Discriminatierecht

17

Een van mijn favoriete vragen uit de sociologische theorie: is schoonheid een vorm van objectieve of van subjectieve ongelijkheid? De angel zit hierin dat mensen schoonheid als een louter subjectief gegeven zien. Sociologen, nochtans door de band genomen ook mensen, beschouwen het echter als objectieve ongelijkheid: mensen die meer voldoen aan een maatschappelijk gedeeld schoonheidsideaal, krijgen meer kansen binnen elk deelgebied van de samenleving, zoals het onderwijs, de arbeidsmarkt en niet in het minst de liefde.

Herman LoosAlles wat zin en waarde geeft in het leven is in essentie gegrond op discriminatie: liefde, trouw, vriendschap. Het is een gedachte van de nieuwe bestuurder van het Interfederaal Gelijkekansencentrum. Wie enkel de subjectieve zijde van discriminatie beschouwt – een individu dat een beslissing neemt – kan niet anders dan het met hem eens zijn. De objectieve zijde, die schuilt in hoe discriminatie doorwerkt in de verschillende deeldomeinen van de samenleving, blijft echter buiten beschouwing. Nochtans is het de objectieve zijde die maatschappelijk van belang is.

Boemelmaatje

De essentiële keuze voor een maatschappijmodel ligt in de hiërarchie die individuele rechten en vrijheden rangschikt. Zo hebben we reeds lang geleden beslist dat het recht op leven voorrang krijgt op het recht op genoegdoening, door ook voor de meest extreme misdaden de doodstraf op te schorten. Keuzes zijn steeds een vorm van discriminatie, letterlijk het maken van onderscheiden, en discriminatie is een basisrecht in de samenleving, zij het niet onvoorwaardelijk en niet onvervreemdbaar.

De keuze voor een partner, een vertrouwenspersoon of een boemelmaatje is namelijk een vorm van discriminatie die geheel niet te vergelijken is met de keuze voor een werknemer, een huurder of een klant in je discotheek. Hoewel de keuzes door dezelfde mensen gemaakt worden en de neiging kan bestaan ze op basis van dezelfde overwegingen te maken, moeten we beseffen dat het om beslissingen van een andere grootteorde gaat. Dat wordt moeilijk wanneer de bestuurder van het Interfederaal Gelijkekansencentrum het recht op een blanke taxichauffeur toetst aan het recht om enkel te trouwen met je geliefde.

Primaat

Discriminatie is een basisrecht in de samenleving, zij het niet onvoorwaardelijk en niet onvervreemdbaar

Een samenleving die discriminatie, in welke vorm ook, beschouwt als een basisrecht met meer bestaansgeldigheid dan de zorg voor elkaar – en in de eerste plaats de zorg voor de zwaksten in de samenleving – is in wezen geen samenleving meer. Dat uitgerekend een jurist niet gelooft in de mogelijkheid deze hiërarchie in de vorm van een sluitende wetgeving te gieten, is een ferme knauw in de fundamenten van de rechtsstaat. Hij voedt hiermee immers mensen die, net omwille van het primaat van sociale rechtvaardigheid, de rechtsstaat verwerpen.

Maar laat ons terugkeren naar de sociologie. “Dat is gewoon oneerlijk,” wierp een studente me voor de voeten toen ik haar uitlegde hoe schoonheid objectief doorwerkt. Zij werd vast een goede sociologe, eentje die begreep dat de samenleving, hoe volstrekt niet-maakbaar ze zich bij momenten ook aan ons voordoet, nooit zal verhinderen dat mensen van goede wil het toch proberen, haar te kneden en om te vormen tot iets dat net iets beter is dan het origineel. Iets dat zich, laat ons zeggen, van het origineel discrimineert.

Auteur: Herman Loos

Herman Loos is auteur van Menselijke grondstof. Over leven op de bodem van de Europese arbeidsmarkt (Uitgeverij EPO), docent filosofie en ethiek aan hogeschool Odisee (Brussel) en docent sociologie aan AP Hogeschool (Antwerpen). Hij schreef columns voor Apache en publiceert ongeregeld opiniestukken en gastbijdragen bij uiteenlopende media.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid