De teleurgang van de filmkritiek

5

Bekruipt u soms ook het gevoel als idioot versleten te worden bij het lezen van sommige cultuurbijdragen? En filmkritieken in het bijzonder? De bijwijlen prekerige (alwetend aandoende) toon roept bij mij alvast het gevoel op naar de pastoor te luisteren die vanop zijn kansel de wetten dicteert, maar daarbij geen parameters hanteert noch terugvalt op eruditie en kennis. In het slechtste geval krijg ik de indruk in een bejaardentehuis te vertoeven waar het verplegend personeel een bemoederende taal bezigt die me in warpspeed naar de babyjaren zapt. Is dit de evolutie van de filmkritiek? En bestaat er überhaupt nog iets als ‘kritiek’?

(Foto: herr.g)

(Foto: herr.g)

Voor hierop verder te gaan, nog enkele citaten. De actrice Frances McDormand liet zich in de New York Times dit ontvallen:

Tegenwoordig is er geen enkele behoefte meer om een volwassene te zijn. Volwassenheid is geen doel. Het wordt niet gezien als een geschenk (…) niemand wordt verondersteld om ouder dan 45 jaar te worden. Iedereen kleedt zich als een tiener. Iedereen verft de haren. Iedereen is bezorgd over een clean gezicht.

Ook het tv-programma (en aansluitend boek) “Het Voordeel van de Twijfel”, waarin filosofie “toegankelijk” wordt gemaakt voor de leek, haalt enkele cultuurpessimisten aan die het hebben over de “lobotomisering van de Amerikaanse cultuur”. Ik citeer voort:

We leven in een steeds dommer wordende wereld, waarin onwetendheid de norm wordt en elke vorm van eruditie wordt bespot en gemarginaliseerd. Het gezag van intellectuelen, cultuurdragers, academici en wetenschappers (…) heeft plaats gemaakt voor de verheerlijking van stupiditeit en infantilisme (…) De interesse beperkt zich louter nog tot de eigen wereld van consumeren en amuseren.

Journalistiek als promotie

De vraag is: wat wordt gehanteerd? Filmkritiek? Filmjournalistiek? Of infotainment? Heerst er een crisis op cultuurredacties? En heeft filmkritiek nog een bestaanswaarde? Speelt die nog een rol? Of wordt alles herleid tot zogenaamde “objectieve informatie”, waarin de pers doodleuk wordt ingeschakeld als verlengstuk van de promotiecampagne van de distributeur? Journalistiek als promotie dus.

De vraag is: wat wordt gehanteerd? Filmkritiek? Filmjournalistiek? Of infotainment? Heerst er een crisis op cultuurredacties

Is het ooit anders geweest? Ja en neen. Filmjournalistiek en filmkritiek hebben steeds naast elkaar bestaan. En ja, de tijd dat François Truffaut “la politique des Auteurs” (de auteurscinema) in de Cahiers du Cinéma het leven inblies, is ondertussen ook al zestig jaar geleden. Maar dergelijke vorm van analyserende filmkritiek bleef hoofdzakelijk beperkt tot gespecialiseerde tijdschriften. In kranten en weekbladen was dit eerder zeldzaam. Doorgaans werd (nog steeds trouwens) het verhaal neergepend. Ik heb dit steeds bijzonder saai gevonden. Het “verhaaltje” werd dan afgerond met wat productie informatie en klaar was kees. Tenenkrullend voor wie meer zocht dan deze vorm van infotainment. Zelden las je iets over mise-en-scène. De uitzonderingen bevestigden (ook nu nog) uiteraard steeds de regel.

Maar vormanalyses en kritieken gebaseerd op kennis (filmgeschiedenis, filmtaal) zijn steeds de uitzondering geweest. Niet dat de zich “objectief” opstellende filmjournalist geen kennis van zaken had. Maar de journalist die de ene week voetbalverslagen schrijft, de week erop persberichten over de genocide in Rwanda mag compileren en een maand later filmstukjes mag schrijven, illustreert de stiefmoederlijke behandeling van het medium film. Film is ten slotte maar ‘entertainment’ en heeft blijkbaar niet dezelfde artistieke waarde als bijvoorbeeld plastische kunsten, literatuur, muziek of dans en theater. Wel? Als ervaren journalist word je verondersteld van alle markten thuis te zijn en verschillende onderwerpen in leesbare en vlot geschreven teksten te gieten. Maar ik lees bij voorkeur een bijdrage over pakweg de presidentverkiezingen in de Verenigde Staten door iemand die de Amerikaanse geschiedenis en politiek door en door kent, dan een best informatief stuk van iemand die tegen de deadline een verslag moet pennen. Uiteraard heeft iedereen een mening en kan iedereen een interpretatie en kritiek spuien. Maar is die kritiek dan ook gefundeerd? Werd hij geschreven vanuit een emotionele drive? Of werd de film ontleed via gangbare parameters zoals: situering van het genre of van de film in het oeuvre van de cineast, mise-en-scène, camerawerk, acteursregie, samenhang van vorm en inhoud? Maar is daar nog wel plaats (of vraag) voor (naar)?

Rode loper

Het aantal cultuurpagina’s (en dus ook film) in kranten kent steeds zijn ups en downs. Soms moet alles op een pagina. Dan wordt er weer wat meer plaats vrijgemaakt. Of is er plaats als er minder reclame in staat. En dan laat ik de televisie best onbesproken. De tijd dat er nog heuse filmprogramma’s waren op tv (op de toenmalige BRT hadden zowel Jo Röpcke als Roland Lommé elk hun eigen programma!) behoort tot het verleden. Roel Van Bambost kreeg in de jaren 1990 nog gemiddeld een half uur voor een tv-interview. Nu is dat nog vijf minuten. Of een paar vragen op een of andere rode loper. Als er nu een nieuwtje over film op de openbare omroep komt, is dat in het journaal en blijft het “nieuws” beperkt tot een gemiddelde van een drietal quotes.

Het is natuurlijk een mes dat aan twee kanten snijdt. Enerzijds willen de grote Amerikaanse studio’s een zo groot mogelijke wereldwijde exposure voor hun product. Dus wordt de uitgetrokken tijd ingekort. Anderzijds trekken de nieuwsredacties maximum anderhalve minuut uit voor filmnieuws. Dus waarom nog een interview van twintig minuten uittrekken als er toch maar een paar uitspraken worden uitgezonden?

Film is entertainment en entertainment is vluchtig en mag -vooral- niet te moeilijk zijn. Je gaat toch geen tekst schrijven of iemand aan het woord laten waarbij nagedacht moet worden? Maak het niet (te) moeilijk alsjeblief!

Zijn de filmjournalisten van vandaag dan zo braaf geworden dat ze dit laten gebeuren?

Trouwens. De filmbizz zelf heeft natuurlijk ook zijn rol in het verhaal. En heeft dit steeds gehad. Ik heb het dan niet over de kleine spelers of de Belgische onafhankelijke distributeur die zijn film wil promoten met interviews of setbezoeken. Het zijn de Amerikaanse distributeurs die nauwgezet over hun product waken. Zo werd er geen geheim gemaakt van het schrappen van een journalist van de interviewlijst omdat hij een bepaalde film “van het huis” had neergesabeld. En toen was er nog geen sprake van de junkets met acteurs en regisseurs die hun promopraatjes maakten aan tafels van gemiddeld twaalf journalisten. Of zich beperkten tot “exclusieve” persconferenties voor een dertig à veertigtal journalisten. Welke informatie verkrijg je daar nog? Met persoonlijke vragen kun je er zelden terecht. Soms wordt de journalist vooraf gebriefd wat hij wel dan niet mag vragen. Zijn de filmjournalisten van vandaag dan zo braaf geworden dat ze dit laten gebeuren? En waarom zijn de kranten en tijdschriften nog geïnteresseerd om dergelijke promotalk op te nemen? Omdat de lezer liever een interview leest met pakweg Nicole Kidman, Tom Hanks of Steven Spielberg dan bijvoorbeeld met: Pawel Pawlikowski, Kim Ki-duk of David Lowery?

Plaats

Ah ja, de “lezer”! Redacteurs blijken feilloos te weten welke informatie hun lezers willen. Welke filmjournalist werd door zijn redactie of de chef cultuur (van dienst) niet ooit in het riet gestuurd met de dooddoener: “als wij het niet kennen, dan kennen onze lezers het ook niet”? En dan ging het om interviews met cineasten zoals: Atom Egoyan en Wong Kar-wai. Ik heb totaal geen behoefte om een paar pagina’s te lezen over iets waar radio, tv en alle boekskes reeds bol van staan. Wie wil nog een lang artikel lezen over de nieuwe James Bond, Indiana Jones of X-Men? Nu ja, soms gaan de reclamecampagnes van de distributeur en de annonces in krant of tijdschrift (via avant-premières bijvoorbeeld of een grote aankondiging) hand in hand. Maar moet die promotalk dan ook zoveel plaats innemen? Film is een duur medium en voor de promotie van hun product reserveert de studio of de distributeur een behoorlijk budget. En tegen de echt grote studiofilms of franchises is toch geen kritiek opgewassen. Zo werden in 1985 RAMBO 2 en ROCKY IV (bijna gelijktijdig in de cinema’s bij ons toen – Amerikaanse films kwamen in die tijd (lang voor internetpiraterij) eerst in de VS uit en soms maanden later pas in Europa) unaniem afgemaakt door de kritiek. Beide films (alsook de bijbehorende merchandising) triomfeerden nochtans aan de kassa. Idem voor bijvoorbeeld de TWILIGHT-reeks nu.

Of mag er nog uitsluitend positief nieuws worden gebracht? Ik begrijp wel dat de lezer, nadat hij het onheil uit binnen- en buitenland over zich heen kreeg- in de entertainmentsectie niet nog eens wil platgeslagen worden met negativisme. Bovendien is het aanbod van de films dermate hoog, dat er nog onmogelijk plaats kan worden voorzien om al die films te bespreken. Dan maak je inderdaad best een keuze tussen de rotzooi en de dingen die op zijn minst interessant zijn of de moeite lonen.

Kafka

Onbekend is inderdaad onbemind. Maar soms gaat dit heel ver. Zo kreeg ik van mijn chef film ooit te horen dat hij mijn vergelijking met “De Gedaanteverwisseling” van Franz Kafka had geschrapt omdat … Kafka niet meer gekend is. Pardon? Behoort Kafka niet meer tot het algemeen cultureel erfgoed? Wordt dat niet meer gelezen op school? Blijkbaar niet, liet de chef film weten. Is dit niet verontrustend? Die vervlakking. Of die gemakzuchtige vergelijkingen! DIVERGENT naast THE HUNGER GAMES leggen, omdat laatste heel populair en dus bekend is bij de lezer. Je kunt natuurlijk steeds citroenen met bananen vergelijken. Maar is dit niet van de pot gerukt? Is dit angst om het de lezer niet te moeilijk te maken?

Op wat is de angst om het de lezer niet te moeilijk te maken gebaseerd?

Maar is de lezer van de cultuurbijlagen in onder meer De Standaard, De Morgen, De Tijd of Knack echt te beroerd om eens een woordenboek te raadplegen bij het lezen van een “moeilijk” woord? Of is de aandachtsspanne van deze lezer danig klein dat hij of zij zich niet meer doorheen een analyse van een paar duizend tekens kan ploegen? Wil hij of zij niet verrast worden met feiten, vergelijkingen en citaten die niet algemeen bekend zijn? Is dit geen onderschatting van het lezers- of doelpubliek? Ik ging er steeds van uit dat de cultuurredacties van een krant of tijdschrift de polsslag van het wereldwijde culturele gebeuren volgden. En naast de bekende namen ook nieuw talent onder de ogen brengen. Maar film is misschien té populair om serieus genomen te worden. En leent zich bijgevolg perfect tot infotainment.

Neem nu het nieuwe maandblad VERTIGO. Sinds april 2014 gratis te verkrijgen. Ook in uw plaatselijk cinemacomplex. Het is een blad dat gedeeltelijk wordt gesponsord door de filmsector (distribs, filmfestivals, VAF) en daar is uiteraard niets mis mee. Zowel populaire stuff als het meer cinefiele materiaal wordt middels interviews en productie informatie aangekondigd. Kritiek is zo goed als afwezig. Zuiver informatief dus.(Er zijn wel uitvoerige recensies terug te vinden op de website van VERTIGO, red.)

Ik had van een collega vernomen dat ook zijn krant het voorstel opperde om in plaats van kritieken naar aankondigingen over te schakelen. Om de concurrentie een stap voor te zijn? Als de evolutie in die richting verder gaat, en ik maak me hierover geen illusies, dan is de filmkritiek (of wat er nog moet voor doorgaan) dood. Dan krijg je een filmrubriek met grote foto’s, vergezeld door: een paar zinnetjes inhoud, een omschrijving van het genre en -heel belangrijk!- het aantal sterren en bollen. Jawel, filmkritiek gereduceerd tot een sterretje of een 0. Cheers!

Auteur: Piet Goethals

Piet Goethals is kunsthistoricus. Hij maakte zijn thesis over ‘fictie en realiteit in film’ aan het seminarie van Esthetica en Kunstfilosofie, geleid door Prof. Dr. Karel Boullaert. Goethals sloot zijn studieperiode af aan het K.A.S.K., afdeling fotografie. Hij is correspondent geweest voor het Britse vakblad SCREEN INTERNATIONAL en schreef in het verleden als freelancer over hoofdzakelijk film, maar tevens over plastische kunsten, dans en theater en muziek voor onder meer: DE MORGEN, TRENDS, FILMMAGIE, DE TIJD, STIJL/TALKIES, FEELING en KNACK-FOCUS.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid