Dossier Pensioenen (1): Hoe de regering een perfect pensioenplan offerde aan Europa

 Leestijd: 11 minuten1

Er bestaat al vier jaar een perfect plan om de pensioenen te ‘redden’. Het werd uitgewerkt door de knapste koppen van het land en gedragen door zowat alle partijen. En toen kwam de regering-Michel. Die gebruikte het plan om te scoren bij Europa. Het resultaat is rampzalig. In plaats van de pensioenhervorming uit het politieke gewoel te halen, wordt ze nu verkiezingsthema nummer één. Een driedelige reconstructie van een nationale ramp.

Sinds het aantreden van de regering Michel woedt er een verhit pensioendebat in België.

Foto: Pexels/Pixabay

Vooral het optrekken van de pensioenleeftijd tot 67 jaar (vanaf 2030), het afschaffen of inperken van het brugpensioen en andere uitstapstelsels, en het sleutelen aan ‘met werken gelijkgestelde periodes’ in het pensioenstelsel, zorgden voor onrust. Bij de ambtenaren is de ongerustheid het grootst omdat zij – zo wordt beweerd – het riantste pensioensysteem hebben. Daar wordt nu fors de bijl in gezet.

Veel jongeren voelen zich ‘gejost’ door de hervorming. Zij zullen niet alleen moeten betalen voor het pensioen van de babyboomers, ze zullen ook langer moeten werken voor een lager pensioen. Wie met jongeren praat, merkt vaak dat ze helemaal niet meer rekenen op een pensioen.

De noodklok luidt dan ook al een tijdje over het Belgische pensioensysteem. Voor het aantreden van de regering Di Rupo (in 2011) werden er bijna geen maatregelen genomen om het systeem aan te passen aan de vergrijzing (het Generatiepact van paars betekende amper een besparing), en daarvoor werd er vooral gestudeerd: door de Vergrijzingscommissie, door experten die voormalig minister Michel – kameraad Porsche – Daerden (PS) aan het werk zette en die een Groenboek en een Witboek opstelden. Daerden reageerde in 2010 nog erg laconiek op de onheilsprofeten. ‘Ik kan iedereen garanderen dat er tot 2015 geen probleem is om de pensioenen te betalen.’ 2015 dus.

Bij ongewijzigd beleid zou België in 2060 15,1% van zijn bruto binnenlands product aan pensioenen moeten geven. In 2013 was dat nog 11,8%.

Wie met jongeren praat, merkt vaak dat ze helemaal niet meer rekenen op een pensioen.

De maatregelen van de regering-Michel hebben die handicap afgevlakt tot 13 procent van het bnp. Dat betekent 57 miljard euro (in geld van vandaag). In 2017 gaven we 44,2 miljard euro uit aan pensioenen. Het terugdringen van die vergrijzingskost is één ding, maar de bevolking een deftig pensioen garanderen een ander. De Belgische pensioenen zijn aan de lage kant en daar zal langer werken alleen niet veel aan veranderen.

Dat het roer volledig moet worden omgegooid, wist de vorige regering ook al.

De volmachten van Van Quickenborne

Wie vindt dat de huidige centrumrechtse regering drastische maatregelen neemt, vergeet dat er door het tripartite kabinet-Di Rupo (december 2011 – oktober 2014) ook al een heel spervuur aan hervormingen en besparingen werd afgekondigd. Het was toenmalig minister van Pensioenen Vincent Van Quickenborne (Open Vld) die toen op een maand tijd zijn hervorming door het parlement joeg, mét volmachten. Dat was niet meer vertoond sinds de regering Martens-Verhofstadt in de jaren tachtig.

Onder Van Quickenborne steeg de leeftijd van het vervroegd pensioen bijvoorbeeld naar 62 jaar. Die maatregel legde de vinger op de wonde: de Belgen werken veel minder lang dan andere Europeanen. De verschillende systemen om vervroegd uit te treden waren daar de oorzaak van. En dat we voortaan langer moesten werken, daarover was iedereen het eens.

De hervormingsdrift van Van Quickenborne (en zijn opvolger en partijgenoot Alexander De Croo) stopte in 2013. “Wij zaten vast,” herinnert Luc Windmolders zich nog. Hij was kabinetschef onder Van Quickenborne en wordt door vriend en vijand als een uitstekend onderhandelaar beschouwd.

Alexander De Croo (Open VLD): ‘Ik betreur dat de pensioenhervorming de inzet is geworden van een politieke discussie.’
(Foto: Center for Data Innovation)

“Wij hadden de politieke beslissingen genomen die men tien jaar daarvoor al had moeten nemen. Maar er was meer nodig. We stelden voor om een Commissie Pensioenhervorming samen te stellen die vanuit verschillende invalshoeken het pensioenprobleem moest bekijken en ook voorstellen doen om een fundamentele hervorming door te voeren. De hervorming die zich opdrong was te complex om ze over te laten aan kabinetten en politici.”

De commissie van De Croo

Alexander De Croo: “We wilden daarbij niet over één nacht ijs gaan. We wilden geen experten die aangeduid waren door de verschillende partijen; we wilden de béste mensen samenbrengen. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zo konden we niet voorbij (voormalig minister van Pensioenen, KvdB) Frank Vandenbroucke (SP.A), maar de socialisten wilden daar absoluut niet van weten. Ik kreeg ‘goede raad’ van socialistische collega’s: ‘Als je Vandenbroucke in die commissie stopt dan ben je ’s anderendaags niet langer de minister van Pensioenen. Hij zal alle aandacht naar zich toetrekken’.

Na veel aandringen, kregen we groen licht van Laurette Onkelinx (PS), maar dan wel op voorwaarde dat Vandenbroucke geen voorzitter zou worden. Ik heb de commissie dan maar benoemd… zonder een voorzitter aan te duiden.”

Naast Vandenbroucke bestond de commissie uit elf experten van divers pluimage: Jos Berghman (ondertussen overleden) en Bea Cantillon die uit het Centrum Sociaal Beleid aan de UA komen. (Cantillon was ooit senator voor CD&V), maar ook Jean Hindriks (stichtend lid van Itinera) of Françoise Masai en Gabriel Perl (met een duidelijk PS-etiket).

De pensioencommissie. Centraal Frank Vandenbroucke. 

De commissie werd nadien omgevormd tot Academische Raad en sindsdien maken ook Etienne de Callataÿ, jarenlang hoofdeconoom van vermogensbeheerder Bank Degroof en Philippe Demol, adviseur bij AXA er deel van uit.

“De commissie kon goed werk verrichten in alle onafhankelijkheid”, getuigt Frank Vandenbroucke die inderdaad uitgroeide tot de belangrijkste woordvoerder van de specialisten. “Nooit heeft minister De Croo ons beperkingen opgelegd.

De Croo: “Vandenbroucke is een machine. Hij heeft de zweep erop gelegd en de commissieleden hebben heel hard gewerkt.”

In juni 2014, vlak voor de verkiezingen, waren Vandenbroucke en co. klaar met hun huiswerk. Ze presenteerden een lijvig rapport: ‘Een sterk en betrouwbaar sociaal contract – Voorstellen van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 voor een structurele hervorming van de pensioenstelsels’. Alle bijlagen meegeteld, is het zo’n 900 pagina’s dik. Alle leden keurden het rapport goed en blijven het tot vandaag ook verdedigen.

Alexander De Croo: ‘Frank Vandenbroucke is een machine. Hij heeft de zweep erop gelegd en de commissieleden hebben heel hard gewerkt’

“Het was een doordacht, apolitiek werkstuk dat voor elke partij toegevingen en ‘overwinningen’ betekende,” zegt De Croo.

Alles leek dus klaar om vanaf de volgende legislatuur werk te maken van een hervorming die onze pensioenen moest ‘redden’ zonder dat de hervorming zou worden uitgehold in een steriel verkiezingsdebat waarbij bevolkingsgroepen (actieven/werkenden, zelfstandigen/ambtenaren) tegen elkaar worden opgezet. Zoals de titel doet uitschijnen, is het belangrijk dat de hervorming ten laatste in 2020 wordt uitgerold en na 2040 op kruissnelheid komt.

Het akkoord van Michel

Tijdens de verkiezingscampagne in de aanloop naar de verkiezingen van 25 mei 2014 zijn de pensioenen niet echt een thema. De verschillende partijen geven het rapport van de ‘commissie-Vandenbroucke’, zoals ze in de Wetstraat dan toch al snel wordt genoemd, het voordeel van de twijfel.

“Bij de vorming van de regering-Michel werd 95% van het rapport overgenomen. We waren dus klaar om van start te gaan”, zegt De Croo.

Wat is er dan de voorbije vier jaar misgelopen? In plaats van een gedragen hervorming, staat het pensioendossier vandaag centraal in de titanenstrijd tussen meerderheid en oppositie. Niet de Soedan-kwestie, de para’s op straat, de begroting, de vervanging van de F-16’s of de vraag of een minister kritiek mag hebben op de advocaat van Salah Abdeslam beroert de gemoederen van de kiezer én van de politici. De hervorming van de pensioenen zal ongetwijfeld hét thema worden waarop de verkiezingen gewonnen of verloren worden.

Ook al neemt minister van Pensioenen Daniël Bacquelaine (MR) regelmatig nieuwe maatregelen die lijken te komen uit het plan van de Pensioencommissie toch is er van een gestructureerde, globale aanpak geen sprake meer.

En dat heeft de regering aan zichzelf te danken.

Daniel Bacquelaine (MR) (Foto: Wikimedia Commons)

Daniel Bacquelaine (MR): ‘We blijven overleggen maar als er geen akkoord is, beslissen wij’.
(Foto: Wikimedia Commons)

Toen ze op 9 oktober 2014 het regeerakkoord publiceerde, bleek dat een wel erg verrassende maatregel te bevatten: de pensioenleeftijd werd opgetrokken naar 66 jaar in 2025 en naar 67 jaar in 2030. Dat was verrassend want geen enkele partij had die verhoging in haar verkiezingsprogramma staan. Bij de N-VA stond zelfs expliciet te lezen dat de leeftijd op 65 jaar zou blijven.

Het plan van de Pensioencommissie legt sterk de klemtoon op langer werken, en ook de verhoging van de pensioenleeftijd komt aan bod, maar een precies voorstel over de wenselijke pensioenleeftijd vind je er niet in terug, om meer dan één reden. De Commissie legde de nadruk op de noodzaak om een maatschappelijk akkoord te vinden over de wijze waarop de pensioenleeftijd, geleidelijk, zou aangepast worden aan demografische evoluties.

En ze wilde de focus ook verbreden van een debat over leeftijd naar een debat over het aantal gewerkte jaren. Vandenbroucke: “Louter focussen op een leeftijdsgrens houdt gevaren in, want mensen die vroeg beginnen werken omdat ze minder studeerden, zouden dan wel eens gemiddeld veel langer moeten werken dan hooggeschoolden.”

En de regering nam nog een opvallende maatregel. Tijdens de onderhandelingen had de N-VA aangedrongen op een pensioenmalus voor mensen die vroeger zouden stoppen met werken. Dat systeem zou in de plaats komen van de pensioenbonus die in 2007 in het Generatiepact stond. CD&V kon zich daar niet in vinden en daarom werd de peer in twee gesneden: geen pensioenmalus, maar wel de afschaffing van de bonus.

Alexander De Croo: “Eigenlijk vond ik dat zelf geen goed idee. Ik had als minister de pensioenbonus aangepast. Het budget kwam vroeger terecht bij mensen die toch sowieso van plan waren om te stoppen met werken. Maar na de aanpassing verdwenen de perverse effecten. Ik heb het toen niet gehaald. Bacquelaine is dan minister van Pensioenen geworden. En ik heb het toen ook losgelaten. Ik wil geen schoonmoeder zijn.”

De regering trok de pensioenleeftijd op naar 67 procent. Geen enkele partij had die verhoging in haar verkiezingsprogramma staan.

Feit is dat op die dag, op 9 oktober 2014, een tijdbom werd gelegd onder de langverwachte en minutieus voorbereide pensioenhervorming.

De Croo: “Wij wisten in 2013 dat we als politici geen hervorming konden doorvoeren als die niet breed gedragen werd en als de sociale partners niet zouden meewerken. Toen ik minister was, was er veel kritiek op mijn beslissingen maar wij hebben het sociaal overleg altijd gerespecteerd. We werkten met de socialisten en christendemocraten in interkabinettenwerkgroepen en we lieten de vakbonden en de werkgevers advies geven. Nooit zijn ‘mijn’ dossiers naar de kern moeten gaan omdat er geen akkoord was. Altijd hadden we een akkoord met de sociale partners.”

Vandaag liggen de kaarten anders. De regering voert regelmatig maatregelen uit zonder echt overleg met de bonden. En ook binnen de meerderheid is er meer ruzie dan overeenstemming. Dat heeft de oppositie trouwens al lang in het snotje.

De vakbonden hebben de handdoek in de ring gegooid. “Eigenlijk hopen de bonden dat deze regering niets meer doet aan de pensioenen zodat de volgende regering met een schone lei kan beginnen. Deze legislatuur is verloren,” zegt Bea Cantillon.”En ik geef ze geen ongelijk. Niks doen is nu beter dan hier en daar een maatregel treffen”.

Een zoenoffer voor Europa

In kringen van de Pensioencommissie, maar ook bij de vakbonden, leeft de overtuiging dat de regering het pensioenrapport misbruikt heeft om een ander doel te dienen: ontsnappen aan het Europese strafbankje.

De pensioenen in België (cijfers 2017)

  • 3,2 miljoen gepensioneerden (13% meer dan in 2012)
  • Twee werknemers voor één gepensioneerde
  • Totale kost op jaarbasis: 44,2 miljard (20% meer dan in 2012)
  • 10,2% van het bruto binnenlands product
  • 2,1 miljoen werknemers, 0,65 miljoen zelfstandigen, 0,6 miljoen ambtenaren

“De pensioensleeftijd verhogen naar 67 jaar was een symbolische maatregel die niks kost,” zegt Chris Serroyen van de christelijke vakbond ACV. “Toen de regering aantrad, wist ze dat ze voor een enorme uitdaging stond om een begroting te kunnen opstellen die op goedkeuring van Europa kon rekenen. Maar Europa is genuanceerd. Het staat toe dat het begrotingstekort tijdelijk wat hoger blijft, als de regering maar ‘structurele maatregelen’ neemt. Een daarvan is het verhogen van de pensioenleeftijd.”

Kort samengevat: om een wit voetje te halen bij de Europese Commissie en de banbliksems van Europese budgettaire waakhonden af te wenden, gooide de regering-Michel bij haar aantreden het kostbare, uitgekiende pensioenplan van Vandenbroucke en co. in de prullenmand.

Chris Serroyen (ACV): ‘De pensioenleeftijd verhogen naar 67 jaar was een symbolische maatregel die niks kost en die diende om een wit voetje te halen bij Europa’

Door de pensioensleeftijd op 67 te brengen en de pensioenbonus af te schaffen stuurde ze meteen een oorlogsverklaring naar de vakbonden en de linkse oppositie en brak ze het broze vertrouwen dat onder Alexander De Croo was opgebouwd.

Schouderklopjes van Europa waren blijkbaar belangrijker dan een gedragen pensioenhervorming.

Alexander De Croo: “Ik wil, zoals gezegd, geen schoonmoeder spelen. Ik betreur alleen dat de hervorming de speelbal is geworden van een politieke discussie. Di Rupo zegt dat hij, als hij terug in de meerderheid komt, maatregelen zal terugdraaien die wij hebben ingevoerd en die wél in het plan stonden. Dat is toch platte oppositiepraat. Maar ook de N-VA spreekt vaak alarmistische taal. De pensioenen zijn een delicate kwestie. Ik heb als minister meer dan honderd lezingen gegeven in heel Vlaanderen. Ik overlegde ook telkens met de bonden en ook al gaven ze nadien een verdeeld advies, toch bleef ik investeren in het overleg.”

Het verdriet van de professor

Frank Vandenbroucke wil zich niet meer mengen in de debatten. ‘Zijn’ commissie werd wel omgevormd tot ‘Academische Raad Pensioenen’ maar wordt niet meer betrokken bij het beleidsvoorbereidende werk. Ze mocht na de presentatie van haar rapport één keertje naar een hoorzitting in het parlement komen en twee partijen, Groen en SP.A, nodigden elk een lid van de commissie uit om het plan te komen toelichten.

In vrije tribunes laten de commissieleden soms van zich horen. Ze ventileren er hun ontgoocheling over de gang van zaken, maar veel zoden zet dat niet aan de dijk.

De regeringspartijen proberen de Pensioencommssie ook vaak te framen als de commissie-Vandenbroucke. Lees: een spreekbuis van de oppositie.

Maar Vandenbroucke is geen consultant van de SP.A, de partij waarvoor hij jarenlang voorzitter, parlementslid en minister was. “Ik mag wel naar het partijbureau komen als minister van Staat, maar ik doe dat liever niet.”

De regeringspartijen proberen de Pensioencommssie vaak te framen als de commissie-Vandenbroucke. Lees: een spreekbuis van de oppositie.

Ondertussen blijft minister Bacquelaine geloven in het welslagen van de hervorming. “Ik zal het regeerakkoord uitvoeren. De kritiek van het ABVV is puur ideologisch geïnspireerd. De noodzaak om te hervormen is niet politiek. We leven langer, we werken minder lang dan andere Europeanen. Iedereen ziet dat dat onhoudbaar is.” De minister ontkent ook dat het sociaal overleg opgeblazen is. “Wij blijven overleggen, maar als er geen akkoord is, nemen wij onze verantwoordelijkheden op.”

‘Droom van het academische gelijk’

Bij de vakbonden en de linkse oppositie is vooral de N-VA de kop van jut. Toch is er bij veel betrokkenen veel respect voor de dossierkennis en de genuanceerde houding van Kamerlid Jan Spooren, de pensioenspecialist van de partij. Leuk detail: hij is burgemeester van Tervuren waar ook … Frank Vandenbroucke woont.

Jan Spooren was in essentie wel enthousiast over het rapport van Vandenbroucke en co. “Het is de basis van ons regeerakkoord,” zegt hij. “Maar je hebt zoiets als de droom van het academische gelijk. Uiteraard zou je best eerst draagvlak creëren alvorens je maatregelen neemt. Telkens je maatregelen aankondigt, zal iedereen die een euro zal verliezen ongelukkig zijn. Er zijn te veel jaren verloren gegaan, we moeten nu versnellen en drastische maatregelen nemen. De pensioenleeftijd moest omhoog, we moeten jobs creëren. Bij een jaar langer werken win je twee keer: je moet een jaar minder pensioen betalen en je draagt een jaar meer af. In 1960 werkten we tot 64 jaar en werden we gemiddeld 68. Nu werken we gemiddeld 60 jaar en leven we 80 jaar. Dat wil zeggen dat we 17 jaar meer pensioen moeten uitbetalen.”

Jan Spooren (N-VA): ‘Bij een jaar langer werken win je twee keer: je moet een jaar minder pensioen betalen en je draagt een jaar meer af.’

Volgens Spooren zijn we op de goede weg: “Door de maatregelen van deze regering is de extra vergrijzingskost op langere termijn van 14 miljard gedaald naar 7 miljard. En daarbij hebben we niet geraakt aan de opgebouwde rechten.”

De clicks van MyPension

Opgebouwde rechten. Daar staat of valt natuurlijk het hele pensioenverhaal mee. Hoeveel draag je af? Hoe lang doe je dat? Hoeveel krijg je als je met pensioen gaat?

Het is uiteindelijk de vraag van 44 miljard, de totale jaarlijkse kostprijs van de Belgische pensioenen.

Sinds 21 november kan elke Belg naar MyPension surfen om met eigen ogen te zien hoe hoog zijn of haar pensioen zal zijn bij het beëindigen van de loopbaan. “Ik geloofde mijn ogen niet toen ik las dat de regering MyPension zou openstellen voor mensen jonger dan 55,” zegt een lid van de Pensioencommissie. “Dat is wel erg roekeloos. Die bedragen zeggen helemaal niets. Ze geven alleen een simulatie bij een ongewijzigde loopbaan en ze houden geen rekening met de hervormingen die er nog moeten aankomen. Ik had gedacht dat mensen massaal zouden protesteren, maar blijkbaar is iedereen een beetje beduusd. Of is het een tikkende tijdbom?”

Vooral voor jongeren is dit een horrorscenario. Wie vijf jaar interims heeft gedaan of als freelancer actief is geweest en op basis daarvan een extrapolatie krijg van zijn pensioen, wordt op slag depressief.

En er zijn nog perverse effecten. Zo blijkt bij veel werknemers dat vroeger stoppen met werken bijlange niet zo wordt afgestraft dan algemeen wordt aangenomen. Wie wil er nog vijf jaar langer werken om nadien 50 euro meer pensioen te krijgen?

Minister Bacquelaine laat weten dat er sinds 21 november al 1,015 miljoen mensen naar MyPension zijn gesurft en dat er al 32.150 vragen (klachten?) zijn binnengekomen. De PVDA startte vorige maand de petitie ‘Blijf van ons Pensioen’. In twee weken tijd werd de kaap van de 20.000 handtekeningen overschreden.

Een echte volksopstand is er nog niet, maar alles lijkt erop dat de mobilisatie tegen de pensioenplannen van de regering op volle toeren draait.

En daarmee is de slinger helemaal naar de andere kant doorgeslagen. Terwijl de vorige regering, na grondig studiewerk en diepgaand overleg met alle betrokkenen, een uitgekiend en sluitend pensioenplan wou uitwerken dat daarna stapsgewijs tussen 2020 en 2040 zou worden ingevoerd, is de toekomst van de pensioenen nu hét gespreksonderwerp in elke huiskamer, koffiekamer en op elke werkvloer. En binnenkort misschien op straat achter spandoeken en slogans.

En dan moet de verkiezingskoorts nog écht oplaaien…

Morgen in deel 2: Chantal en Caroline, de belangrijkste vrouwen van 2017

 

Auteur: Karl van den Broeck

Apache.be-hoofdredacteur Karl van den Broeck (°1966) is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Tussendoor maakt hij tentoonstellingen en schreef hij een boek waarin hij probeert te verklaren waarom we nog altijd de indianen willen redden. Sinds 2014 is hij deeltijds Agora-coördinator bij BOZAR. In 2001 won hij de Vacature Persprijs. Op Twitter gekend als kvdbroec

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid