Door corona minder aanmeldingen bij Zorgcentra na Seksueel Geweld

 Leestijd: 8 minuten1

Door de coronacrisis bieden slachtoffers van seksueel geweld zich minder aan bij de drie bestaande Zorgcentra na Seksueel Geweld. Zij ruilen de fysieke aanmelding voor een chatlijn. Vermoedelijk is het maar een tijdelijke rem op de groei van die centra. Tegen eind volgend jaar moeten zeven nieuwe zorgcentra de deuren hebben geopend, verspreid over het hele land.

Aan cijfers over slachtoffers van seksueel geweld raak je nooit gewend. Het aantal berust op ramingen. Voor ons land wordt dat op jaarbasis geschat op 75.000 overwegend vrouwelijke slachtoffers. In de helft van de gevallen gaat het om verkrachting. Vanaf de leeftijd van 16 jaar wordt een op de vijf vrouwen minstens één keer slachtoffer. Bij mannen is dat een op de tien.

Volgens het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) worden in België elk jaar 12.000 gevallen van seksueel misbruik aangegeven bij de politie.

Bij 8.000 aangiftes komt het tot een opsporingsonderzoek door het parket wegens aanranding van de eerbaarheid en/of verkrachting. De seponeringsgraad ligt bijzonder hoog, doorgaans bij gebrek aan bewijzen. Van de ingestelde dagvaardingen en vervolgingen leiden slechts 900 dossiers tot een effectieve veroordeling.

Die nationale cijfers met gemiddelden op jaarbasis werden vorige dinsdag (12/01) bekendgemaakt door het parket van Antwerpen, naar aanleiding van een evaluatie van de aanpak van verkrachtingsdossiers. Uit eerder onderzoek bleek dat tussen 2010 en 2017 tot 53% van de zedenzaken zonder gevolg geseponeerd werd, onder meer door een gebrekkige opleiding bij de parketmagistraten.

Europa wijst de weg

In de strijd tegen het fenomeen nam de Raad van Europa het voortouw met het verdrag van 11 mei 2011 over het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Die Conventie van Istanbul trad in ons land in werking op 1 juli 2016, na de ratificering op 14 maart van dat jaar.

Het verdrag is een juridisch bindend instrument. Artikel 59 beschermt slachtoffers van geweld tegen vrouwen. Het zette de federale overheid aan tot de oprichting van het Zorgcentrum na Seksueel Geweld, als antwoord op de eis tot toegankelijke referentiecentra.

Vanuit het federale gelijkekansenbeleid werd aangeklopt bij het IGVM. De federale parastatale overheidsinstelling moest het project mee vorm geven. Na een vliegende start werden in oktober en november van 2017 de eerste centra opgericht, met de Belgische verdeelsleutel naar de drie gewesten. De keuze viel op Gent, Brussel en Luik.

De centra staan volledig in het teken van de slachtoffers. Om hen optimaal te begeleiden worden verschillende diensten onder één dak aangeboden. Getroffenen kunnen er 24 uur op 24 terecht voor medische zorgen, een forensisch onderzoek, psychische hulpverlening zoals traumaverwerking, advies en bijstand van politie en parket.

Het IGVM neemt vandaag de coördinatie op zich. De centra beschikken niet alleen over medisch personeel maar werken ook samen met zedeninspecteurs van de politiediensten, de referentiemagistraten seksueel geweld van de parketten en een DNA-lab.

Evaluatie van proefproject

De drie centra zijn verbonden aan ziekenhuizen: het Universitair Ziekenhuis Gent (UZ Gent), UMC Sint-Pieter in Brussel en UMC Luik. Zij vormden samen het proefproject. De eerste wetenschappelijke evaluatie werd in 2019 uitgevoerd door de vakgroep volksgezondheid en eerstelijnszorg van het International Centre for Reproductive Health van de Universiteit Gent.

Van de slachtoffers die zich aanboden bij de zorgcentra voor zorg en begeleiding diende 68% een klacht in bij de politie

De auteurs Saar Baert en Ines Keygnaert verwerkten gegevens van 25 oktober 2017 tot 31 oktober 2018. Uit hun in 2020 gepubliceerde evaluatie blijkt dat de centra hun doel niet hebben gemist. Van de slachtoffers die zich aanboden voor zorg en begeleiding diende 68% een klacht in bij de politie. Buiten de muren van de zorgcentra ligt dat cijfer op amper 10%, blijkt uit onderzoek.

De positieve resultaten vroegen niet alleen om een uitbouw van de bestaande afdelingen. Nog dit jaar worden drie nieuwe centra opgericht in Antwerpen, Leuven en Charleroi. Ze worden ondergebracht in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA), het Universitair Ziekenhuis Leuven (UZ Leuven) en Le Centre Hospitalier Universitaire de Charleroi (CHU Charleroi).

In 2022 komen daar nog eens vier vestigingen bij in de gerechtelijke arrondissementen West-Vlaanderen, Limburg, Namen en Luxemburg. Dan hebben tien van de twaalf Belgische gerechtelijke arrondissementen een centrum voor slachtoffers van seksueel geweld. Eupen moet aankloppen bij Luik en Waals-Brabant in Brussel.

Een indeling naar gerechtelijke arrondissementen haalde het op een provinciale verdeling. Die keuze zou extra drempelverlagend moeten werken. Elk slachtoffer van seksueel geweld kan straks in haar of zijn regio terecht voor hulp. Dicht bij huis verhoogt de kans dat getroffenen die hulp ook effectief opzoeken.

De tien centra moeten in 2023 volledig operationeel zijn. Voor 2021 ligt 13,5 miljoen euro op tafel. Dat budget moet aangroeien tot 17,8 miljoen euro in 2023.

Politieke stoelendans

De jongste drie jaar en zeven maanden passeerden liefst zes politici als federaal staatssecretaris of minister van Gelijke Kansen. Elke Sleurs (N-VA), Zuhal Demir (N-VA), Kris Peeters (CD&V), Wouter Beke (CD&V), Nathalie Muylle (CD&V) en Sarah Schiltz (Ecolo) volgden elkaar in snel tempo op in de regeringen Michel I, Michel II, Wilmès I, Wilmès II en De Croo.

Sinds de oprichting werden in de zorgcentra al 2.244 slachtoffers geholpen

De stoelendans leidde niet tot ingrijpende koerswijzigingen. Maar wel tot serieuze vertraging. De opening van de centra in Antwerpen, Leuven en Charleroi was gepland voor 2019/2020. Het getreuzel dateert van voor de intrede van corona.

Demir stond aan de wieg van de eerste zorgcentra. Peeters maakte 6 miljoen euro vrij voor de uitbouw van die afdelingen en de voorbereiding van de centra in Charleroi, Antwerpen en Leuven. Muylle peuterde 9 miljoen euro los voor de vier centra die voor 2022 gepland zijn.

Het voorlopig enige wapenfeit van huidig staatssecretaris Schiltz is de bevestiging van de uitbreiding naar tien centra op 27 november vorig jaar. Ze kreeg felicitaties van Demir, een van haar voorgangsters en huidig Vlaams minister van Justitie: “De vele slachtoffers in ons land verdienen het om niet meer van het kastje naar de muur gestuurd te worden. Geen overbodige drempels meer, maar alle hulp op één locatie.”

Demir kon het niet laten om toe te juichen dat de eerste twee nieuwe centra eind 2021 openen in Vlaanderen, net voor de neus van Charleroi. Tevens herinnerde ze aan de noodzaak voor een eigen afdeling in Limburg. Muylle had eerder voor eigen deur geveegd met een West-Vlaams pleidooi.

Snelle reactie na verkrachting

Steeds meer mensen vinden hun weg naar de zorgcentra. In 2017 meldden zich dagelijks gemiddeld twee personen aan. Vandaag zijn dat er al drie per dag. Volgens prognoses kan dat aantal stijgen tot dertien, onder meer door de geplande regionalisering van het werkingsgebied.

Een snelle opvang laat toe om de slachtoffers de best mogelijke hulp te bieden en verhoogt ook de pakkans van de daders

Sinds de oprichting werden in de zorgcentra al 2.244 slachtoffers geholpen. Die zijn overwegend jong: de gemiddelde leeftijd ligt rond 25 jaar. Het blijft slikken bij de vaststelling dat 18% jonger is dan 15 jaar. Vrouwen vormen het merendeel van de slachtoffers, maar ook mannen bieden zich aan.

In het overgrote deel van de gevallen gaat het om slachtoffers van verkrachting. De meeste van hen stappen kort na de feiten naar het zorgcentrum, vaak al binnen de 72 uur. Die tijdige reactie was een van de grote doelstellingen van het project. Een snelle opvang laat toe om de slachtoffers de best mogelijke hulp te bieden. En verhoogt ook nog eens de pakkans van de daders.

Chatlijn in opmars

De coronacrisis zet een tijdelijke rem op de gestage groei. Tussen maart 2019 en februari 2020 meldden zich maandelijks gemiddeld 98 slachtoffers. Sinds de afkondiging van de lockdown is dat aantal flink gedaald.

Aan de werking en de communicatie zal het niet gelegen hebben. De zorgcentra zijn de hele tijd opengebleven, zeven dagen op zeven en de klok rond. Seksueel geweld beperkt zich niet tot de kantooruren.

Slachtoffers hebben fysieke hulp ingeruild voor online assistentie op een chatlijn. Die is in april 2019 geïnstalleerd als aanvulling op de bestaande hulpverlening en ontving in het eerste werkingsjaar bijna duizend oproepen. Tussen september 2019 en maart 2020 waren er maandelijks gemiddeld 86 conversaties. Sinds de uitbraak van de coronacrisis steeg dat aantal met 58%, tot gemiddeld 137 oproepen per maand.

Sociaal isolement maakt slachtoffers van seksueel geweld extra kwetsbaar. Daarom heeft de federale overheid 80.000 euro uitgetrokken om de chatlijn bijkomend te financieren.

Focus op acuut geweld

Op campus Gasthuisberg van het UZ Leuven opent eind dit jaar een van de drie nieuwe centra. De overeenkomst met het IGVM werd vorige week ondertekend. Dokter Joke Wuestenbergs, specialiste in gerechtelijke geneeskunde, is aangesteld als tijdelijke medische coördinatrice. Zij werkte mee aan de opstart van de bestaande centra.

Joke Wuestenbergs (UZ Leuven): ‘Slachtoffers kunnen in het centrum een klacht indienen. De politie komt dan ter plaatse om de verklaring af te nemen’

“We richten ons specifiek op seksueel geweld. Niet op partnergeweld in het algemeen”, zegt Wuestenbergs. “De focus ligt in de eerste plaats op slachtoffers van acuut geweld. Dat belet niet dat ook gedupeerden van oudere feiten zich kunnen aanmelden.”

Het centrum biedt een totaalpakket aan zorg. “De slachtoffers worden opgevangen door forensisch verpleegkundigen. Eigen psychologen staan in voor gespecialiseerde hulp. Gedupeerden kunnen in het centrum een klacht indienen. De politie komt dan ter plaatse om de verklaring af te nemen.”

“We volgen de slachtoffers ook op na de aanmelding. Op geregelde tijdstippen contacteren we hen om te horen hoe het met hen gaat. Ze kunnen blijvend een psycholoog van het centrum bezoeken. Indien nodig verwijzen we door naar andere instanties.”

De capaciteit van het centrum kan meegroeien met het aantal slachtoffers. Momenteel is de spoedgevallendienst van UZ Leuven al uitgerust met agressiekits voor de eerste opvang bij acuut seksueel geweld. “Maar dat zijn alleen personen die een klacht willen neerleggen. Met het nieuwe centrum willen we iedereen helpen, los van een eventuele klacht.”

Vooroordelen zijn obstakel

Amnesty International juicht de nakende opening van nieuwe zorgcentra toe, maar stelt in één adem dat de Belgische autoriteiten nog meer inspanningen moeten leveren in de strijd tegen seksueel geweld. Een groep van experten die toeziet op de naleving van het verdrag van de Raad van Europa stelt dat ons land slechts gedeeltelijk voldoet aan de verplichtingen.

De mensenrechtenorganisatie vraagt om meer budget vrij te maken, meer data te verzamelen en de opleiding van politieagenten en ambtenaren te verbeteren. Die suggesties sluiten aan bij een eigen peiling uit 2019 bij 2.300 Belgen. Daarin zei 20% van de bevraagde vrouwen en 14% van de mannen ooit te zijn verkracht. Van die groep deed slechts 10% een aangifte.

Struikelblokken zijn de nog steeds heersende vooroordelen en stereotypes. Zo vond 19% van de ondervraagde mannen dat slachtoffers mee verantwoordelijk zijn als ze sexy kledij dragen. En 40% wilde het woord verkrachting niet in de mond nemen als iemand niet expliciet weigert. Juridisch is dat nonsens. Zonder toestemming zijn de feiten altijd strafbaar.

De Nederlandse klinisch psychologe Iva Bicanic heeft het verlammingsfenomeen bij slachtoffers beschreven, waardoor 70% zich niet verzet of zelfs meewerkt tijdens een verkrachting.

Ook aandacht voor daders

In een nieuw rapport van juni vorig jaar dringt ook de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) aan op meer aandacht voor slachtoffers van seksueel geweld. Tot de 28 aanbevelingen behoren een aparte wachtruimte in de gerechtsgebouwen, een loket of contactpunt met opgeleid personeel en automatische bijstand van een advocaat voor minderjarigen. Daders krijgen een raadsman toegewezen vanaf het eerste verhoor.

“De zorgcentra vangen niet iedereen op. Zo worden minderjarige slachtoffers soms gewoon vergeten”, stelde de afscheidnemende voorzitter Christian Denoyelle. “Hun ouders krijgen dan een uitnodiging voor de zitting in de bus, terwijl ze niet eens meer thuis wonen. Zoiets moeten we absoluut vermijden.”

De HRJ focust in het rapport niet alleen op gedupeerden en stelt dat de opvolging van zedendelinquenten veel beter moet. “Ook daders moeten de weg vinden naar de juiste hulpverlening. Een combinatie van straf en zorg moet mogelijk worden.”

Topprioriteit voor minister

Gerechtelijke vervolging als sluitstuk van een ketenaanpak blijft tot nader order het tere punt. Vincent Van Quickenborne (Open Vld) maakte begin november vorig jaar, een maand na zijn aantreden als minister van Justitie, van de strijd tegen seksueel geweld een van de drie topprioriteiten in zijn beleidsnota.

Justitieminister Vincent Van Quickenborne wil met een herziening van het hoofdstuk seksuele misdrijven in het strafwetboek onder meer strengere straffen voor daders mogelijk maken

“In ons land zijn vrouwen buitensporig blootgesteld aan seksueel geweld en de slachtoffers staan nog te vaak in de kou”, zei de minister in de toelichting. “Het aantal aangiftes en veroordelingen voor verkrachtingen ligt te laag. Ons huidig strafwetboek is gedateerd. Vandaag moet er sprake zijn van geweld bij een seksueel misdrijf. Eigenlijk moet het al strafbaar zijn zodra er geen instemming is.”

Van Quickenborne wil met een herziening van het hoofdstuk seksuele misdrijven in het strafwetboek onder meer strengere straffen voor daders mogelijk maken. “Een ander probleem is dat slachtoffers vaak beschaamd zijn en zich zelfs schuldig voelen. Dat verklaart de geringe bereidheid tot aangifte.”

De minister werkt aan een automatische tussenkomst van de dienst slachtofferonthaal en de invoering van risicotaxatie, waardoor bepaalde dossiers prioritair gedagvaard worden voor de rechtbank. Van de vorige regering erft hij sensibiliseringscampagnes om victim blaming te voorkomen en de uitbouw van family justice centers voor seksueel geweld in een familiale context.

Tijdsgeest steekt handje toe

Voor de uitbouw van zorgcentra na seksueel geweld heeft de overheid de tijdsgeest helemaal mee. De moord op Julie Van Espen langs het Albertkanaal in Antwerpen begin mei 2019 trok een hele beweging tegen seksueel misbruik op gang. De familie van de 23-jarige studente klopte hard op tafel voor de uitbreiding van de zorgcentra.

De dood van Van Espen zette Sophie Van Reeth aan tot het schrijven van het boek Genoeg gezwegen, dat in september vorig jaar verscheen bij Standaard Uitgeverij. Daarin tekent de auteur verhalen op van zeven slachtoffers van seksueel misbruik, inclusief zichzelf.


Uitgelichte foto: Unsplash

Auteur: Paul Gebruers

Paul Gebruers ruikt het nieuws van ver en kijkt graag over de muur. Puzzelstukjes reconstrueren en tanden zetten in moeilijke dossiers en beleidsitems. Van justitie tot samenleving.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books