Geld uit leefmilieufonds gebruikt om kippenstallen te vullen

 Leestijd: 4 minuten1

De Vlaamse Regering haalt 1,25 miljoen euro uit het MINA-fonds om de stallen van kippenhouders te ‘herbevolken’ die geruimd werden na de vogelgriep. De natuur- en milieubeweging reageert verbolgen op de beslissing. “Die middelen moeten uit de landbouwpot komen”, klinkt het. Het geld komt bovendien uit een potje dat stikstofvervuiling moet tegengaan, waarvan de intensieve veeteelt ironisch genoeg één van de belangrijkste oorzaken is.

In het voorjaar van 2019 werden tientallen pluimveehouders, vooral in West-Vlaanderen, geplaagd door een milde variant van vogelgriep (type H3) in hun stallen. Besmette dieren legden daardoor minder (en bleke) eieren en verzwakte dieren stierven sneller.

Volgens het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) ging het om een laag pathogeen virus. “Dat wil zeggen dat het virus op zich niet verantwoordelijk kan zijn voor de symptomen en sterfte”, klonk het in een mededeling. “Uiteraard kan dit virus wel bijdragen om de symptomen van andere pathogenen (ziekteverwekkers) te versterken.”

De federale regering legde begin mei een aantal veiligheidsmaatregelen op om verdere verspreiding van de vogelgriep te voorkomen, maar het ruimen van besmette stallen werd pas begin juli verplicht. Het ‘herbevolken’ van die stallen, vanaf drie weken leegstand na de ruiming, wordt gecompenseerd door een steunmechanisme.

Laurens De Meyer (BBL): ‘Vogelgriep is een problematiek die deels gecreëerd wordt door intensieve landbouwsystemen. De middelen moeten dus uit de landbouwpot komen’

De Vlaamse Regering besliste al eind mei principieel om een schadevergoeding te voorzien voor getroffen pluimveehouders. Er werd meteen ook beslist om een deel van die compensatie te halen bij de Vlaamse Landmaatschappij, en daar knelt het schoentje.

“Gelet op het eenmalige karakter werd een deel van het budget vanuit andere eenmalige investeringsmiddelen verschoven die landbouw ten goede komen in de Vlaamse Landmaatschappij (VLM)”, verduidelijkt een woordvoerder van minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V).

Die verschuiving komt op rekening van het MINA-Fonds, dat 1,25 miljoen euro moet overhevelen naar het Departement Landbouw en Visserij. Dat kan blijkbaar via een eenvoudig Besluit van de Vlaamse Regering (BVR).

Dat is opmerkelijk, want daar dient dat fonds niet voor. Het gebeurde ook nooit eerder. Het MINA-fonds (milieu- en natuurfonds) beheert namelijk het gros van de middelen die in Vlaanderen ingezet worden voor de verbetering van natuur en milieu.

‘Niet voor herhaling vatbaar’

Concreet financiert het MINA-fonds uitgaven rond preventie, bescherming, administratie, beheer en sanering van leefmilieu. Daarin zit onder meer watervoorziening en natuurbehoud, en bos- en groenvoorziening in de ruimte zin van het woord. Het Mina-fonds wordt grotendeels ‘gespijsd’ met de ontvangsten van milieuheffingen en boetes.

De middelen in het MINA-fonds hebben een duidelijk etiket en wijken dus af van het algemene begrotingsprincipe, waar middelen in één pot komen en voor alles ingezet kunnen worden. “Het is vreemd om die gebrandmerkte middelen te verschuiven naar landbouw, om daar een crisis op te lossen”, zegt beleidsmedewerker Laurens De Meyer van Bond Beter Leefmilieu (BBL).

“Die middelen moeten uit de landbouwpot komen”, zegt De Meyer, die niet gezegd wil hebben dat landbouwers geen steun kunnen krijgen, maar volgens hem hoeft dat geld niet uit het MINA-fonds te komen.

“Vogelgriep is een problematiek die deels gecreëerd wordt door intensieve landbouwsystemen. Met geld uit het MINA-fonds moeten natuur- en milieudoelstellingen gerealiseerd worden of landbouwkundige milieugerelateerde maatregelen bekostigd worden. Maatregelen die dus het milieu ten goede komen.”

Voor de BBL is dit niet voor herhaling vatbaar. “Ook het gebrek aan motivering is problematisch”, zegt De Meyer. “Dat zo’n vergoeding uit het MINA-fonds komt is tekenend voor een beleid dat meer uitgaat van het kleven van een pleister op problemen eerder dan naar oplossingen kijken. Hoe gaan we ons landbouwsysteem anders organiseren en niet langer de uitwassen ervan subsidiëren?”

Kippenboerderij (Foto: CC BY 2.0 Javier Lastras (Flickr))

Niet gemotiveerd

Vlaamse Regering: ‘Zonder de onmiddellijke uitrol van de vergoedingsregeling is de heropstart voor veel pluimveehouders niet mogelijk’

De steun aan de getroffen landbouwers gebeurt uiteraard niet rechtstreeks vanuit het MINA-fonds, het zijn middelen uit dat fonds die overgeheveld worden naar een ander departement. “Die eenmalige overheveling was een politieke beslissing”, benadrukt een woordvoerder van het Vlaams Departement Omgeving. Waarom precies de beslissing genomen werd om precies uit dat fonds middelen te putten, kon Vlaams minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) niet meedelen. Zij verwees naar de besluiten van de Vlaamse Regering, waarin geen motivering van de overheveling staat.

De ministerraad besliste op 22 november om eenmalig middelen uit de begroting van de Vlaamse Landmaatschappij over te hevelen naar het Departement Landbouw en Visserij. Net voor de kerstvakantie, op 20 december 2019, werd die beslissing definitief.

De helft van de 2,5 miljoen euro voor herbevolking wordt gehaald uit het Vlaams Fonds voor de Lastendelging. In dat fonds wordt volgend jaar 66 miljoen euro gestopt, er zit ook nog een overschot van 145 miljoen van de voorbije jaren. De andere helft komt dus uit het MINA-fonds.

De Inspectie van Financiën verleende een gunstig advies, aan de Raad van State werd geen advies gevraagd. Dat laatste wijt de regering aan de ‘dringende noodzakelijkheid’. “De herbevolking vergt een zware financiële investering die door de eerdere inkomstenderving voor veel pluimveehouders niet haalbaar is. Zonder de onmiddellijke uitrol van de vergoedingsregeling is de heropstart voor veel pluimveehouders niet mogelijk.”

De kosten voor het ‘hervolken’ van getroffen stallen wordt op ruim 15,3 miljoen euro geraamd. Dat betekent dat de Vlaamse regering (voorlopig) voor 15% van de kosten tussenbeide komt.

Stikstof

Het geld dat gebruikt wordt om kippenstallen opnieuw te vullen, komt ironisch genoeg uit een pot die ervoor moet zorgen dat er minder stikstofneerslag is, zo leert een navraag bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Die vervuiling is een groot probleem voor de natuur, want het leidt in de eerste plaats tot vermesting, maar ook tot verzuring. Heide, schrale graslanden en sommige bostypes zijn daar zeer gevoelig voor.

Om de Europese natuurdoelen in Vlaanderen te realiseren, voert de Vlaamse Overheid een beleid om die stifkstofneerslag te reduceren. Zo kregen bijvoorbeeld alle landbouwbedrijven de afgelopen jaren een kleurencode, waarbij sommige bedrijven niet meer kunnen uitbreiden of opnieuw vergund worden (code rood) en andere bedrijven slechts opnieuw vergund kunnen worden als ze 30 procent minder stikstof uitstoten (code oranje).

Die maatregel (Programmatische Aanpak Stifstof) wordt vanuit het MINA-fonds gefinancierd. “In het kader van het flankerend beleid voorziet het MINA-fonds middelen voor de VLM om onder andere de instandhoudingsdoelen (IHD) en de uitwerking van het PAS-beleid uit te voeren”, verduidelijkt een woordvoerder van de VLM.

“Die dotatie bestaat uit een vergoedingenpost (vergoedingen van de aanvragen oranje en rode bedrijven) en een investeringspost (voor bijvoorbeeld de aankoop van ruilgronden). De voorziene middelen voor het uitbetalen van vergoedingen aan oranje en rode bedrijven zijn niet opgebruikt omdat er onvoldoende dossiers/aanvragen waren”, klinkt het bij de VLM.

In Vlaanderen draagt ammoniak sterk bij aan de stikstofneerslag, zegt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) al jaren in rapporten. Landbouw en vooral de intensieve veeteelt (in West-Vlaanderen en het noorden van Antwerpen) zijn de belangrijkste bronnen van ammoniak.  Bovendien daalt de gemiddelde stikstofdepositie de afgelopen jaren in Vlaanderen niet langer, zo blijkt uit het laatste Milieurapport.

Ook MINA-middelen voor verwerking kadavers

Rendac, een vilbeluik dat dierlijk restmateriaal en kadavers ophaalt en daarna vernietigt of verwerkt tot allerlei basisgrondstoffen of groene energie en -brandstof, ontvangt al minstens sinds 2003 subsidies van uit het MINA-fonds. Die dotatie werd net voor de kerstvakantie verhoogd.

“In 2018 bleek dat een kostenstijging te verwachten was voor de ophaling en verwerking zodat een stijging van de abonnementsprijzen voor de veehouders zich opdrong”, staat in een besluit van de Vlaamse Regering over de extra steun. “In het voorjaar van 2019 werd geopteerd om de abonnementsprijzen niet te laten stijgen en om een bijkomend bedrag toe te kennen als steun voor de noodlijdende sector.”

De Vlaamse Regering haalt daarvoor 1,8 miljoen euro uit het Vlaams Fonds voor de Lastendelging en 1,8 miljoen uit het MINA-fonds.

Rendac maakt sinds 2014 deel uit van het Amerikaanse Darling Ingredients. Die multinational is naar eigen zeggen de grootste producent van ‘natuurlijke ingrediënten uit eetbare en niet-eetbare organische restmaterialen’.

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books