Jeugdwerk vreest nieuwe antiradicaliseringscellen

 Leestijd: 4 minuten1

In de strijd tegen radicalisme, extremisme en terrorisme, moet elke stad of gemeente voortaan over een antiradicaliseringscel beschikken. Vorige week zette de Kamer daarvoor het licht op groen.

De wet voorziet dat ook lokale verenigingen en jeugddiensten hun steentje bijdragen. Maar is dat een goed idee? Vanuit het jeugdwelzijnswerk worden alleszins grote vraagtekens geplaatst bij de aanpak. 

De Kinderrechtencoalitie en Uit De De Marge beslisten halverwege maart 2019 om naar het Grondwettelijk Hof te stappen. Ze blijven erbij dat de wet te veel onduidelijkheden creëert voor minderjarigen en jeugdwerkers. “Hoewel beide organisaties de bezorghdheid over radicalisering begrijpen, mogen de kinderrechten daarbij niet onder de mat worden geveegd”, klinkt het. ‘”Minderjarigen én jeugdwerkers horen niet thuis in Lokale en Integrale Veiligheidscellen.”

Koepelorganisatie Uit De Marge vreest dat er druk zal worden uitgeoefend op jeugdwelzijnswerkers. De organisatie vindt ook dat de rechten van minderjarigen onder druk komen te staan.

Verplicht

Lokale en Integrale Veiligheidscellen (LIVC’s ) bestaan sinds 2015 en zijn ondertussen al in ongeveer de helft van de Vlaamse steden en gemeenten actief. De verplichting om LIVC’s op te richten was één van de aanbevelingen uit de onderzoekscommissie, na de aanslagen van 22 maart 2016.

De Kamer volgt met haar recente beslissing om in alle steden en gemeenten LIVC’s op te richten, de aanbeveling van de onderzoekscommissie. Ze besliste meteen ook om de samenstelling en de werking van de LIVC’s uniform te maken.

Een gebrek aan duidelijke regels, zorgde de voorbije jaren in de praktijk voor nogal wat verschillen. Apache toonde eerder aan dat die situatie aanleiding gaf tot veel onduidelijkheid.

‘Vroegdetectie’

LIVC’s moeten personen ‘detecteren’ die zich in een vroege fase van het radicaliseringsproces bevinden. Voor die mensen moeten ze een geïndividualiseerde aanpak uitwerken.

Die ‘vroegdetectie’ houdt in dat personen opgevolgd worden, zonder dat er een misdrijf gebeurde. Lokale en Integrale Veiligheidscellen (LIVC’s) werken daarbij nauw samen met de Lokale Task Forces van de veiligheidsdiensten (LTF’s). Die LTF’s focussen zich op de politionele en gerechtelijk opvolging van buitenlandse strijders en haatpropagandisten. De LTF’s worden enkel door politie-, veiligheids- en inlichtingendiensten bemand.

Op de korpschef of een verbindingsofficier van de politie na, zetelen er geen mensen uit het klassieke veiligheidsapparaat in de LIVC’s.

LIVC’s worden geacht personen te detecteren die zich in een vroege fase van het radicaliseringsproces bevinden

De enige officier die er wel aan deelneemt kan binnen de LIVC’s informatie delen, afkomstig van het CoördinatieOrgaan voor de DreigingsAnalyse (OCAD).

Maar de informatiedoorstroming werkt ook omgekeerd: vanuit de LIVC’s vertrekt informatie naar het OCAD over de opvolgtrajecten. Daarvoor moet er echter een akkoord zijn van alle betrokken deelnemers uit het LIVC.

De nieuwe wet voorziet verder dat burgemeesters LIVC’s voorzitten. Zij worden verantwoordelijk voor de goede werking en spelen ‘een belangrijke rol bij het tot stand brengen van een vertrouwensrelatie tussen alle deelnemers’.

Aan het overleg binnen een LIVC nemen preventie- en deradicaliseringsambtenaren deel, net als bijvoorbeeld leerkrachten en CLB-medewerkers, medewerkers van OCMW’s, ziekenhuizen, bemiddelingsdiensten, begeleidingsdiensten, VDAB, werkwinkels of CAWs. Ook medewerkers van justitiehuizen en leden van gemeentediensten, zoals jeugddiensten, kunnen aanwezig zijn.

 

Druk op jeugdwelzijnswerkers

Nina Henkens (Foto StampMedia)

Uit De Marge, een koepelorganisatie voor jeugdwelzijnswerk, reageert bezorgd. Ze vrezen dat er lokaal (politieke) druk zal worden gezet op jeugdwelzijnswerkers en vinden dat de rechten van minderjarigen onder druk staan.

Uit De Marge is in de eerste plaats bezorgd om de vertrouwensband, tussen jongeren en jeugdwelzijnswerk. Die komt door de deelname aan LIVC’s onder druk te staan.

“Het is onmogelijk om vertrouwen bij jongeren op te bouwen als jeugdwerkers deelnemen aan een LIVC”, zegt stafmedewerker Nina Henkens. “Voorlopig is een deelname nog vrijwillig, maar we vrezen voor toekomstige wetgeving. We maken ons ook zorgen over de druk van de lokale politiek op jeugdwelzijnswerkers om deel te nemen.”

“Sommige van hen zijn ambtenaar of zijn, omwille van hun financiering erg afhankelijk van lokale besturen. Ik kreeg al vragen van jeugdwerkers hoe ze daarmee moeten omgaan. We vrezen dat deelname binnenkort verplicht zal worden via samenwerkingsconvenanten en subsidieovereenkomsten. Op lokaal niveau kan je dus toch indirect een ‘verplichting’ krijgen. Ik hoop op wettelijke garanties om dat tegen te gaan.”

De koepelorganisatie wijst er op dat de wet geen rechten en plichten omschrijft van kinderen en jongen die aangemeld worden. “Stel, je zegt iets in de klas en de juf meldt dat in het LIVC. Wordt een minderjarige daarvan dan op de hoogte gebracht? Worden de ouders daarover geïnformeerd? Als die jongere geen zin heeft om een traject te volgen, wat zijn dan de gevolgen?”

Daardoor komen het recht op privacy, de vrijheid van meningsuiting en de bescherming tegen discriminatie in gevaar, meent Uit De Marge.

Spanning met jeugdbeschermingswet

De aard van het LIVC staat bovendien op gespannen voet met de jeugdbeschermingswet, zegt Henkens. “Informatie over een minderjarige en zijn thuismilieu moet geheim blijven. De wetgever moet ervoor zorgen dat minderjarigen niet aangemeld kunnen worden.”

Ook de opdracht zelf van een LIVC doet vragen rijzen bij de koepelorganisatie. “Wat is ‘vroegdetectie’”, vraagt cocoördinator Ikrame Kastit zich af. “Alsof je in een vroege fase kan detecteren of iemand gewelddadig radicaal wordt. Alsof dat in je DNA zit. Je moet net preventie aanbieden zodat kinderen en jongeren goed in hun vel zitten en zich meer verbonden voelen met onze samenleving.”

Jeugdwerkers vrezen dat het volgsysteem brengt de toekomst van jongeren in gevaar brengt

Blanco

Het volgsysteem brengt ook de toekomst van jongeren in gevaar, vrezen de jeugdwerkers. “Wie opgevolgd wordt in een LIVC heeft geen garantie dat hij op 18 jaar opnieuw met een wit blad kan beginnen. Er zijn nu al jongeren die gevolgd worden en een goed traject doorlopen, maar plots geconfronteerd worden met de opzegging van een vakantiejob na een signalement van de school. Of jongeren die op schoolreis in London zomaar van de bus worden geplukt omdat ze op één of andere lijst staan. We zien jongeren die geen vrijwillige steward kunnen worden omdat ze niet door de federale screening voor publiekswerkers geraken. Dat zorgt voor een averechts effect: hun vertrouwen in de maatschappelijke instellingen daalt. Ze voelen zich uitgesloten, met alle gevolgen van dien.”

‘Investeer meer in jeugdwelzijnswerk’

Imre Kastit (Foto Rozan Cools)

Ikrame Kastit roept de federale overheid op om in de eerste plaats meer in de bestaande structuren te investeren. “Niet alleen jongeren die dreigen te radicaliseren, maar iedereen wordt daar beter van. LIVC’s vragen ook meer personeelsinzet. In de praktijk zien we net minder toegang, weinig culturele sensitiviteit en weinig middelen voor wijkgerichte jeugdhulp en hulpverlenging tout court.”

“We moeten niet alleen vanuit schrik en wantrouwen sociale diensten aanbieden. We moeten zonder verder te stigmatiseren echt preventief werken. Dat betekent inzetten op extra toegankelijke jeugdhulpverlening, gelijke onderwijskansen en positieve identiteitsontwikkeling via jeugdwelzijnswerk. Als we kinderen en jongeren willen versterken moeten we inzetten op een verbindende samenleving, waar zij ook een volwaardige plek bezitten. Dat is haalbaar als je instellingen toegankelijk maakt. Doe je dat vanuit het uitgangspunt van deradicalisering, dan ga je op voorhand zeggen over welk soort kinderen je je zorgen maakt. Dat is stigmatiserend en haalt de oorspronkelijke doelstelling onderuit.”

“Het blijft gek hoeveel aandacht er gaat naar allerlei initiatieven rond deradicalisering als je merkt dat jongeren op het veld nood hebben aan hulpverlening, maar nergens binnen kunnen. Dat geldt ook voor kleinere gemeenten. Daar is geen JAC, geen CAW of geen jeugdhuis, maar wel een LIVC.”

Dwang niet aan de orde

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) wijst erop dat jeugdwerkers niet deelnemen aan LIVC’s waardoor dwang wettelijk niet aan de orde is, maar verdedigt tegelijk de mogelijkheid dat jeugddiensten zaken op tafel gooien. “Het wetsontwerp bepaalt dat jeugdwerkers, zoals jeugdbewegingen, jeugdhuizen en speelpleinwerkingen niet deelnemen aan de lokale integrale veiligheidscellen”, aldus de minister. “Het is dan ook helemaal niet de bedoeling dat zij enige druk zouden voelen om dat wel te doen. Jeugddiensten kunnen wel deelnemen. Dat ze die mogelijkheid hebben is belangrijk. Zo kunnen zij problematische situaties aankaarten en werken naar een casusgerichte aanpak. Bovendien heeft elke deelnemer aan een LIVC zwijgrecht. Wie niet wenst te spreken, hoeft dan ook niet te doen.”

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books