Publieke opinie gemaakt en gekraakt: trollen op het net

9 april 2015 Jan Walraven
9634360336_46eaa039c7_z
(Foto: Mateo della Torre)
9634360336_46eaa039c7_z
(Foto: Mateo della Torre)

Op zijn minst één Vlaming lijkt deze “internet trolling” wel heel erg serieus te nemen. Op basis van goed gedocumenteerde voorbeelden toont een lezer van Apache.be aan dat één persoon, middels een uitgebreid arsenaal aan valse aliassen het debat op sites als Knack.be en deredactie.be tracht te domineren en in een bepaalde, vaak extreemrechtse en Vlaams-nationalistische richting te sturen. Met blijkbaar meer dan honderd aliassen plaatst de persoon in kwestie op diverse websites zeer gelijkaardige en soms zelfs gewoon identieke reacties onder artikels over hetzelfde thema.

Het is ook niet uitzonderlijk dat de man via zijn verschillende aliassen "met zichzelf" in gesprek gaat, om toch maar zijn punt te kunnen maken. Door het doelbewuste gebruik van verschillende accounts om dezelfde opinie te verkondigen wordt het "debat" in de commentaarsectie soms hopeloos scheefgetrokken.

Op onder meer Knack.be en deredactie.be probeert een persoon via in totaal ruim 100 aliassen het debat te sturen

Hoofdredacteur van Knack.be Simon De Meulemeester is zich van het misbruik bewust en liet al verschillende aliassen van eenzelfde persoon verwijderen. “Het is een gegeven waar we op de redactie al vaak over hebben gediscussieerd en het blijft ook een punt van zorg. Vaak halen de commentaren onder een artikel ook het algemeen niveau van onze website naar omlaag,” stelt hij.

Dat ook "bekendere" opiniemakers zich durven bedienen van verschillende aliassen ondervond Apache.be enkele jaren terug. Publicist Johan Sanctorum postte toen geregeld, onder verschillende pseudoniemen bedenkingen bij artikels, vooral als die over het Vlaams Belang gingen waarvoor hij, als speechschrijver voor voormalig voorzitter Bruno Valkeniers werkte. In die comments aarzelde hij ook niet om via een valse alias zijn eigen opiniestukken elders te bewieroken.

Online publieke opinie

Daarnaast zijn er de sociale media. Het overlijden van minister van staat Steve Stevaert maakte vorige week nogmaals duidelijk hoe belangrijk Twitter en andere sociale media geworden zijn voor de berichtgeving van de traditionele media. Niet alleen om lezers en kijkers van minuut tot minuut op de hoogte te houden van wat men nog niet helemaal zeker weet, maar ook om reacties op het overlijden van de voormalige Sp.a voorzitter te verzamelen.

En dan liefst het volledige spectrum, van respectvolle deelnemingen tot uitermate respectloos leedvermaak. Die laatste soort reacties vormen vervolgens het ideale voer voor verontwaardigde opiniestukken over het niveau op netwerksites. De tango tussen sociale en traditionele media werd er de voorbije week enkel inniger op.

Sociale media zijn dan ook meer dan ooit uitgegroeid tot een manier om dag in dag uit, de vinger aan de pols van de publieke opinie te houden. Hoewel traditionele media de publieke opinie gelukkig nog niet volledig hebben verengd tot sociale media, zijn Twitter en Facebook wel de gemakkelijkste, meest toegankelijke en dus ook zeer vaak gebruikte bronnen om het politieke en maatschappelijke debat op te volgen.

Politici, academici, lobbyisten en gewone burgers maken er dan ook gretig gebruik van om meningen en nieuwsfeiten te delen en er met mekaar in discussie over te treden. De populairste hashtags en trending topics bepalen mee het "nieuws van de dag". Als je er met andere woorden als politicus in slaagt om een onderwerp tot meest besproken thema te maken, zit de kans er dik in dat je er diezelfde dag nog in Reyers Laat uitleg over mag komen geven.

Russisch professionalisme vs Vlaams amateurisme

Ook Vlaanderen werd in januari opgeschrikt door een – weliswaar mislukte – poging tot manipulatie van het online politieke debat, toen minister Kris Peeters militanten opriep te tweeten over militairen in het Antwerps straatbeeld

Manipulatie van het online debat wordt alvast in één land heel erg serieus genomen. Wellicht gebeurt het ook elders, maar de Russische aanpak is goed gedocumenteerd: in een kantoorgebouw in Sint-Petersburg houden honderden professionele en goed betaalde “internet trollen” zich al enkele jaren bezig met het bestoken van internetfora en sociale media met pro-Kremlin boodschappen. Via duizenden valse accounts probeert het bedrijf Internet Research onder andere de Russische versie van de feiten in de oorlog met Oekraïne als waarheid te verkopen, zo blijkt uit de getuigenis van een van de opgestapte medewerkers.

Onder andere door een aantal strategisch uitgekozen kernwoorden consequent en eindeloos te herhalen in de commentaarsecties van nieuwssites en blogs, probeert het bedrijf de "juiste" artikels of blogposts hoger in de online zoekresultaten te laten verschijnen. Op die manier worden ze door meer mensen gelezen en wordt de Russische versie van de waarheid gemeengoed. Althans, dat is de theorie.

Ook Vlaanderen werd in januari opgeschrikt door een – weliswaar mislukte – poging tot manipulatie van het online politieke debat. Hoewel mijlenver verwijderd van de strak geregisseerde Russische manipulatie, raakte de in januari gelekte oproepingsbrief van federaal minister Kris Peeters naar aanleiding van de militaire aanwezigheid op publieke plaatsen nogal wat gevoelige snaren.

Gaat u toevallig shoppen dit weekend? Laat dan via sociale media weten wat u vindt van deze militairen in het straatbeeld luidde de oproep van het kabinet Peeters, gevolgd door een lijst aan suggesties als Hoe lang blijft de Meir in #Antwerpen nog terreurniveau 3? #dtv of Leger geen duurzame oplossing. Is er nog steeds dreigingsgevaar? #Meir

Door partijmilitanten – waarvan uit het online profiel niet altijd onmiddellijk partijbanden blijken – aan te sporen om zich op sociale media massaal tegen de militaire aanwezigheid op publieke plaatsen uit te laten, hoopte CD&V de indruk te wekken dat ook het brede publiek tegen de beslissing gekant was. Op die manier trachtte de partij druk uit te oefenen op Antwerps burgemeester De Wever, zonder openlijk in de clinch te moeten gaan.

Scheefgetrokken debat

Deze bewuste poging tot partijpolitieke manipulatie van het debat via sociale media staat wellicht niet op zich, maar ook zonder aansporing van politieke kopstukken vormen sociale media en commentaarsecties van onder meer Knack.be de ideale speeltuinen voor burgers met een missie.

Hoewel het reglement voor reacties op bijvoorbeeld Knack.be duidelijk stelt dat reageren enkel kan in eigen naam en dat schuilnamen niet zijn toegestaan, is het vrij makkelijk om deze regels te omzeilen. Een al of niet geloofwaardige voor –en achternaam en een snel aangemaakt e-mailadres zijn voldoende.

Commentaarsecties enkel openstellen voor abonnees van de papieren versie, of bezoekers verplicht laten inloggen via hun minder anonieme Facebookprofiel, waren bij Knack.be enkele van de besproken pistes om het misbruik aan te pakken.

Reacties op de website van The Washington Post blijken minder beschaafd en stereotyperend dan op Facebook

Het verplicht inloggen via Facebook zou alvast een stap in de goede richting zijn, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Kent. Na vergelijking van reacties op de website van The Washington Post met reacties op de Facebookpagina van de krant, concludeerden de onderzoekers dat de reacties op Facebook beschaafder en minder stereotyperend zijn. Volgens hen is de beperktere anonimiteit op Facebook de belangrijkste reden.

Onder meer het Nederlandse De Correspondent werkt met een eigen, afgesloten systeem. Enkel betalende leden kunnen reageren. Het systeem werpt zijn vruchten af en leidt vaak tot goed beargumenteerde discussies. In sommige gevallen wordt zelfs op aangeven van een lid het bediscussieerde artikel aangepast.

Volgens De Meulemeester is dit voor Knack.be niet meteen een optie. “De Correspondent schrijft voor een specifiek publiek, terwijl wij toch eerder voor de grote massa schrijven. Dat uit zich ook in de reacties op onze site.” Voorlopig blijft op Knack.be dus alles bij het oude. “Het blijft een discussiepunt, maar we geven liever prioriteit aan goeie journalistiek,” verduidelijkt hij. Moderatie is volgens hem een strijd die je toch niet kan winnen.

Politieke strategie

In hoeverre het misbruik van accounts een doelbewuste strategie is van partijen of organisaties, of louter een uit de hand gelopen hobby van enkele zeer overtuigde burgers, is ontzettend moeilijk te achterhalen. Toch zegt het buikgevoel van De Meulemeester dat politieke partijen en belangenorganisaties ermee bezig zijn. “Je ziet exact dezelfde zinnen terugkomen in commentaren van verschillende personen, onder verschillende artikels, op verschillende websites. Dus is er zeker een vermoeden dat er sturing van bovenuit is,” zegt De Meulemeester.

In 2008 ontdekte HUMO massaal misbruik met lezersbrieven door ene Swa Cauwenbergh, een lokaal kaderlid van Vlaams Belang. Hij bleek niet enkel onder zijn eigen naam lezersbrieven te schrijven naar kranten en tijdschriften, maar maakte ook gebruik van minstens dertig schuilnamen. Vlaams Belang wuifde de zaak weg als een éénmansactie en ontkende dat de manipulatie van bovenuit georkestreerd was.

Studies naar doelbewuste (partij)politieke manipulaties via sociale media en online media zijn er in België nog niet

Studies naar dergelijke doelbewuste manipulaties zijn in België nog niet uitgevoerd. Evelien D’heer, junior researcher aan de onderzoeksgroep Media & ICT van Universiteit Gent, stelt dat het ook heel moeilijk is om zoiets te onderzoeken.

“We zien wel dat bepaalde thema’s heel wat commotie op Twitter en Facebook teweegbrengen, maar het is moeilijk om ten eerste de identiteit van de personen te achterhalen, ten tweede of ze al dan niet militanten zijn van een bepaalde partij en tenslotte of ze dit uit eigen beweging doen. Partijen zullen dit waarschijnlijk ook niet openlijk toegeven,” zegt D’heer.

Ze voegt eraan toe dat weinig politici openlijk mobiliseren op sociale media, bijvoorbeeld met de oproep om bepaalde boodschappen te delen of te retweeten. Volgens haar roepen politici onderling wel op om mekaar te retweeten of om een bepaalde hashtag te gebruiken. “Waarschijnlijk spreken zij hiervoor ook militanten aan, maar sociale media laten zich maar deels redigeren, dus er zit altijd een onvoorspelbare factor in,” stel D’heer.

Het overlijden van Steve Stevaert maakte alleszins nogmaals duidelijk dat het niveau op sociale media heel vaak dat van de toogpraat niet overstijgt. Toch blijven het interessante en toegankelijke platformen om met heel veel verschillende medeburgers in discussie te gaan. Maar zoals in elke discussie zijn er grofgebekte kapers op de kust. Afgesloten fora lijken een oplossing, maar die potentiële echokamers brengen ook de grote toegankelijkheid in het gedrang. Open voor iedereen én beschaafd. Toch een op voorhand verloren strijd?

LEES OOK