Strandbars overspoelen Belgische kust

 Leestijd: 16 minuten11

Het aantal strandbars aan de Belgische kust is op een legislatuur quasi verdubbeld. Kustgemeenten kunnen tot de helft van ‘hun’ strand in concessie geven. In een aantal kustgemeenten staat het publieke strand dan ook onder druk van commercialisering en ‘verpretparking’. Sommige burgemeesters willen de huidige regels nog verder versoepelen, anderen waarschuwen dat het strand overal en voor iedereen toegankelijk moet blijven.

Het is op sommige plaatsen vanop de zeedijk spieden tussen strandcabines om een glimp van de golven te zien. Wie de voeten wil natmaken, kan dat maar door zich via een smalle doorgang tussen strandcabines, ligzetelverhuurders en bars te wurmen.

Op vijf jaar tijd verdubbelde het aantal strandbars aan de Belgische kust tot een zeventigtal

De vrije toegang tot het strand en het vrij zeezicht staan in de centra van verschillende badplaatsen ernstig onder druk. De afgelopen jaren nam de commercialisering en ‘verpretparking’ van het publieke strand alsmaar toe.

Op vijf jaar tijd verdubbelde het aantal strandbars aan de Belgische kust tot een zeventigtal. Die verhuren vaak nog eens ligzetels en andere accommodatie.

Daarnaast zijn er ook nog meer dan 70 afzonderlijke ligzetelverhuurders en aanbieders van allerlei vormen van betalend vermaak. Tel daarbij ook nog ruim 9.100 strandcabines, opgesteld in rijen en voorzien van ‘strandterrasjes’ voor de eigenaars of huurders.

De groeiende strandbusiness brengt niet alleen geld in het laatje voor wie stukken strand voor commerciële doeleinden huurt. De tien kustgemeenten haalden vorig jaar ook net geen drie miljoen euro inkomsten uit strandconcessies. Dat bedrag zal dit jaar lager zijn, aangezien de meeste gemeenten een deel van de concessievergoeding kwijtschelden.

De tien kustgemeenten haalden vorig jaar net geen drie miljoen euro inkomsten uit strandconcessies

Een tiende van wat gemeenten innen, wordt doorgestort naar het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust. De volledige kustlijn is namelijk eigendom van de Vlaamse Overheid, behalve het strand langs de dijk van De Panne en de haven van Zeebrugge.

Massatoerisme op een zakdoek

De toenemende druk op het vrije strand is geen coronaverhaal. De maatregelen om het coronavirus in te dijken, en de beperkte vrije ruimte op sommige stranden bij hoogwater, zetten de problematiek wel verder op scherp. In de meeste kustplaatsen zijn stranden dit jaar opgedeeld in zones met een maximumcapaciteit. Een cameraschild monitort voor het eerst de bezoekersaantallen en geeft met kleurcodes de verzadiging aan.

Met de invoering van een (gratis) reservatiesysteem gaat Oostende het verst in het beheren en beheersen van bezoekersstromen. Op sommige plekken staan strandcabines meer coronaproof opgesteld, verder uit elkaar dus. Zo nemen ze nog meer ruimte in.

De maatregelen om het virus in te dijken, en de beperkte vrije ruimte op sommige stranden bij hoogwater, zetten de problematiek wel verder op scherp

De kust blijft bijzonder populair. Jaarlijks trekken tussen de 16 en 19 miljoen dagtoeristen naar zee en worden meer dan 5 miljoen verblijfstoeristen geteld. Die toeristen verteren meer dan drie miljard euro, berekende Westtoer. Het kusttoerisme is een belangrijk economische motor voor de provincie West-Vlaanderen.

Al dat massatoerisme wordt op amper 67 kilometer kustlijn geconcentreerd, op een strand van hoogstens 500 meter breed. Het Belgische strand is in totaal dan wel 2.530 ha groot, maar slechts een vijfde (511 ha) van die oppervlakte is ‘hoogstrand’. Dat is het ‘droge strand’ gelegen dus tussen vloedlijn en dijk of duin.

Het gros van het strand (2.019 ha) is met andere woorden ‘laagstrand’. Dat ‘nat strand’ ligt onder de vloedlijn en is bijgevolg onderhevig aan de getijdenwerking, zo berekende het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ).

Van de tien kustgemeenten beschikt Knokke-Heist over de grootste oppervlakte hoogstrand (103 ha), Bredene heeft het kleinste stuk hoogstrand (20 ha). Ongeveer 80% van de Vlaamse kustlijn is ‘bedijkt’.

Hoogstrand (donkerblauw) ligt boven de vloedlijn en laagstrand (lichtblauw) onder de vloedlijn. (Visualisatie: © Vlaams Instituut voor de Zee / VLIZ)

Hoogstrand (donkerblauw) ligt boven de vloedlijn en laagstrand (lichtblauw) onder de vloedlijn. (Visualisatie: © Vlaams Instituut voor de Zee / VLIZ)

Op enkele jaren bijna verdubbeld

Op De Panne na, staan er strandbars in alle kustgemeenten, in totaal dit jaar 64. Vooral Knokke-Heist (24) en Blankenberge (13) spannen de kroon. In Knokke is het concept overigens al een kwarteeuw oud. In Blankenberge verschenen de strandbars in 2008.

Dit massatoerisme wordt op amper 67 kilometer kustlijn geconcentreerd, op een strand van hoogstens 500 meter breed

In de andere kustgemeenten is het concept sinds de vorige legislatuur (2013-2018) in opmars. De Panne heeft geen strandbars, maar de lokale horeca baat er wel strandterrassen uit. Er is een duidelijk verschil tussen beide: terwijl strandbars tijdelijke constructies zijn op het strand, is een strandterras op de dijk steeds verbonden aan een horeca- of handelszaak.

De kust telt verder 26 watersportclubs, dertien jachtclubs en vier kustjachthavens, vaak met gebouwen op het strand en horecazaken, maar niet altijd in concessie.

Er is nog meer economische bedrijvigheid op het strand. Zo staan er verspreid over de kustlijn meer dan 9.100 strandcabines van particulieren of professionele verhuurders. Die cabines zijn een traditie die teruggaat naar de negentiende eeuw. Een derde van die cabines staan in Knokke-Heist. Ze brengen de gemeente meer dan 800.000 euro op. In Oostende en De Haan staan er telkens ruim 1.000 op de stranden.

In De Haan werd de regelgeving recent aangepast zodat cabines niet langer verkocht kunnen worden. Cabines kunnen sindsdien enkel overgaan op verwanten en wanneer die er niet zijn, keren de plaatsen terug naar de gemeente. Wie op een wachtlijst staat, kan aanspraak maken op een plek.

Vooral lokale ondernemers lijken een graantje mee te pikken op het strand, dit als ligzetelverhuurder en/of strandbarhouder

“Het algemeen belang moet primeren”, zegt burgemeester Wilfried Vandaele (N-VA) daarover. “We hebben de regelgeving in de vorige legislatuur dichtgetimmerd. Cabines en hun plaatsen kunnen niet langer voor grof geld verkocht worden. Maar je kan moeilijk schoon schip maken, want er zijn eigenaars die zwaar betaalden voor cabines om ze te verhuren.”

Verder zijn er aan de kust nog 72 verhuurders van ligzetels, windschermen en parasols. Er zijn voorts nog kinderparken en -speeltuinen en er worden concessies verkocht om te leuren met ijs of oliebollen.

Vooral lokale ondernemers lijken een graantje mee te pikken op het strand, dit als ligzetelverhuurder en/of strandbarhouder. Sommige bedrijven hebben meerdere concessies in handen, zoals een Blankenbergse ondernemer die drie strandbars uitbaat of een Brugse firma die twee drankgelegenheden in Zeebrugge heeft.

Toch azen ook multinationals op concessies. Unilever Belgium, de eigenaar van ijsmerken Magnum, Cornetto, Ben & Jerry’s en Ola, betaalde bijvoorbeeld de stad Oostende vorig jaar ruim 18.000 euro om met hun producten te mogen leuren.

Geld in het laatje

Al wie commerciële activiteiten op het strand wil ontplooien, sluit concessieovereenkomsten met kustgemeenten. Die strandconcessies brachten de kustgemeenten in 2019 ruim 2,8 miljoen euro op. Knokke-Heist vangt iets minder dan de helft van dat bedrag, Oostende haalt ruim een half miljoen euro uit de concessies.

Daarnaast worden er ook concessies afgesloten voor activiteiten op de zeedijk, vooral voor het uitbaten van terrassen of sanitair, maar ook sport en spel zoals bungee- of trampolinespringen of een carrousel. Die brachten ook nog eens ruim 1 miljoen euro in het gemeentelaatje. Toch staan er ook zware investeringen tegenover, zoals het nivelleren van de stranden.

De gemeenten storten 10% (390.000 euro in 2019) van hun opbrengsten door aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust. De Vlaamse overheid is namelijk eigenaar van ruim 62 kilometer strand en zowat alle zeedijken aan de kust.

De overeenkomsten die gemeenten met dat agentschap afsluiten, schrijven onder meer voor dat het strand altijd kosteloos toegankelijk moet blijven en dat bepaalde delen ingericht moeten worden als speel- of badzone (gemeenten moeten dan zelf de reddingsdienst organiseren). Voorts wordt ook afgesproken welke oppervlaktes in concessie gegeven worden en welke (tijdelijke) gebouwen opgetrokken mogen worden.

Het Vlaams Gewest is eigenaar van ruim 62 kilometer strand en zowat alle zeedijken aan de kust

“Tot 1995 werden er individuele afspraken gemaakt met lokale besturen”, zegt woordvoerster An Truyts van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening. “Daarna zijn de overeenkomsten met lokale besturen meer gestructureerd en verder uitgewerkt. In 2018 werden de tarieven ook aangepast, omdat de mogelijkheden voor toeristisch gebruik in 2013 uitgebreid werden.”

Dat jaar werd namelijk het ‘provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan’ (PRUP) Strand en Dijk gewijzigd. Zo konden zomerbars, maar bijvoorbeeld ook winterevenementen, een plek krijgen op het strand.

Provincie stelt de regels op…

Het is dus de provincie West-Vlaanderen die in het PRUP vastlegt wat er precies op het strand mag en kan. De Vlaamse regels rond ruimtelijke ordening ondergraven dat PRUP echter.

“De aanleiding om ruimtelijke uitvoeringsplannen op te maken gaat terug naar de brand in surfclub Sycod in Oostduinkerke in 1996”, steekt Stephaan Barbery, diensthoofd ruimtelijke planning bij de provincie West-Vlaanderen van wal.

“Die club lag volgens het gewestplan in natuurgebied, waardoor de Vlaamse Overheid weigerde om een nieuwe vergunning te geven. Wetende dat er bij iedere badplaats wel een stuk dijk en strand op het gewestplan als natuurgebied is ingekleurd, en er dus ook op andere plaatsen problemen dreigden, nam de provincie het initiatief om voor elke gemeente een RUP op te maken.”

Van de beperkingen die de provincie oplegt aan strandbars kunnen gemeenten en uitbaters afwijken via het zogenoemde ‘vrijstellingsbesluit’

Er volgde een intense periode van overleg met de kustburgemeesters. In 2005 werd een eerste RUP goedgekeurd. “De kustgemeenten keken naar elkaar en wilden dezelfde regels. Men vroeg limieten om te vermijden dat er loodsen op het strand zouden verschijnen, wat op sommige plekken wel voor een stuk is gebeurd. Maar op dat moment kwam het fenomeen van strandbars enkel voor in Knokke-Heist. Voor de anderen was dat iets nieuw.”

In 2013 kwam dan de herziening, met bijkomende mogelijkheden. “Beachbars zijn hip en trendy”, verklaarde toenmalig gedeputeerde Franky De Block (sp.a) daarover. “Ze geven een positieve impuls aan het strand en zijn belangrijk voor de kust als aantrekkingspool van toeristen en de jeugd. We moeten weg van de oubolligheid aan de kust. Bezoekers moeten de mogelijkheid hebben om iets te drinken op het strand.”

Strandconcessie in Blankenberge (Foto: © Steven Vanden Bussche)

… Vlaanderen voorziet de afwijkingen

Regels?
Lees onderaan dit artikel wat de regels zijn en hoe daarvan wordt afgeweken.

“Om te begrijpen hoe men tot de uitgebreide constructies op het strand kan komen, is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen de principes van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan en de afwijkingen die Vlaanderen mogelijk maakt”, verduidelijkt Stephaan Barbery.

Van de beperkingen die het PRUP oplegt aan strandbars op vlak van locatie, inrichting, oppervlakte en voorzieningen, kunnen gemeenten en uitbaters afwijken middels het zogenoemde ‘vrijstellingsbesluit’ dat de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening voorziet.

“Voor tijdelijke constructies op het strand kan vier keer 30 dagen, of vier maand aansluitend, op zowat alles afgeweken worden”, verduidelijkt Stephaan Barbery.

Stephaan Barbery (Provincie West-Vlaanderen): ‘Door concessies te verlenen, wordt uiteindelijk wel een deel van het strand geprivatiseerd’

Dit verklaart meteen waarom in strandbars toch ook bediening aan tafel kan, waarom grotere bargebouwen, allerlei bijgebouwen, tenten en een verscheidenheid aan afsluitingen op de stranden te zien zijn. En ook waarom er op sommige plekken ook maaltijden aangeboden worden.

“Er waren zeer lange discussies over het al dan niet serveren van eten op het strand. De gemeenten waren verdeeld en uiteraard zag de horeca op de dijk die mogelijkheid niet graag komen. Daarom hebben we naar een compromis met raamverkoop gezocht”, zegt Barbery.

Door de coronamaatregelen is tafelbediening ondertussen wel verplicht. Begin augustus werden de eerste boetes uitgeschreven aan uitbaters die zich niet aan de regels hielden.

Sommige kustgemeenten zoeken binnen de bestaande regelgeving ook nog eens grijze zones op. Oostende heeft bijvoorbeeld officieel geen strandbars zoals voorzien binnen de regels van het PRUP, maar vergunde wel zes ‘evenementenzones’.

Zo’n zone bestaat uit een tijdelijk terras, aangevuld met sanitair en een EHBO-post. Het is een mogelijkheid die werd voorzien zodat festivals hun gasten te eten konden geven. Door terug te vallen op die ‘evenementenzones’, kunnen ook die ‘strandbars’ eten serveren.

Blankenberge

Strandconcessies in Blankenberge (Foto: © Steven Vanden Bussche)

Volgens de regels kan dus maximaal de helft van het strand in concessie gegeven worden voor sportstranden, bars, verhuur van ligzetels en zo meer. “Dat betekent dat de andere helft open moet blijven, met de bedoeling dat hotelgasten of dagtoeristen ook plaats hebben op het strand”, gaat Stephaan Barbery verder. “Want door concessies te verlenen, wordt uiteindelijk wel een deel van het strand geprivatiseerd.”

Voor Blankenberge werd echter een (historisch gegroeide) uitzondering gemaakt. Daar mag tot twee derde van het strand ingenomen worden.

“De invulling hangt af van gemeente tot gemeente”, zegt nog Barbery. “De meesten hebben de concessies uitgebreid, Blankenberg en Knokke-Heist, die een traditie hadden, verruimden niet meer. Je ziet een toename waar de mogelijkheid geboden wordt, maar ik zeg niet dat 50% van het strand gebruikt wordt.”

Burgemeesters oneens

Sommige kustgemeenten willen graag de bestaande regels versoepelen, ervaart West-Vlaams gedeputeerde Sabine Lahaye-Battheux (Open Vld). Een versoepeling van het PRUP staat zelfs op de agenda van het kustburgemeestersoverleg, maar een einde van de discussie is nog niet in zicht.

Gedeputeerde Sabine Lahay-Battheux: ‘Sommige kustburgemeesters vragen om zowel de periode als de mogelijkheden te versoepelen’

“We zijn er nog niet helemaal uit, omdat de ene mening de andere niet is”, zegt Lahaye-Battheux. “Er is vraag om zowel de periode als de mogelijkheden te versoepelen.”

“Nu is de periode waarin men kan uitbaten beperkt, maar sommigen vragen om dat vanaf de Paasvakantie te mogen doen tot aan de herfstvakantie. Er is ook vraag om de mogelijkheden uit te breiden, nu kan men bijvoorbeeld geen restaurant op het strand uitbaten. Sommigen vragen om meer te mogen serveren.”

Het zijn niet alleen de kustburgemeesters en de provincie die tot een akkoord moeten komen. “Het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust is een belangrijke speler”, zegt gedeputeerde Lahaye-Battheux.

“Het strand moet ook voldoende vrij blijven om de nodige werken uit te voeren en het strand is ook voor een groot stuk natuurgebied. Er zijn niet alleen lokale en provinciale, maar ook Vlaamse belangen.”

“Het PRUP is er indertijd gekomen na een grote consultatieronde en veel overleg. Die lokale gedragenheid is belangrijk. Zonder akkoord van een meerderheid van de kustgemeenten ga ik daar ook niet aan sleutelen.”

Wenduine

Strandconcessie in Wenduine (Foto: © Steven Vanden Bussche)

Een strand is als een bos

Het verschil tussen de situatie in Knokke-Heist aan de oostkust en De Panne aan de westkust kan niet groter. Knokke-Heist ‘pionierde’ een kwarteeuw geleden met commerciële stranduitbatingen en spant de kroon met 24 van die luxe-etablissementen.

Bram Degrieck (burgemeester De Panne): ‘We moeten er als lokaal bestuur over waken dat het strand voor iedereen toegankelijk blijft’

In De Panne, dat overigens als enige eigenaar is van het strand ter hoogte van de dijk, besliste men om geen concessies voor strandbars uit te schrijven. “Er was wat sociale druk, voornamelijk van het cliënteel, maar we zijn daar koppig in geweest”, zegt burgemeester Bram Degrieck van de lokale partij Het Plan – B.

Het strand van De Panne is relatief compact om als commercieel strand uit te baten, zegt de burgemeester. “Als we daar nog eens strandbars gingen bijplaatsen, werd dat wel een kakofonie. We willen rust, eenvoud en duidelijkheid. Er is elders aanbod genoeg.”

Toch was dat argument alleen niet doorslaggevend. Degrieck stelt dat de gemeente een paar jaar geleden besloot om de eigen horecazaken voor een stuk te beschermen.

“We wilden vermijden dat we als openbaar bestuur de deur openzetten voor grote spelers die aan hoge prijzen concessies krijgen op het strand, daar tijdens de zomermaanden bij wijze van spreken grof geld scheppen, terwijl onze vaste handelaars jaar in jaar uit met hoge pachtprijzen geconfronteerd worden. We krijgen ook van andere gemeenten te horen dat handelaars op de zeedijk een concurrentieel nadeel ondervinden.”

Onder impuls van het gemeentebestuur werden wel de ‘strandterrassen’ van horecazaken uitgebouwd tot momenteel zelfs 3.500 zitplaatsen. “We hebben bijkomende mogelijkheden naar inrichting en uitbatingsvormen gecreëerd en dat heeft gerendeerd”, zegt Degrieck.

“Het resulteerde in het feit dat strandterrassen zichzelf opnieuw hebben uitgevonden.” Strandterrassen, waar je ook mag eten, zijn er nergens anders op die schaal aan de kust. “Goed dat elke gemeente zijn eigenheid behoudt uiteraard, anders krijg je eenheidsworst”, zegt Degrieck daarover.

Mensen moeten zich vrij kunnen voelen op het strand, benadrukt de burgemeester ook. “We moeten er als lokaal bestuur over waken dat het strand voor iedereen toegankelijk blijft. Het kan niet zijn dat mensen ervaren dat ze onvoldoende vrij zijn om de keuze te maken op welk strand te gaan zonder te betalen. Een strand is publiek domein, net als een bos.”

Geen strand vol met kotjes

Vlaams Volksvertegenwoordiger Wilfried Vandaele (N-VA), burgemeester van De Haan (en de badplaats Wenduine) staat kritisch tegenover een (mogelijke) verdere versoepeling van de regels.

“Persoonlijk ben ik daar niet zo’n voorstander van”, zegt Vandaele. “De regels zijn indertijd goed afgesproken in het kader van het PRUP Strand en Dijk. Toch zitten we elk jaar in het begin van het seizoen met de problemen. Mensen willen al voor de Paasvakantie strandcabines bouwen, terwijl de strandopspuitingen of nivelleringen nog niet klaar zijn.”

Weggespoeld strand opspuiten doet de Vlaamse Overheid, het Agentschap voor Maritieme Dienstverlenging en Kust staat in voor de kustverdediging, het strand nivelleren is voor rekening van de lokale besturen.

“Dat kost ons jaarlijks honderdduizenden euro’s. Je zou er evengoed voor kunnen kiezen om het strand te laten voor wat het is zodat duinen kunnen aangroeien. Dan moet je al die zware investeringen niet meer doen. Dat betekent wel om op een heel andere manier naar de kust te kijken.”

Wenduine

Strandcabines in Wenduine (Foto: © Steven Vanden Bussche)

Moeten we omwille van strandbars en ligzetelverhuur jaarlijks tientallen miljoenen uitgeven aan niet-duurzame ingrepen, merkte ook voormalig Vlaams Parlementslid Bart Caron (Groen) twee jaar geleden op, toen na een winterstorm weer zand opgespoten moest worden.

Kustverdediging is en blijft de basisbestemming van de kust. Die heeft overigens voorrang op alle andere bestemmingen. Vlaanderen probeert die kustverdedigingswerken wel tussen 15 oktober en 15 maart uit te voeren, zodat er ook andere bestemmingen mogelijk zijn.

Naast de praktische en financiële bezwaren, speelt voor burgemeester Vandaele ook een principiële overweging mee. “Je hebt een publiek dat ook naar het strand wil komen wanneer het niet vol staat met kotjes, bars en terrassen.”

Wilfried Vandaele (burgemeester De Haan): ‘Er moet ook een periode zijn waar het strand in de eerste plaats een natuurlijke omgeving is’

“Er kan een drukke zomerperiode zijn waar iedereen zijn brood verdient en waar je van een natuurlijk strand weinig merkt, maar er moet ook een periode zijn waar het strand in de eerste plaats een natuurlijke omgeving is waar je kan wandelen en ver kijken. Daar zijn verschillende meningen over naargelang de kustgemeente en ook binnen de gemeenten verschillen de visies soms.”

Toch kan je moeilijk terugkomen op de huidige situatie, waar een hele economie op is gebaseerd, besluit burgemeester Vandaele. Al zijn lokale horecauitbaters volgens hem ook niet altijd eenduidig positief.

“Voor wie een zaak op de dijk heeft, zijn strandbars concurrentie. Beleidsmatig is dit ook niet evident. Als we willen dat er horeca en andere handelszaken op de zeedijk blijven, dan moeten we ook aandacht hebben voor de leefbaarheid van de lokale economie.”

Niet klagen

De Blankenbergse schepen Benny Herpoel (N-VA), bevoegd voor concessies en middenstand, ondervindt geen conflict meer tussen lokale horeca en strandbars. “In het begin was er wel veel commentaar. Strandbars sluiten echter om acht uur en mogen geen maaltijden serveren. Op die manier hebben mensen voldoende tijd om op restaurant te gaan. Er zijn zelfs strandbars en restaurants die samenwerken.”

Vanuit die optiek is de Blankenbergse schepen ook geen voorstander om de regels uit te breiden. “We willen de horeca op onze zeedijk beschermen, die mensen moeten helemaal niet beconcurreerd worden door strandbars.”

In Blankenberge zijn er 13 strandbars, die tegelijk vaak ook aan zetelverhuur doen en ook soms speeltuinen aanbieden. Er is een grote verscheidenheid aan invulling. De meest opvallende beachbar lijkt op een exotisch palmboombos, met polyester giraf en zebra als eyecatcher.

Strandconcessies in Blankenberge (Foto (c) Steven Vanden Bussche)

Strandconcessie in Blankenberge (Foto: © Steven Vanden Bussche)

Voor het twaalfde jaar op rij wordt het Blankenbergse hoogstrand over de volledige lengte van de dijk grotendeels ingepalmd door de tijdelijke constructies. “Vroeger waren er 32 loten met verschillende strandbars, sommigen brachten twee of zelfs vier loten bijeen. Nu zijn er nog 13 plaatsen die we voor het eerst per opbod geveild hebben voor zeven jaar.”

Soms worden monsterbedragen geboden voor concessies. De eerste ‘veiling’ in Blankenberge dreigt de uitbaters echter zuur op te breken. Het parket onderzoekt namelijk of ze ‘prijsafspraken’ maakten. Er werd amper 6.000 euro geboden, terwijl dat elders tot een veelvoud kan oplopen.

Of de vrije toegang tot het strand door die 13 strandbars niet enorm ingeperkt wordt? “We hebben tussen de stranduitbatingen ook stukken vrij strand voorzien”, kaatst Herpoel de bal terug. “Het topstuk aan de King Beach is ook voor een groot deel vrij. Ik denk niet dat de mensen daarover klagen.”

Benny Herpoel (schepen Blankenberge): ‘We hebben tussen de stranduitbatingen ook stukken vrij strand voorzien. Het topstuk aan de King Beach is ook voor een groot deel vrij’

In Knokke-Heist, waar een kwarteeuw geleden al de traditie vanuit de Côte d’Azur overwaaide, kan er wel gegeten worden in de bars. In 2010 pleitte burgemeester Leopold Lippens voor een soepeler reglement, maar zijn houding lijkt gewijzigd. In de media werd recent bericht over een aantal verstrengingen, zoals inperkingen van menukaarten en geluidsniveaus.

Toch verkiest burgemeester Lippens om niet dieper op de problematiek in te gaan. “Strandbars maken al 25 jaar deel uit van de kust”, is het enige wat hij kwijt wil.

“Men gaat ervan uit dat mensen die naar het strand komen een ligzetel huren en daar ook service geboden worden”, zegt oppositieraadslid Luc Lierman (Groen). “Het volkse karakter van vroeger is er niet meer. Men kiest ervoor dat men een bepaald publiek naar hier laat komen, maar het kan niet zijn dat je op bepaalde stranden mensen weert.”

Luc Lierman (oppositieraadslid Knokke-Heist): ‘Het volkse karakter van vroeger is er niet meer’

“Wil je zelf met je strandzetel naar zee, dan moet je verder weg van de zeedijk en daar zijn amper publieke voorzieningen. Het bestuur denkt aan een deel van het publiek, dat is duidelijk”, stelt Lierman.

Een vraag van de oppositie om openbaar sanitair te voorzien voor wandelaars en fietsers op het einde van de zeedijk, ter hoogte van het kunstwerk ‘Haas van Flanangan’, werd eind vorig jaar nog weggewuifd. Dit voorjaar haalde Knokke wel de pers met de komst van ‘het meest vooruitstrevend toiletconcept’ in het centrum. Kostprijs van het leasingcontract: 8.000 euro per maand.

Vastgoedmarkt drijft ‘privatisering’

De evolutie van strandconcessies vandaag moeten we vooral koppelen aan de evolutie van de vastgoedmarkt aan de kust. Dat zegt professor Milieugeschiedenis Tim Soens (UAntwerpen). “Die vastgoedmarkt is niet bepaald inclusiever aan het worden en richt zich op het hoger segment”, merkt Soens op. “De opkomst van strandconcessies is daar een afgeleid fenomeen van.”

“De vraag om stukjes te privatiseren kadert in een nood aan privacy, service en rust. Dat is nieuw en gaat verder dan de concessies van de negentiende eeuw die zich enkel beperkten tot de duinengordel, maar het strand zelf als publiek domein beschouwden. Al waren er toen ook wel gemeenten die retributies op badgasten gingen heffen.”

Professor Tim Soens (UAntwerpen): ‘De vraag om stukjes te privatiseren kadert in een nood aan privacy, service en rust’

Daarnaast mogen we niet uit het oog verliezen dat België een kustlijn van amper 67 kilometer heeft waar veel gebruiksrechten tegelijk op rusten, gaat professor Soens verder.

“Het strand heeft een zwaar toeristisch (economisch) nut, maar is tegelijk ook belangrijk in het kader van kustverdediging. Op dat vlak kan je je ook afvragen wat een concessie daar kan doen, want ook het strand kan ingericht worden als zeewering. De duinen zijn daarvoor al grotendeels onbruikbaar geworden, omdat ze volgebouwd zijn.”

“Als je weet welke uitdagingen op ons afkomen, moet je geen nieuwe stukken strand in permanente concessie geven, want daarmee wordt de vrijheid ingeperkt om het strand zodanig in te richten dat het veerkrachtiger wordt.”

Professor Soens: ‘Door nieuwe stukken strand in permanente concessie te geven, wordt de vrijheid ingeperkt om het strand veerkrachtiger in te richten’

Anderzijds zit in de huidige ecologische en klimatologische uitdaging ook een paradox in de toegang tot strand. Vraag is of die smalle zone die ons moet beschermen, op lange termijn geschikt is om zoveel mensen te ontvangen.

De belasting op het vrij kwetsbaar ecosysteem van strand en duinen is groot. In die zin is de vrije toegang tot het strand om sociale redenen zeker verdedigbaar, maar om ecologische redenen problematisch. Het is dus zoeken naar een delicaat evenwicht tussen duurzaamheid en sociale inclusie.

Of concessies daarin een rol kunnen spelen, valt te betwijfelen: ze maken het strand exclusiever en beperken ook de flexibiliteit van de overheid om het strand zo duurzaam mogelijk in te richten.

Terug naar elitaire stranden?

De toegang tot het strand evolueerde doorheen de tijd: van zeer elitair in de negentiende eeuw tot massatoerisme na de Tweede Wereldoorlog. “Nu rijst opnieuw de vraag of we terug naar een beperkte toegang aan het verschuiven zijn”, merkt professor Soens op.

“In de negentiende-eeuwse situatie was het niet zo dat het strand rechtstreeks in concessie werd gegeven, maar de duinengordel errond werd geprivatiseerd en dat bepaalde de toegang tot het strand. In België hebben we geen traditie van strandconcessies an sich, maar in het verlengde dus wel een heel oude praktijk die het publiek domein van de duinen volledig heeft geprivatiseerd, op enkele reststukken na.”

Ongeveer de helft van het duinenareaal is de voorbije 150 jaar geürbaniseerd. De resterende gebieden ondergingen ingrijpende maatschappelijke veranderingen, zegt ook het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ).

De Belgische Staat heeft wel altijd geprobeerd om het publiek karakter van het strand te behouden en was terughoudend om concessies te verlenen, terwijl andere staten veel verder gingen, gaat professor Soens verder.

Strandconcessie in Wenduine (Foto: © Steven Vanden Bussche)

“De meeste concessies in Zwin- en duinengebied kwamen tot stand ten gunste van particulieren met een bevoorrechte toegang tot de Staat. Zo verleende Napoleon uitgebreide concessies langsheen het Zwin aan zijn generaal Vandamme. De concessie van De Haan kwam tot stand na een verzoek van koning Leopold II om de duinen tussen Oostende en Blankenberge te gaan ontwikkelen”, brengt professor Soens in herinnering.

Ook in De Panne wordt nog afgerekend met een erfenis uit het verleden. Ter hoogte van de historische Dumontwijk zijn nog enkele tientallen perceeltjes strand (van drie meter breed) privaat domein (met openbaar karakter). De gemeente koopt jaarlijks enkele percelen aan om de situatie recht te zetten.

Aan de Belgische kust kan in principe tot helft van de stranden in concessie gegeven worden. De concessionarissen zijn wel telkens afzonderlijke bedrijven, sommige bezitten wel meerdere concessies, en de gemeentes behouden de regie.

In Frankrijk worden volledige stranden op de markt gebracht, ondertussen ruim 1.500, waarvan een 400-tal aan de Côte d’Azur. Een recente concessie voor Veolia, een Franse multinational die actief is in water- en afvalverwerking, energie en transport, leidde tot heel wat protest bij onze Zuiderburen. Lokale handelaars stapten zelfs naar de rechtbank.

Veolia beheert ondertussen meer dan 5 kilometer strand (600.000 vierkante meter) in de baai van de Baule (Bretagne). De komende twaalf jaar betaalt de multinational jaarlijkse 177.000 euro om in ruil het strand net houden, sanitair en toegang te voorzien, en ook 35 bars, restaurants en zeilclubs te installeren.


Uitgelichte afbeelding: © Steven Vanden Bussche

Wat zijn de regels zijn en hoe wordt daarvan afgeweken?

“Het RUP zegt dat strandbars enkel in het centrum kunnen, meestal ter hoogte van dijk en bebouwing, en voor strandbars zelf zijn er enkele randvoorwaarden”, legt Stephaan Barbery (provincie West-Vlaanderen) uit.

“Zo moeten ze afgesloten zijn, kwalitatief ingericht zijn en is er enkel raamverkoop mogelijk. De bars zelf mogen maar 60 vierkante meter groot zijn: telkens maximaal 20 vierkante meter sanitair, berging en raamverkoop. Het RUP zegt niets over de oppervlaktes van de terreinen, die afspraken worden gemaakt via de concessie tussen Vlaanderen en de gemeenten en de gemeenten en de uitbaters. Wij legden enkel een kader vast met enkele principes.”

Gemeenten en uitbaters kunnen van de regels uit het RUP (en het gewestplan) afwijken door gebruik te maken van het ‘vrijstellingsbesluit’. Voor een reeks tijdelijke stedenbouwkundige handelingen, voorziet de Vlaamse regering namelijk allerlei afwijkingen in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO).

“Voor tijdelijke constructies op het strand kan vier keer dertig dagen, of vier maand aansluitend, op zowat alles afgeweken worden”, verduidelijkt Stephaan Barbery. Het verklaart meteen waarom ook bediening aan tafel kan (nu weliswaar verplicht door coronamaatregelen) maar ook waarom grotere bargebouwen, allerlei bijgebouwen, tenten en een verscheidenheid aan afsluitingen te zien zijn.

Het verklaart ook waarom er op sommige plekken ook maaltijden aangeboden worden. “Er waren zeer lange discussies over het al dan niet serveren van eten op het strand. De gemeenten waren verdeeld en uiteraard zag de horeca op de dijk die mogelijkheid niet graag komen. Daarom hebben we naar een compromis met raamverkoop gezocht.”

update: schrijfwijze voluit voor MDK is Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust. Het Vlaams Gewest is eigenaar van 62 kilometer strand en zowat alle dijken.

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books