Omslag naar de circulaire economie: de rol van Vlaanderen

 Leestijd: 7 minuten0

Circulaire economie is een economisch model waarin grondstoffen steeds opnieuw worden ingezet in het systeem. Dit in tegenstelling tot de lineaire economie, waarbij eindige grondstofvoorraden worden uitgeput en, na gebruik, in het milieu terechtkomen. Vlaanderen staat algemeen bekend als voorloper in de circulaire economie. We zouden hier meer en beter grondstoffen recycleren dan onze buurlanden. Isabelle Vanhoutte sprak met Karel Van Acker, professor duurzame materialen bij de ingenieurs- en economische wetenschappen en drijvende kracht van het duurzaamheidsbeleid van de KU Leuven.

Karel Van Acker (Foto: (c) Isabelle Vanhoutte)

Karel Van Acker stond de laatste tien jaar mee aan de wieg van heel wat initiatieven rond circulaire economie: hij richtte mee Plan C op, de voorloper van het huidige Vlaanderen Circulair, de overheidsorganisatie die circulaire economie stimuleert in Vlaanderen. Ook levert Van Acker geregeld advies aan Vlaanderen over zijn beleid rond circulaire economie, een onderwerp dat deel uitmaakt van het Vlaamse regeerakkoord 2014-2019. Ik spreek hem op een rustige zomerdag, in de luwte voor de start van het nieuwe academiejaar op de Leuvense Arenbergcampus.

Vlaanderen, de recyclagekampioen

Is Vlaanderen echt pionier?
Karel Van Acker: “We zijn wereldtop in recycleren. Dat is historisch gegroeid. In de jaren 1990 kwam Vlaanderen met een grensverleggend afvalbeleid. Ergens was het ook logisch: onze regio is te dichtbebouwd om stortplaatsen te blijven aanleggen. Daarom moesten we wel op zoek naar andere oplossingen. Toen is onder andere beslist om een grotere producentenverantwoordelijkheid in te voeren. Heel wat bedrijven werden verplicht om mee bij te dragen aan recyclage. Er kwam bijvoorbeeld een terugnameplicht voor afgedankte elektrische toestellen.”

Vandaag wordt meer dan 70% van ons afval gerecycleerd en het stortpercentage is miniem. Enkel Italië behaalt vergelijkbare recyclagecijfers

“In de praktijk ontstonden er grote sectorfederaties die de afvalinzameling regelden, zoals Bebat voor gebruikte batterijen of Fost Plus voor huishoudelijk verpakkingsafval – zij introduceerden de ‘blauwe zak’. Er werden hoge normen gesteld voor recyclage, waarvoor bedrijven grote inspanningen leverden. En met resultaat. Vandaag wordt meer dan 70% van ons afval gerecycleerd en het stortpercentage is miniem. Enkel Italië behaalt vergelijkbare recyclagecijfers. Dat terwijl in veel landen afval nog volop gestort wordt – slechts een fractie van het afval in Finland, Roemenië en Bulgarije wordt vandaag gerecycleerd. Maar het is zo dat zowat overal in Europa een inhaalbeweging op gang komt. Al wil ik wel opmerken dat recycleren slechts een klein onderdeel is van het grotere verhaal van de circulaire economie.”

Hoe bedoel je?
“Het doel van circulaire economie is om materialen zo lang en zo goed mogelijk te blijven inzetten. Er zijn verschillende manieren waarop je dat kan doen. Een belangrijke studie (over staal en aluminium) wees uit dat de meeste milieuwinst te boeken valt door intensiever gebruik van materialen en verlenging van hun levensduur. Nog meer recyclage, efficiëntere productie of ontwerpwijzen die minder materiaal voorzien, renderen aanzienlijk minder. Die verlenging van de levensduur van onze producten en het intensiever gebruik ervan, zijn dus cruciaal.”

Bouwmaterialen op basis van metaalslakken (Foto: (c) Isabelle Vanhoutte)

Geprogrammeerde veroudering

Verlenging van levensduur lijkt haaks te staan op wat we vandaag massaal in onze winkels terugvinden: toestellen van bedenkelijke kwaliteit, die vaak opzettelijk werden ontworpen om maar een beperkte tijd mee te gaan.

Karel Van Acker: “In onze economie kan je als producent geld verdienen door verkoop van nieuwe toestellen. Als die na een bepaalde tijd de geest geven, is dat financieel voordelig, want dan wordt er meer verkocht. In zo’n model inzetten op kwaliteit is niet vanzelfsprekend. Geprogrammeerde veroudering of planned obsolescence is daar een gevolg van. Eén manier om dat te counteren, is door de garantieperiode wettelijk te verlengen, zodat de ontwerpen verplicht langer meegaan. Een andere manier is door radicaal andere businessmodellen te introduceren, die renderen wanneer producten net langer meegaan.”

“Eén van zo’n pistes is een economisch model waarin je geen producten koopt, maar dat je betaalt voor hun gebruik. Producten worden diensten, en de producent blijft eigenaar. Vandaag wordt dat ‘products as a service’-model al veel gebruikt bij dure, onderhoudsintensieve toestellen. Rolls Royce, bijvoorbeeld, maakt vliegtuigmotoren, maar verkoopt vliegkilometers. Het bedrijf staat in voor het onderhoud en het goed functioneren van de motoren. Wanneer de motor aan vervanging toe is, gebeurt dat. Vandaag verdient Rolls Royce meer dan de helft van zijn inkomsten in de diensteneconomie.

Als we de grondstoffen die hier in omloop zijn beter zouden kunnen recycleren, worden we minder afhankelijk van import.

“De milieu-impact van dat model is alvast enorm. Producten worden er logischerwijs ontworpen om zo lang mogelijk mee te gaan, want dan is er minder onderhoud nodig. Voor consumenten levert het een bijkomend voordeel: op die manier word je als klant ook ontzorgd.”

Zullen we binnenkort met z’n allen diensten kopen in plaats van producten?
“Zo’n vaart zal het niet lopen. Het model is voorlopig lastig om toe te passen in heel wat sectoren. Philips en ETAP zijn producenten die licht als een dienst aanbieden aan grotere organisaties. Overheidsgebouwen in Mechelen en Kortrijk zijn vandaag al uitgerust met een verlichtingssysteem als dienst. Op zo’n grote schaal kan het, maar voor particulieren lijkt het me voorlopig niet rendabel. Vooral voor dure, complexe en onderhoudsintensieve toestellen als verwarmingsketels of auto’s zou het snel kunnen gaan.”

“Daarnaast wil ik toch even de kanttekening maken dat we ook waakzaam moeten zijn met leasing- of abonnementsformules. Want ook mét een onderhoudscontract zou het wel eens kunnen dat een lampje vervangen voordeliger blijkt dan de werkuren voor de reparatie. Daarmee verdwijnt het milieuvoordeel natuurlijk. Maar algemeen denk ik wel dat er een mentaliteitsverschuiving is in onze samenleving. Veel jongeren hebben er bijvoorbeeld geen problemen mee om de auto waarmee ze rijden, niet zelf te bezitten. En al blijft het een beetje onder de radar, heel wat bedrijven zijn bezig met zo’n omschakeling van product naar diensten. Omdat het wel duidelijk is dat consumenten er interesse in hebben.”

Deeleconomie

Je pleit er ook voor om producten intensiever te gebruiken. Hoe dan?
“Er zijn veel materialen die we maar voor een fractie van de tijd gebruiken. Denk maar aan een geparkeerde auto, babykleertjes of een overheidsgebouw tijdens de weekends. Het milieuvriendelijkste antwoord daarop is deeleconomie. Daarin wordt niet-gebruikte capaciteit in de economie ingezet. Die ongebruikte capaciteit kan je dan vertalen naar een autodeelsysteem, een kinderkledingabonnement of het openstellen van overheidslokalen voor verenigingen.”

“Maar ook daar is het opletten geblazen: om van deeleconomie te kunnen spreken, moet het om ongebruikte capaciteit gaan. Een leegstaande kamer, bijvoorbeeld, die je verhuurt via Airbnb. Wanneer je extra capaciteit aankoopt om in te zetten in de deeleconomie – iemand koopt een huis in het centrum van Amsterdam om via Airbnb te verhuren aan toeristen – kan je eigenlijk niet spreken van deeleconomie, maar dan word je een commerciële verhuurder. Het is een moeilijke grens om te bewaken. Ook is er bij commerciële deelinitiatieven steeds ergens risico dat mensen er geen goede zorg voor zullen dragen. Mensen rijden over het algemeen minder voorzichtig met een huurauto dan met hun eigen auto, of verzorgen een huurhuis minder goed dan hun eigen huis.”

Hoe kan je die perverse effecten van de deeleconomie tegengaan?
“In mijn ervaring heeft het iets met eigenaarschap te maken. Als je zelf de eindverantwoordelijkheid draagt over toestellen, ga je ze zo lang mogelijk proberen te gebruiken. Zo gaat een auto die onder drie gezinnen wordt gedeeld, waarschijnlijk langer mee dan eenzelfde model dat gebruikt wordt als lease- of huurauto. Op termijn heeft die gedeelde auto, waar mensen als groep eigenaar van zijn, wellicht een positievere impact op het milieu. Coöperaties zijn een uitstekende vorm om zo’n gedeeld eigenaarschap te organiseren.”

Een belangrijke studie wees uit dat de meeste milieuwinst te boeken valt door intensiever gebruik van materialen en verlenging van hun levensduur.

Biomassa en grind

Onze economie verbruikt heel wat grondstoffen waarvan we weten dat de voorraden eindig zijn. Komt er binnenkort een wereldwijde grondstoffenschaarste aan?
“Het is zo dat het grondstoffengebruik nog steeds in de lift zit. Tussen 88% tot 94% van de producten die vandaag gemaakt worden, bestaan uit nieuwe grondstoffen. Onze economie is in hoge mate afhankelijk van de beschikbaarheid van die grondstoffen, en dat zal nog wel een hele tijd zo blijven.”

Bouwmaterialen op basis van afvalstromen (Foto: (c) Isabelle Vanhoutte)

“Ik geloof niet dat we binnenkort door onze voorraad grondstoffen heen zullen zitten. Van de bekende grondstoffenvoorraden die we tot nu toe gebruikten, zijn er inderdaad enkele bijna uitgeput, zoals lood, chroom, zink, goud en antimoon. Daarvoor zullen we moeten overschakelen op andere materialen. In de praktijk betekent dat in de meeste gevallen ook een aanzienlijke prijsstijging. Want de grondstoffen die we nog niet ontgonnen hebben, zijn niet de meest evidente. Je kan stellen dat de rijke, geconcentreerde voorraden metalen al aangeboord zijn. Bij nieuwe ontginningen zijn de grondstoffen doorgaans minder geconcentreerd, waardoor het proces steeds arbeids- en kapitaalintensiever wordt, en dus duurder. Daarnaast stelt zich de vraag hoe we omgaan met waardevolle materialen die zich bevinden in ecologisch kwetsbare plaatsen, zoals in Groenland, in het Amazonewoud of op de zeebodem?”

Welke grondstoffen zijn er eigenlijk beschikbaar in onze regio?
“Europa, en Vlaanderen al helemaal, is absoluut afhankelijk van import. De grondstoffen die we hier in grote voorraad hebben zijn biomassa en grind, niet bepaald schaarse of waardevolle materialen. Onze economie zou helemaal stilvallen als de import van buitenlandse grondstoffen stopt. Wanneer prijzen van grondstoffen fluctueren – door natuurrampen, conflicten of een schaarser wordende voorraad, maar ook bijvoorbeeld door speculaties of monopolieposities – voelen we dat hier zeer sterk.”

“Daarom is de circulaire economie voor onze regio ook zo interessant. Als we de grondstoffen die hier in omloop zijn beter zouden kunnen recycleren, worden we minder afhankelijk van import.”

E-waste

Zou Vlaanderen een rol in de wereld kunnen opnemen, als recyclagedraaischijf?
“Ik denk dat circulaire economie in de kern een decentraal en lokaal verhaal is. Het lijkt me niet logisch dat bijvoorbeeld grote hoeveelheden kunststoffen of papier hele afstanden zouden afleggen om ze hier te recycleren, en dan opnieuw te exporteren naar het buitenland. Zo’n toename in transport kan niet de bedoeling zijn van circulaire economie.”

Er gebeurt vandaag veel, maar het gaat niet snel genoeg, de omslag mag best wat radicaler

“Anderzijds, voor meer gespecialiseerde recyclage zijn we vandaag al een draaischijf. Bij Umicore bijvoorbeeld, worden (edel)metalen voor de hele wereld gerecycleerd uit elektronisch afval. Havens, waar dagelijks enorme materiaalstromen passeren, bieden ook mogelijkheden. De Antwerpse haven is bijvoorbeeld een ideale plaats om autorecyclage te organiseren. Voor zulke gespecialiseerde recyclage heb je wel steeds voldoende grote volumes nodig.”

Voor ons lijkt het haalbaar om lokaal te recycleren. Maar wat met regio’s waar minder knowhow en technische uitrusting aanwezig is, zoals ontwikkelingslanden?
“In Kenia, Tanzania en Burundi pakt de organisatie WorldLoop de recyclage van elektronisch afval (e-waste) aan. Dat doen ze door gemeenschappen te helpen om efficiënte, milieuvriendelijke en winstgevende faciliteiten op te zetten waar e-waste ingezameld en gerecycleerd wordt. Daarmee werken ze enerzijds aan een oplossing voor de gevaren van e-waste – voorheen werd het complexe, vaak giftige afval in openlucht verbrand – en anderzijds stimuleren ze de lokale economie. Meer complexe materialen die moeilijk ter plekke gerecycleerd kunnen worden – bijvoorbeeld printkaarten – worden van de rest van het afval gescheiden en verscheept naar Umicore, waar ze uitgerust zijn voor dat meer gespecialiseerde werk. Zo’n model, dat inzet op zowel een positieve sociale als milieu-impact, heeft voor mij heel wat potentieel.”

Om af te sluiten: kunnen we stellen dat het de goede richting uitgaat met de circulaire economie in Vlaanderen?
“Ja en nee. Laat ik het zo stellen: autodelen stijgt in populariteit, maar ondertussen stijgt het aantal auto’s op onze wegen nog sneller. Er gebeurt vandaag veel, maar het gaat niet snel genoeg, de omslag mag best wat radicaler. Hoog tijd voor actie.” (lacht)

Auteur: Isabelle Vanhoutte

Isabelle Vanhoutte is journaliste, tentoonstellingsmaker en leerkracht. Ze studeerde geschiedenis en kunstwetenschappen. Ze is oprichter en uitgever van het gratis kunstentijdschrift Harmonie.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books