Les Misérables: de straat is van ons

 Leestijd: 5 minuten1

Les Misérables is een banlieue-film die wat aanvoelt als een documentaire, maar er geen is. Hoewel hij zich baseert op waargebeurde feiten, hanteert regisseur Ladj Ly een Hollywoodachtige overdrijving. Wel bevat de film herkenbare elementen uit het dagelijkse leven van jongeren in achtergestelde wijken van de grootstad.

CINEMA APACHE
Dit artikel is geschreven als achtergrondstuk bij de film Les Misérables, momenteel te bekijken in Cinema Apache. Leden van Apache kijken hier tussen 19 februari en 5 maart gratis naar de film.

Centraal in Les Misérables staat de leefwereld van de drari’s, rondhangende jongeren in de wijk. Drari (Arabisch voor ‘jongen’ of ‘vriend’) is een geuzennaam die deze jongens en jonge mannen voor zichzelf hanteren, verwijzend naar een groepsidentiteit die zich laat kenmerken door een gedeelde dresscode, kapsels, gebaren, gedragingen, muzikale voorkeuren en zo voort. Maar wat drari’s het meest karakteriseert is hun hoofdactiviteit: rondhangen in de publieke ruimte. Daar ‘onderhandelen’ ze het gebruik ervan met omwonenden, winkeluitbaters, agenten, beveiligingsinfrastructuren. Daar eisen ze plekken voor zichzelf op en ervaren ze eigenaarschap en agency.

In deze microcultuur worden aspecten van etniciteit, religie en cultuur door elkaar gemixt. De groepen zijn doorgaans dan ook eerder divers; men moet geen Arabisch spreken of van Noord-Afrikaanse origine te zijn om zich drari te noemen. Wat de jongens het meest met elkaar verbindt is het territorium of de geografie die ze delen. In Les Misérables weet iedereen meteen naar welke locatie men verwijst als het gaat over “le terrain de foot”. Het is een betekenisvolle plek, niet alleen voor jongeren, maar ook voor jongvolwassenen die er joints roken of voor politieagenten die er een verdachte moeten gaan vinden.

Filmstill uit Les Misérables (Beeld: © SRAB-Films)

Geborgen door de wijk

Uit mijn onderzoek met Brusselse jongeren blijkt dat jongeren uit achtergestelde buurten een veel beperktere mobiliteit doorheen de stad hebben, dat ze als het ware fysiek, sociaal en mentaal gevangen zitten in de eigen woonwijk. Ze zijn object van negatieve stereotypering, voelen zich elders onzekerder, en beschikken over weinig sociaal en cultureel kapitaal. De eigen woonwijk is dan weer een plaats waar ‘iedereen iedereen kent’ en relaties van vertrouwdheid tussen kennissen en buren de norm zijn – de Amerikaanse stadsetnografe Lyn Lofland heeft het over ‘parochiale’ relaties. Dit kan voor jongeren uit de lagere klassen resulteren in een grotere gehechtheid aan de eigen woonwijk.

Volgens criminologisch onderzoek moeten we die gehechtheid begrijpen als ‘territorialiteit’, een verhoogde gehechtheid aan plaats die samengaat met verminderde mobiliteit, confrontaties met buitenstaanders, (soms louter symbolische) handelingen van territoriumafbakening en de productie van gemythologiseerde geschiedenissen. Hoewel deze omschrijving uiteraard niet voor alle jongeren in Brussel opgaat, valt het wel op dat territorialiteit inderdaad meer voorvalt in de armere wijken rond het Kanaal en dus minstens deels te wijten is aan structurele factoren zoals werkloosheid, armoede, socioeconomische uitsluiting en discriminatie.

Ken je plek

Terwijl sommige onderzoekers spreken over ‘zelf-isolatie’, spelen er ook heel wat factoren van buitenaf die op de jongeren inwerken en zo hun gehechtheid aan de eigen wijk versterken. Zo bleek bijvoorbeeld uit een Braziliaanse studie dat jongeren uit buurten met een laag en hoger inkomen rondhangen op duidelijk verschillende plekken. Hun geografie overlapt zelden, omdat bepaalde plaatsen nu eenmaal voor hen veiliger aanvoelen. Angst en onbehagen bepalen dus voor een belangrijk stuk de mobiliteit van jongeren.

Het opeisen van de openbare ruimte, de intense sociale controle en parochiale relaties resulteren in achtergestelde wijken gemakkelijk in achterdocht of vijandigheid ten opzichte van buitenstaanders

Angst voor intimidatie buiten de woonwijk versterkt met andere woorden de gehechtheid aan de eigen buurt, wat dan weer uitsluiting onvermijdelijk versterkt. Beperkte mobiliteit en territorialisering zijn volgens mij niet alleen een gevolg van uitsluitingsdynamieken van buitenaf, maar ook van dynamieken binnen de eigen gemeenschap, die verband houden met emotionele geografieën van vertrouwdheid aan de ene kant en onveiligheid en bedreiging aan de andere.

Sociale controle

Achtergestelde wijken zijn vaak gekenmerkt door een hoge mate van interne sociale controle. Jongeren bevinden ze zich vrijwel steeds onder het monsterende oog van hun buren, waarbij de in groepen staande flatgebouwen uitkijken op centrale pleinen als betreffen ze amfitheaters. Deze dynamiek is dan weer erg genderspecifiek, in de zin dat voor jongens de wijk een site is van erbij horen en zich thuis voelen, terwijl het voor meisjes een plek is waar ze onderwerp zijn van een sterke sociale controle en daarom liever de woonwijk verlaten om zich elders te ontspannen.

Uit mijn onderzoek blijkt (gelukkig maar) dat fysiek geweld tegen jonge vrouwen niet zo vaak voorkomt en dat de angst die deze jonge vrouwen ervaren te maken heeft met een meer algemene staat van waakzaamheid in een openbare ruimte die bij uitstek masculien is en blijft.

Anderzijds blijkt wel dat vormen van seksuele intimidatie door rondhangende mannen, zoals naroepen of toefluiten, worden gebruikt als strategie van sociale controle. Als antwoord passen jonge vrouwen verdedigingstactieken toe, zoals zich laten vergezellen door vriend(in) of familielid, gesloten kledij dragen, naar muziek luisteren of veinzen te bellen. Hier komt straatintimidatie naar voren als een vorm van informele sociale controle die hen op ‘hun plaats houdt’.

Filmstill uit Les Misérables (Beeld: © SRAB-Films)

Wederzijds vijandbeeld

Het opeisen van de openbare ruimte, de intense sociale controle, parochiale relaties en sterke gevoelens van eigenaarschap resulteren in achtergestelde wijken gemakkelijk in achterdocht of vijandigheid ten opzichte van buitenstaanders. Van de Franse filosoof Michel de Certeau weten we dat machtsdynamieken en eigenaarschap van fysieke ruimte nauw met elkaar verbonden zijn. Voor jongeren in de banlieue, per definitie relatief machteloos en plaatsloos, geldt dat enkel tijdelijk verzet mogelijk is. Enerzijds zijn ze machteloos en plaatsloos omdat ze overal door agenten kunnen worden opgejaagd, in de publieke ruimte, in de inkomhal, in het appartementsgebouw. Anderzijds kunnen ze de politiecontrole omzeilen door via een gaatje in de omheining te ontsnappen. Omdat ze de wijk op hun duimpje kennen.

Zoals het spreekwoord bij benadering gaat: ‘Als het regent in een Parijse banlieuefilm druppelt het in Brussel’

Hun gevoelens van achterdocht en vijandigheid tegenover buitenstaanders zijn ook niet helemaal ten onrechte. Zo moet een gedeelte van de Brusselse jongeren systematisch en lukraak identiteitscontroles ondergaan. Deze controles gebeuren vaak gericht: het gaat om mannelijke tieners en jongvolwassenen van (Noord-)Afrikaanse origine uit de verarmde wijken van westelijk Brussel. Volgens de jongeren die ik sprak staan onervaren politieagenten in voor de ordehandhaving en gedragen ze zich als ‘cowboys’. Een en ander draagt bij tot een wederzijds vijandbeeld.

Daarbovenop komt de militarisering en securitisering van de publieke ruimte in de Kanaalwijken sinds de aanslagen in Parijs en Brussel. Verscherpte veiligheidsmaatregelen vertalen zich in de leefwereld van deze jongeren naar een verharding van de politionele praktijk. Verhalen over politiegeweld zijn legio; het fenomeen is zo basaal dat ze er enkel machteloos om kunnen lachen. Herkenbaar in de film is dan ook die scène waarin de agenten een jongen achtervolgen, net omdat hij was gaan lopen. Ze besluiten: “Jamais on s’excuse, on a toujours raison.

Filmstill uit Les Misérables (Beeld: © SRAB-Films)

Hypocrisie van de politiek

Zoals het spreekwoord bij benadering gaat: ‘Als het regent in een Parijse banlieuefilm druppelt het in Brussel.’ Over de mate waarin het regent dan wel druppelt in Brussel kan nog gediscussieerd en gesoubat worden — ik ben geneigd te benadrukken dat deze film een laagje spektakel bovenop de harde realiteit heeft gelegd — maar dat de regen zuur is, dat leidt geen twijfel. Leefmilieuonderzoeker Rob Nixon spreekt over ‘traag geweld’ om de structurele beschadiging te beschrijven die geleidelijk en uit het zicht gebeurt, als de druppel die keer op keer op exact dezelfde plaats neerkomt.

Angst en onzekerheid door wederkerende bedreigende situaties, tasten iemands identiteit aan

Het gevolg van die trage beschadiging noemt psycholoog R.D. Laing ‘ontologische onzekerheid’: angst en onzekerheid die door het weerkerende karakter van bedreigende situaties iemands identiteit aantasten en een nefaste invloed hebben op het vermogen te ageren. Het is geen toeval dat heel wat van de jongeren in mijn onderzoek, wanneer ze gevraagd worden naar hun dromen en ambities, niet veel verder komen dan ‘taxichauffeur’ (of zoals dat ene personage in de film dat net uit de gevangenis ontslagen is en aan een voorbijrijdende combi vraagt hoe hij bij de groendienst aan een job zou kunnen geraken).

‘Privilege’ is dan weer de term die we kunnen gebruiken voor de mentale luxepositie zich niet te kunnen inbeelden wat het is om met vijf in een klein appartement te wonen, zich zorgen te maken om de volgende politie-interventie of de volgende rekening die niet betaald kan worden. Na de première van Les Misérables liet president Emmanuel Macron optekenen dat hij erg aangedaan was door de accuraatheid van de film (wat ik dus wel enigszins wil nuanceren) en dat de regering dringend wat moet doen aan de leefomstandigheden in de banlieues. Cynisch, want Macron was er zelf voor verantwoordelijk dat een groot opgezet plan ter bevordering van de sociale cohesie, gelijke kansen, betere woonpatrimonium en tewerkstelling werd stopgezet. “Il n’y a ni mauvaises herbes, ni mauvais hommes. Il n’y a que de mauvais cultivateurs.

Auteur: Mattias De Backer

Mattias De Backer is postdoctoraal onderzoeker aan het Leuven Institute of Criminology van de KU Leuven.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books