Hoe het middenveld kan wegen op het post-coronabeleid

 Leestijd: 8 minuten3

Het klassieke overlegmodel tussen overheid en middenveld is dankzij corona geruisloos terug. Anders dan vroeger wegen sociale bewegingen echter minder op het beleid. Vraag is in hoeverre postcoronabewegingen verandering kunnen afdwingen.

“Het valt me in de coronacrisis op dat het klassieke overlegmodel tussen middenveld en overheid, dat zeker ter rechterzijde onder kritiek lag, eigenlijk helemaal terug is”, zegt socioloog Stijn Oosterlynck (UAntwerpen). “Nog voor de lockdown werd afgekondigd, gaf het klassieke middenveld al de aanzet. De artsenbonden, het onderwijs, enzovoort waren sneller dan de regering om daarop aan te dringen.”

“De manier waarop de lockdown uiteindelijk werd georganiseerd en voortdurend bijgestuurd, is gebaseerd op hoe het er op het terrein aan toe gaat. Ook die input kwam dus uit het middenveld: de welzijnssector en vakbonden, de koepels van rusthuizen en onderwijs.”

Stijn Oosterlynck: ‘Blijkbaar merkt de politiek in deze crisis dat de kennis van het middenveld wel nodig is om beleid te voeren’

Het valt dus op te merken, zegt professor Oosterlynck, dat het typisch Belgische overlegmodel in tijden van crisis geruisloos terug is. Het is opmerkelijk omdat dit in lijkt te gaan tegen de manier waarop de politiek de afgelopen twee decennia over het middenveld sprak.

“Het middenveld lag slecht, er was een klimaat waarin verkozenen meenden dat de politiek het moet doen. Het primaat van de politiek werd voorop gesteld. Maar blijkbaar merkt de politiek in deze crisis dat de kennis van middenveldorganisaties van het terrein wel nodig is om beleid te voeren.”

Zwakke Vlaamse staat

Dat signalen uit het middenveld ook na het afkondigen van de lockdown impact hadden, uitte zich onder meer ook nog in de beslissing om het jeugdwelzijnswerk toe te voegen aan de lijst met essentiële beroepen. Er werden ook extra middelen vrijgemaakt voor mentaal welzijnswerk. Dat telkens na de besparingsoperaties van de afgelopen jaren.

Stijn Oosterlynck: ‘Deze crisis toont dat de Vlaamse Overheid eigenlijk een zwakke staat is en in de context van deze crisis niet anders kan dan naar het middenveld teruggrijpen’

“Deze crisis toont dat de Vlaamse Overheid eigenlijk een zwakke staat is en in de context van deze crisis niet anders kan dan naar het middenveld teruggrijpen”, zegt professor Oosterlynck.

“De overheid in België heeft historisch een aantal sectoren uitbesteed aan het middenveld, zoals ziekenzorg, onderwijs en zorg voor kwetsbare kinderen. Hierdoor ontbreekt het haar aan kennis, expertise en contacten om het zelf te doen. Dit is niet typerend voor deze crisis, je ziet dat ook bij andere crisissen.”

Vraag is of het middenveld hiervan ook zal profiteren om enkele oude eisen in vervulling te zien gaan. Dat zal volgens socioloog Oosterlynck erg afhangen van de maatregelen waarrond de organisaties zullen mobiliseren om te wegen op het beleid na de exit.

“Zal de witte woede groot genoeg zijn om, op het moment dat we in rustig vaarwater komen, ook het beleid te kunnen overtuigen dat ze essentieel zijn en dat er extra middelen vrijgemaakt moeten worden? Zal de zorgsector mobiliseren, en gaan ze de goodwill van de publieke opinie kunnen gebruiken om hun slag thuis te halen in dossiers waar ze in het verleden niet in slaagden?”

Legitimiteit

Het is voor het middenveld dus zaak om hun verhoogde legitimiteit aan te wenden om boter bij de vis te krijgen. “Vroeger werden eisen van het middenveld in vraag gesteld, maar niet hun positie aan de overlegtafel. Omdat hun legitimiteit sinds de jaren 2000 in vraag wordt gesteld, gaan ze veel meer in netwerken opereren om het beleid te beïnvloeden. Het is in dat kader dat de Verenigde Verenigingen ontstond, een kleine organisatie die de belangen van het middenveld verdedigd.”

“Dit is tekenend: men is op elkaar aangewezen om hun rol te promoten. Het feit dat ook het toenmalige ACW (nu beweging.net) zich daarop inschakelt, betekent dat ook grote, gevestigde spelers harder dan voorheen op tafel moeten kloppen om toegang te krijgen tot het beleid.”

Boek
De evolutie sinds de jaren 2000 wordt later dit jaar beschreven in het boek “Het middenveld, tussen aanval en verdediging” (Acco).

Het is volgens professor Oosterlynck nu vooral belangrijk om die netwerken aan te houden, om veranderingen na de coronacrisis gedaan te krijgen. “Als we een New Green Deal willen, een relance die ecologisch, sociaal en inclusief wordt, dan moeten vakbonden en milieuorganisaties wél op één lijn staan.”

“Het zal van dat soort allianties afhangen hoe zwaar het middenveld kan wegen op het beleid. Als ze met meer op dezelfde nagel slaan, hebben ze meer kans op slagen. Succes is dus afhankelijk hoe die organisaties coalities sluiten om het beleid in de juiste richting te duwen.”

Stijn Oosterlynck: ‘Als we een relance willen die ecologisch, sociaal en inclusief wordt, dan moeten vakbonden en milieuorganisaties op één lijn staan’

Het netwerk moet in elk geval niet meer gevormd worden. De klimaatcrisis leidde tot de oprichting van het TransitieNetwerk Middenveld. Dat netwerk van vakbonden, milieubeweging, Noord-Zuidorganisaties, sociale organisaties, culturele sector, alternatieve media, en wetenschappers overlegt al jaren hoe de toekomst meer ecologisch, sociaal en inclusief kan zijn.

De Klimaatcoalitie, een samenwerkingsverband van 70 middenveldorganisaties, riep de overheid in het kader van de ‘Global Climate Strike Online’ alvast op een ‘taskforce’ op te richten met experten uit de academische wereld en het middenveld. Die moet erop toezien “dat het antwoord op de economische recessie bijdraagt aan een sociaal rechtvaardige en klimaatvriendelijke samenleving”.

Ook andere sociologen en historici benadrukten het belang en de rol van het middenveld om verandering na corona af te dwingen. “Het is de mens, die via politiek en middenveld, zelf de economische impact van corona zal bepalen”, stellen milieuhistorici Tim Soens (UAntwerpen) en Maïka De Keyser (KU Leuven/Denktank Minerva) eerder in een opiniestuk.

De inzet is te belangrijk om aan de politiek alleen over te laten, betoogde professor Eric Corijn (VUB) recent. “Wat middenveld, civiele maatschappij en individuele burgers gaan doen, zal ook doorwegen”, klonk het.

#Post-Corona Movement

Het middenveld organiseert zich dan wel om op het beleid te wegen, ‘ongebonden’ burgers organiseren zich eveneens, zoals de prille beweging ‘Post-Corona Movement’ laat zien. Wat op 22 maart begon met een Facebookgroep waarop mensen dromen deelden, groeide afgelopen week uit tot een platform om die dromen te realiseren door onderlinge samenwerking. De groep telt een maand na oprichting overigens al meer dan 9.000 leden.

Louis De Jaeger: ‘We moeten erover waken dat we niet enkel die homogene groep mensen bereiken die zich makkelijk identificeert met wat we doen’

Het initiatief vertrekt dan wel vanuit individuele dromen, toch is het de bedoeling om via co-creatie vernieuwende projecten uit te werken. In een laatste fase wil de beweging ideeën bundelen tot grote thema’s waarmee ze naar beleidsmakers willen stappen.

Ook bij Post-Corona Movement leeft het besef dat partnerschappen en netwerken belangrijk zijn om te wegen op beleid. “Wij staan open voor alle soorten partnerschappen, we moeten alle actoren betrekken om maximaal impact te hebben. Het zit in ons dna om te co-creëren en samen te werken”, zegt mede-initiatiefnemer Steven Desair (Post-Corona Movement).

De bedoeling is om niet naast elkaar, maar met elkaar te werken, zegt ook mede-initiatiefnemer Louis De Jaeger (Post-Corona Movement). “We willen wel de hele maatschappij bereiken. We moeten erover waken dat we niet enkel die homogene groep mensen bereiken die zich makkelijk identificeert met wat we doen. Een diversiteitsteam waakt er constant over dat zowel meer linkse of rechts-liberale ideeën, kapitalistische of antikapitalistische dromen gerealiseerd kunnen worden.”

Stijn Oosterlynck: ‘Er liggen veel kansen voor bestaande organisaties om zich te herpositioneren’

Het is nu afwachten in hoever prille initiatieven uitgroeien tot echte organisaties. “Veel van die nieuwe initiatieven en ideeën worden achteraf door bestaande organisaties opgeslorpt, want veel heeft te maken met de energie en beschikbaarheid van burgers om een volledig nieuwe organisatie op te zetten”, zegt professor Stijn Oosterlynck. “Gezien we een heel breed middenveld hebben, met een wil en capaciteit om zich te organiseren, is mijn voorspelling -met enige voorzichtigheid- dat ik wel nieuwe organisaties zie ontstaan, maar er vooral veel kansen liggen voor bestaande organisaties om zich te herpositioneren. Er liggen veel kansen voor bestaande organisaties om met meer legitimiteit dan vroeger, hun eisen te stellen.”

Bottom-up

Niet alleen tijdens deze crisis, maar ook in het recente verleden, zien we dat sociale bewegingen een aantal verschillen vertonen met vroeger. “De nieuwe sociale bewegingen zijn bottom-up bewegingen die ontstaan zijn naast de oude”, merkt professor Geert Van Goethem (UGent) op. Als historicus en directeur van AMSAB-Instituut voor Sociale Geschiedenis, bestudeert hij de geschiedenis van sociale bewegingen.

Geert Van Goethem: ‘Nieuwe sociale bewegingen slagen er tot hiertoe niet in om zich duurzaam te vestigen’

“De nieuwe sociale bewegingen zijn thematische bewegingen, vaak tijdelijk, vaak ongebonden en onafhankelijk, en ze werken minder in vaste structuren of instituties. Vroeger maakten die organisaties veel meer deel uit van een gestructureerde, georganiseerde en geïnstitutionaliseerde beweging. Ze hadden een vast publiek en dus ook toegang tot een bepaalde mobilisatiekracht, waardoor hun thema’s meer permanent en langduriger aanwezig waren.”

Vraag is of die nieuwe beweging nog mobilisatiekracht zal hebben wanneer het coronavirus uit de actualiteit verdwijnt. “De nieuwe sociale bewegingen slagen er tot hiertoe niet in om zich duurzaam te vestigen. Kijk wat er in de Verenigde Staten gebeurde met Occupy Wall Street, de protestbeweging tegen na de beurscrisis. De uitdaging is dus zich op een duurzame manier organiseren om een langdurige invloed te hebben op het beleid”, stelt Van Goethem.

'Sommigen noemen de klimaatmarsen een hype. Anderen, meer welwillend, spreken over het ‘verfrissende geluid’ dat de klimaatjongeren brengen. Het gaat wel om meer dan dat, dan beide. Er is meer aan de hand.' (Foto: Flickr (cc) StampMedia)

Foto: CC BY-NC 2.0 StampMedia

Van Goethem wijst er in dat kader ook op dat zowel het klimaatprotest als de MeToo-beweging al bij al weinig directe invloed hadden op het beleid. “Parallel daarmee zie je dat de institutionele kanalen, zoals mutualiteiten en vakbonden, ook niet meer de mobilisatiekracht hebben die ze ooit hadden. Maar die losse, tijdelijke en spontane basisinitiatieven die weinig gelinkt zijn aan structuren, zouden ook nadien hun stempel moeten kunnen drukken op de toekomstverwachtingen.”

Er is volgens Van Goethem een duurzame kracht nodig om thema’s blijvend op de agenda te zetten. “Je moet als sociale beweging namelijk sterk genoeg staan om beleid af te dwingen en bepaalde beleidsopties op de lange termijn te nemen. Je hebt een soort van sterk gestructureerd, desnoods via een netwerk of andere samenwerking, sociale actie nodig om te blijven wegen op het beleid.”

Momentum

Professor Van Goethem ziet wel drie gelijkenissen met de reactie op zware crisissen, zoals oorlogen, uit het verleden die leiden tot de opkomst van bewegingen. “In de eerste plaats is er een evaluatie van het verleden: waar is het fout gelopen, hoe is het zover kunnen komen? In de tweede plaats is er een onmiddellijke dreiging. Een derde element is de drang om mee te bepalen hoe de toekomst eruit gaat zien.”

Van Goethem: ‘Ik vrees dat de sociale organisaties en sociale bewegingen te versnipperd zijn om het beleid in één of andere richting te gaan keren’

De evaluatie van het verleden woedt volop. “Er is een groot probleem met onze woonzorgcentra en eigenlijk wisten we dat de kwaliteit vaak onvoldoende is, er werd bespaard op zorg of er waren op zijn minst besparingsmogelijkheden”, verduidelijkt Van Goethem.

De dreiging van het moment is uiteraard de pandemie. “Alle maatschappelijke krachten worden verenigd om ervoor te zorgen dat we uit de crisis te geraken. Maar het soortelijk gewicht van die krachten is daarin doorslaggevend. Ik heb de indruk dat er nu toch een heel sterk pleidooi is om het economische op het sociale te laten domineren. De gezondheidsdreiging wordt in sommige discoursen een economische dreiging genoemd. De dreiging wordt eigenlijk omgekeerd.”

Een derde gelijkenis is het nadenken over toekomstscenario’s. “Ik vrees vandaag dat de sociale organisaties en sociale bewegingen, ondanks hun hele sterke aanwezigheid op het terrein, te versnipperd zijn om het beleid in één of andere richting te gaan keren.”

De vraag is volgens Van Goethem of dit soort pandemieën zich frequenter zal herhalen. “Het zal niet ondenkbaar zijn dat men die toekomstprojecties gebruikt om bepaalde beleidsontwikkelingen in gang te zetten. Als je globaal kijkt, dan zie je toch bij een aantal regimes dat de ambitie bestaat om de crisis te gebruikt wordt om de bevolking veel strikter te controleren. Je ziet een aantal meer autoritaire landen duidelijk in die richting gaan.“

Het is nu aan de bewegingen zelf om zich de komende maanden te organiseren, aan hun leden om de mobilisatiekracht vorm te geven, en aan de goodwill van de publieke opinie om hun legitimiteit verder te ondersteunen.

De impact van sociale bewegingen na de twee wereldoorlogen

Sociale beweging verzilverden hun eisen na de Eerste Wereldoorlog en met enige vertraging ook na de Tweede Wereldoorlog.

“Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkten de sociale, toen verzuilde ideologische bewegingen in belangrijke mate mee aan de ondersteuning van de oorlogsinspanningen en zelfs de oorlogsproductie van hun regeringen, ongeacht het kamp”, verduidelijkt professor Van Goethem. “Ze hebben die sterke positie kunnen gebruik om een programma te realiseren waar ze al een tiental jaar vragende partij voor was.”

Op de vredesconferentie in Parijs werd een arbeidscharter afgesloten en werd de lnternationale Arbeidsorganisatie opgericht om wereldwijde sociale rechtvaardigheid te bevorderen. De conferentie zetten ook belangrijke stappen vooruit op vlak van vrouwenrechten.

Op het einde de Tweede Wereldoorlog zag je dan weer het omgekeerde, merkt professor Van Goethem op. “Er was vanuit de sociale bewegingen een sterke maatschappelijke steun voor de oorlogsproductie en de regeringen werden ondersteund. Maar op het moment dat de Verenigde Naties worden opgericht, wordt heel die beweging opzijgeschoven. Op de oprichtingsconferentie in San Francisco waren vertegenwoordigers van de arbeiders niet eens welkom.”

“Na de Eerste Wereldoorlog werd de Internationale Arbeidsorganisatie voor hen opgericht, maar in 1945 werd niet eens opgenomen in het oprichtingscharter van de Verenigde Naties. Dat veranderde wel enkele jaren later, met de start van de Koude Oorlog, toen stonden de arbeidersbewegingen opnieuw in de frontlijn en konden ze ook in ruil voor hun samenwerking verregaande hervormingen afdwingen.”

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books