Vlaams regeerakkoord belooft aandacht voor diervriendelijkere stallen

 Leestijd: 7 minuten1

De nieuwe Vlaamse regering is een feit. Minister Weyts blijft bevoegd voor Dierenwelzijn, terwijl Hilde Crevits minister van Landbouw wordt. De regeringsverklaring belooft alvast een nauwe samenwerking tussen de twee. Zo staat er niet alleen een uitfasering van het gebruik van kooisystemen voor kippen op de planning. Ook bij de toekenning van landbouwinvesteringssubsidies voor stallen wordt dierenwelzijn belangrijker.

Begin september berichtte Apache over stalbranden en hoe geen enkele instantie een duidelijk zicht heeft op de brandveiligheid van stallen voor landbouwdieren. Nu lijkt de Vlaamse regering geleidelijk aan toch met maatregelen te komen, want in het kakelverse regeerakkoord lezen we het volgende: “Bij het toekennen van landbouwinvesteringssubsidies voor de bouw van stallen geven we meer gewicht aan Dierenwelzijn.” Hoe dat precies in zijn werk gaat en wie hierop zal toekijken, is nog niet gepreciseerd.

Beleidsplannen afwachten

Nele Vanslembrouck, woordvoerder van het Departement Landbouw en Visserij, laat weten dat het wachten is op de visies (beleidsplannen) van de ministers om hier verdere uitspraken over te kunnen doen. Ook collega Brigitte Borgmans, woordvoerder bij het Departement Omgeving, wacht voorzichtig af. “Wij hebben gisterennamiddag (dinsdag 1 oktober, nvdr) ook kennis genomen van het Vlaams regeerakkoord en beschikken niet over meer of bijkomende informatie. Het regeerakkoord is een akkoord over principes. De uitwerking gebeurt door de nieuwe ministers dan wel door de Vlaamse Regering op initiatief van de bevoegde nieuwe ministers”, klinkt het.

‘Sommige landbouwers beschouwen hun dieren niet langer als levende wezens, maar simpelweg als inkomen’

“Dat er meer aandacht komt voor dierenwelzijn bij de bouw van stallen is alvast een goed signaal”, vindt Bart Caron. Als voormalig lid van de commissie Dierenwelzijn volgt hij de problematiek van (brand)veilige stallen al langer op de voet. “Meer aandacht voor het welzijn van landbouwdieren is dringend nodig. Sommige landbouwers beschouwen ze niet langer als levende wezens, maar simpelweg als inkomen. Dierenwelzijn is voor hen niet (langer) prioritair. Zolang ze na een stalbrand de kosten van hun verlies terugbetaald krijgen, is er weinig aan de hand.”

Amper controles

Caron vindt het cruciaal dat de volgende regering werk maakt van meer controles betreffende het welzijn en de veiligheid van landbouwdieren. “De vorige regering heeft te veel bespaard, door veel bedrijven onder te brengen in een lagere milieuklasse. Op die manier heeft de overheid de controles op de meeste landbouwbedrijven doorgeschoven naar het lokale niveau, waar er onvoldoende mankracht is om deze taak uit te voeren. Dit betekent dus dat er in sommige gemeenten onmogelijk controles kunnen plaatsvinden, omdat er gewoonweg geen toezichthouders zijn.”

Het zijn dus niet alleen ministers Weyts en Crevits die wat in de pap te brokken hebben betreffende dierenwelzijn en de veiligheid van stallen. Ook kersvers minister van Omgeving Zuhal Demir is betrokken, gezien de milieu-inspecteurs – of hun ontbreken – onder het Departement Omgeving vallen.

Legkippen (scharrelkippen) in een stal.
(Foto: Goos van der Veen/Hollandse Hoogte)

“Nochtans moet je geen expert zijn om te beseffen dat het gebrek aan controles gevaarlijke situaties in de hand kan werken, waarbij vooral in de veeteelt slachtoffers vallen”, zegt Bart Vanwildemeersch van de West-Vlaamse Milieufederatie. Net als Caron plaatst hij grote vraagtekens bij de manier waarop overheidsinstanties tot nu toe omgingen met het welzijn van landbouwdieren en de veiligheid van de stallen waarin ze moeten verblijven. “Balen stro die opgeslagen worden in de ruimten waar gevaarlijke en vooral brandbare stoffen circuleren, stofophopingen in luchtwassers, slecht onderhouden elektrische bedrading. Het gebeurt op meerdere landbouwbedrijven in Vlaanderen. Ook de komst van de luchtwassers, die de impact van de schaalvergroting op het milieu moeten beperken, wakkeren branden sterk aan.”

Stalbranden krijgen zelden prioriteit bij de dienst Dierenwelzijn, noch bij de lokale politie of brandweer. “Te vaak wordt de oorzaak van een stalbrand niet nagegaan. Omdat landbouwers steeds meer dieren houden, is de ravage bij een stalbrand steeds groter. Daarom ijveren wij met de West-Vlaamse Milieufederatie al langer voor een schaalverkleining, ondanks dat de vraag voor zogeheten ‘megastallen’ toeneemt. Wij pleiten daarnaast voor verplichte buitenruimtes, eveneens met het oog op de terugkeer van de minder intensieve en dus diervriendelijkere landbouw.”

Regelgeving op maat

‘Voor de opslag van toiletpapier gelden dezelfde brandveiligheidsregels als voor het houden van tienduizenden kippen. Wanneer gaan we normen op maat van de landbouwsector krijgen?’

“Wie gaat er trouwens controleren hoe een stalbrand ontstaan is?”, vraagt Vanwildemeersch zich af. “Zolang er geen menselijke slachtoffers zijn, is er ‘stoffelijke schade’. Onderzoek lijkt dan ook niet nodig. Er is dringend een mentaliteitswijziging nodig, iets wat sommige landbouwers bijzonder moeilijk vinden. Stallen vallen nog altijd onder dezelfde regelgeving als industriële gebouwen. Voor de opslag van toiletpapier gelden dezelfde brandveiligheidsregels als voor het houden van tienduizenden kippen. Wanneer gaan we normen op maat van de landbouwsector krijgen?”

“Ik herinner me nog een discussie over ontsnappingsmogelijkheden”, vult Caron aan. “Daarbij kwamen verschillende zaken aan bod die landbouwers kunnen ondernemen om het dierenleed bij stalbranden te beperken. Denk maar aan poorten die automatisch opengaan bij brandgevaar of aan buitenruimtes die vluchtmogelijkheden creëren. Ook de compartimentering van stallen kan oplossingen bieden. Daarnaast moet de opslag van stro, hooi en gevaarlijke producten op een veiligere manier gebeuren, om brandgevaar te minimaliseren. Maar daar heb je natuurlijk meer ruimte voor nodig, iets wat in tijden van schaalvergroting dus schaars is.”

‘Boeren werken meer en meer samen met grotere bedrijven, om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen’

“Gelukkig zijn er heel wat veeboeren die zich wel aan de regels houden. Door het gebrek aan controle kan je wel stellen dat hier sprake is van oneerlijke concurrentie tussen landbouwers die de regels volgen en diegenen die er hun voeten aan vegen. Het is geen toeval dat veel boeren klagen dat er te veel regels zijn en dat inspecteurs te pas en te onpas hun erf betreden. Die klachten zijn terecht. Maar er zijn ook te veel overtredingen’, zegt Caron.

Vervreemding

In vele sectoren is het knokken om te overleven. Dat is in de veesector niet anders. “Boeren werken meer en meer samen met grotere bedrijven, om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen”, weet Vanwildemeersch. “De boer is eigenaar van de stal, terwijl de dieren vaak eigendom zijn van de bedrijven. Dit is eveneens het geval in kleinschalige bedrijven, waar de band tussen mens en dier steeds troebeler wordt. Opvallend is ook dat hier meer stalbranden lijken voor te komen. Het aantal dieren dat in zo’n brand sterft mag dan wel beperkter zijn, toch spreken we al snel over honderden tot duizenden dodelijke slachtoffers.”

“Bij grotere bedrijven is de vervreemding nog vanzelfsprekender. Deze zogeheten megastallen worden gerund door onder andere veevoederbedrijven of een filiaal ervan, die boerderijen aan de rand van het faillissement, of na stopzetting door pensionering, overnemen om er verder in te investeren. Ze stellen een contract op met de landbouwer, die mag blijven werken tegen een vergoeding per dier of per kilo. Dit is voor hem een heel andere manier van werken, waardoor ook hier de connectie met de dieren verloren gaat”, betreurt Vanwildemeersch.

“Vaak zijn deze bedrijven wel beter uitgerust en voldoen ze ook vaker aan de normering”, vult Caron aan. “Toch, deze grote veebedrijven bezitten serieuze volumes aan dieren. Het zijn vaak Oost-Europese loonwerkers die het vuile werk opknappen. En zo verdwijnt geleidelijk aan elke psychologische en emotionele band die bestaat tussen landbouwers en dieren.”

Goedkope verzekeringen

Ondanks de geringe controle op de brandveiligheid van stallen, blijken de meeste landbouwers wel goed verzekerd te zijn. “Het kost dan ook niet veel om een verzekering af te sluiten”, weet Caron. “In dat opzicht is het goedkoper om jezelf te verzekeren dan je gebouwen aan te passen. We mogen natuurlijk ook niet vergeten dat veel landbouwers in slechte papieren zitten. De sector krijgt al jaren rake klappen. Cru gezegd is een stalbrand gunstiger dan te moeten investeren in een doodlopend spoor.”

Bart Caron (Groen) (Foto: Dirk Waem, Belga)

“Volgens de media zijn er sinds juni geen branden meer geweest. Dat lijkt mij onwaarschijnlijk”, zegt Vanwildemeersch. “Net als vorig jaar kenden we een vrij warme en droge zomer. Toen was er de ene stalbrand na de andere. Wel berichtte de media enkele maanden geleden over de boer die zijn koeien niet uit de mestput wilde halen. Hij weigerde om zijn dieren eruit te laten trekken, omdat die reddingsactie kostelijker was dan de compensatie van de verzekering. Zo’n voorvallen roepen vragen op. Ook het feit dat er geen cijfers over stalbranden beschikbaar zijn en dat verzekeringen zo weinig mogelijk kwijt willen over deze thematiek blijft merkwaardig.”

“Kan zo’n stalbrand een wanhoopsdaad van de landbouwer zijn?”, vraagt Caron zich af. ‘Ik denk dat deze factor kan meespelen. Het zijn ook vaak de bedrijven die niet in orde zijn met opslag, elektriciteitskeuring, opslag van gevaarlijke producten en noem maar op. Bij de grotere bedrijven spelen er andere factoren. Hoe dan ook wordt het hoog tijd dat we cijfermateriaal gaan verzamelen. We moeten verzekeringsmaatschappijen verplichten om aangifte te doen bij de overheid wanneer ze schadedossiers behandelen.”

Vlaamse en federale pingpong

“Eerst moet het hele kluwen van verantwoordelijkheid ontward worden, want zowel op federaal als op regionaal niveau kunnen we verschillende partijen verantwoordelijk stellen”, meent Vanwildemeersch. “Algemene en sectorale milieuvoorwaarden zijn een Vlaamse bevoegdheid. Alle zaken waaraan een landbouwbedrijf moet voldoen zijn opgenomen in de milieuvoorwaarden, waarin onder meer duidelijk te lezen staat dat er een driejaarlijkse controle moet gebeuren op de mazouttank. Maar wie gaat dit controleren?”

Naast de algemene en sectorale milieuvoorwaarden kunnen er bijzondere milieuvoorwaarden van toepassing zijn, bijvoorbeeld wanneer er een studie moet gebeuren om het opgevangen hemelwater op nuttige wijze in de bedrijfsvoering te gebruiken. Bij een gebrek aan milieu-inspecteurs of lokale toezichthouders worden ook deze bijzondere voorwaarden niet gecontroleerd.

“Toch wordt het hoog tijd dat we alle bevoegdheden betreffende stalbranden helder op een rijtje zetten”, benadrukt Caron. “Zo kan dat gepingpong tussen Vlaams en federaal niveau ophouden. Ook op het vlak van dierenwelzijn moet er nog veel gebeuren. Denk maar aan de ruimte die landbouwdieren ter beschikking krijgen. Ze verdienen veel meer respect dan dat ze vandaag krijgen.”

KB ter bescherming van landbouwdieren

Er bestaat vandaag een Koninklijk Besluit dat focust op de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren. Dit document omvat slechts drie pagina’s. Zo staat er te lezen dat wie dieren houdt moet beschikken over bekwaam personeel. Maar over hoe veel dieren en personeelsleden het gaat, wordt niet gespecificeerd. Er is meer dan één landbouwbedrijf in Vlaanderen waar een tweetal personen verantwoordelijk zijn voor duizenden koeien, varkens of kippen. “In veehouderijsystemen controleert het personeel de dieren minstens eenmaal per dag. In andere systemen kan het zijn dat er meerdere controles nodig zijn”, staat in het KB.

Varkensteelt Foto (c) Boerenbond

Varkensteelt Foto (c) Boerenbond

Verder geeft het KB aan dat eigenaars van landbouwdieren een register moeten bijhouden over het aantal zieke dieren en sterfgevallen. Dat moet het voor de overheid mogelijk maken om de sector beter op te volgen, als die zich ten minste aan de regels houdt.

De staat van onze stallen wordt een grote maar niet onmogelijke uitdaging voor de nieuwe regeringen in ons land. Federaal minister van Landbouw Ducarme, die beloofde om ten laatste op 30 september de vragen van N-VA kamerlid Yoleen Van Camp met betrekking tot stalbranden te beantwoorden, kwam zijn belofte op 2 oktober na. Op 23 oktober 2018 stelde Van Camp de volgende vragen:

1. Bent u zich bewust van de ernst van de problematiek van stalbranden en akkoord dat dit als minister van Diergezondheid en Landbouw onder uw bevoegdheid valt?
2. Zou u bereid zijn om cijfers rond stalbranden te beginnen inventariseren, zoals de Nederlandse overheid al jaren doet?
3. Zou u bereid zijn om een actieplan rond stalbranden uit te tekenen?
4. Wat wordt er vandaag al gedaan om stalbranden te voorkomen en/of snel onder controle te krijgen?

Bijna een jaar later laat de minister in een schriftelijke reactie het volgende weten: “Ik nodig het geachte lid uit haar vraag te stellen aan mijn collega, Minister voor Binnenlandse Zaken Pieter De Crem.” Het is nu wachten op de beleidsplannen van de bevoegde ministers.

Auteur: Annick Hus

Annick Hus studeerde journalistiek, internationale communicatie en internationale onderzoeksjournalistiek. Ze heeft een passie voor dieren en alles wat met de natuur te maken heeft. Annick is bestuurslid bij de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) en werkt als freelancer voor verschillende media en organisaties.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books