Hoe Semlex en Gunvor de Ivoriaanse burgeroorlog bewapenden

23 oktober 2020 Khadija Sharife, Mark Anderson, Sana Sbouai, Mathieu Olivier
IvoryCoast
Illustratie: © OCCRP

Begin 2011 begonnen de naweeën van de betwiste presidentsverkiezingen in Ivoorkust lelijke vormen aan te nemen. In het hele West-Afrikaanse land was er een opflakkering van geweld toen president Laurent Gbagbo de resultaten van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen naast zich neerlegde. Zijn rivaal, Alassane Dramane Ouattara, had die verkiezingen eind november 2010 gewonnen.   

De internationale gemeenschap voerde de druk op Gbagbo op. De toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki Moon, riep hem op af te treden, maar dat viel in dovemansoren. In januari 2011 bevroor de Europese Unie de bezittingen van Gbagbo’s familie, en sprak ze sancties uit tegen tientallen mensen en bedrijven die zijn regime steunden.

Niet genoeg munitie

Semlex

Dit artikel maakt deel uit van een breder onderzoek door OCCRP naar Semlex. Lees het volledige dossier hier.

Voor de tweede keer in minder dan een decennium kwam Ivoorkust in een burgeroorlog terecht, die uiteindelijk 3.000 burgers het leven zou kosten. De militaire stafchef van Gbagbo waarschuwde er bij de start nog voor dat het leger “niet genoeg munitie had om drie dagen te vechten”.

Gbagbo had geld en vooral wapens te kort, en hij deed een beroep op twee bedrijven die hem hadden geholpen om met een louche oliedeal zijn presidentscampagne te financieren. Die bedrijven waren Gunvor, een van de grootste olietraders in de wereld, en het in Brussel gevestigde Semlex, een leverancier van biometrisch beveiligde documenten.

Het was een riskante onderneming, omdat tegen Ivoorkust op dat moment een wapenembargo was ingesteld door de VN. Nieuw onderzoek van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP) toont aan dat Gunvor en Semlex er geen graten in zagen om als makelaar op te treden bij wapenverkopen, in ruil voor een stukje van de olierijkdom van Ivoorkust.

Gunvor en Semlex zagen er geen graten in om als makelaar op te treden bij wapenverkopen, in ruil voor een stukje van de olierijkdom van Ivoorkust

OCCRP en het Belgische magazine Médor kregen inzage in vertrouwelijke documenten, waaronder meer dan 100.000 gelekte e-mails, contracten en bankdocumenten. Ze laten in detail zien hoe beide bedrijven hielpen om wapens te leveren aan het regime van Gbagbo. 

De documenten laten ook zien dat Semlex een contract ondertekende met een Tunesisch bedrijf van twee beruchte wapenhandelaars. Beide worden door de VN genoemd vanwege het overtreden van de ingestelde sancties door tijdens de burgeroorlog de strijdkrachten van de ex-president van wapens te voorzien.

Gunvor en Rusland

Van Gunvor, één van ’s werelds grootste olietraders, wordt al lang vermoed dat het banden heeft met de Russische president Vladimir Poetin. Gennady Timchenko verkocht zijn 43,5% van de aandelen aan mede-oprichter Torbjörn Törnqvist in 2014 voor minstens 1 miljard dollar, nadat de VS hem sancties had opgelegd vanwege deze vermeende banden. Törnqvist is nog steeds voorzitter en hoofdaandeelhouder van Gunvor.

Een centrale figuur in de deal was Olivier Bazin, een Fransman met een crimineel verleden, die in Ivoorkust als fixer optrad voor zowel Gunvor als Semlex. Uit vertrouwelijke documenten blijkt dat hij vaak contact had met topmensen van Gunvor en met bekende wapenhandelaars.

Gunvor was in die tijd eigendom van de Zweedse miljardair Torbjörn Törnqvist, die jarenlang geprobeerd heeft toegang te krijgen tot de Afrikaanse oliereserves, en van Gennady Timchenko, een Russische oligarch die nauwe banden onderhoudt met het Kremlin.

Wapens en olie

Volgens Andrew Feinstein, de auteur van Shadow World: Inside the Global Arms Trade, is het gebruikelijk dat wapens, zowel legaal als illegaal, voor olie worden geruild. “Gunvor was blijkbaar bereid om een regime waartegen toen een embargo was ingesteld geld te geven om wapens mee te kopen”, zegt Feinstein.

“Ook het feit dat Gunvor hielp om aan wapens te komen of daar heimelijke afspraken over te maken via beruchte wapenhandelaars, zijn bewijzen dat er louche technieken werden aangewend om goedkoper aan olie te komen, en – los van de werkelijke kosten – daar gigantische winsten mee te maken.”

Het ziet ernaar uit dat Gunvor zijn relatie met Semlex heeft gebruikt om te verdoezelen dat het goeie maatjes was met bekende wapenhandelaars, vertelt Feinstein. Het netwerk dat de twee bedrijven opzetten, is volgens Feinstein een goed voorbeeld van “de vele obscure lagen waaronder wapenverkopers hun activiteiten verstoppen”. 

Gennady_Timchenko,_2018
Medeoprichter van Gunvor Gennady Timchenko, een Russische oligarch die nauwe banden onderhoudt met het Kremlin. Naar verluidt verkocht hij in 2014 voor een onbekend bedrag zijn aandelen aan Torbjörn Törnqvist. (Foto: Kremlin)

Van Semlex werd niemand in staat van beschuldiging gesteld voor corrupte deals in Ivoorkust. In 2018 schreef de regering van Ouattara een contract van 700 miljoen euro uit waarmee de biometrische ID-maker de volgende 10 jaar paspoorten mocht maken.

Vorig jaar werd Gunvor in Zwitserland veroordeeld tot een recordboete van 95 miljoen dollar. Het bedrijf had zijn werknemers niet tegengehouden om ambtenaren in de Republiek Congo en Ivoorkust om te kopen.

De Zwitserse minister van Justitie zei in een verklaring dat “het er daarom naar uitziet dat Gunvor aanvaardde dat een risico op corruptie inherent was aan de commerciële activiteit van het bedrijf”. De bewijzen in de zaak zijn niet toegankelijk. Volgens de onderzoeksorganisatie Public Eye heeft Gunvor sindsdien zijn Afrika-departement verhuisd van de hoofdzetel in Genève naar Dubai, waar minder strenge regels gelden.

Seth Pietras, de Corporate Affairs-directeur van Gunvor, ontkende alle beschuldigingen dat de wet was overtreden. Hij zei dat het bedrijf aan Semlex en Bazin was voorgesteld door een gewezen werknemer van Gunvor, die later door een Zwitserse rechtbank werd veroordeeld op beschuldiging van omkoping, maar dat het met geen van beide nu nog contacten onderhield.

Pietras zei: “Gunvor heeft absoluut geen weet van welke ‘huurling’ dan ook, en heeft geen overeenkomsten of dossiers met of over hen. We hebben en hadden geen band met de bedrijven of rechtspersonen die u aanhaalt.”

Semlex antwoordde niet op de vragen van OCCRP. Bazin antwoordde niet op onze herhaalde vragen om toelichting. Kadet Bertin, die op het moment van de feiten de almachtige veiligheidsadviseur van Gbagbo was, vertelde Jeune Afrique dat hij niets afwist van Gunvor en Semlex, en weigerde andere vragen te beantwoorden.

‘Het materiaal dat we nodig hebben’

Toen begin 2011 het conflict in Ivoorkust hoog opliep, kwam in een privékamer in het Geneefse vijfsterrenhotel Mandarin een kleine groep zakenlui samen.

Naast een vertegenwoordiger van Gunvor was Olivier Bazin aanwezig, die toen voor Semlex in Ivoorkust werkte, samen met Robert Montoya, een andere Fransman, die aan het hoofd staat van een internationaal vertakt netwerk van wapensmokkelaars dat al tijdens de burgeroorlog van 2002-2004 Gbagbo van wapens voorzag. 

Een anonieme bron die weet hoe het er aan toe ging, weigerde het gesprek in detail te beschrijven. Uit vertrouwelijke correspondentie blijkt dat een adviseur van Gbagbo een paar weken daarvoor, op 24 januari, Bazin een lijst had gestuurd van wapens die hij wou kopen, voor een totaalbedrag van 4,5 miljoen euro.

Zohore-Request
De lijst met wapens die de gewezen adviseur van Gbagbo, Aubert Zohore, wou krijgen.

“Hier is het materiaal dat we dringend nodig hebben”, schreef Aubert Zohore, die toen adviseur was van Gbagbo, bij een lijst met daarop bijna 7 miljoen patronen, 6.000 raketgranaten en 300 rookgranaten.    

Twee dagen later stuurde Bazin het bericht door naar Gunvor. Hij schreef erbij: “Zoals afgesproken stuur ik u de lijst van het materiaal dat de [vertegenwoordiger van de president] van de Russen wil krijgen.”

Een bron die weet heeft van de deal beweert dat er voor de wapens werd betaald, en dat er ook een aantal werd geleverd. Maar er kwam een eind aan de deal toen Gbagbo in april 2011 werd gearresteerd.

De bron zegt: ”President Gbagbo wou dat Bazin de steun van Gunvor kreeg om in Rusland wapens te kopen. Bazin en Montoya betrokken Gunvor bij de wapendeal en allebei hadden ze daartoe in Genève een ontmoeting met Gunvor.” 

Een paar dagen na het bericht van Zohore stuurde Bazin naar Albert Karaziwan, de CEO van Semlex, de details voor een geantedateerde factuur van 1,6 miljoen dollar waar ook Caminex bij betrokken werd, een bedrijf waarvan Montoya mede-eigenaar was.  

Caminex werd beschreven als een Tunesische olietrader. Maar journalisten vonden geen bewijzen dat het bedrijf of zijn directeuren in Tunesië olie-transacties mogen doen. Ze bevestigen ook dat Caminex geen toestemming heeft om er ruwe olie in- of uit te voeren.

Franse huurlingen

Lees onderaan dit artikel meer over Montoya en Lafon.

Caminex – dat soms ook als Camimex wordt geschreven, duidelijk in een poging om de activiteiten te camoufleren – is blijkbaar een vehikel voor betalingen aan zijn wapenverkopende eigenaars: Montoya en een andere Franse huurling, Frédéric Lafont.

De VN zegt dat beide mannen de sancties hebben geschonden door wapens te verkopen aan het regime van Gbagbo. In Frankrijk, dat Ivoorkust koloniseerde van 1893 tot 1960, loopt een onderzoek naar beide mannen wegens misdaden tegen de mensheid en witwassen van geld.

Een Parijse openbare aanklager bevestigt dat er een onderzoek loopt, maar weigert er verder op in te gaan, om de vertrouwelijkheid niet te schenden.

VN-waarnemers voeren aan dat Caminex één van de bedrijven is die de mannen gebruiken om geld door te sluizen. Montoya en Lafont maakten gebruik van “een complexe structuur van bedrijven die hun basis in Ivoorkust, Tunesië en Letland hebben.  Die landen stonden toe dat ze consequent de sancties tegen Ivoorkust met voeten traden”, schreven ze in 2012 in een rapport voor de Veiligheidsraad.

De waarnemers schatten dat het netwerk van Montoya tussen 2006 en 2010 minstens voor 16,3 miljoen dollar aan wapens verkochte, aan de Ivoriaanse overheid, waaronder duizenden granaten van het type dat tijdens de crisis die volgde op de verkiezingen van 2010 werd uitgedeeld aan Gbagbo-gezinde milities. Ze zeggen dat Montoya in het begin van 2011 zelfs “de aankomst en het verblijf organiseerde van een groep van zeven technici die de opdracht hadden een Mi-24-helikopter te herstellen en onderhouden”, met de hulp van de Republikeinse Wacht van Gbagbo. 

Gunvor bleef olie aankopen van het regime van Gbagbo, zelfs nadat de EU sancties had afgekondigd tegen het staatsoliebedrijf Petroci

In het rapport van de VN wordt Gunvor nooit bij naam genoemd. Maar in een bijlage met de titel “Verzoek voor een ‘olie voor wapens’-deal” halen de waarnemers een mail uit 2010 aan, waarin een werknemer van Gunvor onderhandelt over de aankoop van twee extra ladingen Ivoriaanse ruwe olie voor een prijs van 106 miljoen dollar.

OCCRP kon niet bevestigen dat Semlex in januari 2011 de 1,6 miljoen dollar overmaakte om de wapens te kopen die het regime van Gbagbo wou hebben. Uit vertrouwelijke documenten blijkt wel dat Semlex in 2010 effectief 1,2 miljoen dollar overschreef naar de Nederlandse vestiging van Gunvor, alweer schijnbaar voor de betaling van olie, hoewel de echte reden niet duidelijk is.

Lafont vluchtte na de arrestatie en afzetting van Gbagbo in april 2011 van Ivoorkust naar Togo, waar het bedrijf van Montoya was gevestigd. Volgens de VN-waarnemers werden tijdens de crisis na de verkiezingen financiële documenten over de bedrijven van Lafont met Sophia Airlines naar Togo overgevlogen. Sophia Airlines is eigendom van zijn vrouw. Het is niet duidelijk of Caminex nog actief is, maar een bankrekening die met het bedrijf geassocieerd is, wordt nog steeds gebruikt.

Gilbert Collard, de toenmalige advocaat van Lafont, heeft herhaaldelijk gezegd dat zijn cliënt geen schuld heeft aan wat voor overtreding dan ook.

Ondertussen bleef Gunvor olie aankopen van het regime van Gbagbo, zelfs nadat de EU sancties had afgekondigd tegen het staatsoliebedrijf Petroci. Uit een gelekte e-mail blijkt dat in de laatste weken van de burgeroorlog, in april 2011, Gunvor zo’n 1,6 miljoen vaten ruwe olie kocht, ter waarde van naar schatting 160 miljoen dollar. Semlex ontving een betaling van 2 dollar per vat voor haar rol in de deal, in totaal meer dan 3,1 miljoen dollar.

De woordvoerder van Gunvor, Pietras, ontkende dat het bedrijf betrokken was bij welke overtreding dan ook. Een woordvoerder van Petroci gaf geen antwoord op vragen.

Een oorlogskas aanleggen 

ACFrOgDF_O68q6dLZAaqNF7Rs8TNBSPkxnr2LoG8Ir_MqtxhSfKwcWfFFCYxxnBY0vvXiNfR1Cau4jUCfMK2ildrmsa0PUbEu8JYy-L5mBLdR4f82tcGokq1RzAQRwvhcRkOyEMoqj9tLlCWS22s
Olivier Bazin stuurde in november 2008 een factuur van 160.000 euro naar Semlex Europe. (© OCCRP)

Gunvor en Semlex hadden al een lucratieve relatie met het regime van Gbagbo op het moment dat de adjunct van de president zich klaarmaakte voor de strijd en op hen beroep deed om wapens te leveren.

Gunvor had in Ivoorkust al minstens sinds maart 2008 samengewerkt met Semlex, toen het een contract voor een jaar afsloot met de plaatselijke afdeling. Voor Gunvor was Semlex een nuttige fixer, die in heel Afrika, waar het toen aan het uitbreiden was, een waaier van politieke contacten had. Semlex kreeg een mooie vergoeding om de oliedeals van Gunvor mogelijk te maken

In juni 2008 werkten de twee bedrijven samen voor een eerste gekende deal om 630.000 vaten ruwe olie te kopen van het Ivoriaanse olieveld Espoir. Semlex streek toen 790.000 dollar op als commissie om de aankoop te regelen. In november stuurde Bazin Semlex een factuur voor 160.000 euro om in Ivoorkust “voor uw rekening te prospecteren en op te treden”.

In maart van het volgende jaar formaliseerde Gunvor zijn relatie met Semlex in een overeenkomst, waarin het Semlex de toestemming gaf om voor Gunvor olie te kopen. Op dezelfde dag stelde Semlex Bazin aan als zijn vertegenwoordiger in Ivoorkust.

Kort nadien lekten er documenten waaruit blijkt dat Gunvor een contract had getekend om voor 90 miljoen dollar olie te kopen van Petroci. Die prijs was minder dan een derde van de toen geldende internationale olieprijs, aangezien het Zwitserse bedrijf ermee akkoord ging om vooraf te betalen. Uit documenten die OCCRP kon inkijken, blijkt dat de Franse bank Crédit Agricole het contract ondersteunde. Volgens Africa Intelligence deed Gunvor in die periode nog een gelijkaardige deal met Ivoorkust.

Een bron dicht bij de deal, die anoniem wenst te blijven, vertelde dat Bazin bij Gbagbo ging lobbyen om het contract te ondertekenen, met als argument dat hij het geld nodig had om een oorlogskas op te bouwen en zijn presidentiële verkiezingscampagne van 2010 te financieren. En om, als het nodig was, huursoldaten en wapens te betalen.

Onze bron vertelt: “In 2009 overtuigde Bazin Gbagbo ervan deze overeenkomst te aanvaarden, zodat hij voor de komende verkiezingen al wat geld kon opstrijken.”

Bazin is nooit in staat van beschuldiging gesteld voor overtredingen in de Afrikaanse deals van Gunvor. Maar uit documenten van de rechtbank blijkt dat hij in Ivoorkust een belangrijke figuur was, die met lokale ambtenaren samenwerkte en “verschillende oliecontracten en de levering van olie overzag”.

In maart 2010, zeven maanden voor de presidentsverkiezingen in Ivoorkust, ondertekende Semlex ook een contract met Caminex. In de overeenkomst, die zogenaamd over oliehandel met Tunesië gaat, staan voor Semlex geen namen, en de handtekening van de vertegenwoordiger van Caminex is onleesbaar.

Een Tunesische regeringsambtenaar aan wie we de voorwaarden lieten lezen, vertelde ons dat het er verdacht uitziet, omdat er sprake is van een lucratieve fee voor advies en er cruciale gegevens ontbreken, zoals het volume van de olie die wordt gekocht. De ambtenaar heeft geen toestemming om de pers te woord te staan, en wil daarom anoniem blijven. Hij vond de overeenkomst beter passen bij Saudi-Arabië dan bij de kleine en beperkte Tunesische markt.

Montoya, Lafont en Bazin waren niet bereikbaar voor commentaar.

Het risico afdekken  

Naarmate de troepen van Ouattara in de Ivoriaanse burgeroorlog de overhand kregen, gedeeltelijk omdat Gbagbo te weinig middelen en wapens had, begon het duidelijk te worden dat Gunvor op het verkeerde paard had gewed. Maar uit het onderzoek van OCCRP blijkt dat de oliehandelaar zijn risico al aan het afdekken was.

In januari 2011 kreeg Gunvor nog steeds olie van het regime van Gbagbo. Maar ze tekenden toen ook een aparte overeenkomst om ruwe olie te kopen van nieuwe partners die aan de andere kant van de burgeroorlog stonden: Adama Toungara, de gewezen minister van Aardolie, die een sleutelfiguur was bij het staatsoliebedrijf Petroci.

De overeenkomst werd klaarblijkelijk geactiveerd toen Gbagbo in april van dat jaar werd gearresteerd. In de volgende maand begon Gunvor ambtenaren van de nieuwe Ivoriaanse regering te betalen via Belisha Capital, een bedrijf dat is gevestigd in het belastingparadijs Saint Vincent en de Grenadines. Gerechtelijke documenten tonen dat Belisha Capital eigendom is van Adama Kamara, die volgens een bron met kennis over de familie de neef is van gewezen minister Toungara.

Belisha-Capital-Invoice-redacted
Een factuur van Belisha Capital aan de Nederlandse vestiging van Gunvor, voor 1,5 miljoen dollar winstdeling van ruwe olie (© OCCRP)

In een factuur met als datum 15 mei 2011 vraagt Belisha anderhalf miljoen dollar van de Nederlandse vestiging van Gunvor, als winstdeling voor de verkoop van ruwe olie de maand daarvoor. Uit gerechtelijke documenten blijkt dat Bazin tussen 2011 en 2013 bovendien een onbekend bedrag betaalde aan personeel van Petroci.

Tot juni 2011 bleef via verschillende bankrekeningen en bedrijven geld stromen tussen het regime van Gbagbo, Semlex en Gunvor. In die maand schreef Semlex een laatste betaling van 300.000 dollar over naar een van zijn lege Zwitserse vennootschappen, met als omschrijving: Contract: Gunvor – Semlex.

OCCRP kon de hand leggen op gerechtelijke documenten waarin wordt verteld dat Gunvor “erg dicht” bij het regime van Gbagbo stond. Maar uit getuigenissen in de rechtbank blijkt dat de olietrader ook lobbyde bij de nieuwe regering om achter de schermen toegang te krijgen tot olie. Ze gebruikten daarvoor hun relatie met Toungara en Kamara.

Massere Toure, een woordvoerder van de Ivoriaanse president en nicht van president Ouattara, vertelde aan OCCRP dat de huidige administratie geen dossiers had waaruit kon worden opgemaakt wat er was gebeurd toen Gbagbo de macht had. Ze ging niet in op vragen over betalingen die Belisha Capital had gedaan aan regeringsambtenaren nadat Gbagbo was afgezet.

Kamara vertelde aan journalisten dat hij geen details wou geven over zijn contact met Gunvor tijdens de crisis na de verkiezingen, en hij beriep zich op zijn zwijgplicht als advocaat. St Vincent Trust Company, dat Belisha Capital beheerde, opende e-mails van journalisten, maar beantwoordde ze niet.

Semlex kwam ongeschonden uit de hele periode. In 2018 tekende het bedrijf een contract van 700 miljoen om voor Ivoorkust 32 miljoen paspoorten te maken. Semlex beantwoordde de vragen niet die OCCRP stuurde.

In 2016 stopte Gunvor met Ivoriaanse olie te verhandelen. Het bedrijf ontkent alle beschuldigingen. Pietras, de Corporate Affairs-directeur, zegt: “Gunvor zou nooit een deal aangaan waarin wapens een onderdeel van de transactie zijn. Dat was toen zo en dat is nu nog zo.”

“Beweren of insinueren dat Gunvor bewust een deal heeft aangegaan waarin wapens een rol spelen is totaal oneerlijk en is in wezen schadelijk voor Gunvor.”

Met medewerking van Philippe Engels (Médor) en Walid Mejri (Al Qatiba)  

Uitgelichte afbeelding: © OCCRP

Franse huurlingen

Toen Frédéric Lafont, een gewezen Franse legioensoldaat, in het begin van de jaren 2000 besloot om de particuliere beveiligingsindustrie in te stappen, deed hij dat vanuit Ivoorkust.

In een interview voor de Franse televisie uit 2012 omschreef Lafont zichzelf als een volleerde professional, die bereid was om veiligheid te leveren aan machthebbers, wat ook hun politiek was. Hij beweerde dat hij op dat moment eigenaar was van meer dan 20 bedrijven met in totaal meer dan 6.000 werknemers, en dat hij bekendstond als de man die de overvalcommando’s van Gbagbo opleidde.

Van veel van die bedrijven,  zoals Darkwood Logistics, Protec SA, Caminex en Sophia Airlines, vertelde de VN later dat ze wapens leverden of vervoerden en de opbrengsten van illegale wapens witwasten. In een aantal bedrijven was de mede-eigenaar zijn vrouw of Robert Montoya, een andere Franse huursoldaat.

Montoya begon zijn carrière als een Franse politieagent voor hij in de wapenhandel actief werd.

In 2006 vertelde hij aan de Franse krant Le Monde dat hij een militair adviseur van Gbagbo was. De Veiligheidsraad van de VN vertelde later dat hij sinds 2005 militaire helikopters, wapens en uitrusting had geleverd aan het regime van Gbagbo en daarvoor een hele reeks technieken had gebruikt, waaronder ruilen voor grondstoffen zoals olie en cacao, en zelfs het dumpen van afvalstoffen.

Vanaf 2009, het jaar voor de verkiezingen in Ivoorkust, begon hij volgens de VN aan het regime van Laurent Gbagbo dodelijke wapens te leveren, waaronder raketten, traangas, granaten en explosieven. Montoya deed een beroep op Letse advocaten om zijn bedrijven te beheren en de levering aan regeringsgezinde milities te coördineren, onder andere aan commandant Anselme Seka Yapo, een gewezen adjudant van Gbagbo’s vrouw en de leider van een groot paramilitair netwerk.

De advocaat van Lafont, die nu in het Europese parlement zetelt, vertelde later aan de pers dat zijn cliënt nooit in staat van beschuldiging was gesteld, en dat alles gebaseerd was op “verzinsels uit jaloezie”.

We konden Montoya en Lafont niet bereiken voor commentaar.

Kolonel Mario

Olivier Bazin, bekend onder zijn bijnaam ‘Kolonel Mario’, is een in Frankrijk geboren crimineel met een legendarisch verleden.

Volgens Public Eye begint hij in 2007 voor Gunvor te werken als fixer in Angola. Het jaar daarop wordt hij in de zaak-Cercle Concorde in staat van beschuldiging gesteld wegens samenzwering met het oog op moord en afpersing. Die zaak draait om een strijd tussen twee Corsicaanse clans om de macht te verwerven over de lucratieve Parijse goktempel. Later wordt die beschuldiging ingetrokken.

Ondanks dit feit, begint hij voor Gunvor ook te werken als fixer in Ivoorkust en de Republiek Congo. Uit de onderzoeken van OCCRP blijkt dat in die twee landen de oliegigant betrokken was bij louche deals met Semlex.

In 2009 wordt Bazin in Frankrijk veroordeeld voor witwaspraktijken en goudsmokkel voor Ali Bongo, de zoon van de toenmalige Gabonese president Omar Bongo, die hij later zou opvolgen. Hij preciseerde voor de openbare aanklagers: “16 reizen naar Abidjan, Brazzaville, Malabo; meer dan 30 vergaderingen in het hoofdkwartier van Gunvor in Genève; meer dan 50 vergaderingen in Parijs, Brussel, Londen, enzovoort, met onze Franse tegenhangers, allemaal in naam van Gunvor.”

Een Zwitserse aanklager beschrijft Bazin als een internationale wapenhandelaar. Naar verluidt loopt er ook een onderzoek naar zijn rol in Congo. In januari diende de voormalige voorzitter van de Ivoriaanse Nationale Vergadering in Frankrijk een klacht in tegen Bazin, omdat hij betrokken zou zijn bij een opname waarin hij ervan wordt beschuldigd de staatsveiligheid te ondermijnen.

Hij schuwt de openbaarheid en OCCRP kon hem niet bereiken voor commentaar.

LEES OOK