Vrees voor tikkende tijdbom op Afrikaans continent

 Leestijd: 5 minuten1

Officiële cijfers tonen dat er op het Afrikaanse continent amper mensen met het coronavirus besmet zijn. Experts vrezen dat het virus zich in stilte onder de bevolking verspreidt. In tegenstelling tot Westerse landen zijn gezondheidsinformatiesystemen er vaak ontoereikend om betrouwbare data uit te puren.

Vooral Sub-Saharaans Afrika lijkt min of meer gespaard te blijven van het coronavirus, op Zuid-Afrika na. Dat blijkt uit de voortdurend bijgewerkte verspreidingskaart, en het dashboard met cijfergegevens, van de Amerikaanse Johns Hopkins University. Ook de Afrikaanse afdeling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) lanceerde ondertussen haar interactieve kaart en dashboard, waarop specifiek voor het continent, en ook per land, meer details staan over het aantal gekende besmettingen, genezen verklaarde personen en overlijdens.

Wereldgezondheidsorganisatie: ‘We kunnen het verloop van deze pandemie  in Afrika nog veranderen. Regeringen moeten al hun capaciteit inzetten en sneller optreden’

De meeste besmettingen worden momenteel in Egypte gemeld, waar het virus ook voor het eerst op het continent werd vastgesteld. Het gros van de meldingen komt uit Zuid-Afrika, gevolgd door Algerije en Marokko.

Uit cijfers van afgelopen zondag (22 maart) blijkt dat het aantal bevestigde besmettingen op vijf dagen bijna verdubbelde tot 1.321. “De snelle evolutie van COVID-19 in Afrika is zeer zorgwekkend en een duidelijk signaal om actie te ondernemen”, zei regionaal directeur Dr. Matshidiso Moeti van de Wereldgezondheidsorganisatie afgelopen donderdag. “Maar we kunnen het verloop van deze pandemie nog veranderen. Regeringen moeten al hun capaciteit inzetten en sneller optreden.” Het zijn vooral de lokale besmettingen die zorgen baren, en die nemen toe.

Afgelopen donderdag werd het virus in 34 Afrikaanse landen vastgesteld, zondag liep dat cijfer op tot 43 staten. Ethiopië, waar op de luchthaven van Addis Abeba dagelijks vluchten uit China landden, telde zondag 11 bevestigde slachtoffers. Op Zuid-Afrika na, zijn in zowat alle Sub-Saharaanse landen slechts een handvol patiënten bekend. Het totale aantal bevestigde besmettingen in een continent met 1,3 miljard inwoners, staat in schril contrast met de verspreiding van het virus wereldwijd.

Experts vrezen daarom dat het virus zich onder de radar verspreidt en onderrapportage een eerste groot probleem is.

Gezondheidsinformatiesystemen

Theo Lippeveld: ‘Als niemand meedeelt dat er corona is, dan is er uiteraard ook ‘geen besmetting’ terug te vinden in de cijfers’

“Ik denk eerst en vooral dat er een probleem is bij de gezondheidsinformatiesystemen, de manier waarop informatie over de gezondheidsstatus van de bevolking bij de gezondheidsdiensten verzameld wordt”, zegt DrTheo Lippeveld. De Belg wijdde zijn carrière aan het opbouwen van gezondheidsinformatiesystemen in Afrika, professioneel met de Universiteit van Harvard en met het JSI Research & Training Institute, en momenteel nog vrijwillig met de ngo Rhino (Routine Health Information Network).

“Die gezondheidsinformatiesystemen krijgen een deel van hun info van lokale gezondheidsdiensten”, legt Lippeveld uit. “Die moeten wel gegevens rapporteren natuurlijk, en ik vrees dat er in veel Sub-Saharaanse landen een groot probleem is van niet-rapporteren. Als niemand meedeelt dat er corona is, dan is er uiteraard ook ‘geen besmetting’ terug te vinden in de cijfers.”

Theo Lippeveld: ‘Je moet informatiesystemen hebben die elke dag werken. De uitbouw ervan is een werk van lange adem’

Het ontbreken van dergelijke basisinformatie maakt het moeilijk om een gezondheidsbeleid te voeren. “Om gezondheidsinformatiesystemen te doen werken, moeten die opgestart zijn voor een uitbraak. Tijdens een epidemie is het te laat”, zegt Lippeveld.

“Toen ebola in Guinea uitbrak, had niemand een gestandaardiseerde manier om te rapporteren. Toen het virus uitzwermde naar Sierra Leone en Liberia zijn honderden experten gekomen om de leiding over te nemen om de epidemie onder controle te krijgen. Dat is niet de manier waarop het zou moeten gebeuren. Je moet informatiesystemen hebben die elke dag werken. Die uitbouw daarvan is een werk van lange adem, al zijn er nu landen in Afrika die ondertussen betere gezondheidsinformatiesystemen hebben, zoals Ethiopië, Kenia en Tanzania in Oost-Afrika, maar ook Zuid-Afrika, en Senegal en Ghana in West-Afrika.”

Afrikaanse Unie rapporteert

Vanuit Afrika zelf rapporteren de Africa Centres for Disease Control and Prevention (Africa CDC) de verspreiding van het virus. Naar analogie met de Wereldgezondheidsorganisatie, levert die gespecialiseerde technische instelling van de Afrikaanse Unie regelmatige updates van de situatie op het terrein.

Bruce Basset (Universiteit Kaapstad): ‘Ik ben bezorgd dat we met een tikkende tijdbom zitten’

Africa CDC werd pas opgericht in 2016, de hoofdzetel is gevestigd in Addis Abeba (Ethiopië). De instelling ondersteunt Afrikaanse landen in het voorkomen, opvolgen en behandelen van infectieziektes. Die gecoördineerde aanpak is belangrijk voor de toekomst.

Het blijft natuurlijk de vraag of momenteel alle besmettingen effectief in kaart zijn gebracht. In Science drukten wetenschappers halverwege maart ook al hun bezorgdheid uit over de verspreiding van het virus in Afrika. Ook zij vrezen dat COVID-19 zich in stilte verspreidt.

“Ik ben bezorgd dat we met een tikkende tijdbom zitten”, zegt Bruce Basset, een datawetenschapper aan de Universiteit van Kaapstad in het wetenschappelijk tijdschrift. Ook Dr. Lippeveld vreest dat het slechts een kwestie van tijd is voor de pandemie ook in Afrika uitbreekt. “Het heeft ook tijd gevergd vooraleer de epidemie van China naar Europa en de Verenigde Staten kwam. Er wordt nu eenmaal veel meer gereisd tussen die continenten dan tussen Azië, Europa en Afrika.”

Luchthavens screenen

Sinds de uitbraak van het virus ligt de screeningsfocus in de meeste Afrikaanse landen bij koortsmetingen in luchthavens. De meeste landen screenden in eerste instantie Aziatisch ogende reizigers op koorts, en gaandeweg ook alle buitenlandse reizigers, en verplichtten bij aankomst om handen te ontsmetten.

Ben Cowling (Universiteit Hongkong): ‘Maatregelen gericht op het opsporen van infecties bij reizigers zullen een lokale epidemie alleen maar vertragen, niet verhinderen’

Die focus is niet effectief, argumenteren andere wetenschappers in Science, aangezien daarmee geen besmette personen in de incubatieperiode opgespoord worden. Bovendien levert de meetapparatuur niet altijd betrouwbare informatie en kunnen zieke reizigers gezondheidswerkers misleiden door koortswerende middelen in te nemen.

“Maatregelen gericht op het opsporen van infecties bij reizigers zullen een lokale epidemie alleen maar vertragen, niet verhinderen”, zei epidemioloog Ben Cowling van de Universiteit van Hongkong in het wetenschappelijk tijdschrift.

Sommige Afrikaanse landen, zoals Mali of Kenia gingen vrij snel nog een stap verder. Daar moesten reizigers uit risicogebieden verplicht in afzondering. Andere landen lieten dan weer vluchten of internationale buslijnen schrappen, zoals in Marokko of Egypte.

De ongerustheid over het virus is bij sommige leiders groot. De Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphose sprak in een televisietoespraak halverwege maart al over een “nationale ramp”. Hij kondigde meteen maatregelen aan om de verspreiding in te dijken, inclusief de sluiting van scholen, een samenscholingsverbod en (in)reisbeperkingen. Een reeks andere landen nam dezelfde beslissingen, en ook andere social distancing-maatregelen.

Zwakke gezondheid(szorg)

Eenmaal de ziekte aan land komt, duikt een bijkomend probleem op: het gebrek aan testcapaciteit. Volgens het Africa CDC beschikken 43 Afrikaanse landen over testcapaciteit, al zijn er maar 10.000 testkits over het hele continent verspreid. “Wellicht zijn er dus vaak geen diagnostische testen aanwezig of kunnen die niet gebruikt worden”, zegt Theo Lippeveld. “En dat voor een virus dat nooit gezien werd in Afrika, want SARS en MERS kwamen er omzeggens niet voor.”

De meeste Afrikaanse landen kampen met zwakke gezondheidszorgsystemen, met slechte of beperkte infrastructuur, en tekorten aan mensen en materiaal

Bovendien hebben de meeste Afrikaanse landen zwakke gezondheidszorgsystemen, met slechte of beperkte infrastructuur, en tekorten aan mensen en materiaal. In MO* getuigden Congolese artsen en Dokters van de Wereld vanop het terrein dat de gezondheidssystemen een pandemie niet aankunnen. Behalve dan op plekken waar infrastructuur en knowhow werd opgebouwd bij het onderdrukken van andere besmettelijke ziektes, zoals ebola in Oost-Congo.

Ook humanitair chirurg en voormalig staatssecretaris Reginald Moreels, recent terug uit een gebied waar ebola hard toesloeg, argumenteerde waarom de publieke gezondheidszorg in Afrikaanse landen niet bestand is tegen het virus.

Theo Lippeveld: ‘In vele Sub-Saharaanse landen is er ondervoeding bij kinderen onder vijf jaar. Dit maakt hen meer gevoelig aan infectieziekten’

Bovendien speelt ook de algemene gezondheidstoestand van coronapatiënten een rol, in het al dan niet succesvol doormaken van de longziekte. “Wanneer we een hogere mortaliteit zien, dan heeft dat dikwijls te maken met de gezondheidsstatus van diegene die de infectie krijgt”, verduidelijkt Theo Lippeveld.

“Bijvoorbeeld, in vele Sub-Saharaanse landen is er ondervoeding bij kinderen onder vijf jaar. Dit maakt hen meer gevoelig aan infectieziekten. Daarnaast speelt uiteraard ook de al dan niet aanwezigheid en kwaliteit van gezondheidsdiensten, en het ontbreken van kennis, van personeel, en van gesofisticeerde uitrusting, een belangrijke rol in de mortaliteit van mensen die in een slechte toestand zijn.”

De Wereldgezondheidsorganisatie zet ondertussen wel massaal in op detectie en opleiding van lokaal medisch personeel. Een onlinetraining en handboek voor gezondheidswerkers over Covid-19, werd al meer dan 320.000 keer geraadpleegd, benadrukte WHO-directeur Tedros Adhanom Ghebreyesus, zelf uit Ethopië afkomstig, afgelopen week.


Noot: de WHO levert zowel cijfers voor Sub-Saharaans Afrika (omschreven als WHO African region) enerzijds als het volledige continent anderzijds (inclusief Noord-Afrika en het Midden-Oosten). Er werd gekozen om de cijfers voor het continent te gebruiken.


Uitgelichte foto: Clock Tower in Arusha, Tanzania (© Steven Vanden Bussche (Apache))

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books