Ongenadig harde klap voor zwakste spelers cultuursector

 Leestijd: 4 minuten2

De klap voor wie gezien worden als de zwakste spelers in het Vlaamse professionele culturele veld kon nauwelijks harder zijn. Aanvragers van een projectsubsidie maakten tijdens de laatste ronde (nog in de vorige legislatuur) slechts 17 procent kans om gehonoreerd te worden. Die kans wordt nog beduidend kleiner, nu de voorziene middelen meer dan gehalveerd dreigen te worden.

De Schreeuw van Vlaanderen
Apache hoort en versterkt de Schreeuw van Vlaanderen. We zetten de deuren open voor kritische kunstenaars, artiesten, journalisten en andere dwarsliggers met artikels en opinies over de nieuwe cultuurstrijd.

Dat is in ieder geval het voornemen van Jan Jambon (N-VA) die zijn Vlaams minister-presidentschap combineert met de vroeger alles behalve gegeerde post van minister van Cultuur. Of de zware besparing in de projectsubsidies een genadeloze afrekening, dan wel een uiting van een kortzichtig en dom beleid is, willen door Apache gecontacteerde kunstenaars en organisaties in het midden laten.

Dat de eventuele uitvoering van de plannen zal uitmonden in een definitieve kaalslag van meer gewaagde uitingen van kunst in Vlaanderen en Brussel, daar zijn de belangenbehartiger oKo (Overleg Kunstenorganisaties) en de mensen uit het veld het wel over eens.

“Projectsubsidies vormen een essentieel onderdeel van het cultuurbeleid dat instroom en innovatie mogelijk maakt”, zo luidt het in een standpunt van oKo, de sectorfederatie voor de professionele kunsten. In optimistische scenario’s werd daarom gehoopt dat ze verdubbeld zouden worden. oKo noemde de vorige ronde – dus voor er van een besparing sprake was – al “desastreus”. De slaagkans voor subsidievragers bleek na afloop van die ronde op 17 procent te liggen, terwijl dat 10 jaar geleden nog 54 procent was. In het memorandum dat oKo opstelde in de aanloop naar de Vlaamse verkiezingen van 26 mei 2019 – pleitte de organisatie er dan ook voor dat het budget voor projecten (en beurzen) met 15 procent de hoogte in zou gaan.

Honderden geïnteresseerden discussiëren in groepjes over hoe de cultuursector in protest moet komen tegen de besparingen van Jan Jambon. (Foto CC Stef Arends)

In de plannen van de Vlaamse cultuurminister wordt er echter 60 procent geschrapt, naast de algemene kaasschaaf van 6 procent (voor de kunstinstellingen in principe 3 procent). Van de in 2019 beschikbare 8,5 miljoen euro – een peulschil in de totale begroting – dreigt slechts ca. 3,4 miljoen over te blijven die verdeeld moet worden. “De kaasschaaf verzwakt de sector, maar voor de projectsubsidies is er sprake van een blokkering van de toekomst”, laat oKo weten in een standpunt, waarin het “zeer snel om een overleg” vraagt.

Oorspronkelijk opgezet als een manier om door te groeien naar structurele ondersteuning, zijn de projectsubsidies geëvolueerd naar een manier om een kans te geven aan kunstenaars die buiten de grote structuren opereren. Dat gebeurt overigens vaak door in coproducties samen te werken met grote (maar ook met kleinere) organisaties en instellingen.

Er is een waslijst aan namen van artiesten en gezelschappen die zich dankzij deze vorm van ondersteuning internationaal op de kaart hebben kunnen zetten. Ana Torfs en Kasper Devos zijn inmiddels gereputeerde beeldende kunstenaars die een beroep doen op een projectsubsidie. Veel bekender bij het grote publiek is acteur Zouzou Ben Chikha die via projectsubsidie doorbrak met het gezelschap Union Suspecte, en meespeelde in de populaire televisiereeks Bevergem. Een nog bekendere collega die doorbrak dankzij een projectsubsidie is wellicht Matteo Simoni van het theatergezelschap FC Bergman, die razend bekend werd dankzij de serie Callboys.

Leen Laconte van oKo wijst op de aanwezige en broodnodige dynamiek in het veld van de professionele kunsten. “Kruisbestuiving is een evidentie, indien de sector gezond wil blijven”, zegt ze. “Sommige artiesten kiezen immers bewust om projectmatig te werken. Bovendien kan het een mogelijkheid zijn om samen te werken met een kleine organisatie die op haar beurt een projectsubsidie aanvraagt. Of met een groot huis dat een coproductie kan opzetten met de kunstenaar.”

Kwalificatie ‘Zeer goed’ en toch geen subsidie

Indien de beleidsnota uitgevoerd wordt, lijkt het vast te staan dat nog meer artiesten en organisaties die de kwalificatie ‘zeer goed‘ krijgen hun urenlang werk bij het opstellen van de subsidieaanvraag zien uitmonden in een negatieve beslissing van het kabinet. Dat terwijl de minister van Cultuur (voor heel even) aan het einde van de vorige legislatuur, Lydia Peeters, moest toegeven dat slechts 42 van de 64 met ‘zeer goed’ beoordeelde projecten werden gehonoreerd. Opmerkelijk is trouwens dat Jambons partijgenoot Marius Meremans toen in een tussenkomst wees op budgettaire moeilijkheden voor de projectsubsidies, net zoals zijn collega-cultuurspecialisten van coalitiepartners Open Vld en CD&V, Stefanie D’Hose en Karin Brouwers.

Schoolvoorbeeld

‘Projectsteun is voor ons veel meer dan een opstap naar een zogenaamd stabielere structuur. Het geeft ons de vrijheid om ons werkproces steeds opnieuw van nul te starten’

Abattoir Fermé is – ook volgens zakelijk leider Nick Kaldunski – een schoolvoorbeeld van een theatergezelschap dat is ‘doorgegroeid’ naar structurele subsidie. Kaldunski reageert bits op de passage uit Jambons beleidsnota waarin staat dat “bij de beoordeling […] de selectie prioritair [gebeurt] in functie van het potentieel om een internationaal niveau te bereiken. “Selectiever kiezen”, zo luidt het daar, “moet ook leiden tot een betere ondersteuning.”

Kaldunski: “Ik wil er toch even op wijzen dat we 15 à 20 jaar geleden als beginnende theatermakers uit de semi-amateursector 0,0 credibiliteit hadden. Die hebben we slechts gaandeweg kunnen opbouwen dankzij de projectsubsidies. Mede door die steun konden we ons laten opmerken op internationale festivals en konden we co-producties aangaan.”

Kaldunski wijst er terloops op dat er sinds de eerste structurele subsidie voor Abattoir Fermé in 2006 ondanks het toegenomen succes en de immer volle zalen, netto omgerekend, amper financiële steun van de overheid is bijgekomen.

Een gezelschap dat de mogelijkheid nog openliet om zich eventueel structureel te laten subsidiëren is Hof Van Eede, het theatergezelschap rond Ans Van den Eede en Wannes Gyselinck. “Tot dusver was het een bewuste keuze om projectmatig te werken, en daarvoor krijgen we sinds 2013 subsidie”, zegt Van den Eede. “Als er nu bespaard wordt, zal dat echter ten koste gaan van onze volledige werking. Lonen blijven in ieder geval wel de grootste kost. Wij investeren immers niet in dure decors of lichtinstallaties. Projectsteun was voor ons veel meer dan een opstap naar een zogenaamd stabielere structuur. Het gaf ons de vrijheid om ons werkproces steeds opnieuw van nul te starten. Om de continuïteit te vrijwaren, moeten wij nu wel beginnen nadenken over werkingssubsidies.”

Beeldende kunstenaars

“Ook voor de beeldende kunstenaars is de projectsubsidie essentieel om de periode te overbruggen na de studie”,  zegt Lieven Segers, voorzitter van het NICC. “De eerste vijf à tien jaar van de carrière van een kunstenaar speelt zich doorgaans af buiten de kunstmarkt. Ook daarna moeten bepaalde projecten volgens Segers in aanmerking blijven komen voor ondersteuning buiten de marktwerking om.”

Het NICC heeft als doel ruimte te creëren voor interactie tussen plastische kunstenaars, instellingen en de maatschappij. In het licht van de huidige plannen noemt Segers de verontwaardiging van kunstenaars en cultuurmakers tegenover het beleidsplan en de aangekondigde besparingen meer dan terecht.

Avontuurlijke muziek

Christel Kumpen is zakelijk leider van Sound in Motion dat avontuurlijke experimentele en/of geïmproviseerde muziek programmeert. Met één personeelslid dat officieel halftijds in dienst is, organiseert Sound in Motion de Oorstof-reeks en het jaarlijkse Summer Bummer-festival. Kumpen vreest dat met de aangekondigde besparingen een hele onderbouw in de muziekscene zal verdwijnen. Muzikanten zullen noodgedwongen meteen een meer commerciële richting moeten inslaan. Niemand uit de grotere huizen zal immers zijn of haar nek uitsteken en het opnemen voor een minder toegankelijk genre. Kumpen vreest dat, net zoals in Duitsland en Frankrijk, een volledig alternatief circuit stilletjes aan zal verdwijnen, samen met het fijnmazige professionele netwerk dat heel het landschap afdekt. “Nochtans benijdt men ons tot nog toe in heel Europa om het groeiproces dat een artiest hier kan doormaken mede dankzij die omkadering”, zegt Kumpen.

Auteur: Frank Olbrechts

Na een studie Arabisch en Hebreeuws verdiepte Frank Olbrechts zich in de hedendaagse Arabische literatuur. Hij combineerde dit met een taak als lesgever in het Hoger Onderwijs en het Volwassenenonderwijs. Zijn aandacht gaat uit naar de openbare debatcultuur, het cultuur- en erfgoedbeleid, de identiteits- en diversiteitsproblematiek en het militantisme/ activisme in de samenleving.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid