‘Je kan niet je hele leven schuilen in een hutje op de heide’

 Leestijd: 14 minuten0

Gedreven werknemers zitten vandaag steeds vaker thuis met een burn-out. Alle stigmatisering van psychosomatisch zieken ten spijt, kent de groep een explosieve groei. In die mate dat Minister van Volksgezondheid Maggie De Block burn-out als beroepsziekte wil erkennen, maar tegelijk ook inzet op zo snel mogelijke terugkeer naar de werkvloer.

En omdat een tegelspreuk ooit zei dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken, blijkt repressie van zowel bedrijf als werknemer het enige redmiddel. Kortom, de minister weet er zich ook geen raad mee.

Burn-out als remedie
Chris Van Camp focust zich de komende weken op het fenomeen burn-out.
Hoewel de ziekte steeds meer en steeds jongere slachtoffers treft, neemt Apache de groep van ‘uitgeblusten’ onder de loep die zich niet zonder slag of stoot terug naar de (werk)stal laten drijven: de zelfhelende mens die naar zingeving zoekt.

A good thing turned bad

En maar peilen en maar tellen om tot krantenkoppen te komen in de stijl van ‘Helft Vlaamse werknemers verwacht ooit burn-out’. Hoe impressionant ook, het blijft een topje van de ijsberg. Want wat met freelancers, studenten, ondernemers en werklozen die zich van alle energie gedraineerd voelen? Het zijn er niet minder, maar ze blijven statistisch onder de radar.

Heel openhartig? Toen ik in 2005 na zeven jaar internet-pionieren het gevoel kreeg dat ‘a good thing turned bad’, overviel me iets dat je als een burn-out zou kunnen omschrijven. Plots brokkelde mijn hele bestaan – werk en privé, die nauw verbonden waren – af, tot ik op het puin van wat ooit was voor me uit zat te staren. Zonder valnet krijg je dan in geen tijd een faillissement cadeau. Nog meer sloop.

Ik kon maar niet achterhalen wat precies de dominostenen had doen vallen, tenzij mijn eigen ingebouwd sabotagemechanisme. Het was niet de eerste keer dat ik mezelf verloor. Ik zocht hartstochtelijk naar een passende diagnose. Dat zouden anderen begrijpen, daar waren remedies voor. Jammer maar helaas. Als vanouds kwam ik er terug bovenop. Beter.

Een wijze vriendin antwoordde op mijn relaas alleen: google Dabrowski eens. Het was het mooiste cadeau dat ik ooit kreeg. De kennismaking met zijn ‘Positieve Desintegratie Theorie’ was als thuiskomen. Of liever: het voelde als na een lange tocht door een onherbergzaam landschap eindelijk een stafkaart te zien krijgen en beseffen van hoever je komt en waar je zoal naartoe kan. De (lijdens)weg kreeg zin in het licht van het noodzakelijke traject om de volgende droge plekken te bereiken en boven de nevel uit te stijgen.

Freelancers, studenten, ondernemers en werklozen die zich van alle energie gedraineerd voelen blijven statistisch onder de radar

Ik zag ‘het leven’ niet langer als een pijnlijke, vaak vernederende hinderlaag. Een bijna mystiek moment. Desintegratie is een spiegelbegrip voor ‘het gevoel’ uiteen te vallen, geparalyseerd te zijn. Niet eens down maar eerder verloren. Hét kwijt zijn: de controle, dat wat je gisteren nog typeerde.

Ik schreef er een column over voor sociaalnet.be. Een academica uit Vlaanderen reageerde op mijn schrijfsel met de nodige argwaan en protectionisme. Alsof ik aan de haal ging met haar uitvinding, waarover ze tot nader onderzoek wou zwijgen.

Wie heel enthousiast reageerde was Lotte van Lith, een Nederlandse experte in TPD (Dabrowski’s Theory of Positive Desintegration), die in haar privépraktijk in Amersfoort heel wat bijzonder intelligente mensen begeleidt van crash naar crash, van inzicht naar omgang en expressie. Door de dynamiek van haar enthousiaste mail vermoedde ik een soort bevreemdende verwantschap. Ik stapte prompt op de trein naar Amersfoort. Lotte wou wel praten, graag zelfs. Over Dabrowski en meer.

Lotte Van Lith (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)
Lotte Van Lith (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

Gewoonlijk ‘lees’ ik interieurs, maar uit de nette nieuwbouw even buiten de stad kon ik weinig conclusies trekken. Wat me meteen opviel was de Mensa Award die deel uitmaakte van de bibelots op haar dressoir. Was ze misschien zo’n wonderkind? Want de slechts 31-jarige Lotte zag er nog jonger uit dan ze al was, als een onbeschreven blad bijna. Een rank tienerlijfje en een zelfs van expressierimpels bespaard gelaat. Maar wanneer ze sprak, straalde ze de wijsheid van een oude filosoof uit.

Nog doordrongen van de argwaan die de Vlaamse academica over me heen goot, vertelde ik eerst teveel over mezelf. Misschien goed, want het bleek pasmunt voor de schroomloze eerlijkheid van Lotte. Nee, ze volgde geen opleiding psychologie. Ze begon met Communicatiewetenschappen en is toen de linguïstische kant op gegaan. De literatuurwetenschap heeft haar uiteindelijk het meest gevormd. Hoe werd ze dan zo’n groot pleitbezorger van de in 1980 overleden Poolse psycholoog en psychiater Dabrowski en zijn theorie van Positieve Desintegratie?

Positieve desintegratie

De theorie van positieve desintegratie (TPD), geformuleerd door de Poolse psycholoog en psychiater Kazimierz Dąbrowski (1902-1980), is een humanistische persoonlijkheidstheorie. De theorie beschrijft hoe individuen zich in vijf niveaus tot een persoonlijkheid kunnen ontwikkelen.

Centraal staat dat een gevoelig zenuwstelsel en andere aangeboren eigenschappen van een individu in wisselwerking met diens sociale omgeving kunnen leiden tot gevoelens van ‘anders zijn’, of zelfs tot existentiële angsten, burn-out, depressies en andere psychoneurosen.

Volgens Dąbrowski is dit vaak echter geen teken van geestesziekte, maar juist van een hoog ontwikkelingspotentieel. Door psychoneurosen ontpopt zich namelijk in een individu een toenemend vermogen zichzelf te definiëren en overeenkomstig te gedragen. Dit maakt individuen autonomer en daarmee beter in staat een persoonlijkheid te creëren.

Lotte: “Zeven jaar geleden tipte een inmiddels goede vriend mij over Dabrowski. Ik stond op een datingsite en uit mijn profiel kon hij afleiden dat ik me erin zou herkennen. Ik kon me er meteen in vinden, Dabrowski had het over iets wat met mijn ervaring strookte. Ik ging toen door een emotionele periode. De stelling dat innerlijke conflicten ontwikkelingspotentieel in zich hadden, ervoer ik als revolutionair. Het was exact wat ik nodig had, want ik worstelde met verslaving, eetstoornissen… Ik zocht naar allerhande labels, waaronder borderline, om te verklaren waarom het niet echt goed met ging.”

Spiegeling

“Ik overwoog om hulp te zoeken en een paar dagen per week in therapie te gaan, maar bij het intakegesprek, de sollicitatie zeg maar, voelde ik al dat de geboden methodieken hoogstens tot stagnatie zouden leiden. Ik was er te eigenzinnig voor en niet bereid me emotioneel kwetsbaar op te stellen. Ook wanneer ik, op zoek naar een studierichting, een infomoment van een opleiding psychologie bezocht, wekte de inhoud heel veel weerstand bij me op. Het meten van gedrag en vooral het voorbijgaan aan de complexiteit van dingen, voelde intuïtief aan als iets waar ik niet achter kon staan.”

“Het werd dus een persoonlijke zoektocht. Naast de nieuwe inzichten was ook de vriendschap met Maarten, die me op de theorie wees, heel belangrijk. Zijn ervaringen waren gelijklopend, maar toch was hij heel anders. Die mix van contrast en herkenning maakte dat ik bij mezelf kanten ging exploreren die ik voordien erg onderdrukte. Door de spiegeling gaf hij me een totaal andere kijk op mezelf.”

“Voorbijgaan aan de complexiteit van dingen, voelde intuïtief aan als iets waar ik niet achter kon staan”

Ik kan me iets voorstellen bij die vriendschap. Of het nu op papier is of in levende lijve; ontmoetingen met lotgenoten, zusterzielen of verwante geesten zijn enorm intens. Ik ervaar ze zelf als katalysators die op de juiste knoppen drukken om innerlijke processen in gang te zetten. Ze bieden je het comfort van een oase in een wereld die veelal heel beoordelend – zoniet veroordelend – naar je kijkt. De maatschappij heeft het moeilijk met intense, zoekende mensen die zich eigenzinnig, met trial and error, een weg banen. Ze moeten maar eens kalm zijn en conform. Daar zijn zelfs pillen voor.

Lotte: “In mijn ervaring reageerden mensen op voor mij logische reacties als té. Lotte is té gevoelig, té verdrietig, té emotioneel. Misschien was die té bij de minste afwijzing een interpretatie van mij die voortkwam uit mijn grote gevoeligheid. De oorsprong daarvan was – meen ik – niet verder te zoeken dan in de scheiding van mijn ouders, die een enorme impact op me had.”

Het verrast me niet. Heel veel voorbeelden van mensen die zichzelf kunnen vinden in de Positieve Desintegratie Theorie, zijn niet alleen hooggevoelig en intelligent, maar hebben vaak ook een traumatische ervaring in hun kindertijd meegemaakt. Ook voor Dabrowski zelf was die gekwetstheid de aanleiding om zich over de zin van die negatieve ervaringen te buigen.

Lotte Van Lith (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

Lotte Van Lith (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

In de Tweede Wereldoorlog werd hij in Duitsland gevangen genomen, terug in Polen werden hij en zijn vrouw later opnieuw vastgezet onder het Stalinistisch bewind. Dabrowski stelde dat hij geen bestaande theorie kon vinden die zowel het laagste en meeste gruwelijke alsook het meest heroïsche gedrag verklaarde. Toen ook nog zijn beste vriend zelfmoord pleegde, besloot Dabrowski zich te verdiepen in de geestelijke gezondheid. A bad thing turned good. Is emotioneel op je vestingen daveren dan echt een groeiversneller als het op ontwikkeling aankomt?

Uiteenvallen

Lotte: “Nee, niet altijd. Er komen nog andere factoren bij kijken, uiteraard. Niet iedereen heeft wat Dabrowski de Third Factor noemt, de drive, die hele sterke autonomie om die queeste aan te gaan. Ik heb ook de indruk dat heel veel mensen best indrukwekkende vroege ervaringen hebben die niet per se traumatisch hoeven te zijn. Wat voor iemand traumatisch is, blijkt heel persoonlijk.”

“Maar je zou wel kunnen zeggen dat het hele Dabrowski-model op een bepaalde manier  over posttraumatische groei gaat. Telkens men een fase van desintegratie – van uiteenvallen zeg maar – meemaakt, kan men daarna spreken van posttraumatisch groei. Het zijn immers de emoties die de ontwikkeling aansturen en die zijn bij een trauma heel sterk. Je zou kunnen zeggen dat het over situaties gaat die volgens jou ‘levensbedreigend voor je zijn, voor wie je bent’. En zo kan je ook een werkomgeving of de maatschappij ervaren. Het verweer ertegen legt een drang naar authenticiteit bloot, wat eigen is aan mensen met een groot groeipotentieel.”

Ik vraag me af hoeveel mensen die in de burn-outcijfers opgevoerd worden, eigenlijk vallen onder de persoonlijkheden wiens ontwikkeling een aaneenschakeling is van zware, innerlijke conflicten die uiteindelijk louterend werken. Hebben ze dan wel burn-outs? Sinds de term bestaat wellicht wel. Voordien schurkten ze tegen de neurose aan. Maar eigenlijk doen ze in een soort mentaal boothcamp aan zelfeducatie, toch? Misschien moeten we ze geen ziekteverlof, maar educatief verlof geven?

Telkens men een fase van desintegratie, van uiteenvallen meemaakt, kan men daarna spreken van posttraumatisch groei

Lotte: “Burn-out is natuurlijk een containerbegrip. Ik ga het nooit als referentie voor een volledige diagnose gebruiken. Maar wanneer iemand naar mij als coach toekomt en zelf als definitie van wat er mis gaat burn-out aangeeft, dan ga ik vooral kijken waarom die persoon dat aanneemt. Ziet hij of zij burn-out als een groeiproces, of als een veilige schuilplaats om op adem te komen bij een klassieke oververmoeidheid?”

“Uiteraard door de manier hoe ik me voorstel en door de link met de Positieve Desintegratie Theorie, komt een bepaald soort begaafde personen op me af.  Uiteindelijk gaat het om emoties herkennen en bekijken hoe je daarmee omgaat. En zijn we aanbeland bij de overexitabilities, de overprikkelbaarheden, die Dabrowski indeelt in 5 hoofdtypes: psychomotorische, zintuiglijke, intellectuele, voorstellende en emotionele. Hij benadrukte dat vooral de laatste drie cruciaal zijn voor ontwikkeling en in het bijzonder dat emotionele overprikkeling de drijfveer is achter verregaande, persoonlijke ontwikkeling.”

“Dabrowski was ervan overtuigd dat levenskeuzes gemaakt moeten worden met het bewustzijn van de eigen emotionele reactie op een situatie en niet enkel op rationele en intellectuele basis. Dus daar gaan we naar op zoek. We gaan niet slechts iemands overprikkelbaarheden in kaart brengen. Dat is ook geen statistisch gegeven, als in ‘dat is het en verklaart alles’. Zo van: je voorstellende overprikkelbaarheid is het sterkst, dus bij de minste impuls gaat je fantasie in overdrive. Nee, hoe intelligent en begaafd ook, het blijven integraal kwetsbare mensen. Je moet alles altijd heel inclusief bekijken, alles in verband met alles. Hoe complex dat ook is.”

Moederkoek

Het unieke aan Dabrowski binnen de verschillende theorieën en strekkingen – die een pad naar verlichting aanwijzen en een veelal spiritueel evolutief proces voorstaan – is dat hij ‘de mens niet afvallig is’. Hij zet onze kleinmenselijkheid niet neer als een erfzonde, maar als een soort moederkoek waarin we de juiste voeding vinden om onze groei uit te putten, een orgaan dat we opvreten.

Mijn mens-zijn mogen aanvaarden en de negatieve krachten en conflicten mogen omarmen als noodzakelijk kwaad (dus goed) heeft mij verzoend met mijn parcours. Maatschappelijk zijn we in onze bange behoudsgezindheid gefixeerd op herstel naar de fase van voor het ‘misging’. Die kennen we, die benoemden we al. Weer ‘de oude’ worden, is iets wat men je toewenst bij een burn-out. Maar is dat wel de bedoeling? Kan dat? Hoor en lees je niet steeds vaker dat men na een initiële, paralyserende shock deze time-out aangrijpt om een metamorfose te ondergaan?

Weer ‘de oude’ worden, is iets wat men je toewenst bij een burn-out. Maar is dat wel de bedoeling?

Lotte: “Wanneer je dat doet en dingen veranderen, dan is de kans groot dat je je focus verlegt. Dat je aan bepaalde dingen minder belang hecht, aan andere meer. Onvermoede leiderschapskwaliteiten die eerder misschien tot conflict leidden, kunnen bovenkomen. Wanneer je dan terugkeert naar een omgeving die niet op die evolutie had gerekend en rigide is, ontstaan er nieuwe conflicten. Door je innerlijke groei zal je echter weerbaarder geworden zijn en er anders mee omgaan. Misschien pas je er niet meer en moet je het elders zoeken, een volgend hoofdstuk aansnijden. Dat zijn confrontaties die je moet aangaan, je kan niet in een hutje op de heide voor de rest van je dagen schuilen.”

Wordt er vanuit de bedrijfswereld en overheid dan niet totaal verkeerd omgegaan met deze behoefte aan groei? Ook al ligt het idee levenslang leren op tafel, in de praktijk is er weinig ruimte en aanmoediging voor. Er loopt een mooi spotje voor een opleidingsaanbod op de Nederlandse televisie: ze vragen aan kleine kinderen wat ze willen worden. De een zegt brandweerman, de ander piloot. Dan vragen ze een middelbare man achter een bureau wat hij later wil worden. De vraag verrast hem compleet. Is hij dan geen ambtenaar of zo? En dan antwoordt hij nog niet eens: ‘mijn betere zelf’.

Lotte Van Lith (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)
Lotte Van Lith (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

Lotte: “Het zou te simpel zijn om te stellen dat we tot ons 25ste jaar ontwikkelen en daarna niet meer. Toch wordt daar vaak vanuit gegaan. Als je dan ziet dat dezelfde routines bij mensen van alle leeftijden plots weerstand kunnen oproepen en conflict teweegbrengen, dan weet je dat het niet zo is. In het beste geval blijven we groeien.”

Epidemie

“Maatschappelijk is het moeilijk om met dat niet-statisch gegeven om te gaan. Dat wekt angst op en vanuit die angst zet men in op controle in plaats van de moeite te nemen om het te begrijpen en er kansen tot collectieve groei in te zien. Maar voor individueel maatwerk is er vaak geen budget. Dus toch maar weer quantificeren, zoveel procent terug aan het werk. Reduceren van de schade en iedereen weer terug in het gareel.”

“In die zin kom je dan bij het bekijken van zo’n individuele reactie op de omgeving als een beroepsziekte, die dan ook nog eens een epidemie blijkt te zijn. Angstgestuurd gedrag en de daaruit voortvloeiende beslissingen zijn beperkend, zowel voor een individu als voor een overheid. De vraag is: wat wil men precies bereiken? Heel paradoxaal kan een overheid net zo goed ruimte en aandacht aan het individu geven, op welke manier dan ook. Zo doen we collectief voordeel met een individueel proces.”

“Maatschappelijk vind ik het een belangrijk besef dat we, rijk en arm, allemaal emotioneel kwetsbaar zijn”

“Er zou sowieso meer aandacht moeten komen voor psycho-educatie in de opvoeding en op school, we moeten ook therapeutische leerdoelen stellen. Tenslotte is het een gedeelde verantwoordelijkheid om goed voor onszelf te zorgen. Dat vraagt natuurlijk een investering. Maatschappelijk vind ik het een belangrijk besef dat we, rijk en arm, allemaal emotioneel kwetsbaar zijn. Die kwetsbaarheid, hoe hyperindividueel ze in oorsprong ook is, werkt verbindend.”

Hoe meer ik er over te weten kom, hoe evidenter het me lijkt dat Dabrowski na een bewogen leven van vorsen en studie binnen zijn eigen vakgebied angstvallig herleid wordt tot een vage voetnoot. Om er iets bij te kunnen voorstellen, in een gesprek met de psycho household name in Vlaanderen, Dirk De Wachter, over zijn boek Borderline Times, bleek dat hij Dabrowski niet eens kende. De studiegroep aan de VUB over zijn theorie werd na enkele jaren in 2008 weer opgedoekt.

Zou het kunnen dat Dabrowski’s theorie een bedreiging vormt voor de diagnostiek zoals die opgedrongen wordt door de DMS-bijbel (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, red.) van steeds uitdeinende psychische stoornissen? Dat zijn vertrouwen in de zelfhelende kracht en het groeipotentieel van de autonoom denkende mens de afhankelijkheidsrelatie tussen therapeut en ‘patiënt’ overbodig zou maken?

(Zelf streefde Dabrowski ernaar de mensen die hij begeleidde niet meer dan vijf keer te zien, meer leek hem overbodig).

Stuit Lotte, die vooral door zelfstudie op basis van bronteksten en Canadese en Amerikaanse publicaties en colloquia de experte werd die ze is, niet op sceptische reacties vanuit de klassieke psychologie?

Kleinmenselijk

Lotte: “Op lezingen krijg ik vanuit de hoek van de meer traditionele psychologie soms wel heel kritische vragen. Vooral dan: ‘hoe ga je dat empirisch toetsen?’ Ja… moet dat dan? Dat is een filosofische wedervraag. Het gebeurt wel, maar ik ben zelf geen empirist.”

“Maar een bepaald segment van psychologen staat ook wel open voor Dabrowski en heeft er in ieder geval interesse voor. Ook voor de manier waarop ik met mijn doelgroep omga. Ik werk vooral met spiegeling van de persoon die ik voor me heb. Dat maakt het ook een boeiend proces voor mij. Het zijn hoogbegaafde mensen met een zucht naar zelfverwerkelijking, maar die honger heb ik ook. Ik gooi mij er ook in met grote intensiteit en veel eerlijkheid. Ik werk vanuit mijn persoonlijke ervaring afgetoetst aan de Positieve desintegratie Theorie.”

“Mijn eigen bevindingen en processen werken vaak inspirerend voor anderen. Zo is het een voedingsbron voor ontwikkeling voor alle partijen. Er is interactie, dat triggert heel complexe reacties. Ik reik hen ook dingen aan waar ze zelf mee aan de slag kunnen. De literatuur, die mijn achtergrond is, vormt ook een goede leerschool. Ze leert je ontzettend veel over empathie bijvoorbeeld. Je gaat op reis, je leeft mee met een personage.”

Wanneer ik terugblik, zijn de levens van anderen voor mij altijd al een houten been geweest. Ik viel erop terug omdat iets me weerhield om mijn rolmodellen binnen mijn (familie)kring te zoeken. Vooral aan vrouwelijke rolmodellen ontbrak het mij. Ik zocht niet zozeer stichtende voorbeelden met grote idealen en een voorbeeldige levensloop, maar bondgenoten in het kleinmenselijk zijn. Ik vond ze in Flauberts Madame Bovary, de eenzaat uit Huysmans Op drift, in The Outsider van Colin Wilson, in zowat alles van Boudewijn Büch en Woody Allen…

Hoogbegaafd

Mijn honger val niet te stillen. Weken later zit ik in de klas bij Novilo in Utrecht, waar Lotte de opleiding ‘Dabrowski TPD’ geeft. Ze is een beetje uit haar comfortzone, maar desintegreert net niet. Novilo is een opleidingscentrum op het gebied van hoogbegaafdheid in Nederland voor leerkrachten en begeleiders.

Terwijl in Vlaanderen alles wordt ingezet op het meetrekken van de achterblijvers en er bijna een taboe rust op hoogbegaafdheid, ziet men in Nederland wel in dat deze groep ook de juiste begeleiding en prikkels nodig heeft om niet uit te vallen. Heel veel hoogbegaafden, die het zelfs niet beseffen, kampen met onderprestatie en leerproblemen. Ze krijgen echter veelal de verkeerde hefbomen aangereikt om er uit te komen.

Maar hier in Utrecht vult het Dabrowski-klasje zich met ouders annex therapeuten van hoogbegaafde kinderen die hen willen steunen en begrijpen. De theorie die eigenlijk komaf maakt met de behandeling van allerlei diagnoses, maar toch elke vorm van ondersteunende therapie toelaat, stuit blijkbaar bij veel therapeuten onder ons op weerstand. Ook de manier en de intensiteit waarmee Lotte haar kennis deelt, de enorme volumes leesvoer en bronnen die ze op ons loslaat, krijgen sommigen niet meteen verteerd.

“Met hoge intelligentie alleen kom je er niet, je moet ook die derde factor hebben, die gedrevenheid om te groeien”

De manier waarmee ze ons snel de koppeling laat maken tussen eigen ervaringen en de belangrijkste elementen van de theorie, is ingenieus. Ik geniet. Na elke lange lesdag lopen we samen van het instituut naar het station in Utrecht. Dan komen de vragen. Een vraag die zich opdringt, is die onlosmakelijkheid van hoogbegaafdheid. Ik blijf bijvoorbeeld ver weg van IQ-testen, maar voel me heel erg thuis in het profiel dat Dabrowski voorlegt. Hoe komt dat?

Lotte: “Met nauw gedefinieerde, hoge intelligentie alleen kom je er niet, je moet ook die derde factor hebben, die gedrevenheid om te groeien. Bovendien focuste Dabrowski niet op de klassieke IQ-testen, maar hij baseerde zich veelal op kunstenaars hun biografie om te achterhalen of ze hoogbegaafd waren. Die hoogbegaafdheid is niet louter cognitief, daar is de emotie een te belangrijke factor voor. Die overprikkelbaarheden die maken dat je meer dan gemiddeld openstaat voor allerhande impact, speelt mee. Bijzondere talenten op een bepaald vlak, scheppend, intuïtief, empatisch. Dus in die zin zijn veel meer mensen hoogbegaafd dan in de enge, louter cognitieve zin van tegen de tijd ruimtelijke vraagstukken oplossen en reeksen ontdekken.”

“In de praktijk en theoretisch herken ik de beschrijvende definitie van het Delphi-model, dat als definitie geeft: ‘een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren’.”

En die Mensa Award…?

Lotte: “Ik ben geen lid van Mensa, maar Mensa Nederland heeft me al eerder een beurs gegeven om te gaan spreken op een TPD-congres in Canada. Het Mensa Fonds Awards programma waardeert mensen die het verschil hebben gemaakt als het gaat om hoogbegaafdheid. Ze gaven me de award omdat ik op een creatieve en multidisciplinaire manier mensen motiveer om hun hoogbegaafd talent te benutten.”

Huiswaarts treinend, worstel ik met de opdracht die we kregen. Hamvraag: wat is de Theorie van Positieve Desintegratie voor JOU? Verrassende vraag. Alsof ooit iemand er wat mee in zat wat gewone stervelingen van Freud, Jung of Nietzsche vonden.

Een westers antwoord op boeddhisme, waarbij het mens-zijn niet wordt verloochend als kiem voor groei, en de unieke individuele persoonlijkheid niet hoeft verzaakt te worden ten behoeve van het al. Hoewel TPD qua waarden en Jezusgehalte Christelijk geïnspireerd lijkt, is het uitgangspunt dat de mens met groeipotentieel alles in zich heeft om zichzelf en de wereld te sublimeren en dus niet afhankelijk is van een externe macht.

TPD is een bevrijding van de enge kijk op intelligentie waarbij emoties en intuïtie (omschreven als vrouwelijke eigenschappen) ondergewaardeerd worden en louter op basis van cognitieve intelligentie hoogbegaafdheid wordt gemeten. Een komaf met de verheerlijking van de zogenaamde norm voor geestelijke gezondheid, een halt aan het vermijden van innerlijk conflict en het als ziek bestempelen van processen die uiteindelijk tot persoonlijke groei leiden.

Lotte schreef als feedback: ‘Amen’. Humor heeft ze ook.

Lotte Van Lith (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

Lotte Van Lith (Foto: Apache © Sigrid Spinnox)

Auteur: Chris Van Camp

Chris Van Camp deed alles wat je schrijvend (voorlopig) ongestraft kan doen. Ze schreef columns voor Apache, De Morgen, Klara en Knack, theaterteksten en boeken.

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books