De agro-industrie achter je pakje friet

 Leestijd: 5 minuten1

Belgische aardappelverwerkende bedrijven behoren wereldwijd tot de grootste producenten van diepvriesfriet. De familiale sector groeide uit tot een enorme agrobusiness. Die steunt nog steeds op de lokale boer.

De Frietbonzen
Dit is het eerste deel van het onderzoeksdossier ‘De Frietbonzen’, waarvoor journalisten van Apache, Médor en Mediacités de handen elkaar sloegen.

Ons land ligt centraal in de ‘potato belt’, een gebied van het zuiden van het Verenigd Koninkrijk over Noord-Frankrijk, Nederland en Duitsland waar grond en klimaat bijzonder geschikt zijn voor de aardappelteelt. In die ‘aardappelgordel’ worden jaarlijks meer dan 600.000 ha aardappelen gepoot voor de versmarkt en vooral voor de verwerkende industrie. Die verwerkt de aardappelknollen tot diepgevroren of niet-diepgevroren frieten, kroketten, puree, en chips in allerlei vormen en smaken.

Lutosa, dat produceert onder eigen merknaam, is misschien wel de bekendste verwerker, maar niet de enige. De gigant Clarebout Potatoes is marktleider in de productie van diepgevroren friet voor verschillende huismerken van de retail. Het heeft zijn zetel in de Heuvellandse deelgemeente Nieuwkerke en haalde in 2019 een omzet van 1,3 miljard euro.

In ons land wordt sinds 2016 jaarlijks de mythische kaap van 100.000 ha aangekondigd, al liep het areaal vorig jaar lichtjes terug tot bijna 98.000 ha. Dat is nog steeds een vertienvoudiging op dertig jaar tijd. Ons land is wat dat betreft een buitenbeentje. Behalve in Frankrijk en België, waar steeds meer aardappelen gepoot worden, halveerde de aardappelproductie in de EU het afgelopen decennium.

Op een na grootste akkergewas

Na wintertarwe neemt de teelt van aardappelen in België ondertussen de meeste landbouwgrond in voor voedingsgewassen. In België wordt zowat 857.000 ha akkerland bewerkt. Op meer dan 10% van dat gebied werd afgelopen jaar maar liefst 4,1 miljoen ton aardappelen gerooid.

In 2019 produceerden de Belgische verwerkers 5,3 miljoen ton diepvriesfriet, puree en chips

Die gigantische productie is echter onvoldoende om de honger van de verwerkingsmachines te stillen. In 2019 produceerden de Belgische verwerkers namelijk 5,3 miljoen ton diepvriesfriet, puree en chips.

We moeten daarom aardappelen invoeren. Ondertussen stijgt de druk op Belgische boeren om meer te telen. Het gevolg is dat, hoewel er steeds minder landbouwbedrijven zijn, degene die overblijven vaak (meer) aardappelen kweken. Vier op de vijf bebouwt minder dan 10 ha aardappelen. Er zijn dan ook grote spelers op de markt: minder dan 5% van de bedrijven bebouwt de helft van het Belgische aardappelareaal.

De 1% grootste aardappeltelers gebruiken gemiddeld tussen de 31 en 98 ha, samengeteld 4.200 ha grond. De 5% grootste aardappeltelers nemen bijna een kwart van het aardappelareaal in. In Wallonië, maar ook in Noord-Frankrijk, bewerken aardappeltelers grotere arealen.

Schaalvergroting

Minder telers die grotere percelen bewerken leidt tot een specialisatie in machines en installaties. Grotere telers beschikken vaak over eigen materiaal, kleinere telers schakelen loonwerkers in. “Dergelijke investeringen zijn maar interessant als je op grote schaal teelt”, zegt Guy Depraetere, expert aardappelenteelt bij het Algemeen Boerensyndicaat (ABS).

“Wie 100 ha aardappelen zet, moet, rekening houdend met een ideale rotatie, minstens 400 ha bewerken. Dergelijke grote akkerbouwbedrijven vinden we nauwelijks in Vlaanderen, vandaar de andere mogelijkheid: gronden in seizoenspacht nemen in Vlaanderen en Wallonië.” Vruchtwisseling, het na elkaar telen van verschillende gewassen, dient om ziektes te weren en bodems niet uit te putten.

Steeds vaker steken Vlaamse aardappelboeren de Franse grens over op zoek naar grotere aaneengesloten percelen

Vlaamse telers storten zich op de lucratieve markt van seizoenspachten bij Franse landeigenaars of gepensioneerde boeren. Ook wordt vaak onderling geruild in het kader van vruchtwisseling.

De aardappelteelt is vooral geconcentreerd in West-Vlaanderen en Henegouwen, maar breidde de afgelopen jaren ook uit naar Oost-Vlaanderen en Haspengouw, zowel aan de Limburgse als de Luikse kant en zelfs in de Kempen.

De Vlaams-Waals-Franse cluster

Steeds vaker steken Vlaamse aardappelboeren de Franse grens over op zoek naar grotere aaneengesloten percelen. Vlamingen zouden zo’n 1.000 en 1.300 ha bewerken in Frankrijk, maar dat is allicht een onderschatting.

“Qua volume en oppervlakte is de aardappelverwerkende sector fors gegroeid, in die mate dat het bijna niet meer mogelijk is om areaal uit te breiden in Vlaanderen”, zegt Johan Colpaert van Fedagrim.

Het is niet alleen een kwestie van volumes en grenzen aan het Belgische areaal. “De kwaliteitseisen van de verwerkende industrie nemen toe”, zegt Colpaert.

“De verwerkers willen 365 dagen per jaar hetzelfde kwaliteitsproduct. Daarom zijn er verhoogde eisen rond isolatie en klimatisatie van bewaarloodsen. Verder eisen de nieuwe kiemremmers gesloten en geventileerde loodsen. Dat maakt dat gebouwen vaak niet meer aangepast zijn, waardoor in de afweging of een investering nog rendeert, kleinere aardappeltelers soms beslissen om te stoppen.”

“Cru gesteld: de grote aardappelboeren gaan daarna grond inhuren bij de kleintjes en de aardappels opslaan in hun grote loodsen. Heel wat Vlaamse boeren huren oppervlakte in Wallonië en Noord-Frankrijk en bouwen er zelfs hun aardappelschuren”, zegt Colpaert. Dat verklaart meteen de opkomst van bewaarloodsen voor aardappelen op het platteland.

Mooi pensioen

De Franse onderzoekssite Mediacités verzamelde getuigenissen van landbouwers en omwonenden over de aanwezigheid van Belgische en Nederlandse aardappelboeren over de grens. Dat leidt tot allerlei problemen, zoals het illegaal onderpachten van gronden, het gebruik van pesticides en wijzigingen in het landschap.

Filip Boury, regiocoördinator Westhoek bij de provincie West-Vlaanderen, schreef in 2018 een artikel voor De Lage Landen over landbouw in de grensregio. Hij sprak met boeren aan weerszijden van de grens. “Er is grote wrevel over de seizoens- of cultuurpacht, waarbij Belgen voor een jaar grond huren van een Franse eigenaar of pachter. De verleiding is echter groot, omdat de vergoeding (voor de eigenaar) vier à vijf maal groter is dan de (oorspronkelijke) pachtprijs. Voor oudere boeren is het een aanvulling op hun pensioen. De jongere boeren knarsetanden. Van deze Belgische pachters wordt gezegd dat ze zich alles permitteren.”

“Er wordt nog veel verpacht in Frankrijk”, zegt aardappelteler Patrick Rouseré, actief in de vzw Vereniging voor Grenslanderijen. “Boeren pachten over de grens omdat er hier te weinig grond is en omwille van de rotatie, om bodems minder te belasten. Ik heb al heel mijn leven Frans land, maar het is moeilijk geworden om als buitenlander grond te kopen.” Dat komt omdat grondtransacties er opgevolgd en goedgekeurd worden door regionale bemiddelingscomités. ”Het is eenvoudiger wanneer je een domicilie in Frankrijk hebt. Maar de prijzen zijn ook serieus gestegen.”

Terwijl Vlamingen hun land bewerken, profiteren Franse boeren ook van het West-Vlaamse agrobusinesscomplex: ze kunnen bij verwerkende bedrijven terecht met hun afzet of doen beroep op toeleveranciers, zoals machinebouwers. Na Spanje is België het tweede belangrijkste exportland voor Franse bewaaraardappelen.

België exportland

De verwerkende industrie is een ‘jonge’ industrie, uitgebouwd vanaf halverwege de jaren 60. Vaak zijn het familiale bedrijven die nu op de internationale markten tot de wereldspelers behoren.

Het grootste deel van de productie van de aardappelverwerkende bedrijven wordt geëxporteerd

Het grootste deel van de productie van de aardappelverwerkende bedrijven wordt geëxporteerd. Diepgevroren aardappelbereidingen vormen 11% van de Belgische export van voedingsproducten.

Frieten uit de verwerkende industrie zijn dus vooral voor de export bestemd, al worden die uiteraard ook in de lokale retail verkocht. Frituren en restaurants maken doorgaans gebruik van meer ambachtelijke schilbedrijven, dat zijn vaak groothandelaars die nevenactiviteiten ontwikkelden.

Sommige verwerkers verminderen de schakels in de keten, met de grootste frietverwerker Clarebout op kop. Andere bedrijven, zoals Agristo of Lutosa, doen beroep op andere groothandelsbedrijven om hun producten in de markt te zetten of steunen voor de aankoop op aardappelhandelaars of ‘marchands’.

Er is ook een concentratiebeweging aan de gang. Sinds 2010 daalde het aantal Vlaamse verwerkers van diepgevroren aardappelen van zeventien naar veertien. Ze stellen ruim 3.500 mensen te werk.

De sector gelooft alvast in een verdere groei. Aviko bouwde in Poperinge een tweede fabriek en zal daar haar diepvriesfrieten produceren. Het wordt de op een na grootste productiesite van de Nederlandse multinational.

Clarebout wil dan weer investeren in een nieuwe diepvriesfabriek in Duinkerke en kwam na protest terug op eerdere plannen om in Frameries (Henegouwen) te investeren. In de productiesite van Komen-Waasten, een Henegouwse ‘enclave’ in het zuiden van West-Vlaanderen, werkt Clarebout een tweede hoogbouwvriezer af.

Vrachtwagen van Clarebout (Foto: © Apache)

De industrie krijgt steun van de Vlaamse overheid, onder meer via technologisch onderzoek. Tegen 2022 komt er in Kortrijk een testinstallatie voor frietproducenten. “In de frituurlijn worden zoveel mogelijk sensoren voorzien om allerlei productieparameters op te meten”, klinkt het bij Flanders’ FOOD. De testinstallatie moet een aanvulling worden op andere pilootlijnen voor de groentenindustrie, zoals wassen, blancheren en invriezen.

Winnaars en verliezers

De goudgele knol blinkt echter niet voor iedereen. “De grote producenten zijn de grote winnaars van de groei van de afgelopen twintig jaar”, zegt Johan Colpaert van Fedagrim.

De telers nemen quasi alle risico’s op zich en hebben geen vat op de prijsvorming

De telers nemen quasi alle risico’s op zich en hebben geen vat op de prijsvorming. De geïndustrialiseerde landbouw, de druk op het verkorten van vruchtwisseling en het gebruik van (minder geschikte) gronden voor seizoenspacht, zetten bodems verder onder druk. Het mest- en pesticidengebruik zorgt dat de waterkwaliteit in regio’s met intensieve landbouw al jaren ondermaats is.

Die knelpunten worden de komende dagen behandeld in de artikelen De gouden knol blinkt niet voor iedereen en De bodem is moe.


Grafiek: Annelien Van Roey

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books