Corona: is dit de tweede golf? *

 Leestijd: 5 minuten8

Het coronavirus is helemaal terug van eigenlijk nooit echt weggeweest. Stijgende cijfers hebben de ‘sense of urgency’ teruggebracht. Dat blijkt ook bittere noodzaak. Waar staan we? En vooral: waar gaan we naartoe?

Maken we momenteel het begin van een tweede coronagolf mee die, zoals sommige modellen voorspellen, deze herfst dreigt uit te groeien tot een ware tsunami? Of zullen we later aan de maand juli terugdenken als de maand waarin het virus opnieuw de neus aan het venster stak, zonder al te grote gevolgen?

De cijfers geven alleszins aan dat we ons op een tweesprong bevinden. Absolute voorzichtigheid is geboden. Het antwoord op welke richting het uitgaat, hebben we wellicht nog (even) in eigen handen. Passen we de lessen die we de voorbije maanden hebben geleerd (opnieuw) correct toe, dan hoeft het niet opnieuw grondig verkeerd te gaan.

De kaarten liggen vandaag ook anders dan in maart. We weten meer over het virus en we zijn – in theorie althans – beter gewapend: er is beschermend materiaal, we beschikken over een fors opgevoerde testcapaciteit, en een uitgebreid leger contactonderzoekers zou uitbraken in de kiem moeten smoren. Daarnaast zijn er beloftevolle studies over de impact van bepaalde medicijnen die het sterftecijfer zouden moeten verlagen. Op de achtergrond gloort ook de hoop op een snel vaccin.

Tweesprong

Sinds we er met z’n allen in slaagden om in de eerste weken van april de groeiende curve van de epidemie om te buigen, mocht Sciensano wekenlang dalende cijfers presenteren. Het ging de goede kant uit en de maatregelen die door de Veiligheidsraad mondjesmaat werden gelost, leken nauwelijks impact te hebben op de verspreiding van het virus.

© Kim Duchateau

Hoewel virologen eensgezind en blijvend hamerden op het belang de maatregelen niet te snel te lossen, schakelde de politieke wereld toch een versnelling hoger. Maatregelen werden sneller dan voorzien afgebouwd en nieuwe, verregaande versoepelingen werden in het vooruitzicht gesteld.

8 juni was daarbij een cruciale dag. Cafés en restaurants konden opnieuw de deuren openen, bubbels tot tien personen werden mogelijk en er werd ook aangekondigd dat een aantal vrijetijdsactiviteiten vanaf 1 juli onder bepaalde voorwaarden konden doorgaan: zwembaden, bioscopen, pretparken, (familie)feesten tot 50 personen, …

Vanaf 1 juli kon er nog wat meer: wisselende bubbels tot 15 personen, buitenevenementen tot 400 personen en – een belangrijk item toen – geen verplichting tot het dragen van een mondmasker in winkels. Onder druk van de experten stuurde de politieke wereld dat laatste item kort daarna wel nog bij: sinds 11 juli zijn mondmaskers wel verplicht in winkels.

Sinds de laatste weken van het schooljaar lijkt het wel alsof de druk definitief van de ketel is

Hoe dan ook, sinds de laatste weken van het schooljaar lijkt het wel alsof de druk definitief van de ketel is. Na de lange en zware weken in lockdown snakte het land ernaar de deuren open te kunnen gooien. Ook de economische druk werd groter. De politieke wereld plooide en sloeg het principe waarop experten steevast hamerden in de wind: nieuwe versoepelingen pas doorvoeren wanneer de impact van de vorige reeks versoepelingen meetbaar is.

Parallel steeg de spanning tussen politici en virologen. Maandenlang was er van onderlinge kritiek nauwelijks sprake. Dat veranderde op het moment dat de politieke wereld meer en meer haar eigen koers begon te bepalen. Intussen bewandelen politiek en experten twee verschillende lijnen en worden de te slappe maatregelen van de regering-Wilmès open en bloot op de korrel genomen.

Cijfers

Als we vandaag opnieuw met stijgende cijfers worden geconfronteerd, waaraan ligt dat dan? Heeft de politieke wereld de verkeerde beslissingen genomen? Die vraag is moeilijk te beantwoorden, al valt er wel een en ander af te leiden uit de cijfers van Sciensano. Tot en met week 26 (de week van 22 tot 28 juni) daalde het aantal besmettingen in ons land. Vanaf week 27 gingen ze opnieuw omhoog. Eerst heel lichtjes, vervolgens meer uitgesproken.

Hebben de versoepelingen van 8 juni een negatieve impact gehad?

De eventuele impact van de versoepeling van maatregelen zien biostatistici in principe vanaf dag 11 à 12 na de feiten terug in de cijfers (van het aantal besmettingen). Dat is alleszins de theorie, waarbij rekening wordt gehouden met de incubatieperiode en het moment waarop mensen zich met symptomen melden bij hun arts en er vervolgens al dan niet een test krijgen waarvan dan nog de resultaten moeten worden verwerkt en doorgegeven.

De impact van de versoepelingen van 8 juni zouden we met andere woorden theoretisch ergens rond 20 juni hebben moeten vaststellen, maar zelfs een week verderop waren de cijfers nog verder aan het zakken.

Hebben de versoepelingen van 8 juni dan geen negatieve impact gehad? Er is natuurlijk de theorie en de praktijk. Het is perfect denkbaar dat de eerste weken na de grote versoepeling van begin juni veel mensen nog een tijdje het zekere voor het onzekere namen en enkele dagen of zelfs weken hebben gewacht vooraleer opnieuw ‘uit hun kot’ te komen.

Overtuigd door de verder dalende cijfers en samen met de nieuwe versoepelingen van 1 juli zou daar de verklaring kunnen liggen voor de nieuwe zeer onrustwekkende stijgingen die Sciensano intussen meldt.

Lokaal

Maar hoe groot is die stijging eigenlijk? Sciensano geeft sinds enige tijd gemiddelde weekcijfers om zo grote verschillen in daggemiddelden uit te vlakken. Wanneer het aantal besmettingen laag ligt, is dat prima, wanneer de curves opnieuw stijgen maakt die voorstellingswijze het echter een stuk moeilijker om – op korte tijd –  het exponentiële verloop van een curve te zien.

Vorige week (week 29 – van 13 tot 19 juli) viel één zaak heel erg op: de Antwerpse piek. In de provincie Antwerpen steeg het aantal besmettingen van 172 (in week 28) tot 496 (in week 29). Zeker in absolute aantallen scoort Antwerpen daarmee veel hoger dan de andere provincies.

Die situatie zou als groot voordeel hebben dat de nieuwe stijging toch vooral een lokaal probleem zou zijn, net zoals op verschillende plaatsen elders in Europa. Maar donderdag luidde Sciensano de alarmklok. Initieel, zo klonk het, leek het erop dat de stijging van de cijfers te verklaren was door het lokaal ‘Antwerps probleem’. Intussen, zo verklaarde woordvoerder, epidemioloog Boudewijn Catry, “verspreidt het virus zich nu meer en meer onder de algemene bevolking” en kan het probleem niet meer worden ingedamd met contactonderzoek alleen.

De conclusie daarvan is pijnlijk: grijpen we niet zeer snel, zeer drastisch en zeer ruim in, dan is de curve gedoemd om de verkeerde richting uit te gaan.

Het Coronacentrum Antwerpen-Oost (Foto: © Dirk Waem (Belga))

Piek

Sciensano baseert zich voor het luiden van de alarmklok voorlopig vooral op meldingen her en der in het land. Uit de eigen cijfers valt de veel bredere verspreiding (nog) niet echt af te leiden.

In de week van 14 tot 20 juli steeg het aantal infecties tot gemiddeld bijna 221. Dat aantal ligt 89% hoger dan de week daarvoor. Voor maandag (20 juli) meldt Sciensano bovendien 416 besmettingen. Dat is het hoogste aantal in lange tijd en zonder meer zorgwekkend. Tegelijk zijn de cijfers op maandag doorgaans een stuk hoger omwille van het weekendeffect. Dat is deze keer niet anders: in het voorbije weekend werden zaterdag en zondag respectievelijk 121 en 67 besmettingen bevestigd.

Een belangrijk verschil met de maand maart is dat we ons vandaag ‘vroeger’ op de curve bevinden en dat ingrijpende maatregelen in deze fase meer impact hebben

Ook al is de sprong naar 416 in realiteit (iets) minder groot dan hij misschien op het eerste gezicht lijkt, de evolutie van de cijfers wijst erop dat we het punt waarop de curve plots heel snel stijgt (of kan stijgen) griezelig snel naderen.

Door ons gedrag opnieuw aan te passen kunnen we het tij nog keren, ook al zal zelfs in dat geval de curve nog een tijdlang blijven stijgen. Even terugspoelen naar de maand maart toont dat de heilzame invloed van de drastische maatregelen die ingingen vanaf week 12 pas echt zichtbaar waren drie tot vier weken later.

Een belangrijk verschil met toen is wel dat we ons vandaag ‘vroeger’ op de curve bevinden en dat ingrijpende maatregelen in deze fase meer impact kunnen hebben. De vraag is enkel of de (bescheiden) nieuwe maatregelen die de Veiligheidsraad donderdag (23/07) bekend maakte, daarvoor zullen volstaan. Heel wat experten zijn daarover pessimistisch.

Ziekenhuizen

Het valt dus te vrezen dat de komende weken, voor de tweede keer in nauwelijks vijf maanden tijd, opnieuw in het teken zullen staan van ‘flattening the curve’. Het wordt de komende dagen opnieuw nagelbijtend uitkijken naar nieuwe cijfers over het aantal besmettingen.

Daarnaast zijn er nog de cijfers over het aantal opnames in ziekenhuizen. De evolutie in die cijfers volgt doorgaans met ongeveer een week vertraging de evolutie van het aantal besmettingen. Maar zeker wanneer de epidemie aan sterkte wint, is en blijft het een betere barometer om de heropflakkering van de epidemie te meten. Ook al omdat de cijfers voor minder interpretatie vatbaar zijn.

Ook daar luidde Sciensano bij monde van Boudewijn Catry donderdag al de noodklok. “We zien wel al een stijging bij de ziekenhuisopnames en tot onze grote ontsteltenis ook bij de intensieve zorgeenheden”.

Blijft de vraag hoe de politieke wereld daarmee zal omgaan. Wanneer de cijfers ook in de ziekenhuizen verder de verkeerde kant opgaan, de druk van experts toeneemt en ook lokaal politici strengere maatregelen voorstellen, is het allesbehalve denkbeeldig dat er eerder vroeg dan laat alsnog bijkomende maatregelen worden genomen om een landelijke tweede golf in de kiem te smoren.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid