Pleidooi voor cultuursubsidies

 Leestijd: 14 minuten0

Heb je een half uur? In mijn laatste jaar aan het Sint-Lucas in Antwerpen, dertig jaar geleden, richtte ik mee de Anonieme Solidaire Studenten op. We voerden een heel jaar actie om de directeur ontslagen te krijgen, omdat we die incapabel achtten om een kunstschool te leiden. Dat lukte uiteindelijk, maar wel ten koste van alle tijd en energie die we dat jaar aan ons artistieke werk hadden moeten wijden. Ons eindwerk had beter en meer kunnen zijn als we ons politiek afzijdig hadden gehouden, maar we waren te kwaad om te zwijgen.

Na dat jaar beloofde ik mezelf om dat nooit meer te laten gebeuren, maar zie, nu ben ik weer zo kwaad dat ik ga doordrammen over cultuursubsidies terwijl ik eigenlijk aan mijn volgende potentiële meesterwerk zou moeten voortarbeiden. De eerste stelling van striptekenaar Jean Giraud/Moebius is “Voor je kan tekenen, moet je jezelf vrijmaken van alle diepe gevoelens, zoals haat, geluk, ambitie, enz.”; wat maakt dat ik mijn woede hier moet ventileren eer ik kan beginnen tekenen.

Daarnaast wil ik publiek nadenken over een paar vragen die kwamen bovendrijven, waarop ik geen pasklaar antwoord heb. Is cultuur maatschappelijk noodzakelijk? Moet cultuur gesubsidieerd worden? Moeten kunstenaars gesubsidieerd worden of enkel de culturele infrastructuur? Ik hoop onderweg hierop wat antwoorden te kunnen formuleren.

Ik ga op mijn leeftijd nooit meer kinderkanker krijgen, maar ik ben toch blij dat ik bijdraag aan onderzoek om dat te bestrijden

Ik ben niet kwaad op Jan Jambon in het bijzonder. Toen die vrijdag verkondigde dat de cultuursector dan zelf maar een voorstel moet indienen om de bezuinigingen te realiseren, bewees hij het slachtoffer te zijn van het Peter Principle, dat stelt dat mensen gepromoveerd worden tot aan hun niveau van onbekwaamheid. Ik ben wel kwaad over hoe kunstenaars en cultuurmakers- en organisators worden afgeschilderd als een bende klaplopers die gulzig de gouden tiet (of slurf, zo je wil) van gemeenschapsgeld aan het leegzuigen zijn, en hun publiek als een elite die samen met de experimentele kunstenaars vooral goed zouden zijn in het spugen in het gezicht van de Vlaming (dixit de opportunistische haatzaaier Klaas Slootmans).

//

Kan besparen op cultuur het gat in de begroting dichten?

Het budget voor cultuur is 0,026% van de hele begroting.

Ik ben een nul in cijferen, dus corrigeer me als ik hier rekenfouten maak. Mijn cijfers komen van hier.

De Vlaamse begroting van 2018 telde ruw afgerond 45 miljard euro uitgaven en 42 miljard euro inkomsten (da’s een tekort van 3 miljard euro).

1,3 miljard euro van die uitgaven gingen naar Cultuur, Jeugd, Sport en Media (2,9%).

11,8 miljoen euro van die 1,3 miljard euro ging naar cultuurparticipatie (0,9%, ofwel 0,026% van het totaalbudget).

6% inhouden op dat cultuurbudget (11,8 miljoen) bespaart de federatie 708.000 Euro. Om een gat van 3 miljard te dichten. Dat lukt op die manier op iets meer dan 4.000 jaar tijd.

De financiering voor “slapende bakstenen” komt overigens uit een heel ander potje (95 miljoen euro voor beheer van onroerend erfgoed van de 2 miljard voor “Omgeving”).

//

Hoeveel belasting betaalt een Vlaming voor cultuurparticipatie?

Er zijn 6.000.000 Vlamingen die ieder jaarlijks gemiddeld twee euro belasting betalen om dat budget voor cultuurparticipatie samen te rijven. Gemiddeld, want arme mensen betalen minder dan rijke mensen, en kinderen betalen geen belastingen. ’t Is moeilijk uit te rekenen, maar ik schat dat iedere Vlaming uit de middenklasse in dat geval 3 euro per jaar bijdraagt. Echt?

Ter perspectief: er zijn 11.000.000 Belgen die samen jaarlijks 36.000.000 euro dotatie voor het Koningshuis ophoesten, gemiddeld 3,30 euro en volgens voorgaande schatting dus 5,00 euro per jaar per Vlaamse middenklasser.

De 40 F-35’s straaljagers kostten de gemiddelde Vlaming 600,00 euro.

Wees wat selectiever waarover je verontwaardigd bent, als je zelf niet om cultuur geeft.

//

Waarom belastingen voor cultuur betalen als het je niet interesseert, als je het niet nuttig vindt of er geen belang bij hebt?

Dat heet solidariteit.

Ik heb geen jonge kinderen en ik ga er zelf niet in rondklimmen, maar ik ben blij dat ik mee betaald heb aan de speeltuin in het Krügerpark. Echt nuttig is dat niet want kinderen spelen net zo lief met een kartonnen doos.

Vlaanderen heeft een wegennet waarvan ik nog geen 1% gebruik, maar ik ben blij dat ik naar Daverdisse zou kunnen rijden als ik daar een vriend zou hebben wonen.
Ik ga op mijn leeftijd nooit meer kinderkanker krijgen, maar ik ben toch blij dat ik bijdraag aan onderzoek om dat te bestrijden.

Iemand opperde dat hij voortaan in zijn belastingaangifte wilde aangeven naar welke doelen zijn bijdrage wel of juist niet zouden moeten gaan, maar er is toch nood aan een systeem om minderheden tegen die massa te beschermen. Hebben we niet precies daarvoor een beleid nodig? De meerderheid overlegt over welke minderheden ze wil beschermen.

Een groot deel van mijn belastinggeld gaat naar projecten en doelen waar ik niks mee te maken heb, en zelfs naar een hoop dingen waar ik radicaal tegen ben (vul hier zelf in), maar ook naar dingen die ik noodzakelijk acht (vul hier ook zelf in).

Die balans zit scheef, wat mij betreft, maar kan niet worden rechtgetrokken door het geld van cultuurparticipatie elders onder te brengen. Alleen het verschuiven van de grote budgetten levert een andere balans op.

Iedereen draagt bij aan het cultuurlandschap, dat daarvoor de deuren voor iedereen openzet. Of je dan ook binnengaat, is een persoonlijke keuze.

//

Is cultuur noodzakelijk?

Voor een algemene betekenis van cultuur verwijs ik naar Wikipedia.

Cultuur is dat wat de mens schept. Het begrip staat tegenover “natuur” en verwijst naar menselijke activiteit en de symbolen die deze activiteit betekenis geven. In brede zin duidt cultuur alles aan wat een samenleving voortbrengt en overdraagt. In deze omschrijving staat cultuur tegenover ‘natuur’, de jager-verzamelaar, het verzamelen van voedsel en de jacht. In enge zin is cultuur een ambacht, kunst, religie en wetenschap, gewoonten en gebruiken, de kleding, vrijetijdsbesteding en voedselvoorziening in een gebied.

In deze discussie is cultuur nog enger: een verzameling artistieke activiteiten: architectuur, literatuur, beeldende kunst, theater, dans, muziek, performance enz.

Kunst beleven en kunst maken hangt samen met het menszijn. Hoe ver je ook in de historie en prehistorie terugkijkt: van zodra de mens in beeld komt, zal hij praten, neuriën, zingen, dansen, fluiten, muziek maken, schilderen, bouwen, verhalen vertellen, creëren. Dat, en goden aanbidden en oorlog voeren. Wat weet je over de Azteken? Het Oude Egypte? De Oude Grieken? De Romeinen? De Middeleeuwen? De kunst die ze maakten, de goden die ze vereerden en de oorlogen die ze uitvochten? Hetzelfde geldt geografisch: wat weet je over Japan, over Zuid-Amerika, over de USA?

Zeker hoeft niet iedereen aan die cultuur deel te nemen, zoals ook niet iedereen een religie moet aanhangen of medemensen moet gaan afknallen, om als mens te kunnen worden gedefinieerd. Niemand dient tot culturele participatie te worden gedwongen of te worden gekleineerd wanneer kunst en cultuur niet aan hem of haar besteed zijn. Ik ben voor vrijheid, vrije meningsuiting en ik ben voor het recht op barbarij. Maar een samenleving zonder cultuur heeft nog niet bestaan en zal ook nooit bestaan. Cultuur is misschien niet noodzakelijk, maar wel onvermijdelijk.

//

Heeft cultuur nut?

Ik wil hierin Oscar Wilde bijtreden in zijn uitspraak “All art is quite useless”. Alle kunst is redelijk nutteloos, zoals ook een bloem op zich nutteloos is. Je kan ze tentoonstellen of verkopen, maar dat heeft niets met de essentie van de bloem te maken.

Hoe nuttig kunst is, hangt af van wat er na (en vaak ook tijdens) het maken van de kunst gebeurt ten aanzien van een publiek. Ze kan worden ingezet ter verkoop, ter definitie van een volksaard, ter vermaak, ter afleiding, ter versiering, ter educatie, ter motivatie, ter verbinding, ter verheffing, ter promotie, ter prestige, ter vertroosting, ter discussie en ter talloze andere doeleinden. Geen enkel kunstwerk kan voor al die doeleinden worden ingezet, maar toch altijd voor één of enkele ervan. (Sport is op zich ook volstrekt nutteloos, maar kan op dezelfde manier veelvuldig nuttig ingezet worden.)

Er zit wel degelijk economisch nut in cultuur: er werken 171.265 “culturo’s” in de creatieve sector die samen 12,5 miljard euro aan toegevoegde waarde creëren.

Elders las ik dat iedere euro in cultuur geïnvesteerd, er anderhalve oplevert. Maar ik weet niet waar de cijfers zijn te vinden die dat bevestigen.

//

Moet cultuur gesubsidieerd worden?

Nee.

Toch niet het maken van kunst. Echte, radicale kunst wordt gemaakt in de ondergrond, los van en tegen alles. De meeste kunst wordt nu al gemaakt zonder subsidies of welke vorm van financiering dan ook. Ofwel door dilletanten, amateurs en hobbyisten, ofwel door werkschuwe werklozen (feitelijk wel gesubsidieerd) of door kunstenaars die leven op, vlak boven of onder de armoedegrens. Veel acteurs zijn werkloos tussen twee producties in. Veel kunstenaars doen een tweede half- of voltijdse job bij hun activiteit als kunstenaar.

Het beeld van de lamzak die tot twee uur in zijn nest ligt, dan een doekje volkliedert en langs de kassa passeert is een dwaas figment

Geen enkele kunstenaar doet deze job voor het geld. Ook Fabre, Delvoye en Tuymans niet. Voor mensen die niet met kunst bezig zijn is dat blijkbaar een moeilijk te vatten premisse: waarom zou je werken als daar geen geld tegenover staat? Het beeld van de lamzak die tot twee uur in zijn nest ligt, dan een doekje volkliedert en langs de kassa passeert is een dwaas figment.

Een toeschouwer ziet een schilderij, een concert of een theaterstuk, maar niet het werk dat daaraan voorafging: uren studeren, oefenen, lezen, repeteren, vergaderen, lobbyen, nadenken, herbeginnen, twijfelen, dronken aan de toog hangen, schetsen, bijschaven. Alle kunstenaars die ik ken werken meer uren dan de gemiddelde kantoorbediende of arbeider, om er daarna misschien een grijpstuiver aan over te houden. Dat zegt niets over de kwaliteit van het werk. Allicht zit daar een pak rommel bij, maar mogelijk ook de nieuwe Vincent van Gogh: bij leven miskend en nu miljoenen waard. Welke kunst waardevol is of zal worden, en welke niet, is onmogelijk in te schatten.

De meeste kunstenaars die afstuderen hebben nog een heel traject voor de boeg eer ze mogelijk ooit professioneel aan de slag kunnen. Ik kijk naar mijn jaar afstudeerders, vrije grafiek 1989: daarvan ben ik de enige die professioneel tekent en het duurde vijftien jaar eer dat lukte. En in feite lukt het me maar half, want ik doe een spagaat tussen illustreren en striptekenen: zoals de meeste striptekenaars financier ik mijn stripcarrière met illustratiewerk.

Ik ben wel bedreven in allebei (af te leiden uit de prijzen die ik in beide vakgebieden won), maar ik zou steengoed zijn als ik één van de twee zou kiezen. Ik zou echter nooit alles kunnen geven aan illustratie omdat ik dan geen strips meer kan maken, en ik kan niet alles aan striptekenen geven omdat dat in ons taalgebied nauwelijks droog brood op de plank brengt (wat verderop ga ik die situatie uitdiepen). Ik ben uiteraard wel blij en dankbaar dat ik die opdrachten krijg, want lange tijd deed ik ander werk dat geen tekenen vereiste en daar werd ik, ondanks mijn engagement en enthousiasme op de lange duur, altijd, zeer ongelukkig van. “Waarom ga je geen gewone job doen zoals iemand anders?”, las ik deze week een paar keer. Wel, omdat ik dan zot word, simpel. En dat geldt voor de meeste kunstenaars. Danny Devos claimde dat hij seriemoordenaar zou zijn als hij geen kunst zou maken.

Feit is: als kunstenaars zich integraal en voltijds aan hun werk kunnen wijden, wordt dat altijd beter. En het kan altijd beter. Op negenentachtige leeftijd kermde Hokusai op zijn sterfbed: ”Als de hemel me nog vijf jaar had vergund, dan had ik een echte kunstenaar kunnen worden.”

De meeste studenten dus die van de kunstscholen komen, in alle disciplines, hebben een lange periode te overbruggen. Ik spreek uit ervaring want ik heb hier meer dan dertig stagiairs gehad (nb: onbetaald) die net als ik na hun laatste jaar nog heel veel te leren hadden. Een periode waarin ze zich moeten kunnen ontwikkelen en experimenteren, een eigen stem vinden en een netwerk uitbouwen, oefenen, vallen en opstaan. Je zou kunnen zeggen: verrek allemaal ter plekke met jullie artistieke ambities, de sterkste zal het wel overleven en de rest moet zich maar aanpassen. Of je zou kunnen zeggen: we creëren daar budget, een structuur en een statuut voor, zodat die kunnen groeien en we daar op termijn een breed, divers en rijk cultureel aanbod aan overhouden. Allicht kan iemand voltijds kunstenaar zijn en honger lijden zoals Picasso in zijn jonge jaren, of je zou die Picasso kunnen steunen en daar de vruchten van plukken. Welk cultuurlandschap heeft je voorkeur: een woestijn met een kleine oase of een biodivers woud?

Cultuur subsidiëren is daarmee een keuze die de ambities van een gemeenschap weerspiegelt. Wat betekent dan het millimeteren van de projectsubsidies, die typisch aangewend worden voor jong talent? Dat betekent onder andere: fuck you, kids! (van 15 tot 35 jaar).

//

Moet cultuur gesubsidieerd worden?

Nee.

Toch niet het bewaren van kunst. We zouden alle musea kunnen leeghalen en voor goed goud de kunstwerken internationaal verpatsen. Met alleen al vijftig Rubensen van zestig miljoen rij je dat gat in de begroting zo dicht. We kunnen die gebouwen verhuren om een partijkas te spekken of gebruiken voor de opvang van illegalen of in de hens zetten zoals dat in zwang komt en er dan een parking van maken. Of een bos dat dan weer voor grof geld kan gekapt kan worden.

Het subsidiëren van musea is de andere keuze: de deuren van de schatkamers open zetten voor iedere nieuwsgierige binnen- en buitenlander. Ik bezocht dit jaar vijftig Vlaamse tentoonstellingen (en drie Brusselse en een Nederlandse, maar toevallig wel telkens van Vlaamse kunstenaars) in galerijen en musea. Ik weet niet hoe galerijen (met gratis toegang nota bene) overleven, maar die musea zijn alleen maar betaalbaar open te houden door subsidies. Ik denk dat ze aan mij 200 euro vingen, dit jaar (de gemiddelde prijs van een ticket is 10,00 euro); zonder subsidie betaalde ik allicht hetzelfde voor één tentoonstelling en hing ik de overige negentien keer doelloos op straat de vandaal uit.

Ik weet niet of de financiering van musea en het aanleggen van collecties uit het potje Cultuurparticipatie komt, — ik zie het bij geen andere post vermeld staan—, maar de collectie vernieuwen met mijn bijdrage is onmogelijk.

//

Moet cultuur gesubsidieerd worden?

Nee. We zouden alle projecten met grotere gezelschappen en alle projecten van lange adem kunnen afschaffen: concerten, opera, theater, film, literatuur.

De drie opera’s die ik dit jaar zag hadden niet kunnen plaatsvinden zonder overheidssteun; van het fantastische concert voor de herdenking van de Slag van Turnhout zou geen sprake geweest zijn. Het argument om de prijs van de tickets op te drijven houdt geen steek. Allicht wil de helft van het publiek nog wel het dubbele betalen 😉 , maar nooit het tienvoud, en dat heb je toch nodig voor een volledig orkest, een koor, een dirigent, een componist en een librettist, en de hele overhead (veiligheid, onderhoud, techniek, administratie, promotie,…) Hetzelfde geldt voor film en theater, die kunnen niet overleven zonder subsidies.

Nu ik erover nadenk speelden dat orkest en dat koor waarschijnlijk, inclusief een jaar repeteren, integraal gratis.

Een gemiddelde auteur schrijft een heel jaar lang zes tot acht uur per dag aan een roman. Vermenigvuldig dat in het geval van de niet gesubsidieerde amateur met drie of vier als hij na een dag hard werken en in de file staan nog de energie over houdt om twee uur te schrijven. Voor striptekenaars geldt hetzelfde. Beiden hebben een laag plafond wat verkoop betreft, omdat het Nederlandse taalgebied zo klein is. Een graphic novel waarvan 1000 exemplaren verkocht worden, is een succes. Rekensommetje: het boek kost 20,00 euro; daarvan gaat 30% naar de uitgever, 30% naar de verdeler; 30% naar de handel en 10% naar de auteur; die verdient bij zo’n succes 2.000,00 euro voor 2000 uur werk, één euro per uur, dus. Daar niet bijgeteld het niet-creatieve werk, zoals promotie (signeertoer, interviews, lobbyen, netwerken…) Van mijn SUGAR heb ik 3.000 exemplaren verkocht, maar daar heb ik drie jaar aan getekend —sneller kon echt niet—, komt op hetzelfde neer. Zelfs niet gecombineerd met de zesvoudige vertaling en de steun die ik mocht ontvangen van Literatuur Vlaanderen is daar een redelijk uurloon uit te halen. Desalniettemin is het bestaan van dat boek voor mij en vijfduizendvijfhonderdvijfenvijftig van mijn zesduizend lezers belangrijk.

We zouden dat alles kunnen droogleggen en leven in een schrale woestenij.

Het verminderen of afschaffen van cultuursubsidies betekent meer werkloosheid, minder nationaal product en meer armoede

//

Of we zouden kunnen kiezen voor meer cultuursubsidie in plaats van minder.

Moet je dan kunstenaars subsidiëren, of alleen de infrastructuur, of allebei?

Omdat ik een paar jaar lid was van de commissie strips bij Literatuur Vlaanderen ken ik de werking daarvan van binnenuit. Auteurs moeten een uitgebreid dossier indienen, met daarin een werkplan, ontwerpen, afgewerkte pagina’s, vooruitzicht op uitgave, voorbeelden van eerdere publicaties enz. Over al deze dossiers wordt met een zich immer vernieuwend team geselecteerde, aan het veld gerelateerde vrijwilligers zeer uitgebreid en veelvuldig gediscussieerd en vergaderd om tot een consensus te komen. Welke projecten zijn het waard om gesteund te worden binnen de krijtlijnen van het fonds (experiment, literaire en grafische kwaliteit, maturiteit,…). Die discussie en de communicatie over de bevindingen gebeurt uiterst omzichtig, omdat de ervaring leert dat het weigeren van een project bij een auteur altijd aankomt als genadeloze kritiek. Wie denkt dat iedere parvenue zonder enige merites in aanmerking komt voor een gratis zak geld is eraan voor de moeite. Tegelijk kan ik vanop de eerste rij tegenspreken dat gesubsidieerde kunst enkel dociele kunstenaars oplevert, die meepraten met de hand die hen voedt, of dat het krijgen van subsidies een knieval van de kunstenaar voor het establishment is. Die diversiteit spreekt ook uit de lijst gewaardeerde projecten.

Twee groepen ontbreken: radicaal rechts en radicaal links; geen radicaal rechts omdat creativelingen meetbaar vaker in het linkermiddenveld te vinden zijn en geen radicaal links omdat die te anarchistisch zijn om financiële steun van de staat te willen.

Tegelijk is het fonds een buffer om te vermijden dat er te veel overheidsgeld naar ondermaatse projecten gaat. Die buffer zou vervallen als Literatuur Vlaanderen alleen maar faciliteiten en steun aan infrastructuur (lees: uitgeverijen, bibliotheken, promotie in binnnen- en buitenland van eender welk boek) zou verlenen.

Ik kan alleen maar hopen en veronderstellen dat de organen voor theater, film, beeldende kunst, dans en andere disciplines even secuur tewerk gaat als Vlaanderen Literair.

//

Welke kunstenaars/gezelschappen/organisaties komen dan in aanmerking voor subsidies?

Deze discussie vervalt vanzelf vaak in een discussie over smaak: Studio 100 is platte kak en Jan Fabre is een lullenzwaaier. Kunst en cultuur zijn in de kern een zaak van smaak en voorkeuren. Maar niemand wordt verplicht om naar Fabre of K3 te gaan. Ik luisterde als kleuter naar Vader Abraham en de Smurfen om zo Glenn Miller te ontdekken en van daaruit mijn muzikale horizon verder te verruimen. Met uitzondering van Vlaamse strips, want die zijn werkelijk bijna allemaal goed, is het grootste deel van wat ik op mijn culturele zoektocht tegenkom ondermaats of middelmatig. Daar moet ik doorheen om de parels op te vissen. Er is geen algemene consensus over wat rotzooi is en wat goud. Daardoor is het niet te vermijden dat er ook geld gaat naar dingen die het in mijn ogen niet waard zijn; maar vaak zijn ze dat in die van een andere cultuurfanaat wel. Daar kan ik mee leven. Waarom jij niet?

Ik lees dat er gezelschappen en organisaties zijn die structureel gesubsidieerd worden en daardoor op automatische piloot vliegen. Dat is jammer, onvermijdelijk, waarschijnlijk, maar vermoedelijk ook uitzonderlijk. Het geldt in geen geval voor de vele gezelschappen en organisaties die ik ken, waar mensen opofferingsgezind lange shifts draaien om het gebrek aan personeel op te vangen (Vooruit, ’t Werkhuys, Madame Fortuna, deStudio, Arenberg, noem maar op). Het verbaast me ook wel, want iedereen die geld krijgt moet het jaar nadien toch weer een nieuw dossier voorleggen, met daarin de resultaten en de plannen? Er zijn toch mechanismen om dat tegen te gaan? Zo’n misbruik is zeker niet de regel en dus ook geen reden om tegen cultuursubsidie gekant te zijn.

//

Ik zie nergens een potje armoedebestrijding, maar dat zit waarschijnlijk in de 3,69 miljard euro onder “Werk en sociale economie” (bestrijden structurele werkloosheid, doelgroepenbeleid werk, aanmoedigingspremies en zorgkrediet).

Mag cultuur gesubsidieerd worden, terwijl er mensen zijn die in armoede leven?

Ja.

Het verminderen of afschaffen van cultuursubsidies betekent meer werkloosheid, minder nationaal product en meer armoede. De kunstenaars, suppoosten, WC-madammen, licht- en geluidstechniekers, visagistes, afficheontwerpers, ticketverkopers enzovoort verworden werklozen die moeten gesteund worden door armoedebestrijding (de post waar dat cultuurbudget dan naartoe moet); of ze gaan ergens buiten hun vakgebied aan de slag waardoor een ander dan weer langer in werkloosheid blijft hangen. Nog los van de café’s en handelaars in de buurt van een expo of voorstelling die het met minder klanten moeten stellen wanneer die thuisblijven en hun eigen potje koffie zetten. Als de opbrengsten van de verlaagde cultuursubsidie, een schijntje zoals ik hierboven berekende, worden aangewend om het gat in de begroting te dichten, wordt dat op het vlak van armoedebestrijding alleen maar groter en uitzichtlozer. Ik verwacht daar ook meer druk op gezondheidszorg door depressies en burn-outs.

Aanvulling

Als discalculie-lijder ben ik een nul met cijfers, en zoals ik verwachtte en vernam kloppen mijn berekeningen niet.

Alleen lag het niet aan mij deze keer, maar aan de site waar ik mijn cijfers vandaan haalde: die van de Vlaamse Overheid waar ze haar begroting toelicht.

Vreemd genoeg wordt de steun aan cultuurhuizen en kunstenaars nergens in hun overzicht vermeld, waardoor ik aannam dat het ging over “cultuurparticipatie”, wat iets anders blijkt te zijn.

Een kritische lezeres verwees me naar de site van Cultureel Erfgoed, maar daar vind ik geen helder overzicht.

Blijkbaar kan niemand me zeggen hoe groot het bedrag aan cultuursubsidies binnen het kunstendecreet is, opdat ik mijn bevindingen zou kunnen herberekenen.

De berekening hieronder is gebaseerd op een samenraapsel van de sites van de Vlaamse Overheid en Cultureel Erfgoed.

//

Een Vlaming draagt jaarlijks 90 euro bij aan de héle cultuurpot.

Vlamingen die daar geen voordeel uit halen zijn er nauwelijks te vinden (sportverslaggeving, weerbericht, regionaal nieuws, cultuurparticipatie,…).

Daarin zitten: organisaties + publiek + kunstenaars + bakstenen + publieke omroep + regionale zenders.

55,5 miljoen euro voor de Instellingen van de Vlaamse Gemeenschap (IVG)

98 miljoen voor structureel georganiseerden (theaters, cultuurhuizen)

8,5 miljoen voor projecten (kunstenaars)

11,8 miljoen naar cultuurparticipatie (het publiek, acht op tien Vlamingen)

271 miljoen naar de VRT

1,88 miljoen naar regionale omroepen

95 miljoen naar beheer van onroerend erfgoed

In totaal is dat dus 540 miljoen euro gespreid over 6 miljoen Vlamingen of 90 euro per jaar per persoon.

//

Een Vlaming draagt jaarlijks 20 euro bij aan de cultuursector (dit is een deel van die 90 euro hierboven, niet nog 20 euro extra!)

Daarin zitten organisaties + publiek + kunstenaars:

55,5 miljoen voor euro de Instellingen van de Vlaamse Gemeenschap (IVG)

98 miljoen voor structureel georganiseerden (theaters, cultuurhuizen)

8,5 miljoen voor projecten (kunstenaars)

11,8 miljoen voor cultuurparticipatie (het publiek)

In totaal 165 miljoen euro gespreid over 6 miljoen Vlamingen of 20 euro per jaar. Hier halen meer dan acht op tien Vlamingen voordeel uit.

//

Een Vlaming draagt jaarlijks 1,41 euro bij aan projectsubsidies. (dit is een deel van die 20 euro hierboven, niet nog 1,41 euro extra!)

8,5 miljoen euro gespreid over 6 miljoen Vlamingen = 1,41 Euro per jaar.

De zure reacties over cultuursubsidies gaan allemaal over die 1,41 euro.

Dank u voor uw aandacht. Zijn er nog vragen?

 

Uitgelichte afbeelding © Arne Focketyn

Auteur: Serge Baeken

Serge Baeken is graficus, illustrator en striptekenaar. Voor zijn werk voor De Tijd ontving hij drie maal op rij de European Newspaper Award of Excellence.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid