Wanneer Breendonk dreigt te zwijgen

 Leestijd: 13 minuten2

Na meer dan 75 jaar, nu stilaan de allerlaatste getuigen van Breendonk verdwijnen, bestaat volgens advocaat en auteur Jos Vander Velpen het gevaar van bagatellisering van de grootste massamoord uit de hedendaagse Belgische geschiedenis. ‘Met allerlei vormen van intolerant extremisme die op de loer liggen, moet Breendonk ons eraan herinneren dat wanneer het democratie en mensenrechten betreft, we nooit waakzaam genoeg kunnen zijn.’

Het Fort van Breendonk, bij Willebroek, deed tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst als opvangkamp van de SS om aanvankelijk Joden en ‘asociale elementen’ en later politieke gevangenen, verzetsstrijders en gijzelaars op te sluiten.

Mishandeling, ondervoeding, ontbering, dwangarbeid en foltering bepaalden er het beeld van alledag. Van september 1940 tot september 1944 werden gevangenen er doodgeslagen, opgehangen en doodgeschoten. Anderen bezweken onder het onmenselijke regime of wachtten hun deportatie af naar kampen verder oostwaarts.

Jos Vander Velpen: ‘Breendonk moet ons eraan herinneren dat wanneer het over democratie en mensenrechten gaat, we nooit waakzaam genoeg kunnen zijn’

Van de zo’n 3.600 gevangenen van SS-Auffanglager Breendonk zou ongeveer slechts de helft ervan de oorlog overleven. In het zopas verschenen boek Breendonk, Kroniek van een vergeten kamp vertelt de Antwerpse advocaat en mensenrechtenspecialist Jos Vander Velpen (1948) ingetogen, doch levendig en invoelend over wat mensen er dag in dag uit hebben ervaren.

Vander Velpen constateert dat na 75 jaar, nu alle belangrijke getuigen van Breendonk langzaamaan wegvallen, de stilte over het kamp neerdaalt en het gevaar dreigt van bagatellisering van de grootste massamoord uit de hedendaagse Belgische geschiedenis: “Nu allerlei vormen van intolerant extremisme op de loer liggen, moet Breendonk ons eraan herinneren dat wanneer het over democratie en mensenrechten gaat, we nooit waakzaam genoeg kunnen zijn.”

Apache sprak met Vander Velpen en Herbart Beyers, site-manager van Breendonk en wisselde van gedachten met schrijver Jeroen Olyslaegers en dichter/kunstenaar Jan Vanriet die respectievelijk het voorwoord en de cover van het boek verzorgden. Een bezinning over een stukje inktzwart verleden, zinvol herdenken en mensenrechten die ook vandaag nog met voeten worden getreden.

Nationaal Gedenkteken

“Een lage massa beton die op de buitenflanken overal afgerond was en op huiveringwekkende wijze bultig en samengeperst leek – de brede rug, (…) van een monster dat hier uit de Vlaamse grond was opgerezen als een walvis uit de golven”, met deze indringende beschrijving van de buitenkant van het Fort van Breendonk preludeert de Duitse schrijver W.G. Sebald (1944-2001) in zijn roman Austerlitz (2001) op de gruwel die zich binnen het kamp voltrok.

Het Fort van Breendonk werd voor de Eerste Wereldoorlog opgetrokken als onderdeel van een verdedigingsgordel rond Antwerpen. In 1914 dwong het Duitse leger het fort in een tiental dagen tot overgave. Na de oorlog werd het bij gelegenheid gebruikt door het Belgische leger en in het begin van de Tweede Wereldoorlog deed het een korte periode dienst als militair hoofdkwartier.

In september 1940 richtte de Sipo/SD (de Sicherheitspolizei/Sicherheitsdienst), een afdeling van de SS, het fort in als opvangkamp om Joden en tegenstanders van het bezettingsregime gevangen te zetten. Na de oorlog fungeerde het als interneringskamp voor collaborateurs in afwachting van hun proces en sinds 1947 houdt het zo goed als onveranderde fort als Nationaal Gedenkteken de herinnering levend aan de nazi-terreur en de daar begane misdaden tegen de menselijkheid.

Mannen met gezicht tegen de muur in Breendonk (Foto: © Otto Kropf (Collectie O. Spronk/CEGESOMA))

Schrijven tegen het vergeten

Wat verderop in het boek van Sebald geraakt de verteller naar aanleiding van zijn bezoek aan het fort doordrongen van “hoe weinig wij kunnen vasthouden, wat er allemaal voortdurend in vergetelheid raakt, met elk uitgedoofd leven, hoe de wereld zich als het ware vanzelf leegmaakt doordat de verhalen die kleven aan de talloze plaatsen en voorwerpen die zelf geen vermogen tot herinnering hebben, nooit door iemand worden gehoord of opgetekend.”

Met zijn schrijven voert Vander Velpen een strijd om de naargeestige maar belangrijke verhalen uit het kamp van Breendonk aan de vergetelheid te ontrukken. Eerder in 2003 bracht hij met En wat deed mijn eigen volk? hierover reeds een boek uit. Naar aanleiding van de vijfenzeventigste verjaardag van de bevrijding der kampen kroop de Antwerpse advocaat en mensenrechtenspecialist opnieuw in de pen.

Vander Velpen: ‘Bij de herdenking van 75 jaar bevrijding der kampen is Auschwitz heel groots en Breendonk eerder in mineur herdacht’

Vander Velpen, een bijzonder erudiet man, neemt lezer en aanhoorder meteen op sleeptouw wanneer hij begint te vertellen. “Er is recentelijk veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog. Denk maar aan het recente boek van Stefan Hertmans en de Canvas-reeks van Koen Aerts. Ik juich dat uiteraard allemaal toe, maar dat betekent niet dat er per se veel interesse is voor Breendonk.”

“Het is en blijft in zekere zin een vergeten kamp. Nochtans gaat het over de grootste massamoord uit de hedendaagse Belgische geschiedenis. Bij de herdenking van 75 jaar bevrijding der kampen is Auschwitz heel groots en Breendonk eerder in mineur herdacht. Nu bovendien bijna alle belangrijke getuigen weg zijn, daalt er toch een zekere stilte neer over het kamp en bestaat het risico dat de ware toedracht vervaagt”, zegt Vander Velpen.

Herbart Beyers, site-manager van het Nationaal Gedenkteken Fort van Breendonk bevestigt dat de kennis over Breendonk onder jongere generaties inderdaad afneemt. “Zo blijkt onder andere dat in ons collectieve geheugen politieke gevangenen veelal afwezig zijn. Nochtans is Breendonk bij uitstek hét kamp van de politieke gevangenen. Daarom is het belangrijk de bezoekers bewust te maken tot wat extremisme kan leiden. We zijn dan ook verheugd dat we vorig jaar 106.000 bezoekers mochten ontvangen”, vertelt Beyers.

Collaboratie

In het begin werden in Breendonk voornamelijk Joden en zogeheten asociale elementen opgesloten. Op dat moment werden Joden nog niet systematisch opgepakt en waren diegenen die in Breendonk terechtkwamen veelal mensen die volgens de Duitse bezetter wetten of de rassenwetten in het bijzonder overtraden.

Toen in augustus 1942 de Mechelse Kazerne Dossin als transitkamp opende voor Auschwitz, werd Breendonk hoofdzakelijk een kamp voor politieke gevangenen; gearresteerd vanwege hun politieke opvattingen of verzetsstrijders, opgepakt omdat ze verzetsdaden hadden gepleegd of behoorden tot een verzetsgroep.

Vander Velpen: ‘Tijdens de oorlog was er een ontroerende eensgezindheid en samenhorigheid onder de politieke gevangenen, maar na de oorlog is dat snel afgebrokkeld’

“In het algemeen is er een schromelijk gebrek aan interesse geweest voor de lotgevallen en het leed van politieke gevangenen”, gaat Vander Velpen verder. “Tijdens de oorlog was er een ontroerende eensgezindheid en samenhorigheid onder de politieke gevangenen van allerlei gezindte, maar na de oorlog is dat snel afgebrokkeld.”

“Met de Koude Oorlog is vooral het linkse en communistische verzet snel in diskrediet geraakt en ging er meer aandacht naar de collaboratie en het vreselijke lot dat de collaborateurs zou zijn aangedaan. Denk bijvoorbeeld aan alle commotie omtrent het proces Irma Laplasse, die wegens verraad ter dood werd veroordeeld maar alras uitgroeide tot een symbool van de Vlaams-nationalisten”, zegt Vander Velpen.

Jan Vanriet, de Antwerpse kunstenaar en dichter die de cover van het boek verzorgde, treedt hem hierin bij: “De politieke gevangenen zijn in Vlaanderen miskend omdat gedurende decennia de klok van de collaboratie luider kon klinken in allerlei media waar het flamingantisme dominant was, waar meeleven werd gecreëerd met de ‘slachtoffers’ van de repressie van wie de soms afschuwelijke daden werden verdoezeld, goedgepraat en verschoond. De kwalijke ideologische richting van de collaboratie was wisselgeld voor het realiseren van het Vlaamse ideaal. Men nam het al te graag aan.”

Een kamp als geen ander

Het werk van heel wat kunstenaars en schrijvers draagt nog sporen van het oorlogsverleden en familiale betrokkenheid bij verzet en collaboratie. Zo leerden de ouders van kunstenaar Jan Vanriet elkaar kennen als verzetslieden in het concentratiekamp van Mauthausen. De thematiek van de Tweede Wereldoorlog en de kampen duikt dan ook voortdurend op in zijn oeuvre.

‘De gevangenen leefden in een soort dystopie waarin gelijkheid haar meest extreme vorm bereikte: ieder had hetzelfde recht op honger, foltering en dood’

“Ik vind alle aandacht voor de kampen en het verzet belangrijk, kwestie van een gevaarlijk snel vergeetachtig collectief geheugen op te frissen. Daarbij is Breendonk letterlijk een gedenksteen: een gruwelijk oord dat ons herinnert aan wat een totalitair regime aan malheuren kan teweegbrengen”, stelt Vanriet.

Bij schrijver Jeroen Olyslaegers, die het voorwoord van Vander Velpens boek schreef, ging het dan weer om een collaborerende grootvader die hem ertoe aanzette tot het schrijven van zijn alom geprezen historische roman Wil (2016). “In mijn boek Wil staat Breendonk voor dreiging en chantage”, zegt Olyslaegers.

“Bij de laatste razzia waar de Antwerpse politie bevolen wordt om deel te nemen, eind augustus 1942, worden de agenten die weigeren met een opsluiting in Breendonk bedreigd. Er waren effectief enkelingen die hebben geweigerd, maar zij kregen een reprimande en werden niet opgesloten.”

“Breendonk stond al tijdens de oorlogsjaren synoniem voor de absolute verschrikking, de compleet willekeurige terreur, en dat blijkt achteraf niet ver van de waarheid”, legt Olyslaegers verder uit. Bij Vander Velpen was het echter geen familie, maar een voormalige kampbewoner die een blijvende belangstelling voor Breendonk bij hem zou doen postvatten.

“Mijn huisarts in Kortenaken destijds, een dorpje in het Hageland, Henri Vanmolkot was als jonge student geneeskunde in Leuven preses van een studentenvereniging die zich anti-Duits opstelde. In 1944 is hij in Breendonk terechtgekomen en op enkele weken was hij een levend lijk, maar door een godswonder overleefde hij zowel Breendonk als Buchenwald”, vertelt Vander Velpen.

“Na de oorlog was hij zo afgetakeld dat hij als arts de rust zocht in dat vredig plattelandsdorpje, waar ik hem heb leren kennen als een buitengewoon mens. Hij bekommerde zich enorm om zijn patiënten en was steeds medelevend.”

“Hij droeg echter zoals veel politieke gevangenen zijn kruis in stilte zodat velen niet beseften wat voor gruwelkamp Breendonk eigenlijk wel was. Het is uit respect voor de menselijke kwaliteit van vele politieke gevangenen en onbekende verzetslieden als Vanmolkot dat ik dit boek heb geschreven”, zegt de mensenrechtenadvocaat.

Cover van ‘Breendonk’ (Foto: © Uitgeverij EPO)

De verhalen die Vander Velpen vertelt zijn niet verzonnen, opgeklopt of geromantiseerd. Hij reconstrueert in zijn boek de geschiedenis van Breendonk aan de hand van archiefmateriaal en egodocumenten en put uit de talloze getuigenissen die de betrokkenen na de oorlog aflegden tijdens de processen. Toch vraagt hij zich af of het geschreven woord wel ten volle recht kan doen aan de doorstane verschrikkingen van de kampgevangenen.

“Breendonk was geen vernietigingskamp zoals Auschwitz, maar de onmenselijke omstandigheden waren er niet minder om”, weet Vander Velpen. “Het was een klein kamp, maar net vanwege die kleine schaal was de terreur directer en persoonlijker en moeilijker om aan te ontsnappen. Het was moeilijker om je weg te stoppen in Breendonk dan in Auschwitz. Het was ook zo goed als uitgesloten om je als politieke gevangene te organiseren.”

Dwangarbeid en honger maakten van Breendonk het kamp van de sluipende dood, schrijft Vander Velpen in zijn boek. De kampbewoners dienden loodzware arbeid te verrichten. Ze moesten met primitieve middelen zo’n 250.000 kubieke meter grond afgraven, waaronder het eigenlijke fort verborgen zat. Zo was de eerste dode in Breendonk Julius Nathan een 62-jarige Jood met astma die het werkritme niet aankon.

Wanneer de gevangenen in Breendonk aankwamen, werden ze gedwongen om een hele dag met hun gezicht tegen de muur van de binnenplaats te staan. Als ze het waagden om te kijken, werden ze tot bloedens toe hard tegen de muur geslagen. Het zijn onder meer dergelijke scènes waaraan je onvermijdelijk moet denken wanneer je de cover van Jan Vanriet aanschouwt.

Beulen, slachtoffers, mensen

De weergave van wat er zich afspeelde in de folterkamer is huiveringwekkend om te lezen. Die folterkamer werd in het voorjaar van 1942 ingericht voor het verhoor van verzetslui. Een veel gebruikt marteltuig was de katrol om gevangenen op te takelen, te martelen en met schenen en knieën te laten vallen op twee houten wiggen. De deuren werden hierbij opengezet zodat het geschreeuw ’s nachts weergalmde in de gangen.

Folterkamer in Breendonk (Foto: © Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk)

Honger, dwangarbeid, geweld en gemartel… Maar Vander Velpen beschrijft ook hoe de dood in Breendonk snel kon toeslaan. Vanaf november 1942 diende Breendonk als een pool van gijzelaars, waaruit het Duitse militair bestuur gevangenen koos om te executeren als represailles voor aanslagen van het verzet of andere verzetsfeiten.

“Het gijzelaarsbeleid was één van de grote misdaden van het militair bestuur van Alexander von Falkenhausen. Onder zijn bewind als militair bevelhebber zijn er 240 mensen in België terechtgesteld en veel daarvan in Breendonk. Dat creëerde in het kamp een enorme sfeer van angst en onzekerheid. Iedereen was in principe gijzelaar in Breendonk en kon terechtgesteld worden”, zegt Vander Velpen hierover.

Wat alles nog schrijnender maakte, vertelt Vander Velpen, is dat de terreur in Breendonk bovendien ook van eigen mensen kwam. De Duitse kampcommandant Philipp Schmitt (in 1943 opgevolgd door Karl Schönwetter) en zijn adjudant SS-luitenant Arthur Prauss zwaaiden de plak over het kamp, maar in september 1941 kwam een groepje Vlaamse SS’ers het Duitse garnizoen versterken. De onafscheidelijke en bijzonder sadistische Fernand Wyss en Richard De Bodt deden qua wreedheid zeker niet onder voor hun Duitse oversten en gingen de geschiedenis in als de beulen van Breendonk.

Zelf heeft Vander Velpen het niet zo voor dergelijke omschrijvingen: “Wanneer men het over de kampen heeft, vervalt men dikwijls in apocalyptische termen: het gaat over beulen en Breendonk als hel… Maar het is zoals Jeroen in zijn voorwoord schrijft: zowel de dader die enorme wandaden hebben begaan als de slachtoffers die immens hebben geleden zijn mensen.”

“Ik heb ook in het boek beschreven hoe bepaalde slachtoffers tot grote moordenaars uitgroeiden of de twee tegelijkertijd kunnen zijn. Er waren verschillende Joodse kameroversten, die zelf als slachtoffers van het nazisme in Breendonk zich ontpopten als ware moordenaars. Zo vertel ik bijvoorbeeld over de Duitse jood Walter Obler die tijdens het proces van Mechelen veroordeeld werd voor mededaderschap aan de moord op tien joodse medegevangenen.”

“Het grote punt is natuurlijk dat binnen een bepaald systeem zoals het nazisme, gestoeld op de ongelijkheid van mensen en waarbij rassenwaan triomfeert en de cultus van het geweld wordt geactiveerd, mensen toch zeer snel kunnen afglijden naar onmensen”, zegt Vander Velpen.

Jeroen Olyslaegers: ‘Door mensen te demoniseren of te heroïseren dragen we niet bij tot het begrip van dit morele moeras’

“Aan de andere kant zie je ook dat mensen, dat gewone eenvoudige lieden toch in staat zijn om hun menselijke kern te behouden, en die zelf in onwaarschijnlijke omstandigheden, zoals in Breendonk boven zichzelf uitstegen. Zo komen in mijn boek mensen als de jonge leraar Jan Van Calsteren aan bod die zich uiterst voorbeeldig en solidair hebben gedragen. Van Calsteren declameerde in Breendonk zelf Shakespeare voor zijn lotgenoten. Dat zijn dus de twee kanten van de medaille”, voegt Vander Velpen eraan toe.

Ook Jeroen Olyslaegers is het hiermee eens: “Door mensen te demoniseren of te heroïseren dragen we niet bij tot het begrip van dit morele moeras. Meer in het algemeen is het wat de collaboratie betreft ook essentieel om net dat grijs gebied in kaart te brengen. Daarbij is het aangewezen om niet iedereen over dezelfde kam te scheren.”

“Er waren verschillende vormen van collaboratie, waar de politiek of ideologisch gemotiveerde collaboratie er slechts een van was. De collaboratie van de plaatselijke overheid, van burgemeesters en politiediensten, kende een andere geschiedenis die door historicus Herman van Goethem uitstekend werd gedocumenteerd.”

“Wat we ook niet mogen vergeten – en waar nog steeds te weinig wordt over gesproken – is de economische collaboratie”, zegt Olyslaegers nog. “Die moet nochtans aanzienlijk zijn geweest. De meeste actoren werden nauwelijks of slechts weinig gestraft na de oorlog. Uiteraard waren er ook mensen die collaboreerden omdat ze hoopten er financieel beter van te worden, er carrièrekansen in zagen, of met de bezetter samenwerkten uit wraak op de een of de ander. Heel het menselijk maatschappelijk spectrum komt in het vizier als we het over dit onderwerp hebben.”

Fort van Breendonk (Foto: © Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk)

Mensenrechten onder druk

In de nadagen van het nazisme en de oorlog ontstond de politieke wil om afspraken op te stellen om nooit meer dergelijke gruwelijkheden te hoeven meemaken. Deze regels gingen enerzijds over oorlogen en anderzijds over mensenrechten in het algemeen. Ook gingen staten verplichtingen aan om internationale bescherming te bieden aan vluchtelingen. Hoe is het vandaag met de eerbiediging ervan hier en elders gesteld?

Vander Velpen, die van 2004 tot 2017 voorzitter was van de Liga voor Mensenrechten windt er geen doekjes om: “De grote ambitie zoals vertolkt in de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens is geenszins gerealiseerd. Die geformuleerde burgerlijke en politieke rechten waren verondersteld te gelden voor iedereen.”

Vander Velpen: ‘Historische voorlichting en waakzaamheid zijn onontbeerlijk om de gruwel zoals Breendonk en Auschwitz onmogelijk te maken’

“In het grootste deel van de wereld zijn de rechten die de burger dient te beschermen tegen zijn eigen overheid nog lang niet gerealiseerd. Ook in de Westerse wereld worden ze zo hier en daar langzamerhand belaagd of wordt erop beknibbeld. Dat hebben we reeds gezien in de strijd tegen terrorisme.”

“Als er morgen een economische crisis van formaat uitbreekt, kan het ook misgaan met een deel van onze rechten”, waarschuwt hij. “Dan spreek ik nog niet eens over onze economische en sociale rechten, als je ziet hoe de armoedebarometer toeneemt. Om nog maar te zwijgen van de rest van de wereld waar miljoenen en miljoenen kinderen gewoon geen gezondheidszorg of waardig onderwijs hebben.”

“Die grote idealen zijn zeker ten aanzien van vluchtelingen vaak afwezig. Nu meer dan ooit, omdat er omwille van de grote ongelijkheid de laatste decennia meer vluchtelingen naar het westen trekken”, meent hij.

“Het is daarom ook dat het zo belangrijk is om aandacht te besteden aan die eerste jaren in Breendonk die ik in het boek beschrijf. Velen van die Joodse gevangenen waren natuurlijk ook vluchtelingen die uitweken voor het opkomende fascisme en nazisme. Nu zijn er ook nog in grote delen van de wereld dictatoriale regimes.”

Voorlichting

“En ja, in het Westen kunnen we inderdaad teren op een aantal niet onbelangrijke instrumenten die we vanuit de oorlog hebben opgezet om te verhinderen dat een dergelijke gruwel zoals in Breendonk zich herhaalt. Er zijn de mensenrechtenverdragen, het Anti-Folterverdrag, er is het Internationaal Strafhof, maar op zich is dat natuurlijk niet voldoende.”

Vander Velpen: ‘Als morgen een economische crisis van formaat uitbreekt, kan het ook misgaan met een deel van onze rechten’

“Er is vooral ook nood aan geschiedkundige voorlichting en waakzaamheid. Om dag in dag uit op zijn hoede te zijn voor alles wat te maken heeft met discriminatie, racisme, extreemrechts nationalisme en antisemitisme”, stelt Vander Velpen.

Dat is ook wat sitebeheerder Herbart Beyers onderstreept: het belang van het actuele verhaal dat Breendonk in dat opzicht uit te dragen heeft: “Breendonk streeft als memoriaal ernaar om mensen bewust te maken van de schendingen van de mensenrechten in het verleden en in het heden.”

Maar er is duidelijk nog werk aan de winkel. Zo bracht in de zomer van 2019 de zoon van voormalig Vlaams Belang-parlementslid Rob Verreycken de Hitlergroet in de zaal die in Breendonk dienst deed als kantine voor de SS’ers.

Fort van Breendonk (Foto: © Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk)

Wat later opperde Vlaams-Belang Kamerlid Dries Van Langenhove in een tweet dat we met een bezoek aan Breendonk onze kinderen zouden opzadelen met zelfhaat. Naar aanleiding hiervan uitte historicus Nico Wauters op Apache zijn bezorgdheid over de hernieuwde politieke aanval op de erfenis van de Tweede Oorlog.

Vander Velpen hierover: “Je hebt altijd lieden van extreemrechtse signatuur die zich storen aan Breendonk. Men heeft uit die hoek na de oorlog ook veel kabaal gemaakt omdat het verzet er na de bevrijding van Breendonk echte en vermeende collaborateurs en incivieken heeft opgesloten. Sommigen zijn inderdaad onheus behandeld geweest, maar dat is niet vergelijkbaar met de wreedheden die aangericht zijn door het nazisme en haar acolieten.”

“Sommige uiterst rechtse figuren wensen dat Breendonk wordt gezien als symbool van de slachtoffers van de repressie in plaats van de slachtoffers van het nazisme. Daarnaast is het ontegensprekelijk zo dat in onze contreien extreemrechts aan kracht wint.”

Herdenken is hard labeur

In het voorwoord van het boek schrijft Jeroen Olyslaegers dat herdenken gelijk staat aan hard labeur, “omdat het nederigheid vergt ten opzichte van het verleden”.

“Het is frappant hoezeer we vanuit een morele superioriteit blijven kijken naar het tijdperk van onze groot- en overgrootouders. De verdringing verschuilt zich juist in die morele afstand. ‘Neen, dit zal ons nooit meer overkomen.’ En: ‘Neen, ik zou hier nooit aan hebben meegedaan.’ Dát is de bezwering.”

“Voor mij betekent herdenken dat we ervan uitgaan dat deze gruwel morgen opnieuw zou kunnen gebeuren en dat we vooral onszelf niet al te veel moeten vertrouwen. Dat is de morele kern van een terugblik. Pas dan, hoe pijnlijk en confronterend ook, zijn we aan het herdenken”, legt hij uit.

Olyslaegers: ‘Ik omschrijf herdenken als ‘hard labeur’ omdat het nooit ophoudt en ook omdat het geen wondermiddel is’

Olyslaegers zegt absoluut te begrijpen dat er vraagtekens worden geplaatst bij herinneringseducatie als middel om verdraagzaamheid tot stand te laten komen. “We kunnen een heleboel vragen stellen bij het ‘opdringen’ van zulke gevoelens.”

“Maar dat betekent niet dat herinneringseducatie zinloos is, omdat de ‘gewenste’ resultaten zouden uitblijven. Het is geen wondermiddel. Kennis delen en geschiedenis levend houden beschouw ik als een democratische opdracht”, gaat hij verder.

“Ik omschrijf het als ‘hard labeur’ omdat het nooit ophoudt en ook omdat het geen wondermiddel is. We kunnen niet anders dan deze verhalen blijven vertellen tegen de jongere generaties. We kunnen niet anders dan blijven delen, ook al weten we dat het niet noodzakelijk een breder bewustzijn over terreur, uitsluiting en discriminatie tot stand brengt bij iedereen”, meent Olyslaegers.

Vander Velpen zegt ten slotte zich ook aan te sluiten bij de 4 mei-rede van de Nederlandse schrijver Arnon Grunberg. Grunberg, zelf afkomstig uit een Duits-Joods gezin en een moeder die Auschwitz overleefde, brak in die voordracht ter gelegenheid van de Nederlandse Nationale Herdenking op 4 mei en de Nationale Viering van de Bevrijding op 5 mei, een lans om betekenisvol te herdenken.

“Herinneren moet niet alleen gaan over klassieke rituelen zoals kransen leggen. Neen, het betekent dat we steeds opnieuw onze kennis proberen te verdiepen en er niet zomaar van uitgaan dat het verleden voltooid is”, meent Vander Velpen.

“We moeten dan ook vooral bij jongeren de geest voor geschiedenis aanzwengelen en ingaan op de mechanismen die mensen ertoe brengen om anderen systematisch te mishandelen, te folteren en te doden. Alleen zo kan Breendonk na 75 jaar bevrijding een universele waarschuwing tegen grootschalige schending van de mensenrechten belichamen”, besluit Vander Velpen.

Extra

Breendonk, Kroniek van een vergeten kamp van Jos Vander Velpen verscheen dit jaar bij uitgeverij EPO.

Wildevrouw, het nieuwe boek van Jeroen Olyslaegers verschijnt op 1 december bij uitgeverij De Bezige Bij.

Collected stories, de dertiende solotentoonstelling van Jan Vanriet valt nog te bezichtigen tot en met zondag 15 november in de Antwerpse kunstgalerij De Zwarte Panter.

Auteur: Frederik Polfliet

Frederik Polfliet (1979) studeerde moraalwetenschappen aan de Universiteit Gent en internationale betrekkingen en diplomatie aan de Universiteit Antwerpen. Hij schrijft op regelmatige basis voor Streven en leverde kritieken en interviews voor onder meer De Leeswolf, De Reactor en Vrij Nederland.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books