Armoede (3): Als activering desactivering wordt

4

Waarom is, ondanks het activeringsbeleid, de armoede niet afgenomen? Waarom werkt de activering niet? En waarom worden werklozen en mensen met financiële problemen niettemin verguisd?

Niets is wat het lijkt.

Niets is wat het lijkt.

Het wettelijk kader van de Collectieve Schuldregeling kijkt naar mensen zoals naar bedrijven in faling. Het grote verschil is echter dat mensen voor de volle 100 procent aansprakelijk worden gesteld, wat niet het geval is voor de mensen achter de vennootschappen.

Mensen degraderen tot hun boekhoudkundige waarde heeft iets bijzonder cynisch, als je weet dat wie 850 euro kan neertellen voor notaris- en expertkosten een Besloten Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid (bvba) kan oprichten om er beroepsinkomsten in onder te brengen.  Elke zelfstandige, maar ook loontrekkers uit de privésector en zelfs gepensioneerden kunnen zo’n vennootschap oprichten. Ook al zijn de werkelijke inkomsten 50.000 euro, 100.000 euro of meer per jaar, dan laten ze zich gewoon slechts 12.000 euro uitbetalen. In  dat geval komen ze ook in aanmerking voor een belastingkorting. Heel wat persoonlijke kosten kunnen ingeschreven worden op de bvba. En gaat die in faling, geen enkel probleem. De oprichter is niet aansprakelijk tenzij fraude kan worden aangetoond (met uitzondering van een aantal specifieke vennootschappen zoals VOF of commanditaire vennootschap, nvdr).

De tolerantie tegenover deze belasting ontwijkende “ondernemers” staat in schril contrast met het culpabiliseren van mensen met financiële problemen. De schuld bij de slachtoffers leggen is de laatste vijftien jaar een algemene trend. Ook de werklozen moeten het verduren. Een haatgroep op Facebook tegen ‘doppers’ haalde eind 2011 meer dan 11.000 leden.

De-industrialisering en automatisatie

Eind jaren negentig werd de ‘actieve welvaartsstaat’ geïntroduceerd. “Werk is de beste remedie tegen armoede.” Dat is het adagium. Hoe meer mensen werken, hoe minder sociale uitgaven en dus komt er ruimte vrij voor betere uitkeringen. Dat is althans de theorie. Als je de cijfers bekijkt, heeft het activeringsbeleid dat de laatste vijftien jaar werd gevoerd echter niets uitgehaald. Volgens de statistieken van de VDAB waren er in 2000 6,4 procent werklozen, in 2013 waren dat er 7,49 procent. Een negatief saldo dus. Dat de crisis daar voor iets tussen zit is legio, maar vooruitgang is er alleszins niet geboekt.

Volgens de statistieken van de VDAB waren er in 2000 6,4 procent werklozen, in 2013 waren dat er 7,49 procent

In de jaren zestig trok een eerste golf van de-industrialisering over Vlaanderen met de teloorgang van de textielnijverheid. Daarna volgde de ene golf na de andere: de steenkoolnijverheid, de zware metaalnijverheid, de automobielsector, …  Het houdt niet op. De automatisering dunde de werkplaatsen in de massaproductie en de bediendesector nog verder uit, en vandaag komt de robotisering er aan.

In de jaren zestig en zeventig werden nog arbeidsplaatsen gecreëerd in de industrie, vooral door buitenlandse investeringen, en tekende de verwerkende industrie voor een groter aandeel in de totale tewerkstelling. In 1973 was ze nog goed voor 31 procent van het aantal werknemers van het land. De tewerkstelling daalde voor het eerst bruusk in de jaren tachtig: van 258.000 in 1980 naar 207.000 in 1987. In 2011 waren er nog nauwelijks 190.000 mensen aan het werk in de verwerkende nijverheid.

En sedertdien komen er geen jobs meer bij voor laaggeschoolden, terwijl ons onderwijs die wel in even grote getallen blijft produceren. Intussen zijn ook de hooggeschoolden bedreigd: vertalingen, data-analyses, juridisch opzoekwerk, … het kan stilaan overgenomen worden door computers.

Paradoxen van de welvaartsstaat

Bea Cantillon wees in 2009 al op de paradoxen van het activeringsbeleid. Het Matheus effect blijft spelen. Nieuwe jobs komen zelden ten goede van de sociaal zwakkeren, wel van de middenklasse. De stijging van de participatiegraad in België – in 1983 was maar de helft van de Vlamingen op actieve leeftijd aan het werk, in 2007 twee op de drie – weerspiegelt vooral de verbeterde positie van de vrouw op de arbeidsmarkt. Jobs komen vooral terecht bij gezinnen die zich voorheen niet onder de armoedegrens bevonden, vooral omdat er voordien al iemand in het huishouden aan het werk was.

Lage armoedecijfers worden dan ook niet behaald door veel werk, maar vooral door een hoogstaand sociaal vangnet, in combinatie met waardig werk. En dat sociaal vangnet werd en wordt beetje bij beetje verder afgebroken, zowel door de vorige als door de huidige regering.

Men wil de zogenaamde ‘werkloosheidsval’ bestrijden met als argument dat “als het verschil tussen dopgeld en minimumloon te klein is, men in de werkloosheid blijft hangen”. Het gevolg van die strategie is dat de minimumuitkeringen de welvaart niet meer volgen. Ze zijn te laag en mensen komen erdoor in de problemen.

Welvaarterosie in beeld

Welvaarterosie in beeld

In België leefde in 2012 15 procent van de bevolking in financiële armoede. Dat is een stijging met 0,7 procent tegenover 2004. De armoedegrens voor een huishouden ligt op een inkomen van 12.035 euro netto per jaar of 1.003 euro netto per maand voor een alleenstaande, en op 25.273 euro netto per jaar of 2.106 euro netto per maand voor een huishouden bestaande uit twee volwassenen en twee kinderen.

Wat schaarste aanricht

Als je die 15 procent mensen onder de armoedegrens bekijkt, dan vallen de achterstallen beschreven in de twee vorige artikels nog mee. Slechts 1,6 procent van de bevolking heeft een budgetmeter voor gas en elektriciteit. Het zouden er veel meer kunnen zijn.

De betaalachterstanden geregistreerd door de Centrale voor Kredieten (die niet noodzakelijk gemaakt worden door de armste bevolking) swingen ook niet echt de pan uit. Volgens de Nationale Bank hebben 341.416 personen, of 3,7 procent van de meerderjarige bevolking, een betaalachterstand. Bijna een op drie daarvan, of 107.103 personen zit eind 2013 in de Collectieve Schuldenregeling. Dit is een stijging met 5,9 procent tegenover 2012.

De cijfers tonen aan dat de arme 15 procent zijn opperste best doet om geen schulden te maken.

Alles samen genomen toont dit aan dat de arme 15 procent zijn opperste best doet om geen schulden te maken. Als je wil weten of het inkomen van jouw gezin boven of onder de armoedegrens ligt en hoeveel, kan je beroep doen op de precieze berekeningen van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck.

Misschien zouden de armen beter wat minder hun best doen. Zoals in het vorige artikel vermeld, leert onderzoek van Shafir en Mullainathan dat armen minder presteren omdat ze verzuipen in dagdagelijkse beslommeringen. Een van hun onderzoeken in het boek ‘Schaarste, hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen‘, concentreerde zich op vluchtleiders. De werkdruk van vluchtleiders hangt af van het aantal vliegtuigen dat in de lucht is, en dat verschilt van dag tot dag. De onderzoekers ontdekten dat het aantal vliegtuigen dat in de lucht was de kwaliteit van het ouderschap ’s avonds voorspelde. Meer vliegtuigen leverde slechte ouders op. Te veel stress is niet alleen ongezond voor degenen die er last van hebben maar ook voor hun omgeving.

Mensen met financiële problemen hebben alle dagen te veel vliegtuigen in de lucht. Ze hebben ook nooit vrijaf. Hun werkgeheugen wordt ingenomen door de focus op de rekeningen die ze moeten betalen, hoe goedkoop aan voedsel te geraken, kinderen die naar de dokter moeten, allerlei herstellingen aan hun huis die maar blijven aanslepen, … Hun hoofd zit vol met overlevingsproblemen. Daardoor verliezen ze cognitieve bandbreedte.  Ze worden vergeetachtig en kunnen zich niet meer concentreren, waardoor hun problemen dikwijls nog erger worden. Armoede creëert nog meer armoede. Er is ook nog zoiets als armoedestress, maar die is spijtig genoeg nog maar weinig onderzocht, volgens Dirk De Bacquer op de dienst Sociale Geneeskunde van Ugent.

Arme mensen gaan er op termijn vaak mentaal onderdoor zodat ook de opvoeding van hun kinderen eronder leidt. Sleutelen aan het onderwijs voor kansarme kinderen is een stap vooruit, maar een stap te weinig. Ouders voldoende financiële ruimte geven en terug bandbreedte geven, moet de eerste stap zijn, en dan volgt de rest van zelf.

Ook bij armoede werkt symptoombestrijding niet

Wat niet werkt, en daarover zijn Shafir en Mullainathan heel expliciet, zijn allerlei opleidingsprogramma’s om mensen met financiële problemen, te leren omgaan met geld. Dat baseren ze niet alleen op hun empirisch bewezen schaarstetheorie, ze zijn zelf ook met mensen in armoede gaan werken. Ook de ‘voorwaardelijke’ inkomenssteun waarbij de hoeveelheid financiële steun die men ontvangt, afhangt van vormen van ‘goed’ gedrag werkt als een tang op een varken. Zie bijvoorbeeld de voorstellen om mensen te korten op kinderbijslag die regelmatig opduiken. Armoede en sociale uitsluiting maken mensen amorf.

In feite werd dit alles al aangetoond in het onderzoek naar sociale uitsluiting door de sociaal psycholoog Baumeister en zijn team (2005) en door de  sociaal neurologen Eisenberg (2003) en Sommerville (2006). Sociale uitsluiting heeft bovendien een pervers neveneffect: mensen verliezen er hun zelfcontrole door. Daardoor gaan ze gedrag vertonen waardoor ze nog meer uitgesloten worden. Een negatieve spiraal waar ze steeds moeilijker terug uitgeraken.

Voor politici en ook voor mensen die in de sociale sector werken, zou het boek van Shafir en Mullainathan verplichte litteratuur moeten zijn. Bij de mensen die in de sociale  sector werken leeft vaak al het besef dat, als het systeem niet verandert, het pompen of verzuipen blijft. Zeker nu men in de sociale sector ook de bedrijfscultuur wil invoeren met quota, targets, efficiëntieparameters, …

‘voorwaardelijke’ inkomenssteun waarbij de hoeveelheid financiële steun die men ontvangt, afhangt van vormen van ‘goed’ gedrag werkt als een tang op een varken.

Ook het idee van microkredieten werkt niet. Ze worden te veel gebruikt om directe noden te dekken en niet voor winstgevende activiteiten.

Oplossingen die wel werken

Maar wat werkt er dan wel? Kinderopvang subsidiëren voor arme gezinnen bijvoorbeeld, omdat dit de arme moeders ademruimte geeft. Maar wat doet de Vlaamse regering? De kinderopvang flink duurder maken. Op de Freinetschool “De Vlieger” in de 19de eeuwse gordel van Gent hadden de ouders een discreet solidariteitsfonds opgericht voor kansarme gezinnen. Hun motto was, alle kinderen moeten mee op schoolreis. Onderlinge solidariteit werkt ook natuurlijk.

Als je opleidingen wil geven aan armen, stellen de auteurs, hou je die best zo kort mogelijk. Enkele vuistregels volstaan, anders neem je te veel bandbreedte in beslag. Een initiatief, bedacht door een creatieve kracht uit de sector van de hulpverlening, is het organiseren van vakanties voor arme gezinnen. Van de armoede zelf kan men niet vrij nemen, maar men is er toch eens uit. Het helpt. Dat zijn dingen die mogelijk zijn binnen het huidige wettelijke kader, maar om echt iets te wijzigen is er veel meer nodig.

Kwijtschelding van de overlevingsschulden bijvoorbeeld. Maar ook dat is onvoldoende als te lage inkomens zoals de werkloosheidsuitkering, het leefloon en leefgeld niet verder opgetrokken worden. Een basisinkomen boven de armoedegrens is essentieel. In een land waar de belastingdruk al jaren vergelijkbaar is met landen als Zweden en Finland, zou daar ook een menswaardig sociaal beleid tegenover moeten staan. Dat is nu niet het geval.

De Belgische jeugdwerkloosheid bedroeg de voorbije tien jaar gemiddeld 19,8 procent. Het korten van de wachtuitkeringen bij jongeren is bijzonder onrechtvaardig. Sommige jongeren worden zo in de armoede geduwd, ook met een diploma van hoger onderwijs.

We lopen het risico een ganse generatie amorf te maken. Op dat moment wordt activering desactivering. We laten talenten en creativiteit verloren gaan die onze maatschappij hard nodig heeft. Een herverdeling van het werk zoals het NEF voorstelt behoort tot de oplossingen op langere termijn.

De voorgaande regeringen hadden 25 miljard euro veil om de banken te redden, maar op zoveel clementie kunnen mensen met financiële problemen niet rekenen. Dat de 1 procent rijksten de productiviteitsstijging sedert de jaren tachtig in belangrijke mate hebben binnengehaald en dat na de financiële crisis nog altijd doen, is geen nieuws. Het roept wel de vraag op waarom mensen met financiële problemen en werklozen schofterig worden behandeld, ook door de goegemeente. Dat politici en het wetgevend kader het voorbeeld geven, speelt in elk geval een rol, maar wat speelt er nog?

De voorgaande regeringen hadden 25 miljard euro veil om de banken te redden, maar op zoveel clementie kunnen mensen met financiële problemen niet rekenen

Mensen die met hun hoofd nog in de jaren zestig leven, toen volledige tewerkstelling nog voor de hand lag? Meritocratie? Een gewijzigde arbeidsethos? Het probleem lijkt dieper te zitten. Niet alleen mensen in collectieve schuldregeling worden behandeld als bedrijven, ook degenen die wel werken moeten presteren als een onderneming.

Iedereen onderneming?

Dardot en Laval beschrijven in ‘The New Way of the World: On Neoliberal Society’ hoe het neoliberalisme het mens- en wereldbeeld veranderd heeft. Het nieuwe (neoliberale) subject wordt beschouwd als de bezitter van zichzelf, als ‘menselijk kapitaal’. Dit kapitaal kan worden geaccumuleerd door middel van onafhankelijke keuzes op basis van een verantwoorde kosten en baten analyse. Het is tezelfdertijd een zelf gekozen en een opgelegd risico. Ook de bedelaar is in die visie zijn eigen onderneming.

Wat de ‘powers that be’ willen bereiken, is dat het nieuwe subject zijn zelfrealisatie nastreeft via zijn werk in dienst van een bedrijf. Iedereen onderneming. Het individu als zijn eigen uitbuiter. Toch neemt de druk daarom niet af, werknemers worden wel nog voortdurend geëvalueerd. ‘Rank and yank’ is daarbij een van de meest gebruikte, maar ook vaak falende, evaluatiesystemen.

Volgens dat systeem zou 20 procent van de werknemers energiek en passioneel met de job bezig zijn. ‘They make things happen’, zegt men. 70 procent, zeg maar de grote massa, presteert goed maar het ontbreekt hen aan creativiteit. 10 procent is niet productief en moet dus ontslagen worden. Of het echt werkt is zeer de vraag. Het vervalsen van statistieken en werkverslagen was al legio in het voormalige Oostblok en pogingen tot ‘mind control’ hebben soms averechtse effecten. Toch zijn er een pak grote bedrijven die het systeem letterlijk toepassen en zo na elke golf van ontslagen hun beurskoers weer de hoogte in jagen.

Competitie is het ordewoord. De strijd van iedereen tegen iedereen. Lees er Paul Verhaeghe op na. Een economisch systeem dat psychopathische persoonlijkheidskenmerken beloont, heeft onze ethiek veranderd. Dat dit tot frustraties en enorme stress leidt, hoeft geen betoog. Het zwaard van Damocles hangt boven het hoofd, ook van degenen die zich perfect weten in te passen in het systeem.

Frustraties afreageren op de 1 procent rijksten kan niet. Zij blijven onbereikbaar. Rest enkel de onfortuinlijke uitkiezen: de werklozen, de mensen met financiële problemen…  Dat lucht op, maar tegelijk doodt het de solidariteit, op een moment dat de maatschappij die broodnodig heeft.

Met in het achterhoofd de wetenschap dat het zwaard van Damocles velen boven het hoofd hangt, is er een zinnetje in de conclusies van het Vlaams Centrum Schuldenlast dat blijft hangen:

Algemeen kan geconcludeerd worden dat iedereen terecht zou kunnen komen bij een instelling voor schuldbemiddeling, maar dat bepaalde groepen hier duidelijk extra kwetsbaar voor zijn.

De kwetsbare groepen volgens het Vlaams Centrum Schuldenlast:

  • de alleenwonenden: dat is een op de drie belgen;
  • de eenoudergezinnen: twee op drie Belgische huwelijken eindigen in een scheiding;
  • de huurders: het aandeel van de door hun eigenaar bewoonde woningen is 66 procent;
  • de laag geschoolden: 28 procent heeft een diploma hoger onderwijs.

Met dank voor de input van Dirk, Hanna, Joyz en Wim.

Auteur: Daniel Verhoeven

De biografie van deze auteur is niet beschikbaar.

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books