbeiders en de werknemers zelf, zonder daling in productiviteit of rendement. Een gelijkaardige beweging van collectivisering vindt ook plaats in andere regio’s van Spanje, zoals Comunidad Valenciana en Murcia.
  • Opnieuw in Catalonië, waar de CNT ook verantwoordelijk is voor de bevoorrading, sticht ze het Wisselbureau: het principe van geld als betaalmiddel wordt vervangen door een systeem van ruilhandel. Op die manier slaagt het Catalaanse Wisselbureau erin om goederen uit te wisselen met andere Spaanse regio’s voor een totale waarde van 300 miljoen pesetas, zonder nog maar één bankbiljet of muntstuk te verroeren. 
  • Ook in Aragon slaagt de gevechtskolonne van Buenaventura Durutti erin om de fascisten terug te drijven. In elk bevrijd dorp ontstaan boerencomités, die in overleg beslissen om de gronden als één gezamenlijk goed te beschouwen, de productie te verdelen volgens de noden van elk individu, pensioenen uit te keren en alfabetiseringscampagnes op te starten. In meer dan 800 dorpen en steden worden volgens die logica communes opgericht.

De dubbele strijd van het anarchisme

Aan de kant van de nationalisten is tegen eind 1936 generaal Franco helemaal op de voorgrond getreden als de Caudillo, dé leider. Het Spaanse conflict heeft een sterke internationale weerklank en gevestigde fascistische regimes in Duitsland en Italië steunen Franco. Ze sturen in overvloed manschappen en militair materiaal richting Spanje.

De internationale steun voor de republikeinen is niet zo eenduidig en effectief. Van overal ter wereld stromen er linkse vrijwilligers naar Spanje om Internationale Brigades te vormen en zo te strijden met hun Spaanse kameraden, maar geen enkele staat steunt de republiek onvoorwaardelijk. De socio-economische hervormingen die de anarchisten hebben geleid, zijn dan ook een schok voor landen als Groot-Brittannië en Frankrijk, die veel kapitaal hebben geïnvesteerd in het sterk geïndustrialiseerde Catalonië. Zij hebben baat bij een gematigde Spaanse republiek, die de essentie van de kapitalistische economie niet omver wil gooien.

De anarchistische hervormingen zijn een schok voor Groot-Brittannië en Frankrijk, die veel kapitaal hebben geïnvesteerd in het sterk geïndustrialiseerde Catalonië

Ook de Sovjet-Unie is, op het eerste zicht paradoxaal genoeg, helemaal geen voorstander van een revolutie geleid door het Spaanse volk. Als men echter terugdenkt aan de bitsige ideologische strijd die communisten en anarchisten hebben gevoerd binnen de Eerste Internationale, wordt duidelijk waarom Stalin een klassieke republiek verkiest in Spanje: directe democratie, waarbij het volk rechtstreeks het beleid bepaalt, ligt volledig in strijd met de visie van een sterke staat geleid door één centrale, communistische partij. Daarbovenop wilt Stalin bondgenoten zoals Frankrijk (in die tijd is er van het Duivelspact tussen nazi-Duitsland en de USSR nog geen sprake) niet tegen de schenen schoppen door een revolutie te steunen die een rechtstreekse bedreiging vormt voor het Franse kapitaal in Spanje.

De politieke evolutie in Spanje zal tegen eind 1936 helemaal in de kaart spelen van de communisten van de PCE: op 4 november wordt in Madrid een nieuwe nationale regering gevormd, aangestuurd door de socialist Francisco Largo-Caballero (PSOE). De anarchisten beleven een nieuwe politieke première: voor het eerst nemen ze deel aan een nationale regering, doorheen de aanstelling van vier ministers, onder wie de eerste vrouw ooit in een Spaanse regering, Federica Montseny. Deze regeringsdeelname zorgt voor een waar schisma binnen de rangen van de CNT, waar boegbeelden zoals Buenaventura Durutti de politieke deelname van de CNT beschouwen als een verloochening van de apolitieke basisprincipes van het anarchisme. Voorstanders als CNT-secretaris-generaal Horacio Prieto zien in de regeringsdeelname dan weer de mogelijkheid om controle te voeren over het beleid en ervoor te zorgen dat het revolutionaire elan van de republiek behouden blijft.

De onenigheid onder de anarchisten, die andermaal te wijten is aan hun gebrek aan politiek realisme, wordt perfect uitgespeeld door de communisten binnen de regering. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de hervorming van het republikeinse leger: de Spaanse communisten worden gesteund vanuit de Sovjet-Unie en tekenen het kader uit van dit nieuwe leger, waarin ook de milities van de CNT worden ondergebracht, alsook de strijders van de POUM, de partij die qua revolutionaire visie het meeste aansluit bij de anarchisten. In de praktijk worden deze milities door deze militaire hervorming lamgelegd: ze worden onttrokken van de frontlinie en worden amper bevoorraad en bewapend, dit terwijl Stalin de andere eenheden van het republikeinse leger wel voldoende en degelijk materiaal toestuurt

De doctrine van de communisten en de socialisten luidt op dat moment: “Eerst moet de oorlog tegen de fascisten koste wat het kost gewonnen worden, de revolutie zal wel later volgen.” De Spaanse communistische partij wint tegelijk steeds meer aan aanhangers, vooral onder de vrije beroepen, de kleine handelaars en de middenklasse. Dit lijkt andermaal helemaal tegenstrijdig, maar toont aan in welke mate ook die sociale klassen een afkeer voelen voor de radicale hervormingen van de anarchisten.

Dat het communisme zelfs aanhang vond bij de kleine handelaars en middenklasse, toont aan in welke mate die sociale klassen een afkeer voelen voor de radicale hervormingen van de anarchisten

Ondanks pogingen van de CNT om contrarevolutionaire maatregelen van de communisten en socialisten binnen de regering tegen te werken, heeft de CNT steeds minder impact op de beleidsvorming binnen de republiek. In de nationale regering van Largo-Caballero vermenigvuldigen de conflicten zich en ook binnen de regionale regeringen krijgt de CNT steeds meer tegenwerking, ook van regionalistische partijen, onder andere in Catalonië en in het Baskenland.

Het hoogtepunt van de interne conflicten vindt plaats op 2 mei 1937, wanneer in Catalonië straatgevechten ontstaan tussen enerzijds de milities van de CNT en de POUM en anderzijds de communisten, de socialistische vakbond UGT en de Catalaanse separatisten. Deze gebeurtenissen zijn tekenend voor de dubbele strijd die de anarchisten moeten voeren: tegen Franco en tegen hun eigen ‘bondgenoten’ van de republiek zelf. Een tweede burgeroorlog wordt vermeden, maar de regering van Largo-Caballero valt op 15 mei 1937. Ook stapt de CNT uit de regering.

De nederlaag van de republiek

In de twee komende jaren sleept de burgeroorlog zich langzaam maar zeker naar een overwinning van de fascisten. Het republikeinse leger, ondanks een gecentraliseerde organisatie en de militaire steun uit de Sovjet-Unie, wordt qua slagkracht overtroffen door de troepen van Franco en zijn bondgenoten. Niet enkel de revolutie van de anarchisten, maar ook het voortbestaan van de republiek tout court lijkt hoe langer hoe meer gedoemd te zijn.

In de tussentijd blijven de anarchisten van de CNT in hun eeuwig politiek dilemma verstrengeld en zijn ze niet in staat om een coherente lijn te volgen. Wel zetelt ze vanaf 8 april 1938 terug in de nationale regering, op basis van die ene gedachte die alle partijen binnen de republiek toch nog gemeen hebben: de eindoverwinning behalen tegen de fascisten.

De situatie wordt echter stilaan uitzichtloos: op 26 januari 1939 valt Barcelona en op 27 februari 1939 erkennen Engeland en Frankrijk de regering van Franco. Op 28 maart vallen de troepen van Franco Madrid binnen. Na de onvoorwaardelijke overgave van de Spaanse Republiek op 1 april 1939, is de Spaanse Burgeroorlog afgelopen.

Begin Spaanse Burgeroorlog
Juli 1936, het begin van de Burgeroorlog. Spanje valt uiteen in een nationalistisch (roos) en een republikeins (paars) blok (CC BY 3.0 NordNordWest (Wikimedia))
Map_of_the_Spanish_Civil_War_in_February_1939
Begin 1939 wordt de situatie uitzichtloos voor de anarchisten. Op 1 april is de Spaanse Burgeroorlog afgelopen. (CC BY-SA 3.0 NordNordWest (Wikimedia))

De invloed van de Spaanse Burgeroorlog tot op heden

Er volgt een lange, donkere nacht voor de Spanjaarden die tegen het fascisme hebben gevochten. Velen vluchten uit Spanje en diegenen die in het land blijven worden onverbiddelijk vervolgd, opgesloten en omgebracht door het regime van Franco. Spanje neemt tijdens de Tweede Wereldoorlog een neutrale positie in, maar stuurt wel de Division Azul (De Blauwe Divisie) naar het Oostfront in de strijd tegen ‘het goddeloze bolsjewisme’. Na de oorlog blijft het dictatoriale regime van Franco onaangetast en wordt het een toevluchtsoord voor menige ex-nazi’s en fascistische collaborateurs. Vanuit Mexico wordt in 1945 een Spaanse regering van nationale eenheid gevormd, die echter geen enkele rol van betekenis speelt. De dictatuur van Franco eindigt op 20 november 1975, wanneer de Caudillo overlijdt. Spanje wordt een parlementaire monarchie, met als nieuwe koning Juan Carlos I, nota bene door Franco zelf aangeduid als zijn opvolger.

Heden is de herinnering aan de burgeroorlog tegelijk heel gevoelig en levendig in Spanje. Dit wordt in 2019 nog aangetoond, wanneer de regering van de socialist Pedro Sanchez - net als zijn voorgangers Largo-Caballero en Negrin lid van de PSOE - beslist om het stoffelijk overschot van Franco te herbegraven. Tot dan lag hij begraven in de Valle de Los Caidos (de Vallei der Gevallenen), een gigantische begraafplaats die op zijn eigen bevel gebouwd werd voor meer dan 40.000 gevallen strijders van de burgeroorlog. De doden die er begraven liggen zijn grotendeels fascisten, maar ook republikeinen die zonder toestemming van hun families herbegraven werden. De verhuizing van Franco is een eerste belangrijke stap om op termijn de Valle de Los Caidos te laten evolueren tot een burgerlijke begraafplaats, waar de Spaanse Burgeroorlog op een pedagogische manier herinnerd zal worden.

Valle de Los Caidos
De Valle de Los Caidos werd op bevel van Franco gebouwd voor meer dan 40.000 gevallen strijders van de burgeroorlog (CC BY-SA 3.0 Jorge Díaz Bes (Wikimedia))

Ondertussen is het ontegensprekelijk dat de ooit zo sterke Spaanse anarchistische beweging niet meer de grootte noch de impact heeft als in 1936. Zo bestaat de CNT nog altijd, maar telt ze nog maar een duizendtal leden.

Desondanks blijven links-revolutionaire impulsen het maatschappelijke debat en de politiek in Spanje beïnvloeden en vormgeven, zoals doorheen de beweging van los indignados (de verontwaardigden) die in 2011 in Madrid gestart is en pleit voor een meer participatieve democratie, de oprichting van de radicaal-linkse partij Podemos, die ondertussen lid is van de Spaanse regering, en onlangs nog de vele protestacties rond de arrestatie van de Spaanse politieke activist en rapper Pablo Hasél.   

De heruitvinding van de democratie om haar dichter bij het volk te brengen was een van de belangrijkste inzetten van de Spaanse Burgeroorlog. De Spaanse anarchistische beweging heeft in 1936 een doorslaggevende bijdrage geleverd aan deze politieke vernieuwing en blijft tot op vandaag een bron van inspiratie voor al wie, in Spanje en daarbuiten, het principe van rechtstreekse democratie genegen is.

Tanguy Verbeke is ondernemer en heeft de voorbije jaren een uitgesproken interesse ontwikkeld voor socio-economische revoluties in de negentiende en twintigste eeuw, zoals de Spaanse Burgeroorlog, de anarchistische beweging rond Nestor Mancho in Oekraïne en de Parijse Commune.

Bronnen

Les anarchistes espagnols et le pouvoir, 1868-1969, César M. Lorenzo, Edition du Seuil, 1969

Homage to Catalonia, Georges Orwell, Will Jonson & Dog’s Tail Books, Middletown, 2018

Essays, Georges Orwell, Penguin Books

Ni Dieu, Ni Maître, une Histoire de l’Anarchisme, documentaire van Tancrède Ramonet, 2016

Vreugde én woede: waarom de verhuizing van Spaanse oud-dictator Franco een historisch moment is, Sven Tuytens, vrt.be. 

Spanje wil massagraven van burgeroorlog blootleggen en "waardig terugkijken op het verleden", Sara Van Poucke, vrt.be.

LEES OOK
2 REACTIES
Jeroen Reypens16-07-2021 18:33:05
Dag Tanguy. Heeft u ooit het boekje We the Anarchists! Van Stuart Christie gelezen? Dat is neergepend als een geschiedenis van de FAI, en dus ook de rol binnen het CNT en de Spaanse Burgeroorlog. Ik denk dat indien u dit nog niet kent het een heel interessant iets voor u zal zijn. Het is immers een kijk vanuit de Anarchistische zijde, daar waar een groot deel van de geschiedschrijving is gebeurd uit de Britse zijde, het goed kan zijn decandere kant ook eens vast te nemen.
Iets belangrijk dat zeker vermeld moet worden is het Non-Interventie plan over Spanje. Dit zorgde er immers voor dat de verschillende republikeinse facties geen oorlogsmateriaal konden bekomen, en waar dit wel gebeurde het enkel maar de lijn van Moskou was, maar de fascisten wel volop gesteund werden.
Met het 'proberen voorkomen' van groter conflict hebben de UK en Frankrijk hier dan ook exact gedaan wat ze met de Czechen deden,ven daarna de Polen. Net fascisme de overhand gegeven.
(De wijze les blijft hieruit dat een gedoogbeleid van fascisme enkel leid tot de groei hiervan.)
Theo Aerts18-07-2021 15:59:27
Proficiat aan de schrijver een knap objectief historisch wetenschappelijk werk. Ter info Een bron die voor de schrijver nuttig kan zijn : "Histoire Mondiale de L'anarchie" geschreven door Gaetano Manfredonia met voorwoord van Tancrède Ramonet uitg : arte editions