Gemeentes en OCMW’s proberen daklozen te weren

 Leestijd: 4 minuten

0

Een dakloze die moet bewijzen dat de brug waaronder hij slaapt al enkele maanden zijn thuis is, of een sociaal assistent die ’s nachts in het park een aanwezigheidslijst invult. Het zijn geen fictieve voorbeelden. Daklozen moeten een postadres hebben om bepaalde zaken te kunnen regelen, maar hebben het erg moeilijk om zo’n adres te bekomen. Manuel Chiguero, spreekbuis voor daklozen, spreekt van een besparingsmaatregel, “want wie een postadres krijgt, heeft misschien ook recht op een leefloon.”

Daklozen hebben een referentieadres nodig om post te ontvangen, een nieuwe identiteitskaart aan te vragen, een uitkering te ontvangen of te stemmen. Wie geen woonplaats heeft, kan een postadres opgeven bij vrienden of familie, maar daklozen hebben vaak juist een erg beperkte sociale kring. Bovendien hebben vrienden en familieleden angst voor problemen met bijvoorbeeld schuldeisers, ook al kan een deurwaarder niet aankloppen bij zo’n referentieadres. Daarom zijn daklozen vaak aangewezen op het OCMW.
Extra voorwaarden
OCMW’s maken het voor daklozen vaak extra moeilijk. Dat blijkt uit een recent rapport van Netwerk Tegen Armoede. De meest recente gegevens dateren van 2010. Toen kende 75% van de kleine OCMW’s, 65% van de middelgrote en de helft van de grote OCMW’s zelden tot nooit referentieadressen toe.

Dit artikel is enkel toegankelijk voor leden