België weigert witwasconstructies KBC tijdens apartheid te onderzoeken

 Leestijd: 5 minuten3

Vorig jaar dienden twee Zuid-Afrikaanse ngo’s klacht in tegen KBC Groep. Die bank voerde grootschalige witwasoperaties uit ten tijde van het apartheidsregime, en zorgde daarmee dat een internationaal wapenembargo decennialang kon worden omzeild. Het OESO-contactpunt voor ethisch internationaal ondernemen weigert de klacht echter in behandeling te nemen. De apartheid zou te lang geleden zijn, en het zou ‘te moeilijk zijn voor KBC om de bewijzen te weerleggen’.

De Zuid-Afrikaanse ngo Open Secrets en het Centre for Applied Legal studies (CALS) van Wits University in Johannesburg, klaagden KBC Groep in april 2018 aan voor het schenden van de OESO-gedragsrichtlijn voor multinationals.

Kredietbank  -  nu KBC  -  waste tussen 1977 en 1994 namelijk miljarden dollars wit voor het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. De overleden Belgische topindustrieel André Vlerick speelde daarin een sleutelrol.

Een systeem van holdingmaatschappijen en honderden anonieme bankrekeningen stelde het regime in staat om overal ter wereld wapens te bestellen, zonder dat de transacties konden worden getraceerd. Zo kon het wapenembargo van de VN Veiligheidsraad omzeild worden.

Volgens oud-medewerkers van de Armaments Corporation of South Africa (Armscor) zou 70% van de geheime wapenaankopen van het apartheidsregime via de carrousel van KBC Groep zijn verlopen. Gecorrigeerd voor inflatie gaat dat om een waarde van meer dan 20 miljard euro.

België en Luxemburg behandelen de klacht niet

Het Nationaal Contactpunt van de OESO heeft de wettelijke taak om toe te zien op de naleving van de ethische richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Zo moeten ondernemingen de internationaal erkende mensenrechten respecteren, en is het in strijd met de richtlijnen om criminele regimes te ondersteunen of illegale wapenhandel te faciliteren.

De Zuid-Afrikaanse ngo’s wilden daarom dat de OESO-contactpunten van België en Luxemburg een vaststelling zouden doen van een schending van de richtlijnen, een publieke verontschuldiging zouden vragen aan KBC en KB Lux en een beter monitoringsmechanisme zouden opzetten om te voorkomen dat banken in de toekomst nog meewerken aan mensenrechtenschendingen.

De contactpunten weigeren echter om de klacht inhoudelijk te onderzoeken. De argumentatie daarvoor is op zijn minst opmerkelijk te noemen.

Op 15 oktober 1975 kwamen vertegenwoordigers van verschillende Zuid-Afrikaanse politieke partijen en organisaties samen in Bad Godesberg in Duitsland, om samen te werken in de strijd tegen apartheid. (Foto: DPA)

‘De bewijzen zijn te moeilijk te weerleggen’

Zowel het Belgische als het Luxemburgse contactpunt erkent dat de klacht van de ngo’s nauwgezet gedocumenteerd is. “Het lijkt zonneklaar dat de vermeende schendingen plaats hebben gevonden”, zo schrijft het Luxemburgse NCP.

Maar vervolgens schrijft het NCP dat het “zeer moeilijk” is voor KBC Groep en KB Lux om “negatief bewijs te leveren van de schendingen”. Met andere woorden: het zou te moeilijk zijn voor de banken om de bewijzen van de ngo’s te weerleggen. “Om bovengenoemde redenen komt het Luxemburgse NCP tot de conclusie dat de klacht [niet gegrond is]”, zo staat te lezen.

Maar de redenering wordt nog merkwaardiger. “Het is één ding om oude feiten te onderzoeken wanneer alle benodigde informatie kan worden gevonden en er overeenstemming is over het belang van die feiten. Het is echter een heel andere situatie wanneer KBC Groep en KBL European Private Bankers alle overtredingen van de richtlijnen ontkennen.”

Het feit dat de banken de beschuldigingen ontkennen, vormt dus een probleem voor het Luxemburgse contactpunt om de zaak te onderzoeken.

Het Luxemburgs contactpunt vermeldt in haar beoordeling van de klacht verder dat ze zich afzijdig wil houden van “geschiedenis en politiek”, en dat daarom een klacht met als onderwerp de medeplichtigheid aan misdaden tegen de menselijkheid uit het verleden, niet behandeld kan worden.

“Een absurde redenering”, reageert Open Secrets. “Multinationale ondernemingen hebben aanzienlijke financiële en politieke macht, vaak vergelijkbaar met of zelfs groter dan die van overheden. Juist de verregaande invloed van die bedrijven is een belangrijke reden geweest voor de oprichting van de nationale OESO-contactpunten als verantwoordingsmechanisme”.

‘Te lang geleden’

Het Belgische NCP geeft dan weer als reden om de klacht niet te behandelen dat de gebeurtenissen “extreem gedateerd” zijn. “Het lijkt moeilijk voor het NCP om de echtheid van documenten en de onderbouwing van de klacht te controleren, omdat de feiten dateren van tot 40 jaar geleden”, zo schrijft men.

Het verifiëren van beschuldigingen van schendingen van de OESO-richtlijnen is nochtans een van de kerntaken van de contactpunten.

Het NCP erkent dat de OESO-richtlijnen geen verjaringstermijn bevatten voor het aanklagen van misdaden tegen de menselijkheid. Daar zal echter binnenkort misschien verandering in komen. “Het NCP zal reflecteren op haar procedures voor het behandelen van extreem oude [sic] klachten”, zo schrijft men.

De ngo’s brengen daartegenin dat er veel oudere mensenrechtenschendingen zijn, zoals de Holocaust, waar nog altijd onderzoek naar wordt verricht met het oog op herstelmaatregelen. Ook de Belgische staat heeft onlangs nog excuses gemaakt voor misdaden die veel ouder zijn dan apartheid – zoals het kidnappen van duizenden kinderen uit Rwanda, Burundi en Congo in de jaren ’50 – zo voegen de ngo’s toe.

Wandisa Phama van het CALS en Open Secrets-directeur Hennie Van Vuuren leggen uit waarom de mensenrechtenschendingen onder apartheid nog steeds de moeite van het onderzoeken waard zijn. (Video: Stef Arends (c) Apache)

Open Secrets en het Centre for Applied Legal Studies benadrukken dat ze nooit een vraag om extra toelichting bij de klacht hebben gekregen vanuit de NCP’s.

Vakbonden zijn het niet eens met de beslissing

Ook binnen de OESO-contactpunten lijkt er onenigheid over de beslissing om de klacht niet te onderzoeken.

Het Nationaal Contactpunt in België bestaat uit afgevaardigden van de federale regering, de gewesten, werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties.

De afgevaardigden komen op regelmatige basis samen en beslissen unaniem over de behandeling van klachten, zo wordt meermaals benadrukt in de beoordeling van het Belgische NCP. Vakbonden, werkgeversorganisaties en overheid zouden dus unaniem hebben besloten dat de klacht niet zal worden onderzocht.

Echter, aan het einde van de beoordeling is een opmerkelijke paragraaf toegevoegd:

“De drie vakbonden die lid zijn van het NCP (CSC-ACV, FGTB-ABVV, CGSLB-ACLVB) stellen dat een beslissing om de klacht te onderzoeken nog geen implicaties had gehad op de beoordeling van de klacht, en dus niet had betekend dat er al dan niet een inbreuk op de OESO-richtlijnen was geweest. Ze betreuren ten zeerste dat dat argument ertoe heeft geleid dat er niet wordt overgegaan tot verder onderzoek (…)”

De vakbonden distantiëren zich dus van (een deel van de) onderbouwing om de klacht niet te onderzoeken.

Apache vroeg de vakbonden hoe er dan is beslist om niet tot verder onderzoek over te gaan, zonder dat daar unanimiteit over was. De verantwoordelijke voor ACV-CSC bij het contactpunt liet daarop weten dat er een vertrouwelijkheidsplicht is voor leden van het NCP, en dat er dus geen toelichting kan worden gegeven. “Alles staat in het statement”, voegt de vakbondsafgevaardigde nog toe.

Belangenconflict

Dat het Belgische Nationaal Contactpunt niet happig is om een klacht tegen KBC Groep te onderzoeken, is niet verbazingwekkend. Eerder schreef Apache al dat KBC in deze zaak namelijk beklaagde én jury tegelijkertijd is.

Een van de afgevaardigde werkgeversorganisaties die in het contactpunt zetelen, is het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), waar zeker drie KBC-bestuurders topfuncties bekleden.

Ook Philippe Vlerick, neef van oud-KBC-bestuurder en openlijk voorstander van de apartheid André Vlerick, is lid van het Strategisch Comité van het VBO.

De Secretaris-Generaal van de OESO in Frankrijk vroeg het Belgische contactpunt daarom vorig jaar nog om maatregelen te nemen om een onafhankelijk beoordelingsproces te garanderen, bijvoorbeeld door het VBO uit te sluiten bij de behandeling van de klacht. Het contactpunt gaf daar geen gehoor aan. “We zullen de beoordelingsprocedure van de klacht niet aanpassen”, liet de woordvoerder van het NCP destijds weten aan Apache.

Het feit dat er niks werd gedaan aan het belangenconflict, is op zichzelf een inbreuk op de OESO-richtlijn voor belangenconflicten, schrijven de ngo’s in hun reactie op de beoordeling van de NCP’s.

Internationale veroordeling van de Belgische beslissing

Volgens Tabitha Paine van Open Secrets hebben beide nationale contactpunten de eigen procedures niet gevolgd. “Onze opmerkingen over de concept-beoordeling van de klacht zijn compleet genegeerd. Het is nochtans onderdeel van de procedure van de OESO dat we de mogelijkheid krijgen om te reageren op de beoordeling, en dat er inhoudelijk op onze reactie wordt ingegaan. Dat is absoluut niet gebeurd”, aldus Paine.

Ook bij Wits University in Johannesburg is men scherp over de manier van werken van de OESO. “De onvolkomenheden van de procedure die werd gevolgd door de Nationale Contactpunten verontrusten ons ten zeerste”, aldus Tumelo Matlwa, advocaat verbonden aan het Centre for Applied Legal Studies.

“Aangezien de OESO-contactpunten een van de weinige mechanismen zijn om internationale ondernemingen ter verantwoording te roepen voor mensenrechtenschendingen, kunnen we nu wel concluderen dat er eigenlijk geen werkend mechanisme bestaat”, voegt hij nog toe.

Ook OESO-waakhond OECD Watch reageert teleurgesteld op de handelswijze van de Belgische en Luxemburgse autoriteiten. “We zijn zeer teleurgesteld dat de bezorgdheden over het belangenconflict binnen het Belgische contactpunt niet ter harte zijn genomen”, aldus coördinator Marian Ingrams. Ze dringt er verder op aan dat de NCP’s hun procedures beter structureren om gelijke behandeling van alle klachten te garanderen.

Onafhankelijk VN-expert Juan Pablo Bohoslavsky, die als amicus curiae een brief stuurde aan de OESO-contactpunten om het belang te benadrukken om deze zaak uit te zoeken, beraadt zich nog op een reactie.

Open Secrets en het CALS laten het hier niet bij zitten. De ngo’s bereiden verdere juridische stappen in Zuid-Afrika voor, en onderzoeken andere mogelijkheden om de zaak in Europa aan te klagen.

Auteur: Stef Arends

Stef Arends volgde de bachelor Industrial Design aan de Technische Universiteit Eindhoven en de master Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. Hij maakt verhalen met tekst en video, waarvan er een aantal te zien zijn op vimeo.com/stefarends.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books