Het Vlaams onderwijs diept sociale kloof verder uit

 Leestijd: 6 minuten1

Het niveau van het Vlaams onderwijs daalt. Dat was de teneur na de bekendmaking van de driejaarlijkse PISA-resultaten. Een belangrijk probleem bleef echter onderbelicht: het Vlaams onderwijs diept de bestaande sociale kloof verder uit, in plaats van ze te dichten. Hoe komt dit?

“Ondertussen heb ik bevestiging: vragen naar discriminatie werden niet bevraagd in België. Wel in 60 (!) andere PISA-landen waaronder Saudi-Arabië, Kazachstan en Belarus. Het is niet omdat wij onze ogen sluiten dat realiteit van discriminatie verdwijnt.”

Wereldwijd worden 15-jarigen om de drie jaar getest op lezen, wiskunde en wetenschappen, ook in Vlaanderen. Enkele uren na het publiek maken van deze voor het onderwijs zo belangrijke internationale PISA-resultaten, windt KUL-prof Orhan Agirdag zich op Twitter op.

Is het echt zo dat Vlaanderen niet in de spiegel durft kijken als het om discriminatie gaat? “Elke drie jaar is het weer hetzelfde liedje bij het verschijnen van de PISA-cijfers”, zegt professor sociologie Orhan Agirdag. “We stellen vast dat de ongelijkheid groot is. We roepen dat er iets moet aan worden gedaan, maar drie jaar later is er opnieuw niets gebeurd.”

Ongelijkheid reproduceren

Kansarme leerlingen en leerlingen die thuis geen Nederlands spreken scoren dus beduidend slechter in Vlaanderen

Over welke ongelijkheid gaat het? Volgens de PISA-cijfers zijn de verschillen tussen de sterkste en de zwakste leerlingen groter dan gemiddeld, zowel voor lezen, wiskunde als wetenschappen. Meer nog dan in andere landen worden de verschillen in de score verklaard door de socio-economische thuissituatie en de thuistaal. Kansarme leerlingen en leerlingen die thuis geen Nederlands spreken scoren dus beduidend slechter in Vlaanderen. Met andere woorden: ons onderwijs reproduceert ongelijkheid, in plaats van er iets aan te doen.

Hoe komt dit? Professor Orhan Agirdag had het ook graag geweten en begreep eerst niet waarom de Vlaamse overheid de kans liet liggen om discriminatie te meten via het PISA-onderzoek.

Volgens Jeroen Backs, afdelingshoofd Strategische Beleidsondersteuning van het Departement Onderwijs berust de felle reactie van Agirdag op een misverstand. “Naast het testen van de gebruikelijke competenties stelde de OESO, de aanbieder van de PISA-testen, voor om de zogenaamde ‘global competence’ te testen bij onze 15-jarigen. Bij de manier waarop die test voorgesteld werd, hadden wij ernstige methodologische bedenkingen”, zegt Backs.

“Die test zou bovendien vooral peilen naar zaken die we al via een ander internationaal onderzoek (het ICCS) verkrijgen. Pas nu weten we dat aan de module over global competence een vragenlijst gevoegd was, met daarbij de vraag naar discriminatie op school”, zegt Backs. Het departement Onderwijs heeft blijkbaar niet bewust het onderzoek naar discriminatie verhinderd.

Op de vingers getikt

We weten niet veel over het welbevinden van jongeren tussen 12 en 17 jaar met niet-West-Europese roots op school en heel weinig over welke rol etnische discriminatie hierin speelt

Nochtans is ons land al herhaaldelijk op de vingers getikt door internationale instanties zoals het VN-Comité voor de Rechten van het Kind voor de “aanhoudende discriminatie van kinderen met een buitenlandse herkomst” en wees het VN-Comité van achttien experts ook op “de ongelijkheid in het onderwijs.”

Het Kinderrechtenforum eiste daarom in 2015 dat de overheid onderzoek en dataverzameling steunde want “mede door de dominante miskenning van de impact van discriminatie en racisme op kinderen en jongeren, is dit onderwerp nauwelijks onderzocht.”

Wie of wat is de beste bron voor data over discriminatie? Volgens Orhan Agirdag is dat Fanny D’hondt die in 2015 doctoreerde binnen de vakgroep sociologie aan de Universiteit Gent op een onderzoek over etnische discriminatie. Ze onderzocht de ervaringen van adolescenten met een migratieachtergrond.

Ondanks het hoge aantal jongeren tussen 12 en 17 jaar met niet-West-Europese roots (12,7 procent in 2013) weten we heel weinig over hun schoolervaringen. We weten wél dat ze gemiddeld minder goed presteren, maar we weten niet veel over hun welbevinden op school en heel weinig over welke rol etnische discriminatie hierin speelt.

Discriminatie door leraren en leerlingen

Het onderzoek van D’hondt is vier jaar oud. De onderzoekster heeft zich intussen gefocust op een ander thema en wou onder andere daarom liever geen commentaar geven bij de actuele PISA-cijfers. Ze was wel bereid te praten over een artikel dat ze naar aanleiding van haar doctoraat publiceerde in Welwijs.

Onderzoekster Fanny D’hondt: ‘In totaal ervoeren 41,1% van alle bevraagde adolescenten met migratieachtergrond etnische discriminatie door medeleerlingen en/of leraren’

Voor haar onderzoek bevroeg ze meer dan duizend leerlingen van niet-West-Europese origine in Vlaanderen. Ze legde hen een vragenlijst voor over etnische discriminatie van medeleerlingen, maar ook van leraren. De resultaten zijn niet min.

Hoe groot is de etnische discriminatie door leraren? Meer dan een kwart van de bevraagden (27,8%) zeiden zich gediscrimineerd te voelen: 21,8% op niet-regelmatige basis, voor 6% gebeurde dit zelfs op regelmatige basis. Bij discriminatie door medeleerlingen zijn de cijfers bijna even hoog: een kwart van de adolescenten (25,5%) zegt te kampen te hebben met discriminatie van medeleerlingen: bij 23,5% gebeurde dit niet-frequent, bij 2% gaat het om frequente ervaringen van discriminatie.

“In totaal ervoeren 41,1% van alle bevraagde adolescenten met migratieachtergrond etnische discriminatie door medeleerlingen en/of leraren”, zegt Fanny D’hondt. “Dat is erg als je weet wat voor een negatieve impact deze discriminatie heeft op het mentaal welbevinden, het onderwijswelbevinden en de schoolprestaties.”

Op de etnische discriminatie van leraren tegenover leerlingen rust nog te vaak een taboe. Het probleem onderkennen is nochtans een eerste stap naar een oplossing. “Het is niet omdat leraren het goede voorbeeld horen te geven, dat ze dit ook steeds doen, het is dus zeer belangrijk om te blijven inzetten op reflectie, bijsturing en bijscholing”, stelt Fanny D’hondt.

Een mogelijke oplossing is het laten filmen van de les. Nadien kan een leraar de les herbekijken met een coach en reflecteren over denkprocessen en gedragingen tijdens het lesgeven. Het kan leraren helpen om zich bewust te zijn van de manieren waarop ze vaak onbewust leerlingen discrimineren.

Etnische discriminatie van leraren is een probleem dat zich zowel in de zogenaamd witte als zwarte scholen voordoet. Alle leraren verdienen dus ondersteuning op dit vlak. Het onderwijsbeleid zou erop gericht moeten zijn om etnisch discriminatie terug te dringen, maar beleidsmakers moeten tegelijk beseffen dat die discriminatie diepgeworteld is.

Reageren op discriminatie

Hoe reageren jongeren op discriminatie door leerlingen? Vechten ze of vluchten ze? Bijna de helft van de jongeren (47,9%) verkoos om niets te doen. De andere helft reageert wél: 39,7% op een fysieke manier, 43,5% op een verbale manier en 16,8% op een verbaal agressieve manier.

Een positief en verbindend schoolklimaat is een cruciale factor voor de slaagkansen en welbevinden van kinderen en jongeren en voor hun algemeen gevoel van betrokkenheid in de samenleving

Hoe reageren jongeren op discriminatie door leraren? 62,5% van de leerlingen reageert niet, van degene die wél reageren doen meer dan acht op tien dat op een verbale manier. Bijna twee op tien leerlingen gaven aan dat discriminatie door leraren hen echt kwaad maakt, meer nog dan bij discriminatie van leerlingen.

Werk aan de winkel dus in het onderwijs. Dat vond de Vlaamse onderwijsraad al in 2014. Die riep de onderwijswereld op om diversiteit als een meerwaarde te zien. Een positief en verbindend schoolklimaat is een cruciale factor voor de slaagkansen en welbevinden van kinderen en jongeren en voor hun algemeen gevoel van betrokkenheid in de samenleving. Maar zoals de laatste PISA-cijfers verraden is er op dat vlak nog veel werk.

Ook de Vlaamse Scholierenkoepel ziet dat discriminatie, ook omwille van geloof of seksuele geaardheid, nog te vaak een negatieve impact heeft op de schoolprestaties van jongeren.

Volgens het Kinderrechtenforum is elke discriminatie een vorm van psychisch geweld. Als er significante incidenten van discriminatie van minderjarigen voorkomen, dan kan men concluderen dat de overheid onvoldoende heeft gedaan om de waarden en normen uit het Kinderrechtenverdrag te promoten binnen het onderwijs. Momenteel is de school nog te vaak een plek waar leerlingen (en ouders) kwetsuren oplopen ten gevolge van discriminatie en racisme door medeleerlingen en/of onderwijspersoneel.

Wantrouwen in onderwijs

In alle onderzoeken gaat het over gemiddelden, maar hoe zit het met de mensen? Orlando Verde is stafmedewerker van Kif Kif en voor het Kinderrechtenforum gaf hij volgende getuigenis:

“Ik ben opgegroeid in een derdewereldland. Dat betekent dat er niet altijd water uit de kraan kwam. Dat er niet altijd elektriciteit was, waardoor we regelmatig zes verdiepen te voet moesten klimmen voordat we thuis waren. Dat er elke maand betogingen waren omdat mensen het eindelijk beu waren. Dat betekent dat ik nog voor mijn zestiende twee militaire staatsgrepen heb meegemaakt. Dat betekent dat ik niet altijd naar school kon gaan, omwille van de zoveelste staking van leerkrachten. Dat we niet altijd even veilig waren voor gewone criminaliteit of voor ziektes.”

Verpleegster Mary O.: ‘Het wantrouwen in het onderwijs is zo groot. In plaats van je te motiveren, is er steeds maar dat wantrouwen’

“En toch ben ik enorm dankbaar dat ik daar opgegroeid ben. Want niemand heeft mij als kind anders behandeld omwille van mijn huidskleur of het geloof van mijn familie. Niemand heeft mij ooit ontmoedigd. Geen krant maakte grapjes over mijn afkomst. Geen politicus achtte mij problematisch omwille van mijn uiterlijk of van de stad waar mijn ouders geboren zijn. Ik kan onmogelijk weten wie ik vandaag zou zijn als ik dat allemaal als kind had meegemaakt. Zou ik even veel in mezelf vertrouwen? Zou ik sneller kwaad worden? Zou ik dezelfde ambities koesteren? Zou ik denken dat het zinvol is om het beste van mezelf te geven?”

We spraken ook Mary O., een 28-jarige verpleegster uit Brussel. Zij vindt “de school te vaak een oord van discriminatie”. Op haar zeventiende kwam ze vanuit Ghana in ons land. Ze volgde een jaar lang een taalbad en startte dan in het derde BSO voeding en verzorging.

“De idee was dat ik dan na mijn secundaire studies zo snel mogelijk zou werken”, zegt Mary. “Vier jaar BSO en steeds maar hoorde ik: ‘en dan moet je gaan werken’. Gelukkig was er ook een leraar die in me geloofde en die zei: ‘Mary, jij moet verder studeren’. Ik heb het gedaan. Ik ben die leraar eeuwig dankbaar. Hij zei: ‘kijk niet naar de leeftijd van de anderen, maar naar de weg die jij wil gaan’.”

“Ik heb drie jaar graduaat verpleegkunde gedaan. Die studies gingen vrij goed, maar toch bleven de docenten opmerkingen geven op mijn taal. Ik beheerste het Nederlands niet in al zijn nuances. Dat vraagt tijd, beste docenten”, zegt Mary.

“Ik moest ook werken om mijn studies te betalen en zorgde voor mijn zieke moeder. Helemaal op het eind van mijn studies kreeg ik mijn diploma niet, ik moest nog een week extra stage doen om me te bewijzen. Ik ben heel rustig gebleven. Een andere collega is me komen controleren, heeft me alle handelingen laten doen en zei achteraf: ‘ik snap niet waarom je dit nog eens moest doen.'”

“Het wantrouwen in het onderwijs is zo groot. In plaats van je te motiveren, is er steeds maar dat wantrouwen. Nu werk ik en dat is dag en nacht verschil. Mijn werkgever vertrouwt me, mijn patiënten respecteren me, met mijn collega’s heb ik een goede band. Maar die schooljaren wegen nog steeds op mijn gemoed”, besluit Mary.

Auteur: Wim De Jonge

Wim De Jonge stond vele jaren (graag) voor de klas, werkte tien jaar voor Klasse, was freelance (sport)journalist voor De Morgen, werkt nog voor Runner’s world. Dit jaar studeert hij Moderne Vergelijkende Literatuur in Gent.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books