Het camoufleerwerk van vertrekkend OCAD-baas Vandoren

0

Sinds 1 januari staat André Vandoren niet langer aan het hoofd van het Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging, kortweg OCAD. Bij het vertrek van de antiterreur-tsaar blikt Apache terug op zijn lange, indrukwekkende en soms ook redelijk verbijsterende carrière. Vandoren, zo leert een duik in de archiefmappen, was vooral een specialist in het wegmoffelen van cruciale informatie en het deskundig torpederen van hypergevoelige onderzoeken.

André Vandoren (Foto: screenshot rtbf)

André Vandoren (Foto: screenshot rtbf)

Tussen 21 en 26 november vorig jaar, na de IS-aanslagen in Parijs, werd Brussel dagenlang platgelegd. Geen metro, scholen dicht, winkels en horeca-zaken die de deuren sloten, alle veiligheidsdiensten in opperste staat van paraatheid: dàt hadden we nog nooit meegemaakt. De regering nam die beslissing op advies van het OCAD, dat het terroristische dreigingsniveau had opgetrokken tot het hoogste niveau. Waren die draconische maatregelen wel nodig? Waarom werd niveau vier afgekondigd? Op die vragen komt wellicht nooit een duidelijk antwoord. Die informatie is geheim, geclassificeerd en niet toegankelijk voor gewone stervelingen. Misschien was het wel een ‘afscheidscadeautje’ van André Vandoren? Een soort last stand, om nog één keer te tonen hoe belangrijk en machtig hij wel was?

Op dat moment was de OCAD-directeur al aangeschoten wild. Op 15 juli was immers uitgelekt dat het Comité I, dat in opdracht van het parlement de inlichtingendiensten controleert, een doorlichting had gemaakt van de werking van het OCAD. De resultaten waren niet bepaald gunstig voor Vandoren. Hem werd eigengereid optreden verweten, omdat de OCAD-baas op eigen initiatief contacten onderhield met buitenlandse geheime diensten en dus zélf inlichtingen verzamelde. Daarmee kwam hij op het terrein van de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV. De geplogenheden in de intelligence-wereld willen dat de burgerlijke geheime dienst contacten onderhoudt met gelijkaardige buitenlandse diensten en dat de militaire hetzelfde doen met hun confraters in andere landen. Bovendien dient het OCAD enkel als een centraal zenuwcentrum in de strijd tegen het terrorisme: om politie-oorlogjes te vermijden moeten alle veiligheidsdiensten in principe hun relevante informatie via het OCAD met elkaar delen.

“Dat het OCAD op eigen houtje op zoek gaat naar informatie, is niet de bedoeling”, schreef De Standaard. “Net dat wordt het OCAD nu volgens onze bronnen kwalijk genomen in een doorlichtingsrapport van het Comité I. Volgens onze informatie is er bij de andere veiligheidsdiensten (de ADIV en de Staatsveiligheid) ergernis over de – volgens hen – parallelle contacten die Vandoren de voorbije jaren heeft opgebouwd met buitenlandse diensten. Volgens de diensten komt OCAD daarmee op het terrein van de veiligheidsdiensten en de politie. Het Comité I zou vastgesteld hebben dat die contacten er inderdaad zijn en stelt de vraag of die problematisch zijn.” Zo bleek dat Vandoren meermaals op reis was geweest naar Rusland en Oekraïne (nog voor de revolutie en de burgeroorlog daar) om er contacten te hebben met de veiligheidsdiensten. Hij zou ook nauwe contacten hebben met de Chinese autoriteiten en met de Amerikaanse CIA.

Magistraten op het niveau van Vandoren lijken in dit land redelijk onaantastbaar

Het vertrouwelijke rapport van het Comité I werd in juli vorig jaar besproken door de parlementaire begeleidingscommissie Politie & Inlichtingen, onder leiding van Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA). Uitzonderlijk gebeurde dat volgens het principe van ‘for your eyes only’, dit wil zeggen dat de parlementsleden geen eigen exemplaar kregen van de audit, maar het document alleen mochten inkijken op het secretariaat. Hoe delicaat het allemaal lag, bleek ook uit de uitzonderlijke aanwezigheid op de begeleidingscommissie van premier Charles Michel (MR), minister van Justitie Koen Geens (CD&V), Defensieminister Steven Vandeput (N-VA) en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). “Nu moeten de beleidsmakers uitmaken of de wet over OCAD moet worden herzien en of topman Vandoren een sanctie krijgt voor de eventueel ongeoorloofde contacten”, besloot De Standaard.

Die publieke blamage besloot Vandoren te vermijden. Op 29 september kondigde hij aan voortijdig te stoppen als topman van het OCAD – terwijl zijn mandaat normaal tot eind 2016 liep. In een brief aan zijn voogdijministers Geens en Jambon liet hij weten dat hij vertrok “om persoonlijke redenen”. Hij ontkende dat zijn ontslag iets te maken had met de kritische audit van het Comité I. Vandoren keert deze week terug naar het parket-generaal van Brussel. Daar kan hij nog een jaar aan het werk als advocaat-generaal, tot hij in januari 2017 de leeftijdsgrens van 67 jaar bereikt en met pensioen gaat als magistraat. Onderzoeksverslagen van het Comité I worden normaal gepubliceerd op de website van die instelling, maar vooralsnog is dit rapport nog niet openbaar gemaakt. Of dat ooit zal gebeuren, is nog maar de vraag. Elke bespreking van een rapport door de begeleidingscommissie wordt eveneens gepubliceerd, op de website van de Kamer, maar ook na meer dan een half jaar is het daarop nog steeds tevergeefs wachten. Magistraten op het niveau van Vandoren lijken in dit land redelijk onaantastbaar.

Fijne vleeswaren

Tenminste tot 1989 heeft Vandoren het dossier van Tuna om onduidelijke redenen bewaard in zijn persoonlijke schuif, ook toen hij al lang niet meer bevoegd was voor zedendossiers

Vandoren, geboren in 1950 als zoon van een geneesheer in Halle, begon zijn carrière in 1973 onder de vleugels van de legendarische christen-democratische politicus en handelaar in fijne vleeswaren Paul Vanden Boeynants, een man die inzake fiscale fraude en corruptie bij overheidsaankopen de bakens heeft verzet in de verkeerde richting. Na rechtenstudies aan de KU Leuven schreef Vandoren zich in als advocaat aan de Brusselse balie, maar ging vrijwel meteen aan de slag als stagiair bij het parket van Brussel. Daar werd hij in 1977 benoemd tot substituut. In die hoedanigheid speelde hij een merkwaardige rol in diverse dossiers waarin VdB en zijn zakenvrienden een hoofdrol speelden.

Neem bijvoorbeeld de fraude bij de Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie van het leger, afgekort CDSCA. Een onderzoek van het Hoog Comité van Toezicht, de toenmalige anticorruptiedienst, had aan het licht gebracht dat de door Defensieminister VdB opgerichte sociale dienst van het leger gebruikt werd voor illegale partijfinanciering: talrijke leveranciers van CDSCA werden door kabinetsmedewerkers van VdB onder druk gezet om ‘in het zwart’ een milde bijdrage te storten voor de verkiezingscampagnes van de politicus, zoniet kregen ze geen bestellingen meer. Tot een rechtszaak is het nooit gekomen. Wijlen onderzoeksjournalist Walter De Bock ontdekte dat het CDSCA-dossier “op mysterieuze wijze was verduisterd” door substituut Vandoren. De zaak werd verticaal geklasseerd en Vandoren werd hiervoor nooit ter verantwoording geroepen.

Madame Tuna, 1979 (Foto: screenshot)

Madame Tuna, 1979 (Foto: screenshot Knack 17 oktober 1979)

Een eigenaardige rol speelde Vandoren ook in het onderzoek naar het Eurosystem Hospitalier-schandaal, volgens kenners de ‘moeder’ van vele andere nooit opgehelderde politiek-criminele raadsels die België teisterden in de bewogen jaren tachtig van de vorige eeuw. Eurosystem was een consortium van Belgische firma’s, opgericht voor de bouw van een reusachtig ziekenhuiscomplex ten behoeve van de Saoedische Nationale Wacht. Toen het project mislukte en Eurosystem in 1979 failliet ging, bleek dat er in het kader van het miljardencontract enorme bedragen aan smeergeld waren betaald aan zowel Saudi’s als Belgen. Voorts raakte bekend dat de Saudische prinsen op kosten van Eurosystem systematisch gunstig werden gestemd met de diensten van honderden luxe-callgirls. Bovendien had Eurosystem herhaaldelijk kroonprins Albert (de latere koning) en zelfs koning Boudewijn himself ingeschakeld om in Saudi-Arabië te gaan lobbyen voor het project.

Het callgirl-net werd aanvankelijk vanuit de Brusilia-building in Schaarbeek geleid door Fortunato Israël, alias Madame Tuna, die ingeschreven stond als public relations-agente van Eurosystem. Ze vervulde dezelfde functie bij de firma Asco van pantserwagenfabrikant Roger Boas, een van de favoriete leveranciers van Defensieminister Vanden Boeynants, en deelnemer in het Eurosystem-consortium. Later werd het Tuna-netwerk overgenomen door Lydia Montaricourt, alias Madame Claude. Bij beide dames deed de zedensectie van de Brusselse BOB in 1979 een huiszoeking waarbij telkens belastende foto’s en documenten in beslag werden genomen, zoals een wereldwijde klantenlijst, facturen, rekeninguittreksels, adresboekjes en een tafelplan met namen van prominenten, onder wie de toenmalige rijkswachtcommandant.

De zaak van Madame Tuna werd niet samengevoegd met die van Madame Claude, laat staan dat beide zaken werden gekoppeld aan het dossier Eurosystem. Tuna kwam niet in de problemen: haar dossier werd geklasseerd zonder gevolg. Montaricourt kreeg van de rechtbank een lichte tik op de vingers en verdween meteen naar Frankrijk. Toen de zaak Eurosystem uiteindelijk in 1986 voor de rechtbank kwam, bleek het dossier verjaard en ging iedereen vrijuit. De speurders die de huiszoekingen hadden gedaan, werden op het matje geroepen en kregen op hun donder van de hun bazen bij de rijkswacht. Sterker nog, enkele jaren later werd de hele zedensectie van de Brusselse BOB opgedoekt op bevel van substituut André Vandoren. Tenminste tot 1989 heeft Vandoren het dossier van Tuna om onduidelijke redenen bewaard in zijn persoonlijke schuif, ook toen hij al lang niet meer bevoegd was voor zedendossiers. De speciale relatie die Vandoren koesterde met het koninklijk paleis dateren volgens insiders uit die tijd.

Koninklijk bezoek aan Saudi-Arabië, 1979 (Foto: screenshot Knack 1 augustus 1979, (c) Jean Guyaux)

Losgeld

Midden jaren tachtig kende ons land een ongeziene terreurgolf, met aanslagen van de ongrijpbare Bende van Nijvel en van de extreemlinkse CCC. In die periode profileerde Vandoren zich voor het eerst als ‘supermagistraat’ gespecialiseerd in antiterrorisme. Zo kreeg hij in 1985, na de zoveelste CCC-bomaanslag, de leiding over de Anti-terroristische Gemende Groep (AGG). Dat was een soort voorloper van het huidige OCAD, waarin de verschillende veiligheidsdiensten verondersteld werden om samen (en niet tegen elkaar) te werken, maar in feite werd de AGG gedomineerd door de rijkswacht. Enkele jaren later werd Vandoren ook benoemd tot chef van de 23ste (nationale) Brigade van de Gerechtelijke Politie, een politiedienst die speciaal was opgericht om te strijden tegen georganiseerde misdaad en terrorisme.

De wegen van Vandoren en Vanden Boeynants kruisten elkaar opnieuw eind jaren tachtig. Tijdens de ontvoering van de politicus door de bende van Patrick Haemers kwam Vandoren letterlijk voor het eerst in beeld en kreeg hij enige bekendheid bij het grote publiek als een van de topmagistraten die de spectaculaire affaire in goede banen moest leiden. Het was trouwens Vandoren die als enige magistraat op de hoogte was van en zijn zegen gaf aan de manier waarop het losgeld voor VdB werd betaald. Jean Natan, een ex-officier van het Israëlische leger en een vertrouweling van VdB, vertrok naar Genève om er op 10 februari 1989 een koffer met 63 miljoen frank (1.575.000 euro) te overhandigen aan de ontvoerders. De familie van VdB had met Vandoren een deal gesloten: om humanitaire redenen zou geen onderzoek ingesteld worden naar de herkomst van het geld.

Het losgeld voor Vanden Boeynants werd betaald door Israëlische relaties, in ruil voor diensten die hij had verleend aan Israël

Pas vele jaren jaren later werd min of meer duidelijk hoe de vork aan de steel zat. “Het losgeld”, zo verklaarde Natan aan het VRT-programma Histories, “werd betaald door Israëlische relaties. Ze deden dat in ruil voor diensten die Vanden Boeynants als politicus had verleend aan Israël.” Die Israëli’s werden door VdB omschreven als ‘de vrienden van 1114′, verwijzend naar een gecodeerde bankrekening die al eerder ter sprake was gekomen, met name tijdens het proces tegen VdB wegens fiscale fraude. Volgens VdB was Natan “de enige in België die het systeem kende dat werd uitgewerkt voor rekening 1114”. De Israëli’s hadden het geld overigens enkel voorgeschoten, en ze werden later terugbetaald door VdB en vier van zijn zakenvrienden, vermoedelijk Armand Blaton, Charly De Pauw, Jean-Marie Josi en Aldo Vastapane.

Rijkswacht

Als in 1990 voor het eerst twee nationale magistraten worden aangesteld, lijkt de benoeming van Vandoren haast vanzelfsprekend. Het concept van nationale magistraten, die over het hele grondgebied van het land bevoegd zijn voor terrorisme, drugshandel en zware criminaliteit, was een voorafspiegeling van het huidige federaal parket. In datzelfde jaar 1990 was Vandoren overigens ook de CVP-kandidaat om baas te worden van de Staatsveiligheid, zoals bleek uit de fameuze Atoma-schriftjes van toenmalig partijsecretaris Leo Delcroix.

Vandoren manifesteerde zich als een groot verdediger van de rijkswacht. Zo gaf hij in 1995 zijn schriftelijke toestemming voor het opstarten van Operatie Rebel, een controversiële en mogelijk illegale operatie die werd opgezet door de rijkswacht om alle burgers van Turkse origine te screenen op potentiële terroristen, drughandelaars en criminelen. Zonder toelating van de regering en zonder het akkoord van het parlement had de rijkswachtcommandant een samenwerkingsakkoord afgesloten in Ankara, waardoor het mogelijk werd om de ingewonnen informatie uit te wisselen met de Turkse politie en geheime diensten. Die Turkse diensten bleken echter nauw samen te werken met de Turkse drugsmaffia en extreemrechtse moordcommando’s. Tussen haakjes: het Ankara-akkoord is momenteel nog altijd van kracht.

Net als voor Operatie Rebel speelde Vandoren een cruciale rol in het toedekken, minimaliseren en goedpraten van Operatie Othello

En in 1997 verdedigde Vandoren publiekelijk in de parlementaire commissie-Dutroux de omstreden rijkswachtoperatie Othello, de codenaam van een proactief onderzoek dat de rijkswacht had gevoerd naar Marc Dutroux, nota bene zonder medeweten van de bevoegde magistraten die verondersteld werden leiding en toezicht te hebben over het gerechtelijk onderzoek. De bedoeling was om Dutroux triomfantelijk op heterdaad te kunnen betrappen en de rijkswacht met één klap absolute ‘marktleider’ te maken in de strijd tegen kindermisbruik – een spectaluraire apotheose die er nooit kwam. Net als voor Operatie Rebel speelde het Comité P achteraf, onder leiding van Vandoren, een cruciale rol in het toedekken, minimaliseren en goedpraten van Operatie Othello.

Op reis

Van 1999 tot 2008 fungeerde Vandoren als voorzitter van het Comité P, dat namens het parlement de politiediensten moet controleren. De lijst van buitenlandse reizen die Vandoren in die periode heeft gemaakt, oogt indrukwekkend. In zijn  CV staan ze netjes opgesomd: Letland, Oekraïne (twee keer in 2003, nog eens in 2004 en opnieuw in 2005), Azerbeidzjan, Rusland (vier keer in 2004), Zuid-Korea, Taiwan, Denemarken, Bulgarije, Moldavië, Kosovo (in 2006, twee keer), Hongkong, Canada, Roemenië, China enz. Meestal ging het om reizen die Vandoren heeft gemaakt als lid van de International Association of Prosecutors, een door de Verenigde Naties opgerichte NGO. Maar critici hadden hun twijfels over het nut van al die dure reizen: ging het wel om dienstreizen als voorzitter van het Comité P, en zo ja, in functie van welke concrete dossiers? Of dienden de reizen eerder als dekmantel om parallelle contacten te onderhouden met buitenlandse geheime diensten, zoals het recente rapport van het Comité I suggereert?

Ook als directeur van het OCAD, waar hij in 2008 werd benoemd, bleef Vandoren een fervente globetrotter. Zo vloog hij in oktober 2012 hij naar Moskou, in januari 2013 naar Colombia, in juni van dat jaar naar Rusland, in juli 2014 tweemaal naar Taiwan… Opnieuw rezen er twijfels over de bedoeling van die talrijke reizen. “Het palmares van Vandoren overklaste de Franstalige tegenkandidaat”, schreef De Tijd bij zijn benoeming als topman van het coördinatieorgaan. “Ook zijn internationale contactennetwerk, dat zich uitstrekt van Maastricht tot Seoul, kent zijn gelijke niet. Onder Vandorens bewind zal onze antiterreurdienst geen ‘bijhuis’ zijn van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, is te horen. Vandoren zou erop hameren dat België zijn soevereiniteit niet te grabbel gooit.”

Ging het om dienstreizen als voorzitter van het Comité P of dienden de reizen eerder als dekmantel om parallelle contacten te onderhouden met buitenlandse geheime diensten?

In een telefonisch gesprek met de redactie ontkent Vandoren categoriek alle aantijgingen. “Ik ben altijd een voorzichtig en rechtlijnig man geweest”, stelt hij. “Het CDSCA-onderzoek heb ik nooit behandeld, ik deed geen financiële dossiers. Voor het Eurosystem-onderzoek was ik niet verantwoordelijk. De betaling van het losgeld van Vanden Boeynants is gebeurd zoals het moest, punt. Ik heb inderdaad mijn toestemming gegeven voor Operatie Rebel, maar dat was met het akkoord van het college van procureurs-generaal. Operatie Othello zegt me niets, het is ook al zovele jaren geleden. Voor al mijn reizen naar het buitenland, zowel privé als in dienstverband, had ik het akkoord van mijn twee bevoegde ministers. Ik heb nooit parallelle contacten gehad met buitenlandse inlichtingendiensten. Als ik hoor welke vragen u stelt, lijkt het wel alsof ik de slechtste magistraat ben die er ooit is geweest.”

Auteur: Georges Timmerman

Werkte vijftien jaar als freelancer voor onder meer Knack, Trends, VRT-radio, Belgian Business Magazine en Markant. Van 1992 tot 2009 redacteur bij De Morgen. Verzorgde de economische, politieke en algemene berichtgeving. Gespecialiseerd in onderzoeksjournalistiek, fraude- en corruptiezaken, georganiseerde misdaad en inlichtingendiensten. Was bij De Morgen voorzitter van de redactieraad en leidde de personeelsdelegatie tijdens het collectief ontslag 2009.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid