Is Europa klaar voor schone energie?

 Leestijd: 8 minuten0

Europa heeft zich voorgenomen haar energievoorziening tegen 2050 koolstofvrij te maken. Flux50 is vorig jaar opgericht als Vlaamse speerpuntcluster om die doelen te helpen halen en om bedrijven en stakeholders in de energiesector te verenigen. Flux50 is een ledenorganisatie die 150 bedrijven vertegenwoordigt, mobiliseert, met elkaar verbindt, doet brainstormen en ondersteunt.

Tegelijkertijd is Flux50 de tussenschakel tussen de bedrijven en beleidsmakers,  vandaag Vlaams energieminister Bart Tommelein, innovatieminister Philippe Muyters, klimaatminister Joke Schauvliege en federaal minister van energie, leefmilieu en duurzame ontwikkeling Marie-Christine Marghem. We vinden Frederik Loeckx in de kantoren van Flux50 in de Brusselse Koningsstraat en vragen hem naar de stand van zaken inzake duurzame energie.

Flux50 komt van het Latijnse woord flux – de verschillende stromen waarin energie voorkomt: warmte en elektriciteit, maar ook magnetische of nucleaire energie – en 2050, de datum die Europa in haar langetermijndoelstellingen pinde als moment waarop onze energievoorziening koolstofarm moet zijn.

Meer elektriciteit nodig

Meneer Loeckx, klopt het dat onze energievraag nog elk jaar toeneemt?
Frederik 
Loeckx: “Dat is zo. De stijging is het grootst in ontwikkelingslanden en opkomende economieën, maar blijft evengoed in de westerse landen doorzetten. Cijfers tonen aan dat er vanaf 2015 opnieuw een toename is in het energieverbruik in België. En in die cijfers wordt daarenboven geen rekening gehouden met energie die thuis geconsumeerd wordt – bijvoorbeeld de opbrengst van zonnepanelen – want door het systeem van de terugdraaiende teller is het niet mogelijk om te meten om hoeveel elektriciteit het precies gaat. Het totale residentiële elektriciteitsverbuik blijft volgens schattingen jaarlijks met zo’n 4% stijgen.”

Frederik Loeckx, Flux50 (Foto: (c) Isabelle Vanhoutte)

Frederik Loeckx, Flux50 (Foto: (c) Isabelle Vanhoutte)

Hoe komt dat?
“Deels door een grotere vraag naar comfort. We gebruiken ook steeds vaker elektriciteit bij nieuwe toepassingen zoals verwarmingsmethodes – denk maar aan een warmtepomp, of een gasvuur dat vervangen wordt door een inductievuur. En hoe meer elektrische auto’s er op onze wegen rijden, hoe groter de impact ervan op onze elektriciteitsvraag, met regelmatige piekmomenten. De stijging zal dus niet snel afnemen.”

Zo’n schijnbaar onstopbare groei zou in de meeste sectoren rampzalig zijn – de grondstofvoorraden op onze planeet zijn immers eindig. Voor energie ligt dat anders?
“Zonne- en windenergie zullen gelukkig niet zo snel uitgeput zijn. Al heeft zuinig energiegebruik de grootste milieu-impact – de beste kilowattuur is de kilowattuur die vermeden wordt -, de nood aan elektriciteit blijft toenemen. Dus kunnen we maar best volop inzetten op een hernieuwbaar energieaanbod uit wind, zon en biomassa. Daarnaast moeten we investeren in innovatieve toepassingen zoals de ontwikkeling van warmtepompen, warmtekrachtkoppelingen of thuisopslag.”

Wind en zon en de dunkelflaute

Staan de innovaties die je opsomt dan allemaal al op punt?
“Vandaag zijn verschillende van die technologieën vaak nog niet rendabel zonder subsidies, zeker niet op kleine schaal. In mijn ogen is de situatie vergelijkbaar met die van zonnepanelen of windmolens vijf à zes jaar geleden. Ik verwacht dan ook dat er binnen een vergelijkbare termijn een prijsevolutie zal plaatsvinden waardoor die technieken beter zullen renderen. Blijven inzetten op zo’n innovaties is de boodschap, als we de Europese doelstellingen willen behalen.”

De nood aan elektriciteit blijft toenemen. Dus kunnen we maar best volop inzetten op een hernieuwbaar energieaanbod uit wind, zon en biomassa.

Oké!
“Zo gemakkelijk is het niet.” (lacht) “Er zijn heel wat obstakels te overwinnen voor hernieuwbare energieprojecten, zowel op vlak van technologie als van wetgeving en maatschappelijke bereidheid. Grootschalige wind- of zonneprojecten zijn niet gemakkelijk uit te voeren – en al zeker niet in het dichtbebouwde Vlaanderen. Ook burgers steunen de projecten niet altijd. Na NIMBY (Not In My Back Yard) is nu BANANA in opmars (Build Absolutely Nothing Anywhere Near Anything).”

“En er zijn de discussies over dual use: is landbouwgrond bijvoorbeeld nog steeds landbouwgrond als een deel ervan gebruikt wordt om zonnepanelen op te plaatsen? Een positieve beslissing over dat thema zou bijvoorbeeld fotovoltaïsche landbouw mogelijk maken, een landbouwvorm waarbij zonnepanelen deels dienen om de gewassen te beschermen. Op vlak van ruimtelijke ordening is het erg moeilijk om te voorspellen welke projecten goedgekeurd zullen worden en welke niet.”

Kunnen zonnepanelen en windmolens voldoende energie opbrengen om een regio als Vlaanderen te voorzien?
“Het probleem is dat de wind en het aantal zonuren niet steeds betrouwbaar zijn, en dat het moeilijk is om het hele jaar door een stabiele opbrengst te verkrijgen. Wind- en zonne-energie hebben pieken, maar ook dalen. En die zijn moeilijk te voorzien.”

“Daarnaast brengen zonnepanelen vrij weinig op: als je het rendement zou uitrekenen per dag, met alle winterdagen, bewolkte dagen en nachten ingerekend, haal je met zonnepanelen ca. 10% van het theoretisch vermogen. Windenergie doet het beter, met 20% op het land en zo’n 35% offshore – daar waait de wind gelijkmatiger. Maar het is niet realistisch om vandaag onze hele economie te enten op energiebronnen waarvan de opbrengst onzeker is.”

Zouden grote batterijen die dalmomenten niet kunnen opvangen?
“Waarschijnlijk deels wel, maar dan heb je nog het fenomeen dat ze in het Duits ‘Dunkelflaute’ noemen: zowat elk jaar in de winter is er een periode van enkele weken waarin het overwegend bewolkt, vroeg donker en windstil is. Die periode is lastig te overbruggen met enkel hernieuwbare energie. Daar zijn batterijen ook geen oplossing: die zijn goed om snel veel energie vrij te geven, maar ze zijn zwaar en log en niet geschikt om een grote hoeveelheid energie over een lange periode op te slaan en gelijkmatig vrij te geven. En elektriciteit importeren uit het buitenland is eigenlijk ook geen optie, gezien het weer in de landen vergelijkbaar is met dat van ons.”

Waterstof en mierenzuur

Bestaan er andere duurzame energie-oplossingen?
“Ja. Die oplossingen zijn vooral chemisch van aard. Naast zon, wind en biomassa zullen nieuwe brandstoffen steeds belangrijker worden. Mierenzuur (HCOOH) bijvoorbeeld, ontstaat door waterstof (H2) te laten reageren met CO2. De CO2 die bij de reactie werd gebruikt, werd eerder uit de lucht of uit de industrie gehaald. Je gebruikt dus niet minder, maar ook niet méér CO2 mee dan er al in de atmosfeer aanwezig is. En als de energie die het hele proces doet draaien uit hernieuwbare bronnen komt, heb je een ‘schoon’ proces. Mierenzuur is een modeltoepassing voor Carbon Capture and Usage (CCU).”

Carbon Capture and Usage, of koolstofopslag en gebruik, zou een oplossing kunnen zijn voor ons CO2-probleem?
“CCU laat toe om CO2 in een cirkel te blijven hergebruiken, waardoor de nood aan onaangeroerde fossiele energiebronnen verdwijnt. Ondertussen doet de natuur haar werk en verdwijnt CO2 traag maar gestaag uit de lucht via groene planten en oceanen. Zo neemt de totale CO2-balans af met de tijd. Maar door het feit dat CO2 een heel stabiele molecule is, vraagt de toepassing van CCU heel veel energie. Daarom is CCU enkel zinvol als er voldoende hernieuwbare energie beschikbaar is.”

Ook waterstof wordt genoemd als brandstof van de toekomst.
“Inderdaad. Door middel van wind- of zonne-energie kan je op zee water (H2O) splitsen in zuurstofgas (O2) en waterstofgas (H2). Dat waterstofgas kan je comprimeren en per boot verschepen. Aan land kan je waterstof dan verbranden of omzetten naar elektriciteit. Als in dat proces hernieuwbare elektriciteit wordt gebruikt, is het ook een volledig ‘clean’ proces. Nadeel daar is het rendementsverlies, zeker na het transport: doorgaans valt de energiewaarde terug tot zo’n 30% van de oorspronkelijke waarde. Nog een optie is om CO2 en waterstof chemisch te laten reageren tot methaan of methanol en zuurstofgas, een proces vergelijkbaar met dat van mierenzuur.”

Waterstof en mierenzuur hebben het bijkomend voordeel dat ze niet getransporteerd hoeven te worden via hoogspanningskabels.
“Hoogspanningskabels zijn inderdaad een probleem. Er kan maar een beperkte hoeveelheid energie door. En als ze in een landschap staan, komt er gegarandeerd protest tegen. Ondergrondse hoogspanningskabels zijn wel mogelijk – we zijn in Vlaanderen zelfs wereldtop in het plaatsen ervan – maar voor hoge spanningen, boven de 150 kilovolt, kosten ze gemakkelijk het drievoudige van een bovengronds net.”

“Neem nu de nieuwste hoogspanningslijn die het offshore windmolenpark voor onze kust met het binnenland verbindt. Die lijn kan 4 Gigawatt (GW) aan stroom vervoeren – ter illustratie: 1 GW is voldoende stroom voor ongeveer een miljoen huishoudens. Vandaag staan er voor 2 GW windmolens geïnstalleerd in de Noordzee, en er is nog eens een 2 GW in voorbereiding. Maar het windmolenpark op zee heeft het potentieel om 6 GW te voorzien. Met onze huidige, nieuwe infrastructuur kunnen we die niet in het binnenland krijgen, daar waar de meeste industrie zich bevindt en de grootste stroomvraag is.”

Daar zijn ‘cleane’, transporteerbare brandstoffen een ideale aanvulling.
“Klopt. Maar hoewel ze een enorm potentieel hebben, zijn de CCU-processen voorlopig nog niet rendabel. Ik schat dat we zeker nog 15 à 20 jaar nodig hebben voor ze helemaal op punt staan.”

Kernuitstap

Hoe kijk je aan tegen de sluiting van de Belgische kerncentrales, die steeds uitgesteld wordt?
“Ik vind dat een beetje een valse discussie, omdat het gewoon geen optie is om de sluiting van de kerncentrales te blijven uitstellen. Ik maak wel eens de vergelijking met een auto die ontworpen wordt om tien jaar mee te gaan. Als je een auto langer wil gebruiken, gaat er vroeg of laat wat aan haperen. Dat is te voorzien, en wordt er niet beter op. Om dan met z’n allen te beslissen om de auto nog vijf jaar langer te gebruiken en geen plannen te maken voor een nieuwe auto, of een alternatief voor die auto, is niet bepaald vooruitziend. De kerncentrales zijn structureel verouderd. En ondertussen durft niemand de discussie te voeren om opnieuw nucleair te bouwen.”

Frederik Loeckx
“Het is gewoon geen optie om de sluiting van de kerncentrales te blijven uitstellen.”

Waarom niet?
“In Europa zie je dat pogingen om nieuwe kerncentrales te bouwen – er zijn er drie in aanbouw, eentje in het Verenigd Koninkrijk, een in Frankrijk en een andere in Finland – door allerlei problemen niet van de grond geraken. De omstandigheden om die nieuwe centrales te bouwen zijn ontzettend onzeker. Terwijl we vandaag al zouden moeten starten met de bouw van een nieuwe centrale om de elektriciteitsterugval op te vangen die eraan komt met de sluiting van de kerncentrales. Want het mag duidelijk zijn: we hebben nog steeds geen waterdicht back-upplan voor het moment dat de kerncentrales sluiten in 2025.”

Wat zou een kerncentrale kunnen vervangen?
“Voorlopig – en veel mensen zullen dit niet graag horen – denk ik dat investeren in gascentrales de beste optie is. Die zouden ons de volgende twintig jaar van stabiele energie kunnen voorzien. Als we vandaag beginnen bouwen zou een nieuwe gascentrale klaar zijn in 2023. Op de valreep, dus. Die twintig jaar zou ons de tijd geven om de transitie naar hernieuwbare energie uit te werken door volop in te zetten op innovaties rond CCU en door testsites uit te rollen. Het Europese beleid stimuleert trouwens de bouw van gascentrales om deze periode te overbruggen. Wist je dat de CO2-emissies die zo’n gascentrale uitstoot op het conto van Europa mogen worden afgeschreven, waardoor die uitstoot geen impact heeft op de Vlaamse of Belgische emissiecijfers? Uiteraard voelt dat wel dubbel, want de emissies blijven zich wel in Vlaanderen voordoen.”

 

We hebben nog steeds geen waterdicht back-upplan voor het moment dat de kerncentrales sluiten in 2025.

Het model van de ui

Wat als na die 20 jaar de gascentrale ‘op’ is en we de strenge Europese 2050-normen moeten halen, die een energiesector zonder koolstofuitstoot vooropstellen?
“Uiteindelijk zal het antwoord liggen een veelheid aan oplossingen. Het energieverhaal is geen of/of-verhaal, maar een complex en/en-verhaal: een combinatie van grootschalige hernieuwbare energieprojecten, CCU en local energy communities: een nieuw concept van energievoorziening, decentraal en lokaal. Ik omschrijf het model wel eens als een ajuin. De kern van zo’n ui is een energie-efficiënt huis – met zonnepanelen en thuisbatterij – dat voor zo’n 80% van de tijd voor voldoende energie zou kunnen zorgen, aan een vrij lage kost. Om pieken op te vangen, komen er energienetwerken in de wijk (circa 10%), en op niveau van de stad, land en buitenland (10%). Alle netwerken zijn geconnecteerd met elkaar. Hoe verder de schil van de kern verwijderd is, hoe hoger de kost voor de energie om geleverd te worden.”

Frederik Loeckx, Flux50 (Foto: (c) Isabelle Vanhoutte)

Frederik Loeckx, Flux50 (Foto: (c) Isabelle Vanhoutte)

Zijn lokale netwerken ook een optie voor grotere industrie?
“Er gebeuren alleszins heel wat tests mee. Vooral met microgrids, dat zijn netwerken die het grootste deel van hun energiebevoorrading zelf voorzien. Microgrids kunnen afgekoppeld worden van het elektriciteitsnetwerk en autonoom opereren – dan gaan ze in ‘eilandmodus’. Ze kunnen worden ingezet als totaaloplossing voor bedrijventerreinen.”

Bestaan er vandaag al zulke lokale energienetwerken?
“Het blijft een beetje onder de radar, maar in Vlaanderen zijn er vandaag al een achttal demosites met zo’n micronetwerken bezig. In Opwijk wordt het bedrijventerrein De Staak aangelegd zonder gasaansluiting. Het heeft een eigen microgrid en de nodige energie komt uit de grond via warmtepompen en duurzame lokale energiebronnen. In Zellik komt het Green Energy Park, een researchpark van de VUB. Het ligt rond een datacenter dat een groot deel van de warmte levert. Het project wordt de grootste slimme, CO2-neutrale, zelfstandig opererende netwerkincubator van Europa. Nog een voorbeeld: één derde van de warmte voor het woonproject De Nieuwe Dokken in Gent zal uit afvalwater komen, de rest komt van een naburig bedrijf. Ook in Oud-Heverlee, Roeselare, Mechelen, Dessel en Maasmechelen lopen er testsites.”

“Wereldwijd krijg ik verbaasde reacties wanneer ik vertel over onze micronetwerken en groenestroomprojecten. We beseffen het misschien niet helemaal, maar op wereldvlak zijn we pioniers in groene energievoorziening en innoverende technologieën. Daar mogen we gerust trots op zijn. Misschien hebben we af en toe wat last van die befaamde Vlaamse bescheidenheid?” (lacht)

Auteur: Isabelle Vanhoutte

Isabelle Vanhoutte is journaliste, tentoonstellingsmaker en leerkracht. Ze studeerde geschiedenis en kunstwetenschappen. Ze is oprichter en uitgever van het gratis kunstentijdschrift Harmonie.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books