Dossier Pensioenen (3): Zonder vermogensbelasting lukt het niet

 Leestijd: 9 minuten1

Dat de vorige regeringen niets deden om de pensioenen te ‘redden’, is niet waar. Een van de meest ambitieuze plannen was het Zilverfonds van de paars-groene regering Verhofstadt I. Dat bleek echter een lege doos. Het nieuwe ‘pensioen op punten’ moet redding brengen, maar dat kan alleen… met een (tijdelijke) vermogensbelasting.

We leven allemaal gemiddeld langer dan vroeger en we werken niet langer dan onze ouders of grootouders. Het pensioensysteem dreigt daardoor nog verder te ontsporen. Er zijn twee manieren om dat op te vangen. Ofwel spaart de overheid zodat ze meer geld kan pompen in het systeem. Ofwel gaan er meer mensen, gedurende langere tijd bijdragen tot het systeem.

De paars-groene regering Verhofstadt I maakte zich sterk dat ze de staatsfinanciën zo kon saneren dat er elk jaar overschotten op de begroting zouden worden geboekt. Die moesten dan in een fonds gestopt worden: het Zilverfonds. Frank Vandenbroucke (nochtans een koele minnaar van het systeem) was minister van Pensioenen op dat moment.

Het fonds moest elk jaar gespijsd worden met zo’n 0,3 procent van het bruto binnenlands product. Tegen 2012 moest dat 1,3 procent zijn.

Het Zilverfonds werd in september 2001 (de maand van 9/11…) gelanceerd met een nationale campagne die getrokken werd door Rob Vanoudenhoven en Jo Lemaire. Er werd zelfs een heuse Zilverkrant verspreid op 500.000 exemplaren.

Na een paar ‘goede’ jaren met bescheiden overschotjes, mislukte het plan faliekant. De bankencrisis, die maakte dat overheid vooral nog veel meer schulden maakte. Van overschotten was geen sprake meer.

De regering-Michel doekte in mei 2016, met veel leedvermaak, het Zilverfonds op. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) noemde het “een lege doos”.

“Deze regering kiest ervoor om de vergrijzingskosten structureel aan te pakken, met een pensioenhervorming die de pensioenen ook naar de toekomst veilig stelt en met hervormingen die de sociale zekerheid opnieuw sociaal en zeker maken,” klonk het stoer.

Enkel de gemeenten leggen nog overschotten opzij om hun ambtenarenpensioenen te betalen. Een enorme last om te torsen.

Het pensioen op punten

Ondertussen is de pensioenhervorming van Michel I volledig in drijfzand terechtgekomen. Het rapport van de Commissie Pensioenhervorming dient enkel nog als een schaamlapje. Door de pensioenleeftijd op te trekken naar 67 jaar en door allerlei kleinere maatregelen is het haast ondenkbaar dat het nog zal kunnen worden uitgevoerd. Daarvoor is de relatie met de sociale partners (en vooral de vakbonden) té vertroebeld. En de commissieleden – Frank Vandenbroucke op kop – maken zich sterk dat enkel een ‘gedragen’ hervorming ook kans op slagen maakt.

Frank Vandenbroucke: ‘Het Zilverfonds was communicatief een heel goed idee, maar uiteindelijk was het niet uitvoerbaar.’

Minister van Pensioenen Daniël Bacquelaine (MR) laat het niet aan zijn hart komen. “We zullen het sluitstuk van de hervorming, het pensioen met punten, uitvoeren. We werken aan de teksten en in 2018 zullen we ze laten goedkeuren in de ministerraad en het parlement,” zegt hij.

Het pensioen op punten. Dat is het ‘ei van Columbus’ dat het Belgische pensioensysteem moet redden.

Bea Cantillon, lid van de Commissie Pensioenhervorming. “Toen we in 2013 van start gingen had ik het er heel moeilijk mee om te aanvaarden dat we het systeem alleen maar konden redden door langer te werken. Ik geloofde wel in de formule waarbij overschotten zouden dienen om de tekorten bij te passen.”

“Maar tijdens de besprekingen in de commissie bleek al snel dat dat een utopie was. Regeringen die een overschot op de begroting hebben, zetten dat niet zomaar opzij. Ze geven dat geld uit aan de noden van vandaag. Dat is misschien kortzichtig, maar het is wel menselijk. We moesten dus een systeem uitwerken dat volledig autonoom op zichzelf kon draaien. En dat kan alleen als meer mensen langer gaan werken.”

Frank Vandenbroucke: “Het Zilverfonds was communicatief een heel goed idee, maar uiteindelijk was het niet uitvoerbaar. Het hield er geen rekening meer dat er crisissen kunnen zijn, tijdelijke schokken die moeten worden opgevangen. Als de economie in crisis is, moet de overheid schulden maken om de koopkracht op peil te houden en de economie aan te zwengelen. Dan is er geen ruimte om te sparen.”

Het pensioen op punten. Dat is het ‘ei van Columbus’ dat het Belgische pensioensysteem moet redden.

De Commissie kwam al snel met het ‘pensioen op punten’ op de proppen.

Tijdens je loopbaan bouw je punten op. Elk jaar wordt berekend hoeveel punten je verzameld hebt. Als je actief bent als werknemer, dan verzamel je punten op basis van de verhouding tussen je eigen loon en het gemiddelde loon van alle actieve werknemers. Maar ook als je, bijvoorbeeld omwille van werkloosheid of ziekte niet kan werken, kan je punten krijgen.

Mensen hebben recht op een minimum aantal punten per jaar, en er is ook een maximum; wie weinig verdient, krijgt zo toch een minimumpensioen, en het pensioen van grootverdieners wordt afgetopt.

Als je met pensioen gaat, worden de punten omgezet in euro’s: die omzetting – de ‘waarde van het punt’ – gebeurt op basis van principes die wettelijk vastliggen en bewaakt door de sociale partners.

De politiek krijgt hier geen vrij spel. Integendeel, het systeem moet garanderen dat het gemiddelde pensioen van mensen met een normale loopbaan in een vaste en goede verhouding staat en blijft staan tot het gemiddelde inkomen van de actieven. De pensioenen zelf blijven in normale omstandigheden ook gekoppeld aan de lonen, dus ‘welvaartsvast’. Wanneer en hoe van die ‘normale omstandigheden’ afgeweken kan worden, moet ook duidelijk gestipuleerd staan in de wet.

Marc Leemans (ACV): ‘Het pensioen met punten is een valstrik’

Vandenbroucke: “Dat principe staat in ons rapport, maar de uitwerking ervan laten wij uiteraard over aan de regering en de sociale partners. Wij, academici, kunnen niet beslissen in plaats van de samenleving welk contract we moeten afsluiten met de toekomstige generaties. De bedoeling is dan ook dat er onderhandeld wordt over een aantal cruciale vragen.”

De eerste is natuurlijk hoe hoog het ‘vervangingspercentage’ moet zijn. Een pensioen is nooit zo hoog als een loon. Maar hoe hoog moet het dan zijn? De helft van je loon? Driekwart? En wat doe je met zware beroepen? Die mensen mogen vroeger stoppen met werken, maar krijgen ze dan ook meer punten voor elk gewerkt jaar?

Minister Bacquelaine laat niet in zijn kaarten kijken: “Voor de wettelijke pensioenen is de brutovervangingsratio 50 procent, maar het ideaal zou zijn dat het 75 procent wordt. Daarvoor moeten meer mensen een beetje langer werken.”

Bacquelaine (en de Commissie Pensioenhervorming) willen ook de aanvullende pensioenen stimuleren. Zo kunnen zelfstandigen voortaan ook zo’n apart spaarpotje opbouwen. Samen met het wettelijk pensioen zou dat dan een ‘deftig’ bedrag moeten opleveren voor iedereen die een volledige loopbaan opbouwt. Want dat is nu het knelpunt: zelfs wie 45 jaar gewerkt heeft, heeft geen garantie op een deftig pensioen.

De vakbonden geloven er niet in. Ze zijn over de hele lijn achterdochtig. “Het pensioen met punten is een valstrik”, zegt Marc Leemans van de christelijke vakbond ACV. “Als je niet weet hoeveel geld zo’n punt vertegenwoordigt en als je niet weet of die punten hun waarde zullen behouden dan koop je een kat in de zak. De regering schenkt hier geen klare wijn.”

De magische 1500 euro-grens

Centen in plaats van punten. Daar lijkt het electorale debat ook naartoe te gaan. SP.A-voorzitter John Crombez scoorde met zijn voorstel om het minimumpensioen op 1500 euro per maand te brengen; een bedrag dat voor veel Belgen die een kijkje gingen nemen op MyPension alvast goed nieuws zou zijn.

Jan Spooren vond in november in een interview in Knack 1.100 euro een aanvaardbaar bedrag. De PVDA speelde daar meteen op in en begon te mobiliseren rond het bedrag van 1500 euro. De kampen zijn verdeeld: de N-VA vindt 1100 euro een deftig pensioen. De linkse partijen willen 1500 euro.

De vraag is ook welke uitzondering je toestaat op de verplichting om 45 jaar lang te werken voor een volledig pensioen? Wat met de zware beroepen? Wat is een zwaar beroep? Wat als iemand een tijdje politieman is in een interventieploeg en daarna bureauwerk moet doen. Is dat dan nog steeds zwaar werk? En wat vinden de vakbonden ervan dat niet langer het laatst verdiende (vaak hoge) loon als basis voor het pensioen wordt genomen, maar het gemiddelde loon van je hele loopbaan (vergeleken met het gemiddelde loon in jouw functie).

“Welke garantie hebben we dat de punten niet in waarde zullen dalen?”,  vraagt Leemans zich af.

De discussie over de zware beroepen zit, vooral in de private sector, ook muurvast. Bacquelaine is boos op het ABVV: “Ze stelden 84 criteria voor op basis waarvan we moesten bepalen of een beroep ‘zwaar’ is of niet. Dat is absurd.”

De blinde vlek van Michel I

Daniël Bacquelaine: ‘Een vermogensbelasting komt er niet.’

Zelfs als het pensioen op punten er komt, dan nog zal het systeem niet vanzelf sluitend zijn. Het rapport van de commissie legt fel de nadruk op een grotere werkzaamheidsgraad. Er moet dus meer en langer gewerkt worden. De regering moet dan ook een beleid voeren dat mensen in staat stelt om langer te werken. Ook moeten de zelfstandigen meer bijdragen en moeten de ambtenarenpensioenen in toom gehouden worden. Ook de lokale besturen moeten gesteund worden.

En dan is er de ‘opaboom’. De babyboomgeneratie gaat in sneltempo met pensioen, waardoor er tijdelijk een grote druk op het pensioensysteem staat. Die ‘bubbel’ zal stilaan uitdoven (tegen 2040), maar er is wel extra geld nodig om het systeem tijdens die periode overeind te houden. De Commissie Pensioenhervorming maakt zich sterk dat het ‘pensioen op punten’, na 2040 wél sluitend zal zijn (als de werkzaamheidsgraad omhoog gaat).

Er zijn geen twintig manieren om het tijdelijke tekort van de ‘opaboom’ op te vangen. De commissie pleit voor ‘alternatieve’ financiering, jargon voor ‘een bijpassing uit de schatkist’. Dus toch een beetje de truc van het Zilverfonds.

De cruciale passage van het lijvige rapport van 2014 staat op pagina 187:

“Kortom welke concrete opties ook genomen worden, het zoeken naar bijkomende financiering is onafwendbaar, zowel op korte termijn als op langere termijn. Dit moet gebeuren op een maximaal billijke en economisch efficiënte wijze. De Commissie is van oordeel dat financiering op basis van vermogen daarin een rol moet spel.”

‘Financiering op basis van vermogen’. Zo staat het er. En het is opvallend dat dit voorstel, het sluitstuk van het héle rapport, niet terug te vinden is in het regeerakkoord van Michel I.

Vermogensbelasting is hét taboe van deze coalitie en dat heeft CD&V-vicepremier Kris Peeters al tot scha en schande moeten ondervinden. Wie het V-woord uitspreekt, zet zichzelf buitenspel in dit kabinet.

Daniël Bacquelaine: “Een vermogensbelasting komt er niet.”

Jan Spooren (N-VA): ‘Een vermogensbelasting zoals de linkse oppositie het voorstelt is sciencefiction.’

Jan Spooren: “Belastingen op vermogen zijn zeker een deel van de oplossing, maar we moeten toch durven erkennen dat we in België al bij de top in Europa staan op dat vlak. Bovendien is een vermogensbelasting zoals de linkse oppositie het voorstelt sciencefiction. Johan Van Overtveldt heeft al herhaaldelijk gezegd dat zo’n belasting niet realistisch is. De grote fortuinen ontsnappen eraan en je straft alleen de middenklasse. Wat voor zin heeft het om vermogens te belasten als je het geld toch niet kunt innen?”

De leden van de Commissie Pensioenhervorming hebben in verschillende vrije tribunes al vaak beklemtoond dat de vermogensbelasting een cruciaal onderdeel vormt van hun plan. Er kwam geen reactie op. Het is dé olifant in het midden van de kamer die de regering halsstarrig blijft negeren.

Frank Vandenbroucke: “Ik betreur dat er zoveel weerstand is tegen ons voorstel. Overal in de wereld is er bij economen – zowel aan de linker- als aan de rechterzijde – een consensus dat er niets mis is met het correct belasten van vermogens. Maar bij ons is het een taboe.”

Chris Seroyen (ACV): ‘Deze regering beweert dat ze jobs creëert, maar het zijn jobs waarvoor heel weinig sociale bijdragen worden betaald.’

De regering is er gerust op. “We hebben de kost van de vergrijzing al voor meer dan de helft weggewerkt tijdens deze legislatuur,” zegt Jan Spooren. “We zullen de kosten van de opaboom moeten opvangen op de begroting. Alles staat of valt met het creëren van jobs en het invullen van die jobs, zodat we als maatschappij allemaal samen gemiddeld een aantal jaren meer werken op een carrière. Als dat lukt, zijn er geen problemen in de toekomst.”

Chris Seroyen (ACV): “Deze regering beweert dat ze jobs creëert, maar het zijn jobs waarvoor heel weinig sociale bijdragen worden betaald. Tijdelijk werk, interimwerk, deeltijds werk, dienstencheques, flexijobs, Dat zal het systeem onder druk zetten. En ondertussen zet men mensen tegen elkaar op: werklozen tegen zelfstandigen. Werknemers tegen ambtenaren. Jongeren tegen ouderen.”

Let the games begin

In 2018 zijn er verkiezingen voor de gemeente- en provincieraden. In 2019 is er weer een ‘moeder aller verkiezingen’ met een stembusgang voor het federale parlement, de deelstaatparlementen en Europa. De partijen nemen stilaan hun posities en hopen allemaal het verkiezingsthema te kunnen bepalen.

Nu de terreurdreiging afgenomen is en de vluchtelingencrisis geluwd lijkt, is het plausibel te voorspellen dat veiligheid en migratie niet automatisch hét hoofdthema zullen worden in de campagne.

Het valt te verwachten dat sociaaleconomische thema’s de hoofdtoon zullen voeren. De regering zal de klemtoon leggen op de jobcreatie en de economische groei. Dat die achterop hinken bij de andere Europese lidstaten, maakt de meerderheidspartijen kwetsbaar. De begroting is aan de beterhand, maar dat heeft vooral met groei te maken en veel minder met het beleid van de regering.

En dan zijn er nog de pensioenen. De regering hoopt voor de verkiezingen wel degelijk met een pensioen op punten op de proppen te komen, maar daarmee speelt ze met vuur. Als ze er niet in slaagt om de waarde van elk punt én het vervangingspercentage vast te leggen op een aanvaardbaar niveau, zou zo’n hervorming al snel negatief geduid kunnen worden.

We gaan naar de verkiezingen met partijen die allemaal ons geroemde sociale systeem (en dus ook onze pensioenen) willen redden.

Er gaan dus binnen de meerderheid steeds meer stemmen op om de pensioenhervorming uit te stellen.

Ook dat is niet zonder risico, want besluiteloosheid in dit cruciale dossier zal door de oppositie worden aangegrepen om de regering op haar zwakke flank te treffen.

Opvallend is dat ook het Vlaams Belang zich nu volledig richt op het sociale thema. De racistische partij positioneert zich (zoals Wilders in Nederland) daarbij linkser dan alle andere partijen, behalve de PVDA. De pensioenleeftijd mag niet omhoog, de werkloosheidsuitkering mag niet in de tijd beperkt worden, het kindergeld moet omhoog en de ziekenhuisfactuur moet lager. Er is wel een voorwaarde: een immigratiestop en het doorschuiven van het geld dat naar inburgering en opvang van vluchtelingen gaat, moet naar de sociale zekerheid gaan.

Het Vlaams Belang werkt met die voorstellen de ‘kreet’ uit die N-VA-voorzitter Bart De Wever een maand geleden lanceerde in zijn beruchte opiniestuk in De Morgen.

We gaan dus naar de verkiezingen met partijen die allemaal ons geroemde sociale systeem (en dus ook onze pensioenen) willen redden. Al die partij koppelen daar wel voorwaarden aan. Voor de liberalen moeten vooral de ‘hardwerkende Belgen’ worden beloond. Voor de N-VA en het Vlaams Belang zijn dat de ‘hardwerkende Vlamingen’. De andere partijen hanteren een breder solidariteitsbegrip, maar geen enkele partij heeft op dit moment een consistent voorstel geformuleerd om de pensioenen betaalbaar te houden.

En dat terwijl het plan van de Commissie Pensioenhervorming met een muisklik kan worden geopend op het internet.

Maar een plan van 900 pagina’s laat zich niet zo gemakkelijk vertalen in verkiezingsslogans.

De Wetstraat heeft vier lange jaren zonder verkiezingen verkwanseld om een dialoog op te starten met de burgers over de toekomst van onze pensioenen. Misschien moeten Frank Vandenbroucke en zijn collega’s zelf een krantje laten drukken op 500.000 exemplaren.

 

lees ook:

Auteur: Karl van den Broeck

Apache.be-hoofdredacteur Karl van den Broeck (°1966) is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Tussendoor maakt hij tentoonstellingen en schreef hij een boek waarin hij probeert te verklaren waarom we nog altijd de indianen willen redden. Sinds 2014 is hij deeltijds Agora-coördinator bij BOZAR. In 2001 won hij de Vacature Persprijs. Op Twitter gekend als kvdbroec

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid