Het VNV-verleden van Emiel Bourgeois

 Leestijd: 8 minuten0

Emiel Bourgeois, de vader Geert Bourgeois (N-VA), zat ruim negen maanden gevangen voor collaboratie met nazi-Duitsland. De minister-president van Vlaanderen raakte het Vlaams Nationaal Verbond-verleden van zijn vader recent aan tijdens een radio-interview. Apache ging op zoek naar feiten en context.

Het collaboratieverleden van zijn vader is een onderwerp dat Vlaams minister-president Geert Bourgeois spaarzaam in de mond neemt. Maar een taboe was het voor hem niet. In 2000 raakte hij het stukje familiegeschiedenis kort aan in Knack. Vorig weekend deelde de minister-president herinneringen in Berg en Dal, een Klara-programma van Pat Donnez.

bergendal

Het onderwerp van de collaboratie is in veel families nog taboe. Het maakt de getuigenis van de minister-president maatschappelijk relevant en van sociaal belang. Het bespreekbaar maken van de collaboratie helpt mensen indirect om hun eigen verhaal te begrijpen.

“Je draagt dat mee”, zei Bourgeois bij Pat Donnez. “In tegenstelling tot andere gezinnen is daar bij mij wel over gepraat, wat mij betreft op een te jonge leeftijd, op een leeftijd dat ik dat niet aankon. Mijn moeder heeft de oorlog nooit verwerkt, en de nasleep daarvan ook nooit, heel haar leven lang, dat is echt een ongelooflijk trauma gebleven bij haar. Mijn vader kon zich daar wel overplaatsen, die kon daar wijzer tegenaan kijken. Die is verbitterd uit de gevangenis gekomen, ook gebroken qua gezondheid, maar hij heeft zijn later leven heropgebouwd en die bladzijde omgeslagen. Hij kon daar afstand van nemen, en kon ook dat regime beoordelen zoals dat hoorde.”

Apache vroeg zich af wat nu precies de rol was van Emiel Bourgeois binnen het VNV en consulteerde daarvoor de Rijksarchieven in Brussel en Kortrijk en het Archief van de Vlaamse Beweging (ADVN) in Antwerpen, net als de werken “Greep naar de macht” en “Was opa een nazi”. Een confrontatie leert dat vader Bourgeois weliswaar een gewestleider van het collaborerende VNV was, maar dat hij volgens de inlichtingen van het openbaar ministerie nooit hevig propagandist was.

Krijgsraad

Op 14 mei 1945 werd de toen 26-jarige Emiel Bourgeois door de Krijgsraad in Kortrijk veroordeeld tot vijf jaar opsluiting en een geldboete voor een overtreding van artikel 118bis uit het strafwetboek. Dat artikel, dat sinds de eerste wereldoorlog van toepassing was op politieke collaboratie, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog drastisch uitgebreid. De aanklacht luidde: “Tusschen 1940 en september 1944 te Ledegem en elders in België ’s vijands politiek en oogmerken in de hand te hebben gewerkt door middel van propaganda (vijandelijke politieke propaganda)”. Bovenop de celstraf werden ook zijn burgerlijke en politieke rechten afgenomen.

Repressie

Na de Tweede Wereldoorlog werden 405.493 dossiers geopend voor collaboratie en zijn 50.000 tot 70.000 mensen vastgezet, brengt Koen Aerts in beeld in het boek “Was opa een nazi ?” Op een totaal van ruim 53.000 veroordelingen, wordt in zes op de tien gevallen een gevangenisstraf van vijf jaar of minder uitgesproken. Bijna 23.987 mensen werden veroordeeld wegens artikel 118 bis (vijandelijke politieke propaganda), al dan niet in combinatie met andere feiten, goed voor en aandeel van 45% op alle veroordelingen.

Het gros van de dossiers (71%) krijgt geen onderzoek en wordt geklasseerd zonder gevolg. Van wat overblijft, leidt het onderzoek bij ruim de helft van de dossiers bovendien tot een buitenvervolgingstelling.

Op een totaal van 8,3 miljoen inwoners, zijn er 4 tot 5% dossiers aangelegd, maar komt het slechts bij 0,6% van de bevolking tot een veroordeling. Onder die veroordeelden zijn bijna 90% mannen en meer dan de helft is 30 jaar of jonger, 35% heeft een leeftijd van 16 tot 25 jaar.

Met 67% van de uitspraken is de bestraffing van politieke collaboratie vooral een Vlaamse aangelegenheid, tegenover een meer gemeenrechtelijke of apolitieke collaboratie in Franstalig België. “Het groter aantal geopende dossiers en veroordelingen in Vlaanderen hangt samen met de specifieke verankering van de collaboratie in het noorden van het land”, zegt Koen Aerts. “De Duitse bezetter voert in elk geval een bewuste politiek om Vlaanderen te bevoordelen en tot samenwerking te verleiden. (…). Ook DeVlag en vooral VNV hebben ook een grotere wervingskracht dan Rex in Franstalig België. Toch ligt de strafmaat in Wallonië (inclusief de Oostkantons) hoger. In 40% van de veroordelingen gaat om een criminele straf (meer dan 5 jaar) tegenover 35 % in Vlaanderen. Afgezet tegenover het bevolkingsaantal; 0,23% van de Vlaamse bevolking en 0,20% van de Walen en Brusselaars wordt veroordeeld tot vijf jaar of meer.

In een uiteenzetting van de feiten en omstandigheden beschrijft het Openbaar Ministerie in het genadedossier van Emiel Bourgeois: “Verdachte is onderwijzer van beroep. In april 1941 trad hij toe tot het VNV. In juli 1942 wordt hij gewestleider, en bleef het tot aan de bevrijding. Bij verschillende plechtigheden droeg hij het zwarte uniform van kaderlid der partij. Hij heeft een toetredingformulier tot de Zwarte Brigade getekend maar nam nooit deel aan de werkzaamheden dezer brigade, gezien zijnen ziekelijken toestand. Uit inlichtingen blijkt dat hij nooit een hevig propagandist was, en zijne vrije tijd besteedde aan Winterhulp en aan goede werken.”

In boek “Greep naar de macht” beschrijft Bruno De Wever dat het VNV zowat 165 gewestleiders telde. Een gewest werd gevormd door een aantal door hun ligging op elkaar aangewezen afdelingen, maar dat van Emiel Bourgeois staat niet opgelijst onder de grotere gewesten.

Zware fout

“De collaboratie is een zware fout geweest”, zei Bourgeois aan Pat Donnez. “Er zijn ook heel veel mensen die ideologisch collaboreerden met dat regime maar er zijn ook heel vele gewone Vlamingen die meegesleept zijn door hun leiders in de uitzichtloze collaboratie. Die dat deden met de beste bedoelingen, verwachtingen om die zelfstandigheid voor Vlaanderen ter verwerven, maar meegezogen zijn op zo’n afschuwelijke manier.”

De staalkaart motivaties, oorzaken en omstandigheden die kunnen verklaren waarom mensen tot collaboratie met de bezetter overgaan is enorm divers en uitgebreid, verduidelijkt historicus Koen Aerts (UGent).

“Er zijn evenveel drijfveren als individuen. Je mag mensen niet automatisch herleiden tot een steriele optelsom van hun keuzes alleen, maar net zomin vastgieten als gedetermineerde producten van louter omstandigheden en externe factoren. Kortom, je moet ze zowel in hun waarde laten als in de juiste context plaatsen. Dat wil ook zeggen dat je ze niet allemaal zomaar kan neerzetten als misleide idealisten. Die uitspraak over ‘de vele gewone Vlamingen’ die enkel de zelfstandigheid van Vlaanderen nastreefden, is archetypisch voor het discours waarmee een groot deel van de Vlaamse Beweging lange tijd de verantwoordelijkheid van de jaren veertig heeft proberen witwassen. Het verzwijgt niettemin enkele cruciale elementen voor een juist begrip van die tijd, namelijk het project-Vlaanderen dat toen werd geambieerd, was geen Vlaanderen zoals we dat vandaag kennen. Het was een machtsgreep door een absolute minderheid, ter wille van een antidemocratisch, autoritair en racistisch Vlaanderen, ten koste van de vrijheid en ten koste van de gelijkheid. Uiteraard, de antidemocratie was de mode van de tijd, zowel extreemrechts als extreemlinks, dat is belangrijke context, maar je mag achteraf bij de beoordeling van de collaboratie het doel niet verengen tot een autonomiestreven alleen, of de middelen tot dat doel geheel achterwege laten. Neem een willekeurig nummer uit de partijkrant van het VNV of raadpleeg de verordeningen van de Duitse bezetter, dan weet je meteen wat dat regime betekende. Er zijn VNV’ers die afhaken wanneer duidelijk wordt dat de Duitsland geen moer geeft om de Vlaamse verzuchtingen voor onafhankelijkheid, maar integendeel een opname in het Groot-Germaanse rijk nastreeft. Die VNV’ers stappen op, zij het niet vanuit liberaal-democratische overwegingen. Maar, alles welbeschouwd, klopt het dat je ook rekening moet houden met groepsdynamische processen en hoogstpersoonlijke psychologische dynamieken.”

VNV

Het Vlaams Nationaal Verbond (VNV), opgericht in 1933, kende twee strekkingen: een meer gematigde die via parlementaire weg een onafhankelijk Vlaanderen nastreefde en een revolutionaire met een Groot Nederlandse ‘Dietse’ staat als einddoel. Maar in de statuten stond wel degelijk een nationaal-socialistisch Vlaanderen als einddoel.

De partij koos al op 10 november 1940 formeel de zijde van Duitsland. “Het VNV stelde zich ten doel het nationaal-socialistisch Vlaanderen onder de vleugels van de Duitse overwinnaar te vestigen”, schrijft historicus Bruno de Wever  (UGent) in de Encylopedie van de Nieuwe Vlaamse Beweging. Het hoofdstuk is een samenvatting van zijn boek “Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945” (1994). “Eenieder die het anders zag, verklaarde hij de vijand. Dat waren diegenen die de zijde van de geallieerden kozen, alsmede diegenen die de Belgische staat wilden redden. Zo loodste De Clercq zijn partij in de onvoorwaardelijke collaboratie en lede hij de basis voor de kloof tussen het VNV en het gros van de Belgische bevolking die in groeiende mate anti-Duits was. Tevens dwarsboomde hij zijn gematigde medestanders die een modus vivendi nastreefden met de Belgische groepen rond de koning.” Honderden VNV’ers werden door de bezetter aangesteld op bestuursfuncties, lokaal en in controlediensten.

Interneringskamp

Bourgeois werd op 9 september 1944, in de begindagen van de bevrijding, opgesloten in een interneringskamp. De internering was een administratieve maatregel die de minister van Justitie op grote schaal toepaste in 1944-1946.

Op 16 oktober 1944 stuurde de toenmalige Ledegemse burgemeester een eerste verzoek tot vrijlating aan de consultatieve commissie. Hij benadrukte de inzet van Bourgeois als voorzitter van het Winterhulpcomité en bevestigt dat hij “alles heeft gedaan wat hij kon tot het verschaffen van steun, zowel geldelijk als in natura, ten voordele van de aangeslotenen. Aan de opgeeischten voor Duitschland werd telkens geldelijke steun verschaft, door bemiddeling van Emiel Bourgeois”.

Exact een maand later voegde hij eraan toe dat Bourgeois in zijn hoedanigheid als voorzitter van het Winterhulpcomité “geen onderscheid maakte tussen de verschillende publieke opinies, zodanig zelfs dat omtrent geen leden van het VNV deel uitmaakten van de gesteunden van de Winterhulp.”

Op 8 januari 1945 brak de burgemeester opnieuw een lans voor vader Bourgeois. “Hevig overtuigd Vlaming als hij was, heeft hij toch nooit opspraak verwekt in Vaderlandsch opzicht. Nooit of nooit is hij (…) te zien geweest met Duitschers. Hij scheen ze zelfs te schuwen. Wat in elk geval pleit voor het edel in zijn houding.” De burgemeester voegde er ook nog aan toe dat het stadhuis niet door verzetslui uit zijn eigen gemeente, maar uit andere gemeenten, werd gebruikt als interneringsplaats want “hij (Bourgeois,red.) werd immers niet door de plaatselijke verzetsgroepering vastgezet.” Dat laatste onderstreepte de minister-president ook tijdens het radio-interview.

Een brief van Emiel Bourgeois’ advocaat, gedateerd halverwege januari 1945, geeft ook een inkijk in diens verdediging:

“De eenige betichting ten laste van Bourgeois Emiel is het feit dat hij kaderlid was van VNV en dus het politiek uniform droeg (slechts 4 maand – later gecorrigeerd naar vier maal, red.) Hij was tevens gewestleider van het VNV. Dit gewest omvatte 4 gemeenten en had niet veel te betekenen.”

Maar tegelijk ook in de ideologische overweging:

“Wij kunnen onmiddellijk opmerken dat hij met deze functie werd belast omwille van zijn verwoede oppositie tegen de DEVLAG. In Moorslede en Dadizeele werden immers DEVLAGcellen opgericht en zijn actie voorkwam de oprichting van dergelijke cellen in de gemeenten Ledegem en Rollegem.

Wij kunnen dus gerust bevestigen dat deze persoon gedreven was door een spijtig genoeg verkeerd opgevat idealisme.”

Zijn brief werd vergezeld door verklaringen van onderwijzers die, niettegenstaande hun andere politieke opvattingen, in zijn voordeel getuigen, maar ook van een apotheker en een commandant.

Over die verdediging zegt historicus Koen Aerts:

“Het is een vaak gebruikte en niet zelden ook succesvolle verdedigingsstrategie van de politieke collaboratie van het VNV, zeker ook in de vergoelijkende beeldvorming na de oorlog. Tegenover het Groot-Germanisme van de DeVlag, gesteund door de SS van Himmler, bleef het VNV trouw aan Vlaanderen en pleegde het zelfs, zo luidt de apologetische redenering, verzet aan het verraad van de DeVlag.”

DeVlag

Het VNV kreeg van in het begin van de oorlog te maken met een Groot-Duitse tegenbeweging, gestuurd door Heinrich Himmler.

Eerst ging het om SS-Vlaanderen en later de Duitsch-Vlaamse Arbeidsgemeenschap (DeVlag). Om het nodige ‘tegengewicht’ te bieden, fuseerde Verdinaso (Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen) en Rex-Vlaanderen tot de Eenheidsbeweging-VNV. “De partij kon met haar nieuwe naam wel het politieke monopolie claimen, de DeVlag was een dagelijkse bewijs van het tegendeel en van het feit dat zelfs in het smalle kamp van de collaboratie het VNV niet namens alle Vlamingen kon spreken,” schrijft Bruno De Wever in zijn boek.

Zwarte Brigade
Het VNV had ook politieke soldaten. De Werfbrigade werd in 1940 omgevormd tot Zwarte Brigade, die in 1941 fuseerde met de milities van Rex en Verdinaso tot Dietsche Militie-Zwarte Brigade. Later trad ook DMO -Dietsche Militanten Orde daarbij toe. VNV-leider Staf De Clerq bood de Duitsers soldaten aan voor de vorming van een kustwachteenheid, hij wierf ook voor de Waffen SS en het Vlaams Legioen (Oostfronters).

De Clercq’s opvolger Hendrik Elias koos halverwege 1943 voor een confrontatiepolitiek, waarbij het lidmaatschap tussen VNV en DeVlag onverenigbaar was. Het dient wel op te merken dat het echte verzet tegen DeVlag pas halverwege 1942 te situeren valt. Daarvoor waren er wel dus contacten met de Vlaamse SS-propagandisten.

Een eerste verzoek tot invrijheidstelling werd op 27 februari 1945 afgewezen door de consultatieve commissie in Kortrijk. Die commissie beraadslaagde na het horen van de Krijgsauditeur en kreeg ook een verslag van de dokter uit het interneringskamp.

Ondanks een veroordeling tot vijf jaar op 14 mei 1945, kwam Emiel Bourgeois ruim een maand later al vrij, op 20 juni 1945, zij na 247 dagen voorhechtenis in een ‘interneringskamp’.

Op 2 mei 1952 vroeg Emiel Bourgeois om de ontzetting van burgerlijke en politieke rechten op te heffen. De rechter ging daar op 2 oktober 1952 gedeeltelijk op in. Het zal tot 31 december 1960 duren vooraleer Bourgeois een volledig rechtsherstel krijgt.

Vlaams minister-president Geert Bourgeois werd gecontacteerd om over dat verleden te praten, en de manier waarop dat zijn politiek engagement beïnvloedde, maar koos om daar voorlopig niet op in te gaan.

 

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books