Objet Trouvé

1

De Amerikaanse film, Ghost World, vangt aan met het afstuderingsfeest van het zeventienjarige hoofdpersonage, Enid Coleslaw. De viering is het sluitstuk van jaren van onderdrukkende onbezorgdheid die we voor het gemak ‘tienerjaren’ zullen noemen. Een nieuwe wereld zou zich van dan af aan voor haar moeten ontvouwen. Maar er is een addertje. Voor Enid de deur van de adolescentie mag dichtslaan moet ze een remediërende zomercursus volgen voor het vak kunst. Zonder meer een farce.

Duchka Walraet

Duchka Walraet

Die kinderachtige clausule opgelegd door de middelbare school van Enid is overduidelijk een aanklacht van Terry Zwigoff, de scenarist van de film, tegen de opvatting dat kunst iets is wat klassikaal kan worden onderwezen. Dat een artistieke demarche aangeleerd kan worden als een formule of als een vervoeging. Art class wordt bijgevolg afgebeeld als een belachelijke contradictio in terminis.

Met hangende pootjes gaat Enid naar de lessen. De passief-agressieve karakteriëlen, zielloze emo’s en andere pretentieuze feministen die installaties maken van theekopjes en tampons, werken haar erg op de heupen. De kunstlerares is een typisch acajou kreng, maar uiteindelijk raakt ze alsnog in haar schik. Op een gegeven moment krijgt Enid de opdracht om op zoek te gaan naar een objet trouvé. Een scenaristische kapstok is dat om de bloedarmoede van het genre aan te klagen. Al die grappen die allang niet grappig meer zijn, sinds we gniffelden om Marcel Duchamps pissijnen, geïrriteerd puften bij het onopgemaakte bed van Tracy Emin, met onze ogen rolden bij de opgebaarde afwijzings-email van Sophie Calle.

Enid kiest uiteindelijk voor een voorwerp dat ze bij haar paramour Seymour vindt. Seymour is haar vreemde zielsverwant, een nerdy boekhouder die in zijn vrije tijd oude bluesplaten verzamelt en ongeveer dubbel zo oud is als haar. Hij is bij monde van Enid ‘zo uncool dat hij weer cool wordt’. Een baken van authenticiteit in een wereld van ondraaglijke poseurs.
In zijn appartement ontdekt ze een oude, racistische affiche van een ter ziele gegane fastfoodketen, Coon Chicken, met een glimlachende neger als logo. Seymour bekleedt een managementfunctie bij de moderne, opgekuiste versie van de keten en heeft de affiche ooit bij zijn werkgever ontvreemd. Enid wil dat beeld gebruiken om het verdoken racisme in de VS aan te klagen en de idee dat men na het opheffen van de rassensegregatie volledig komaf zou hebben gemaakt met alle uitwasemingen van racisme. Haar kunstlerares is danig in de wolken met het object en haar demarche dat het kunstwerk geëxposeerd zal worden tijdens een lokale expositie voor kunststudenten.

Daar zorgt de glimlachende neger echter onmiddellijk voor consternatie, want de context die Enid voor ogen had wanneer ze voor het voorwerp koos, ontbreekt helemaal. Contextloos, eist het woedende publiek de verwijdering van het voorwerp en de lerares wordt gedwongen om Enid te buizen voor haar cursus.

Verdamping

Deze plotlijn is een kritiek tegen de nieuwerwetse cultuur van steekvlamrellen waar geen plaats meer is voor context. En tegen idiote kunstvormen die geen context meer vereisen en waarin deze steekvlamrellen dus gretig in kunnen gedijen, als een kwak brandvloeistof die het vuur doet oplaaien op een hoopje barbecuesteenkool. Met de verdamping van de waarheid als collateral damage.

Heeft iemand ooit dit bijschrift gelezen, alvorens in een verkrampte stuip te schieten, een stuiptrekking die een mengeling was van white man’s guilt, moreel autisme en een gebrek aan humor, veel meer dan van empathie?

Ik moest weinig willekeurig aan dit filmfragment denken naar aanleiding van de eerste De Morgenracismerel – er zijn er ondertussen al enkele geweest – toen De Morgen op haar satirische pagina een gephotoshopte POTUS EN FLOTUS met een apengezichtje had afgedrukt. Het bijschrift van de fotomontage luidde: Vladimir Poetin is president van Rusland. Hij stuurde deze bijdrage op ons verzoek, en verkoos ‘wegens weinig tijd’ beelden in plaats van tekst. 

Heeft iemand ooit dit bijschrift gelezen, alvorens in een verkrampte stuip te schieten, een stuiptrekking die een mengeling was van white man’s guilt, moreel autisme en een gebrek aan humor, veel meer dan van empathie? Niet veel luitjes hadden dit gedaan, merkte ik de afgelopen maanden op. Terwijl dit bijschrift essentieel was om het beeld correct te decoderen. De fotomontage kon niet bestaan zonder het bijschrift.

Want de fotomontage was een spotprent die de schijnbare guitigheid van het gesuggereerde racisme van de Russische president hoonde en daarmee het racisme van allerlei andere hot shots wereldwijd. Racisme tiert in dat soort old-boys-kringen nog steeds welig.  De intentie was dus niet om het Amerikaanse presidentiële koppel belachelijk te maken. De internationale context waarbij het glamoureuze koppel overal op handen wordt gedragen en dus zeker door een linksgeoriënteerde Belgische krant had voldoende context moeten bieden om de makers van de cartoon wit te wassen van alle racisme-aantijgingen. Dit was geen racistisch beeld, dit was spotten met archaïsche racisten, het soort dat zich nog steeds bedient van een nagestreefd racistisch narratief. (Afrikanen zijn apen.). Het klinkt als de evidentie zelf terwijl ik dit opschrijf.

En toch kan ik enkel vast stellen dat sommigen de context die bij het beeld hoorde, de satirische pagina, het Poetin-bijschrift, al dan niet moedwillig genegeerd hebben. Het beeld als een objet trouvé voor de kicks van hun verontwaardiging hebben misbruikt. Cherry picking om hun morele superioriteit te laten botvieren.

Decadentie

Laatst moest ik tijdens een teamdag met mijn collega’s nieuwe ideeën voor onze vzw bedenken aan de hand van vrije associaties die we moesten maken bij de verschillende elementen van de tabel van Mendeljev. Geen wonder dat we na een namiddag willekeurige flarden nonsens baarden. Facebook heeft van film, fotografie en literatuur een grote knipselmap gemaakt met slordige legendes en een gebrekkige bronvermelding.

De decontextualisering is niet minder dan een teken van passieve agressiviteit. In de meer dan tweehonderdjarige traditie van humanisme die onze cultuur kenmerkt,  is het geweld.

Maar uit de almaar aanzwellende decontextualisering groeit niet alleen een decadentie die bestaat uit gemakzucht en onzin, de waarheid komt daardoor ook op het kapblok te liggen. Wanneer het over context gaat is er nochtans geen à la carte. De decontextualisering is niet minder dan een teken van passieve agressiviteit. In de meer dan tweehonderdjarige traditie van humanisme die onze cultuur kenmerkt,  is het geweld.

Vooral omdat de decontextualisering te vaak als alibi wordt aangewend om zich in te dekken wanneer men wel degelijk een transgressief narratief heeft gebruikt. Iedereen herinnert zich nog Jan Jambon die tijdens de campagne beweerde dat leefloners hun huis moesten verkopen. Hij schreeuwde nadien misnoegd uit dat zijn uitspraak uit haar context werd gerukt.

Jambon mocht dan ongelijk hebben gehad – men had hem correct geciteerd -, maar hij heeft de actuele zondebok toen duidelijk geïdentificeerd. Een kwaad dat bij een groot deel van de publieke opinie een belletje doet rinkelen. Allang niet meer de joden. Zelfs niet de franskiljons. De decontextualisering is de nieuwste incarnatie van de decadentie.

Auteur: Duchka Walraet

De biografie van deze auteur is niet beschikbaar.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid