Vrees voor verschraling kunstenlandschap door nieuw Kunstendecreet

 Leestijd: 10 minuten3

Een limiet op kunstenaarsbeurzen, zoals het nieuwe Kunstendecreet voorziet, is contraproductief, zeggen artiesten. Beurzen zijn de enige aanwezige stimulans voor meer diversiteit in het kunstenlandschap en geven artiesten op verschillende momenten in hun carrière zuurstof. Artiesten pleiten net voor een flexibeler beurzensysteem.

Na de goedkeuring in de commissie Cultuur van het Vlaams Parlement op 1 april 2021 ligt het nieuwe Kunstendecreet in de komende weken ter stemming voor in de plenaire zitting van het Vlaams Parlement. Het decreet, waarvan de grote lijnen ontworpen werden door het kabinet van cultuurminister Jan Jambon (N-VA), legt verscherpte regels op voor kunstenaarsbeurzen. Voortaan blijven nog twee types van beurzen over: de beurs ‘opkomend talent’ voor maximum een jaar en de beurs ‘bewezen talent’ voor maximum drie jaar. Voor beide types voorziet het decreet in een forfaitair bedrag, dat de regering specifieert in een uitvoeringsbesluit.

De afgelopen weken werd nog druk onderhandeld over dit besluit, dat dus bepaalt hoe het decreet tijdens de rest van de legislatuur zal worden ingevuld. Voorbereidende nota’s en documenten hadden het over een beperking van het maximumbedrag voor een beginnersbeurs tot 5.000 euro, waarvoor een artiest bovendien hoogstens tweemaal in zijn carrière in aanmerking zou komen. De beurs ‘bewezen talent’ van maximum drie jaar zou – al dan niet aaneensluitend opgenomen – ten hoogste 30.000 euro bedragen, wat het maximumbedrag voor beurzen over een volledige loopbaan op 40.000 euro brengt.

In de wandelgangen klinkt het dat de Vlaamse Regering op een besluit afstevent met hogere bedragen. Ook het percentage voor beurzen en projectsubsidies van het totale kunstenbudget zou stijgen. Zelfs indien dat bewaarheid wordt, is dat allerminst een wissel op de toekomst, aangezien de komende Vlaamse Regeringen in telkens nieuwe uitvoeringsbesluiten de broeksriem kunnen aanhalen.

‘Neoliberale mantra’

Kritiek uit de sector van de artiestenorganisaties, maar ook van het Overlegcentrum Kunstenorganisaties (oKo) over (onder meer) het nieuwe systeem voor beurzen brachten het kabinet-Jambon en de meerderheid in de Commissie niet op andere gedachten.

Dat was eerder ook al niet het geval na het negatieve advies van de Strategische AdviesRaad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) dat hervorming van de beurzen “arbitrair” noemde. De opdeling tussen opkomend en bewezen talent gaat volgens de SARC “niet uit van een correcte analyse van de noden van het veld”.

Mulanga Nkolo (Mestizo Arts Platform): ‘Beurzen zouden breder toegankelijk moeten worden om verscheidenheid aan artistieke vormen en talen te waarborgen in onze samenleving’

Amendementen van oppositiepartijen Groen en Vooruit in de commissie Cultuur die tegemoetkwamen aan de kritiek uit de kunstensector werden weggestemd. Cultuursocioloog Rudi Laermans schreef afgelopen week in een vlammend stuk op Rekto:Verso dat “de krimp op het gebruik en de omvang van individuele beurzen aansluit bij de neoliberale mantra van de zelfredzame kunstenaar-als-ondernemer”.

Hoe dan ook kiest de Vlaamse Regering met het nieuwe decreet voor een fundamenteel gewijzigde visie op de kunstenaarsbeurs, schreven Dirk De Wit en Tom Ruette in een analyse voor Kunstenpunt. De overheid lijkt volgens hen “terug te keren naar het ondersteuningsbeleid uit de vorige eeuw, georganiseerd rond eenmalige prijzen”. Een vergelijking met Nederland en Denemarken wijst uit dat in deze noordelijke landen substantieel meer financiële middelen gaan naar beurzen.

Wat maakt beurzen zo essentieel in de ogen van de kunstenaars? Apache probeerde dat te achterhalen aan de hand van verschillende gesprekken met kunstenaars die ervaring hebben met het beurzensysteem.

Nieuw bloed voor meer diversiteit

Kunstenaar-scenograaf Jozef Wouters deed tijdens zijn nog jonge carrière al meermaals een beroep op het beurzensysteem (zie kader), maar benadrukt in de eerste plaats dat het op dit moment ons beste model is om ondersteuning te geven aan de diversiteit binnen ons kunstenveld. “Beurzen zijn absoluut noodzakelijk voor kunstenaars die afwijken van de dominante norm en die een atypisch traject lopen”, zegt Wouters. “Bijvoorbeeld omdat ze geen kunstonderwijs hebben gevolgd. Beurzen zijn een tool waarmee mensen op hun eigen voorwaarden kunnen deelnemen aan de kunstenwereld”, zegt hij.

Jozef Wouters: ‘Ik denk niet dat ons kunstenveld zal overleven, indien we niet als de bliksem maken dat veel meer mensen met veel meer verschillende achtergronden en trajecten toegang krijgen tot het kunstenveld’

De kunstenaar vindt dat het niet goed gesteld is met diversiteit in het Vlaamse subsidielandschap en noemt de plannen die nu op tafel liggen een gigantische stap achteruit. “Ik denk niet dat ons kunstenveld zal overleven, indien we niet als de bliksem maken dat veel meer mensen met veel meer verschillende achtergronden en trajecten toegang krijgen tot het kunstenveld. Anders maken we onszelf irrelevant”, zegt Wouters.

Jozef Wouters heeft met Decoratelier een residentiewerking opgezet waarbinnen elk jaar vijf jonge talenten met een klein budget kunnen werken. “Daarbinnen kreeg Amari de kans om zich te ontwikkelen. Amari startte vorig seizoen in het kader van de residentiewerking met een project voor queer personen van kleur, dat inmiddels verder is doorgegroeid. Wij hebben zijn aanvraag begeleid”, zegt Wouters.

Beurzen veronderstellen dat de administratie in zekere zin carte blanche geeft aan een kunstenaar. De artiest moet geen uitgebreide boekhouding bijhouden, en verbindt zich niet aan een productie of een resultaat in de vorm van een tentoonstelling, een opname, een reeks voorstellingen… Wouters zegt dat “voor kunstenaars als Amari een beurs op dit moment de subsidie is die het best bij hun praktijk aansluit, omdat ze echte autonomie krijgen, zonder al te veel bureaucratie”.

“Bovendien is Amari niet iemand die op dit moment kan of wil onderhandelen over co-producties met een bestaand groot huis”, gaat Wouters verder. “Voor zijn project is het van groot belang om in autonomie te kunnen beginnen, zonder op voorhand al iemand te moeten overtuigen. Misschien is dat een reden waarom het beleid er wat zenuwachtig van wordt? Een traject waarbij je geen boekhoudkundig verslag moet maken vraagt natuurlijk veel vertrouwen, maar dit lijkt me net een goede oefening voor alle partijen”, zegt Wouters.

Artiesten met een alternatief parcours

Mulanga Nkolo ondersteunt voor Mestizo Arts Platform’s WIPCOOP (Work In Progress Coöperatie) ontwikkelingstrajecten in de podiumkunsten. Ze heeft ervaring met opkomend talent, maar ook met artiesten die al een alternatief parcours achter de rug hebben. “Het gaat dan om artiesten die zich op autodidactische wijze ontwikkelen, of artiesten met een migratieachtergrond, die professioneel geschoold zijn in hun thuisland en die hier opnieuw moeten starten”, zegt Nkolo.

Mulanga Nkolo: ‘Beurzen kunnen een duw in de rug zijn van kunstenaars die autodidact zijn of zich via informele circuits hebben gevormd’

Nkolo stelde de afgelopen jaren vast dat als een artiest niet met reguliere vormen aan de slag gaat in het veld, het sowieso al minder makkelijk is om ingang te vinden in het systeem. Beurzen kunnen volgens Nkolo een duw in de rug zijn van autodidacten of mensen die zich via informele circuits hebben gevormd. “Het systeem van beurzen zou eigenlijk versoepeld moeten worden in plaats van verstrengd. Beurzen zouden breder toegankelijk moeten worden om verscheidenheid aan artistieke vormen en talen te waarborgen in onze samenleving.”

Zo wordt volgens Nkolo een diverser kunstenlandschap mogelijk. “Beurzen voor kunstenaars zijn geen vorm van liefdadigheid, maar een investering in de toekomst van een kunstenveld dat een weerspiegeling is van wat zich ontwikkelt en leeft in de samenleving. Om netwerken uit te bouwen is het beurzensysteem, naast residenties en steun van andere organisaties, een belangrijk middel om als artiest een professionele loopbaan uit te bouwen. Je kan immers niet meteen naar een productie ‘springen’”, zegt Nkolo.

Nkolo noemt het systeem van beurzen zeer geschikt voor de manier waarop zij met artiesten werkt. “Wij begeleiden heel wat artiesten die nog niet op de radar of in het vizier van de kunstenveld zijn gekomen. Omdat er nog geen ontmoeting is geweest, of omdat mogelijke partners elkaar nog niet kennen. Met een netwerk kan de artiest zich meer zichtbaar maken. Dat gebeurt via toonmomenten, door mensen uit te nodigen in de residentie … Dat is de manier om je loopbaan op te bouwen. Dat je contacten legt, dat je de plekken vindt, maar ook de financiële middelen hebt om je vrij te maken, niet alleen om te spelen , maar ook om te onderzoeken hoe je te werk wil gaan.”

Intussen beweegt wel wat in de wereld van het kunstonderwijs in Vlaanderen, meent Nkolo. “De kunstopleidingen zijn hun best aan het doen om de diversiteit van de samenleving aan bod te laten komen. Maar wij kunnen echt niet wachten tot die veranderingen zijn gebeurd.”

Langer volhouden

Katrien Reist beschreef afgelopen maand in een opinie in De Standaard hoe belangrijk  beurzen zijn voor de artistieke sector. “Voor veel, vooral beeldende, kunstenaars is zo’n beurs de enige mogelijke basisfinanciering om hun artistieke praktijk te verdiepen of nieuw werk voor te bereiden, wat vaak maandenlang onbetaalde arbeid vraagt”, schreef ze in haar stuk.

Eva van Tongeren: ‘Beurzen zorgen ervoor dat een artiest het langer kan volhouden en meer ruimte krijgt om zich in artistiek onderzoek te verdiepen’

Tegenover Apache geven de kunstenaars uiting aan hun verbazing en hun ontgoocheling. De beleidsinvulling door minister Jambon en zijn kabinet houdt volgens hen wel bijzonder weinig rekening met de vele individuele kunstenaars die vaak gevangen zitten in een uiterst precaire positie.

Eva van Tongeren beweegt zich als kunstenaar op het terrein tussen cinema en beeldende kunsten. Haar werk is te zien in cinemazalen én op exposities, zegt ze aan Apache. Al twee keer werd haar aanvraag voor een beurs goedgekeurd. Haar open brief aan minister Jambon op De Wereld Morgen raakte bij collega’s een gevoelige snaar, omdat ze treffend verwoordt hoe ver het beleid afstaat van de dagelijkse kunstpraktijk.

“De afgelopen jaren is het mij gelukt om te leven van mijn artistieke praktijk in combinatie met mijn werk als curator-programmator”, zegt Van Tongeren aan Apache. “Als kunstenaar werk ik met heel kleine budgetten, en dat is altijd onderbetaald. Zo’n praktijk is slechts houdbaar voor een korte tijd. Beurzen zorgen ervoor dat je het langer kan volhouden en meer ruimte krijgt om je in je artistiek onderzoek te verdiepen. Meer dan wanneer je deeltijds verbonden bent aan een job buiten de culturele sector”, zegt Van Tongeren.

“Beurzen dienen ook om materiaal, een atelier, medewerkers…. te bekostigen”, zegt Van Tongeren. “Daarnaast heb ik mijzelf de ruimte kunnen geven voor een proces dat nog niet in aanmerking komt voor een projectsubsidie omdat een heel aantal vragen nog niet onmiddellijk beantwoord konden worden.”

Het blijft altijd rekenen, en beurzen staan vooral voor beeldende kunstenaars niet zomaar los van projectsubsidies van de overheid. Meer nog, het geld van een beurs dient vaak als compensatie voor onvoldoende middelen voor een project. “Bij projectsubsidies worden vaak minder middelen toegekend dan aangevraagd”, zegt Van Tongeren. “Dat gaat ten koste van de uitbetaling van kunstenaars. Omdat zij al zo laag verloond worden, maken beurzen het mogelijk om je toch als kunstenaar staande te houden. Een andere oplossing zou zijn om kunstenaars altijd fair uit te betalen. In dat geval zouden de beurzen nog steeds zeer waardevol zijn, nu zijn ze echter levensnoodzakelijk.”

Bijklussen

Het relaas van beeldend kunstenaar Sarah Smolders illustreert dat het beurzensysteem in Vlaanderen niet alleen veel minder royaal is dan bijvoorbeeld in Nederland, maar dat het ook minder flexibel is, waardoor kunstenaars moeten bijklussen.

“Tijdens mijn onderzoeksperiode aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK) vroeg ik een eerste ontwikkelingsbeurs aan, maar die werd niet toegekend omdat ik resideerde aan het HISK”, zegt Smolders. “Daarom moest ik mijn atelierpraktijk combineren met extra jobs: tijd die ik anders in mijn atelier had geïnvesteerd.”

Voor Smolders biedt het Nederlandse Mondriaanfonds een goed voorbeeld hoe structurele ondersteuning van jonge kunstenaars een verschil maakt. “Een collega van mij kreeg steun via dit fonds, en kon zich ten volle focussen op het atelier tijdens de twee jaar durende onderzoeksperiode”, zegt Smolders.

Sarah Smolders: ‘Een beurs creëert ruimte, focus en zuurstof in tijd die vrijkomt’

Nadien vroeg Smolders opnieuw een beurs aan waarvan de helft van het aangevraagde bedrag werd toegekend. Voor de artiest was dit essentieel “om een zekere snelheid te kunnen behouden in materiaalonderzoek en initieel een atelier te kunnen huren dat iets groter was dan ik toen zelf kon betalen”.

Financieel blijft het hard, hoewel Smolders intussen naam heeft gemaakt in het circuit. “Een atelier kost al gauw evenveel aan huur als mijn kamer in een gedeeld appartement. Hoewel ik momenteel heel wat opdrachten heb, moet ik ze nog steeds combineren met mijn onderwijsopdracht om rond te kunnen komen. Mijn kunstenaarspraktijk genereert geen inkomsten uit verkoop en het overgrote deel van het budget dat binnenkomt gaat onmiddellijk weer naar producties, vaste kosten en onderzoek”, zegt Smolders.

Smolders zegt dat “een beurs ruimte, focus en zuurstof creëert in tijd die vrijkomt. De financiële ondersteuning zorgt ervoor dat jobs on the side kunnen verminderen of tijdelijk kunnen stoppen.”

Het voordeel is volgens haar dat een artiest even niet financieel moet opdraaien voor zowel creatiekosten als levensonderhoud. Ze noemt die financiële rust “essentieel voor creatie, verbreding en verdieping binnen het atelier en dus uitzonderlijk belangrijk”.

Ademruimte nodig

Eva van Tongeren beschrijft hoe ze dankzij een beurs tijd en ruimte kreeg om andere disciplines te ontdekken. “De kunstenaarsbeurs heeft ervoor gezorgd dat ik niet langer uitsluitend het medium film gebruik. Dankzij de beurzen kon ik verruimen en ben ik onder andere ook met tekst en keramiek gaan werken. Daarnaast bereid ik nu een performance lecture voor en houd me bezig met objecten in de ruimte”, zegt Van Tongeren.

De bekende actrice Marijke Pinoy heeft allerminst te klagen over een tekort aan werkaanbiedingen, maar wijst erop hoe “enorm de intensiteit in haar werk is”. “Dat is niet niks”, zegt ze. “Eigenlijk zijn veel artiesten het gewoon om over hun grenzen te gaan. Wanneer iemand crasht, kost dat de samenleving veel meer geld”, zegt Pinoy. “En dankzij het systeem van beurzen krijg je de individuele vrijheid om de zaken op een rijtje te zetten. Maar ook om lucht te geven, om te reflecteren.”

Marijke Pinoy: ‘Beurzen komen uiteindelijk ook het publiek ten goede, want zonder die periode van bevraging dreigt een kunstenaar zichzelf te gaan herhalen’

“Wij zijn geen mensen die willen profiteren,” zegt Pinoy, “maar af en toe hebben we wel ademruimte nodig. Ik doe heel veel, en ben altijd hongerig naar meer, maar ik wil zeker ook mezelf blijven bevragen, los van die bevraging van anderen.”

Pinoy worstelde een tijdlang met de schroom om een beurs aan te vragen, uit loyaliteit tegenover kunstenaars die nog aan het begin van hun carrière staan. “Ik heb heel lang getwijfeld voor ik een beroep deed op een beurs”, zegt Pinoy. “Ik stelde me de vraag of dat ethisch wel verantwoord is. Mensen in mijn omgeving reageerden toen dat dat toch wel een vreemde reflex is. Ik deel veel ervaringen met jonge mensen, en geef ook veel door aan de jongere generatie, tijdens repetitieprocessen en als gastdocent drama aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) in Gent. Maar soms moet je ruimte hebben om zelf te herbronnen”, zegt Pinoy.

Pinoy wijst erop dat de beurzen uiteindelijk ook het publiek ten goede komen. “Zonder die periode van bevraging dreigt een kunstenaar zichzelf te gaan herhalen. De periode waarin je niet bezig moet zijn met een eindresultaat levert op artistiek vlak heel wat op.”

Alleen nog artiesten met een grote spaarpot?

De gesprekken met de kunstenaars doen een fundamentele vraag rijzen: wie zal in de toekomst de stap naar de kunstensector nog wagen? En zullen artiesten met minder financiële bagage zich niet al te snel genoodzaakt zien om hun artistieke ambities achterwege te laten?

Volgens Sarah Smolders moeten we ons als samenleving de vraag stellen welke cultuursector we willen. “Als het zo verder gaat, verschraalt de sector en houden we alleen artiesten over die van huis uit een goede financiële basis hebben”, zegt ze.

Haar woorden herinneren sterk aan het gedicht Wie gaat er da betale? waarmee dichter Stijn De Paepe de kritische essaybundel Vlaanderen excelleert!? (EPO, 2020) afsluit.

Wie gaat er da betale?

Ze belasten
En besparen.
Maar verwacht geen
Herverdeling

’t Worden
Kostelijke jaren.
Rijk zijn strekt tot
Aanbeveling.


Uitgelichte afbeelding: Vlaams minister-president en minister van Cultuur Jan Jambon (N-VA) (Foto: CC BY 2.0 Voka Kamer van Koophandel Limburg (Flickr))

Jozef Wouters over beurzen tijdens zijn traject

Jozef Wouters kreeg tot nog toe in totaal drie beurzen: twee kortlopende in het begin van zijn traject, en recent een langlopende beurs. “Met mijn eerste beurs deed ik een vooronderzoek voor een groot project. Zo kon ik de creatieperiode verlengen en moest ik niet meteen in productiemodus gaan. Dat was heel belangrijk toen. Wanneer je onvoldoende tijd krijgt om je eerste productie te maken, kan een opportuniteit ook een valkuil zijn”, zegt Wouters.

“Ik heb de kans gekregen mijn eigen taal te ontwikkelen, onder meer dankzij de tijd en de ruimte die een beurs creëert. Zonder die tijd en ruimte kom je daar gewoon niet aan toe. Dan leer je niet wat die andere concrete manieren zijn waarmee je te werk kan gaan”, zegt Wouters.

Twee jaar later kwam Wouters in een periode terecht waarin hij naar eigen zeggen “iets te veel aan het maken was, en te weinig aan het reflecteren was”. Wouters zegt dat dit vaak het geval is bij jonge kunstenaars. “Er is een periode waarin je opgepikt wordt, gevolgd door een periode waarin je veel gevraagd wordt. Ik zei op bijna alles ja. Mijn tweede beurs gaf me de ruimte om even op de pauzeknop te drukken en om de vraag te stellen: ‘wat wil ik maken?’.”

Wouters noemt zijn derde beurs misschien wel de belangrijkste: “Mijn praktijk is nu aan het groeien. Dat is voor een groot stuk te danken aan het feit dat ik sinds vier jaar artist in residence ben bij Meg Stuart/Damaged Goods. De beurs die ik recent kreeg, geeft me de kans om na te denken over hoe Decoratelier als organisatie moet evolueren. Een beurs kan de levensnoodzakelijke rust creëren om tijd te nemen, met mijn medewerkers langere gesprekken te voeren en te zoeken naar onze eigen manier van groeien, in plaats van bestaande modellen te kopiëren.”

Auteur: Frank Olbrechts

Na een studie Arabisch en Hebreeuws verdiepte Frank Olbrechts zich in de hedendaagse Arabische literatuur. Hij combineerde dit met een taak als lesgever in het Hoger Onderwijs en het Volwassenenonderwijs. Zijn aandacht gaat uit naar de openbare debatcultuur, het cultuur- en erfgoedbeleid, de identiteits- en diversiteitsproblematiek en het militantisme/ activisme in de samenleving.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books