Koen Geens pakt perslekken harder aan

 Leestijd: 3 minuten4

Wie het beroepsgeheim schendt, riskeert sinds kort een gevangenisstraf tot drie jaar. Door een recente verzesvoudiging van de maximumstraf krijgen parketten ook een groter arsenaal onderzoeksmogelijkheden. Weliswaar niet om rechtstreeks journalisten aan te pakken waar mogelijks naar gelekt wordt, maar de hete adem van het openbaar ministerie komt voor de pers wel heel dichtbij.

De strafverhoging komt er in het kader van wetgescving rond het casusoverleg, waarbij hulpverleners, politie en parket bijvoorbeeld rond een specifieke case van intrafamiliaal geweld informatie kunnen uitwisselen. Ook de informatie-uitwisseling tussen hulpverleners, bestuurlijke overheden, politie en parket in de zogenaamde lokale integrale veiligheidscellen, valt onder die regelgeving.

Minister van Justitie Koen Geens (Foto: Reporters - Danny Gys)

Drie jaar

Was het schenden van het beroepsgeheim tot voor kort strafbaar met een opsluiting van 8 dagen tot zes maanden en een boete van 100 tot 500 euro, dan trekt de Potpourri V wet (29 juni 2017) die straffen op van één tot drie jaar en/of boetes van honderd tot duizend euro. En dat impliceert meer slagkracht voor de parketten.

“Het klopt dat door die hogere straffen het arsenaal onderzoeksmogelijkheden groter wordt”, zegt professor strafrecht Joachim Meese (UAntwerpen) en vennoot bij Van Steenbrugge Advocaten. “In het wetboek van strafvordering, waar die onderzoekshandelingen geregeld worden, wordt voor sommige onderzoekshandelingen gewerkt met een strafdrempel van één jaar.” 

“Het klopt dat door die hogere straffen het arsenaal onderzoeksmogelijkheden groter wordt”

De extra onderzoeksmogelijkheden gaan onder andere over het onderscheppen van post, het bankonderzoek, infiltratie op het internet, observatie met technische hulpmiddelen, langere dataretentie, het opsporen en lokaliseren van telecommunicatie. Door de strafverzwaring kan ook de voorhechtenis gebruikt worden, merkte gewezen BBI-directeur Karel Anthonissen eerder al op.

Bronnengeheim

Dat lijkt logisch voor een agent die bijvoorbeeld naar terreurverdachten lekt, maar die handelingen kunnen evengoed ingezet worden bij pakweg een ambtenaar die informatie lekt om mistoestanden aan te klagen. En dan komt het parket dichter bij journalisten.  “De schending van het beroepsgeheim wordt soms toegepast in het kader van perslekken”, zegt professor Meese. “Maar natuurlijk rekening houdend met de wetgeving op het bronnengeheim (het recht van journalisten op het geheimhouden van hun informatiebronnen). Want onderzoekshandelingen kunnen niet gesteld worden om het bronnengeheim te doorbreken.” 

“De schending van het beroepsgeheim wordt soms toegepast in het kader van perslekken”

Maar de wet op het bronnengeheim kan natuurlijk omzeild worden. “Het gsm-toestel van een journalist kan bijvoorbeeld niet doorzocht worden, maar er kan wel een ‘retro’ opgevraagd worden van het gsm-toestel van een bepaalde persoon. Op die manier kan men wel zien dat er gecommuniceerd wordt met een nummer dat toebehoort aan een journalist. Men mag niet actief naar het nummer van de journalist speuren, maar op die manier kan men wel zaken te weten komen, die vroeger moeilijk of onmogelijk waren.”

De wet kwam niet tot stand met als doel om journalisten het werk moeilijker te maken, maar toch heeft de strafverzwaring onrechtstreekse gevolgen. En er is wel degelijk reden tot bezorgdheid. “De vraag is hoe het Openbaar Ministerie daarmee omgaat. Men zal natuurlijk de technieken gebruiken die men mag gebruiken”.

Achterpoortje

Toch waren er ook vroeger al achterpoortjes. “Als men een dossier had met een lage kwalificatie, die ervoor zorgt dat men bepaalde onderzoeksmogelijkheden niet kon gebruiken, kon men er een kwalificatie aan toevoegen die het wel mogelijk maakt om die onderzoekshandelingen te gebruiken. Klassiek is de kwalificatie ‘criminele organisatie’, waardoor men toegang heeft tot quasi alle onderzoeksmethoden.”

De Antwerpse procureur-generaal Yves Liégois pleitte vijf jaar geleden al voor strengere straffen, bovendien zijn hij en zijn voorgangers de wet op het bronnengeheim ook niet genegen.

Dat voorstel van Liégois leidde in 2012 tot een fel publiek debat, met onder meer een kritisch opiniestuk van professor (emeritus) Dirk Voorhoof (UGent). Hij stelde dat het opsporen van een lek in strijd is met Straatsburgse rechtspraak (Ressiot e.a. tegen Frankrijk, 28 juni 2012). “Op die manier het journalistiek bronnengeheim onderuit halen, is volgens het Hof een aanslag op het functioneren van een vrije pers in een democratische samenleving”, klonk het. 

Het opsporen van een lek is in strijd is met Straatburgse rechtspraak

Hij schreef toen ook nog, overigens allerminst in een pleidooi voor het lekken van individuele vertrouwelijke dossiers van privépersonen:

Lekken vanuit een authentieke verontwaardiging, niet (louter) geïnspireerd door eigenbelang, maar ingegeven door sociaal of maatschappelijk engagement, door terechte verontwaardiging, omdat men bepaalde misbruiken of wantoestanden aan de kaak wil stellen, publiek debat wil uitlokken, omdat men wil dat bepaalde praktijken, die niet thuishoren in een democratische rechtspraak, ophouden. Dat soort lekken moet een democratie koesteren.

Pol Deltour, nationaal secretaris van de Vereniging van Vlaamse Journalisten (VVJ), verduidelijkt dat Justitieminister Koen Geens (CD&V) aanvankelijk ook de wet op het bronnengeheim wilde aanpakken. “We zijn toen op het kabinet van minister Geens geweest”, zegt Deltour. “Onze eerste bekommernis was dat er niet aan het bronnengeheim van journalisten geraakt zou worden. Geens heeft dan ook expliciet dat engagement genomen, maar tegelijk bleef hij gehecht aan de verstrenging van het beroepsgeheim aan de kant van de bron. En dat is iets wat we ook niet graag zien, omdat het indirect een gevolg heeft op het journalistieke werk. Mensen worden op die manier afgeschrikt om in vertrouwen informatie vrij te geven. Eigenlijk is het jammer dat bijvoorbeeld de bonden van het overheidspersoneel geen punt hebben gemaakt van deze verstrenging.”

Bij de behandeling van de laatste Potpourriwet verzette geen enkele politieke partij zich tegen de verstrenging van de straffen. De focus bij bespreking van het beroepsgeheim lag bij Groen bijvoorbeeld bij argumenten die ook jeugdwerkers en onderwijsmensen uitten rond deontologische problemen bij het delen van gevoelige informatie met derden.

De redactie van Apache doet aan onafhankelijke onderzoeksjournalistiek die macht bevraagt en misbruik van de macht wil blootleggen. Maar journalisten hebben wel harde bewijzen nodig, en die kunnen nog altijd op verschillende veilige manieren gedeeld worden.

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books