Amnes(t)ie: kennen Vlaams-nationalisten hun geschiedenis niet?

 Leestijd: 6 minuten4

Historicus Koen Aerts begrijpt het niet. Toen ‘een significant deel” van de Vlaamse Beweging verbrand uit de Tweede Wereldoorlog kwam, hekelde het Vlaams-nationalisme de bestraffing van de collaboratie als een vorm van staatsterreur. Hoe komt het dan dat Vlaams-nationalistische historici als Bart De Wever, Peter De Roover en Pol Van den Driessche vandaag met weinig schroom uit eenzelfde vaatje tappen?

Als Kamer en Senaat begin juni 1983 een speciale zitting houden ter nagedachtenis van prins Karel die enkele dagen eerder zijn laatste adem laat, blijft de Volksunie afwezig. De Vlaams-nationalistische partij wil daarmee protesteren tegen de naoorlogse executies onder zijn bewind.

Twaalf geweerlopen

Na de Tweede Wereldoorlog, wanneer Karel als regent tussen 1944 en 1950 de troon warm houdt, stelt België 242 personen terecht. De dood met de kogel. 237 onder hen zijn Belgen, waarvan 44% Nederlandstalig en 56% Franstalig. De meesten onder hen hebben bloed aan hun handen, rechtstreeks of onrechtstreeks. Het vuurpeloton legt aan op sadistische beulen waarvan de wandaden de maag doen keren, Gestapo-agenten en verklikkers die door infiltratie in verzetsnetwerken verantwoordelijk zijn voor soms wel honderd doden en meer.

Bart De Wever le soir de l'élection communale, Anvers. (Photo: Julia M. Free, octobre 2012)

(Foto Julia M. Free)

Maar naast overtuigde idealisten, gelegenheidsmisdadigers en avonturiers, zijn er net zo goed toevallige passanten die het gelag betalen voor soms ongelukkige, zelfs passionele keuzes voor het verkeerde kamp. Ook geradicaliseerde jongeren verschijnen aan de executiepaal, gelovige kerels die met de Duitse nazi-bezetter duizenden kilometers van huis aan het oostfront het goddeloze bolsjewisme bestrijden. Het laatste wat zij na de oorlog te horen krijgen, is de knal van twaalf geweerlopen.

Blauwdruk

Voor de bestraffing van de collaboratie na de Tweede Wereldoorlog sleutelt en sleurt België aan de eigen liberale traditie van strafwetgeving om haar binnenlandse vijanden zo goed mogelijk te treffen en neutraliseren. Op een intermezzo tijdens de Eerste Wereldoorlog na voert België sinds eind negentiende eeuw geen executies meer uit, maar in 1944 is een terdoodveroordeling serieuzer dan ooit. Veroordeelden, en zelfs verdachten verliezen zonder vonnis bovendien massaal burgerlijke en politieke rechten.

Ook de vrije meningsuiting moet er aan geloven, als veiligheidsmaatregel. De gunst van de wet-Lejeune, waarbij de gevangenen na een derde van hun straf kunnen vrijkomen, ligt een tijd aan banden. Verschillenden verliezen hun nationaliteit, inwoners uit de Oostkantons zelfs zonder enige veroordeling, samen met vrouw en kinderen.

Wie al de wettelijke maatregelen van toen naast elkaar legt, krijgt een blauwdruk voor de verscherpte repressie die verschillende politici vandaag bepleiten in de strijd tegen terrorisme

Wie al de wettelijke maatregelen van toen naast elkaar legt, krijgt een blauwdruk voor de verscherpte repressie die verschillende politici vandaag met vaak hysterische hartenkreten bepleiten in de strijd tegen terrorisme. Sommige stemmingmakers zinspelen met de historische getinte retoriek van hun voorstellen zelf op het verleden. Zijn er in de jaren veertig immers ook geen collaborateurs succesvol bestreden?

Eigen spiegel

De Spiegel Historiael, de kroniek van onze eigen geschiedenis, als leerschool voor het heden. In praktisch opzicht kan een terugblik het land alleszins heel wat nodeloze discussie en wetgevingswerk besparen. Maar, reflecteert die spiegel van het verleden meer dan de projectie van de eigen politieke standpunten? Of, is die kijk gekleurd door het zelfgekozen kader, ten koste van de volledigheid en context die voor het gemak buiten het gezichtsveld vallen?

Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog verscherpt België de strafwetgeving drastisch. Dat gebeurt zo goed mogelijk volgens de formele spelregels van het recht, maar de creativiteit van de juridische argumentatie verraadt eerder paniek dan rede. Wetgeving en rechtspraak zijn mensenwerk, gevoelig aan de waan van de dag.

Dat heeft een dramatische prijs. Wie in de eerste maanden na 1944 voor de rechter verschijnt, kan op weinig clementie rekenen en krijgt vaak de zwaarste straf. Wanneer de emoties gaan liggen, amper twee jaren later, belanden gelijkaardige gevallen hoop en al voor een vijftal jaren achter tralies. De gevolgen van het vuurpeloton zijn niettemin definitief en onherroepelijk. Bovendien is de loden sloophamer ook strategisch allesbehalve productief. Met verschillende salvo’s staan nieuwe martelaren op uit de doden om de opstandige geest tegen België, en tegen de democratie, opnieuw te mobiliseren.

Het Vlaams-nationalistische pantheon krijgt zo een paar helden bij, ze hebben namen als Karel en Stefaan, Borms en Vindevogel. Andere veroordeelden en verdachten krijgen een beroepsverbod voor openbare ambten en velen moeten door het verlies van hun rechten op zoek naar ander werk. De gezinnen delen in de klappen, voeden met die ellende hun onvrede en verenigen zich in formele en informele verbanden, vaak strijdbaarder dan ooit tevoren.

Het besef dat er als omgekeerd effect heuse radicaliseringscircuits ontstaan, een vermenigvuldiging van de incivieke massa, spoort aan tot nadenken

Het besef dat er als omgekeerd effect heuse radicaliseringscircuits ontstaan, een vermenigvuldiging van de incivieke massa, spoort aan tot nadenken. Er volgt opnieuw een aanpassing van de wetgeving die stelselmatig de initiële, repressieve maatregelen terugschroeft en afbouwt. Na 1950 zijn er geen executies meer. Enkele leiders en kopstukken uit de donkere kern van de collaboratie ontsnappen aan hun terechtstelling en komen uiteindelijk zelfs vrij. Hier en daar sporen supranationale verdragen verder aan tot opruiming van de gevolgen van de repressie.

Als de Franstalige collaborateur Raymond De Becker bij de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens tegen het verval van zijn rechten verhaal wil halen, krijgt hij gelijk op het punt van de vrijheid van meningsuiting. Om een Europese veroordeling te voorkomen jaagt de socialistische minister van Justitie Piet Vermeylen in 1961 spoorslags een wet door het parlement die de meeste collaborateurs op grote schaal hun rechten teruggeeft.

Van amnestie naar amnesie

Wie wetgevende programma’s verkoopt met een verwijzing naar de geschiedenis, kan zich geen selectieve lezing veroorloven. Toch valt het op hoe weinig er vandaag nog in de spiegel wordt gekeken. Toen “een significant deel” van de Vlaamse Beweging verbrand uit de Tweede Wereldoorlog kwam, hekelde het Vlaams-nationalisme vanuit de catacomben de bestraffing van de collaboratie onophoudelijk als een vorm van regelrechte staatsterreur.

Koen Aerts (Foto RV)

Koen Aerts

Hoe komt het dan dat de repressieve voorstellen uit Vlaams-nationalistische hoek vandaag met weinig schroom uit eenzelfde vaatje tappen? Het past alleszins in de eenzijdige beeldvorming die over deze periode vaak nog de toon zet, alsof die naoorlogse repressie altijd zonder maat of einde is gebleven. Niets is minder waar. Het lap- en stopwerk van de verscherpte strafwetgeving is met evenveel gesleutel en gemarchandeer stelselmatig afgebroken om de rechtsstaat terug meer ademruimte te geven.

Als dat niet was gebeurd, had zelfs het democratisch Vlaams-nationalisme wellicht maar moeilijk kunnen herrijzen. Na de oorlog hokken de initiatiefnemers en bestierders ervan samen met de verbrande kameraden om stichtingsprogramma’s te bediscussiëren en actieplannen uit te tekenen. In 1949 stelt het gerecht een onderzoek in naar het Vlaams-nationalistisch weekblad Opstanding omdat enkele redactiemedewerkers zich tijdens de bezetting verdacht hebben gemaakt. De nog jonge Karel Dillen is betrokken, maar hij wordt ongemoeid gelaten bij gebrek aan gerechtelijk verleden. In de rechtsstaat kunnen ze hem niet verbieden publicaties van eender welke slag te verspreiden.

Volgens de geest van sommige actuele voorstellen was de uitkomst niettemin gewis anders geweest, gezien zijn sympathieën met bepaalde kringen en hun ideeën. Een man als Frans Van der Elst werpt zich na de oorlog op als belangrijke repressieadvocaat van vele collaborateurs en houdt halverwege de jaren vijftig mee de Volksunie boven het doopvont. Was dat vandaag, in dezelfde angstsfeer, wel mogelijk geweest, wetende dat één van zijn cliënten, VNV-leider Hendrik Elias, een belangrijke mentor was voor zijn politieke carrière?

Frans Van der Elst houdt halverwege de jaren vijftig mee de Volksunie boven het doopvont. Was dat vandaag, in dezelfde angstsfeer, wel mogelijk geweest, wetende dat VNV-leider Hendrik Elias, een belangrijke mentor was voor zijn politieke carrière?

Angstbeleid

De spiegel van het verleden biedt vaak het nodige perspectief om tot de nodige nuance en redelijkheid te komen. Uiteraard is de kroniek van vroeger daarom nog geen zaligmakend orakelwater. Verre van zelfs, er zijn genoeg variabelen die de vergelijking moeilijk maken. Context is alles, proportie het sleutelwoord. Wie met verwijzingen naar zeventig jaar geleden de ressentimenten van het historische register versnijdt om met slogans te kunnen morrelen aan fundamentele verworvenheden van onze rechtsstaat gebruikt gisteren als voetveeg in plaats van als empirische toets voor vandaag.

Het verleden is maar een beproefde laboratoriumopstelling als de juiste meetinstrumenten worden gehanteerd. De gevolgen en effecten van een angstbeleid dat wild om zich heen slaat zijn onhoudbaar, dat toont de bestraffing van de collaboratie duidelijk aan. Dat het daarom gevolgd werd door een breedvoerige correctie en harmonisering van het strafbeleid wordt vaak vergeten. Voor sommigen was het te laat en blijft de prijs van een mensenleven niettemin onomkeerbaar betaald.

“Ja maar,” hoor je aan de toog of vanuit het parlementair pluche nog sputteren, “de vijand is nu wel anders.” Dat is zowel juist als fout. Net zoals het terrorisme vandaag was de collaboratie een regelrechte aanslag op de democratie, haar rechten en vrijheden. Daarin zijn beide fenomenen hetzelfde. Het grote verschil zit vooral in de verhoudingen, de schaal.

Uiteraard is het terrorisme een reële dreiging, dat is spijtig genoeg ten overvloede in de praktijk bewezen, maar het houdt op geen enkele wijze maat met het gevaar tijdens de jaren veertig. Het OCAD heeft er zelfs niet genoeg niveaus voor om de toenmalige situatie te kwalificeren. België was juridisch effectief in staat van oorlog. Maanden na de bevrijding vielen er nog V-bommen op het land en kwamen er veel meer geradicaliseerde jongens terug van het front dan heden. Oorlog was toen voor iedere Belg een rauwe realiteit van vier jaren angst, onderdrukking en terreur door de bezetter en zijn medestanders. Voor elke deur en in alle straten.

Dat is nu wel anders. Toch rolt de oorlogsretoriek voornamelijk in Vlaams-nationalistische kringen nog vlot van de tongen om draconische maatregelen te verdedigen. Mark Grammens, zoon van taalactivist Flor Grammens en ervaringsdeskundige van de repressie na de Tweede Wereldoorlog, houdt hen op Doorbraak ironisch het spiegelbeeld van die zwaarwichtige woorden voor:

U hebt het toch ook al gehoord van de buren, en gemerkt aan de mensen die naar de lucht staan te kijken om te zien of er geen vijandelijke vliegtuigen op hen afkomen?

Lees ook: dossier collaboratie

Auteur: Koen Aerts

Koen Aerts, postdoctoraal onderzoeker bij het FWO-Vlaanderen, verbonden aan de Vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Gent. Auteur van “Repressie zonder maat of einde?” De juridische integratie van collaborateurs in de Belgische Staat na de Tweede Wereldoorlog (Academia Press, 2014) en co-auteur van Het land dat nooit was. Een tegenfeitelijke geschiedenis van België (De Bezige Bij, 2015). Hij bereidt momenteel een studie voor over kinderen uit repressiegezinnen na de Tweede Wereldoorlog (Uitgeverij Polis).

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books