Waarom België niet in oorlog is

 Leestijd: 6 minuten0

“De bommen die op de luchthaven van Zaventem en in het metrostation Maalbeek ontploften, zijn niet uit de lucht komen vallen.” Met zijn boek ‘Jihadi’s in België’ voorziet emeritus hoogleraar criminologie Paul Ponsaers de recente terreur van historische context. Uit het patchwork aan informatie dat ons via de media bereikt, destilleert hij een historisch overzicht dat de huidige generaties jihadi’s linkt aan de vergeten “veteranen van de terreurscène”.

“In het mobieltje van Hasna Ait Boulahcen (de nicht van Abdelhamid Abaaoud – JW) vinden de politiemensen een foto. Op de foto staat naast Abdelhamid Abaaoud lachend Farid Melouk. Het lijkt er fel op dat de foto genomen is in Syrië, waar hij een trainingskamp heeft opgericht voor het gebruik van wapens.”

‘Met een beter begrip van de historische continuïteit is er een kans om gedrag voorspelbaar te maken en wordt het mogelijk om erop te anticiperen.’

Met deze cruciale passage maakt Paul Ponsaers de centrale these van zijn boek ‘Jihadi’s in België’ in één keer duidelijk. Melouk die Abaaoud ontmoet in het kalifaat, dat is een lid van het Algerijnse GIA-netwerk dat in 1995 een moorddadige reeks van aanslagen pleegde in Frankrijk die de coördinator van de terroristische aanslagen in Parijs van november 2015 ontmoet. Melouk werd bovendien door de inlichtingendiensten gespot aan de zijde van onder meer Chérif Kouachi, die samen met zijn broer Saïd de aanslag op Charlie Hebdo zal plegen.

Twee generaties jihadi’s die vlot in elkaar overvloeien, voor Ponsaers bewijs dat de huidige generatie meer dan schatplichtig is aan hun voorgangers.

Abdelhamid Abaaoud, de coördinator van de aanslagen op de luchthaven van Zaventem, ontmoette in Syrië een lid van het Algerijnse GIA-netwerk dat in de jaren negentig een reeks aanslagen in Frankrijk pleegde. (Foto: Belga (c) Yorick Jansens)

“De bommen die op Zaventem luchthaven en in het metrostation Maalbeek ontploften, zijn niet uit de lucht komen vallen. Zij vormen het culminatiepunt van een lange voorgeschiedenis. Die voorgeschiedenis gaat tot ver terug in de tijd, minstens tot begin 90-er jaren”, schrijft Ponsaers aan het eind van zijn boek, nadat hij gedurende tweehonderd pagina’s het doen en laten, komen en gaan heeft beschreven van de eerste en tweede generatie jihadi’s die op één of andere manier met België verbonden zijn.

Algerije

Via het Algerijnse GIA-netwerk strijken de jihadi’s in ons land neer.

Ponsaers, ex-journalist van De Morgen en emeritus hoogleraar criminologie (UGent) volgt al jaren de politiediensten in België en Europa op de voet. Voor zijn gedetailleerde who’s who van het Belgische jihadimilieu gaat hij terug tot het ontstaan van Al Qaida in Afghanistan en de voortschrijdende radicalisering van de Algerijnse kwestie.

De neergang van de Algerijnse onafhankelijkheidsbeweging FIS (Front Islamique du Salut) en de opkomst van de eveneens Algerijnse terreurorganisatie GIA (Groupe Islamique Armé) zal uiteindelijk een cruciale rol spelen. Het is via het GIA-netwerk dat de jihadi’s in ons land neerstrijken en hun gedachtegoed beginnen te verspreiden.

Zo is er bijvoorbeeld de Algerijn Djamel Beghal, een prominent lid van de GIA, die veel reist tussen Duitsland, België, Nederland en Spanje. Hij is de man die Nizar Trabelsi overtuigt om naar Afghanistan te gaan en die geboekstaafd staat als de ‘goeroe’ van Chérif Kouachi en Amedy Coulibaly. Coulibaly is de man die twee dagen na Charlie Hebdo de aanslag pleegde op de Parijse joodse supermarkt in 2015 en de wapens daarvoor via contacten in België kocht.

Historische continuïteit

Het is Ponsaers net te doen om deze opvallende historische continuïteit tussen generaties van jihadi’s. Die gaat ons al te vaak verloren. Onze kijk op het internationaal terrorisme wordt in grote mate bepaald door wat we via de filter van nieuwsmedia voorgeschoteld krijgen. Individuele feiten volgen elkaar in sneltempo op, waarbij enig panoramisch overzicht op het geheel van individuen, netwerken en groeperingen ons ten langen leste ontgaat.

De ‘veteranen van de terreurscène’ zijn de dragers van de technische kennis en ervaring die wordt doorgegeven.

De historische verbanden ontglippen ons, waardoor we, ondanks de decennialange aanwezigheid van terroristische netwerken op ons grondgebied, nog steeds verbaasd waren toen ons kleine land getroffen werd door jihadistische terreur. Evenwel, schrijft Ponsaers, is er met een beter begrip van deze historische continuïteit kans om gedrag voorspelbaar te maken en wordt het mogelijk om erop te anticiperen.

Nochtans zijn intussen lang vergeten figuren als Beghal en Melouk van cruciaal belang, meent Ponsaers. “Het zijn als het ware personen die het ‘klappen van de zweep’ kennen en daarom ook als identificatiepersonen fungeren. Het gaat om de ‘veteranen van de terreurscène’, de ‘helden’. Het zijn zij die de dragers zijn van de technische kennis en ervaring die wordt doorgegeven”, schrijft Ponsaers.

Inner circle

Het doorgeven van die kennis en ervaring gebeurt in wat hij “differentiële associaties” noemt. Ponsaers bouwt daarmee verder op de theorie van socioloog Edwin Sutherland, die met zijn theorie alle vormen van criminaliteit wil verklaren. Het komt erop neer dat iemand crimineel gedrag wordt aangeleerd binnen deze ‘differentiële associatie’, de nabije sociale omgeving en intieme persoonlijke groepen. Criminaliteit wordt aangeleerd in interactie met andere personen.

Binnen die groepen wordt niet enkel de zeer praktische kennis – het maken van explosieven – aangeleerd, maar evengoed de theorieën en denkkaders die als motivering en verantwoording voor het plegen van terroristische daden dient.

Naast het belang van een aantal centrale identificatiefiguren benadrukt Ponsaers ook dat van de rekruteringscirkels waarbinnen ze opereren. Sharia4Belgium is daar natuurlijk het bekendste voorbeeld van. “Jihadi’s, zelfs zogenaamde lone wolves, handelen niet alleen”, schrijft Ponsaers.

De broers Kouachi, de broers Abdeslam, of Abaaoud die zich schuilhoudt bij een nicht, die familiale banden zijn geen toeval.

Die inner circle bestaat niet toevallig uit mensen uit de directe sociale omgeving. De broers Kouachi, de broers Abdeslam, of Abaaoud die zich schuilhoudt bij een nicht, die familiale banden zijn geen toeval. Het verklaart ook waarom het Franse stadje Trappes, waar 60 tot 80 van de 30.000 inwoners afreisden naar Syrië om IS te vervoegen, vandaag het bastion van het Franse Jihadisme genoemd wordt.

Ponsaers maakt de vergelijking met de Italiaanse maffia. Daar steunt men evenzeer in belangrijke mate op familiale banden. “Men gaat er impliciet van uit dat men elkaar kan vertrouwen, dat niemand zijn mond voorbij praat buiten het referentiesysteem, dat er voldoende know-how aanwezig is binnen datzelfde systeem.”

Zaoui

In zijn chronologische oplijsting springt Ponsaers van de ene terrorist naar de volgende terreurcel en een al dan niet geslaagde aanslag. Met ons land als rode draad, op zoek naar verbanden tussen België en het internationaal terrorisme. Niet alleen de jihadi’s met de Belgische nationaliteit passeren dus de revue, ook eerder aangehaalde buitenlandse sleutelfiguren of tijdelijke passanten worden door Ponsaers gecatalogeerd.

Er passeert een rist namen waarvan de ene al langer blijft plakken dan de ander. Het maakt het lezen er niet makkelijker op, maar uiteindelijk komen verbanden bovendrijven, kunnen netwerken ontwaard worden, waarbij een aantal ringleaders meer dan eens terugkomt. Melouk en Beghal zijn er slechts twee van.

“In Afghanistan, en later in Irak en Syrië, worden strategieën uitgezet die tot uitvoering worden gebracht door Europese rekruten, die wellicht zelden de volledige draagwijdte van hun acties begrepen.”

Er is ook Ahmed Zaoui, een Algerijnse vertegenwoordiger van het FIS die zich in 1993 in België vestigt en hier in contact komt met Tarek Maaroufi, een Belgische imam van Tunesische origine. Maaroufi, lid van het Islamitisch Tunesisch Front (ITF), de gewapende arm van het verzet tegen het Tunesisch presidentieel regime, wordt ervan verdacht een tijd te hebben doorgebracht in een opleidingskamp in Afghanistan.

Na een huiszoeking wordt duidelijk dat Zaoui in contact staat met belangrijke leden van het GIA. Op 1 maart 1994 komt de Belgische politie in actie en arresteert een dozijn vermeende GIA-leden, ondermeer Ahmed Zaoui en Tarek Maaroufi. Zware wapens, munitie en valse papieren worden in beslag genomen. Het netwerk heeft banden met de brede diaspora van Afghaanse veteranen.

Zaoui zal uiteindelijk worden vrijgesproken, wegens onvoldoende harde bewijzen. Maaroufi krijgt wel een straf, voor illegale wapenhandel.

Later zal blijken dat het netwerk van Ahmed Zaoui wellicht onderschat werd door de Belgische veiligheidsdiensten. Zo stond het netwerk in contact met GIA-leden die in 1995 een reeks van dodelijke aanslagen zullen plegen in Parijs. Het is hier, in België, bij Ahmed Zaoui, dat de aanslagencampagne van 1995 wordt beraamd en voorbereid.

De moord op Massoud

Maaroufi was op zijn beurt betrokken bij de moordaanslag op commandant Ahmed Chah Massoud, twee dagen voor 9/11. Massoud was een van de leiders van de Afghaanse Noordelijke Alliantie die strijd voerde tegen de taliban. Het was Maaroufi die de uiteindelijke moordenaars van valse papieren voorzag.

‘Het gaat niet om oorlog in ons land, het gaat om brutale criminaliteit, niets meer of minder.’

De moordenaars, die bij de aanslag zelf het leven lieten, deden zich voor als Belgische journalisten en geraakten zo tot bij Massoud, waarop ze één of meerdere bommen lieten afgaan. Met de moord op Massoud, de belangrijkste tegenstander van de taliban, verzekerden Al Qaida en Osama Bin Laden zich – twee dagen voor 9/11 – van de steun van de taliban.

De moord op Massoud is voor Ponsaers een illustratie van het cynisme en opportunisme van de leiding van terreurgroeperingen als Al Qaida of IS. Het geopolitieke keerpunt dat de moord op Massoud betekende, maakt voor Ponsaers duidelijk dat “in Afghanistan, later in Irak en Syrië, strategieën worden uitgezet, die tot uitvoering worden gebracht door Europese rekruten, die wellicht zelden de volledige draagwijdte van hun acties begrepen.”

Die leiders maakten en maken nog steeds gebruik van geradicaliseerde en geïndoctrineerde jonge rekruten. Ponsaers bestempelt die jongeren als handpoppen die misbruikt en opgeofferd worden voor doeleinden waarvan ze nauwelijks enig benul hebben.

Brutale criminaliteit

cover jihadiPonsaers wil niet weten van de oorlogsretoriek die momenteel in België en Europa weerklinkt. Natuurlijk speelt het militaire op het terrein in Syrië, Irak en elders een rol, maar de terreurcampagne die IS voert tegen het Westen weigert Ponsaers als oorlog te erkennen. “Het gaat niet om oorlog in ons land, het gaat om brutale criminaliteit, niets meer of minder”, schrijft hij.

“Het definiëren van terreur op Belgisch territorium als oorlog komt erop neer dat de Belgische staat de definitie van de terroristen overneemt, waarbij deze laatsten, als niet-statelijke actoren, de oorlog verklaard hebben aan eenieder die tegen hun aspiraties op het vestigen van een allesomvattende Islamitische Staat ingaat.”

Het boek “Jihadi’s in België. De route naar Zaventem en Maalbeek” (252 blz., ISBN: 9789046608937) is verschenen bij Uitgeverij Maklu.

Auteur: Jan Walraven

Jan Walraven studeerde af als master journalistiek (2010) en master internationale politiek (2012) aan de universiteit van Gent. Sinds april 2015 schrijft hij voor Apache. Daarvoor werkte hij als freelancer in Israël en de Palestijnse Gebieden. Naast het Midden-Oosten, is Jan ook geïnteresseerd in privacybeleid, ruimtelijke ordening, natuurbeleid, openbaar vervoer en energie. Hij tweet af en toe als @jnwlrvn.

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books