Het einde van de mediakritiek

3

Hoe zou het nog zijn met de mediakritiek? U weet wel, die discipline die in de aanloop naar dit decennium af en toe bescheiden schokgolfjes door het medialandschap stuurde. Een opiniestuk van Celia Ledoux en de reactie daarop van DS ombudsman Tom Naegels leren dat het einde nakend is.

(Foto: Purple slog)

(Foto: Purple slog)

Intussen alweer bijna vijf jaar gelden zag Apache.be het levenslicht. Dat gebeurde vanuit een fundamentele onvrede met de manier waarop ‘de media’ werken. Niet voor niets was het eerste artikel dat we publiceerden een interview met de Britse onderzoeksjournalist Nick Davies die in zijn boek ‘Flat earth news’ zijn eigen professie als onderzoeksobject had genomen en tot de ontstellende conclusie was gekomen dat kranten, onder druk van een voortschrijdende commercialisering bol zijn komen te staan van leugens, vervormingen en propaganda.

De argumentatie van Davies was zo overweldigend gedocumenteerd en onderbouwd dat niemand ze kon weerleggen. Hoofdredacteuren, opiniemakers en mediadeskundigen op krantenredacties probeerden dat dan ook niet. Ze zwegen. Hoogstens was er wat kritiek op de zwartgalligheid van zijn boek. Davies zag het namelijk niet meer goed komen.

Vijf jaar geleden schreven we in de intro bij het interview dit:

Davies’ boek is dusdanig onthutsend en inktzwart dat het de kiem van rebellie in zich draagt. ‘Ik probeer de kwaadheid zodanig op te poken dat mensen goesting krijgen om de journalistiek te redden.’

Daarmee vatte Davies de essentie van wat we met Apache.be wilden doen: de journalistiek redden. Dat klinkt geweldig hooggestemd, maar we waren in dat tijdsgewricht niet de enigen. In Frankrijk bijvoorbeeld was Mediapart van start gegaan, net als Rue89. Twee fantastische initiatieven die, elk op hun manier, en met vallen en opstaan, volop bezig zijn journalistiek in Frankrijk te herdefiniëren.

Slechte punten

Wat Apache.be vandaag doet is helaas nog een heel stuk bescheidener, maar we timmeren geduldig verder aan de weg. Ook aan de weg van de mediakritiek. In het begin was onze mediakritiek zeer ad hoc. Als er wat bewoog, schoten we erop. Vaak tot ongenoegen van onze collega’s in de reguliere media. Hoe hoger op de redactionele ladder, hoe meer aanstoot er werd genomen aan onze ‘nestbevuiling’. Niets makkelijker dan kritiek leveren van aan de kantlijn, toch? Zouden we niet beter zelf goede stukken schrijven in plaats van goede en slechte punten uitdelen op een moment dat er “nog nooit beter kranten werden gemaakt als vandaag”, zoals de verdediging vaak klonk.

In het begin was de mediakritiek van Apache.be zeer ad hoc. Als er wat bewoog, schoten we erop. Vaak tot ongenoegen van onze collega’s in de reguliere media

Een jaar lang fileerden we met (*nvdr) quasi dagelijks artikels in kranten en op nieuwssites met als achterliggende vraag: waarom staat dit artikel vandaag in de krant? Waarom is dit nieuws? In wiens belang verschijnt dit stuk? Dat leverde een staalkaart op aan kleine en grote illustraties van Nick Davies stelling. Als De Morgen online een artikel publiceerde met als kop ‘Examenfraude met hersencomputers’, netjes zonder bronvermelding geknipt, geplakt en voor waar verkocht uit de Nederlandse krant ‘Future Daily’, een initiatief van de Nederlandse Metro die op basis van fictieve lezersbijdragen een krant uit de toekomst maakte, dan vielen wij van onze stoel. Zeker wanneer in het artikel ene mevrouw Kwik commentaar leverde namens het Kwak, over hoe studenten met een hersentoestelletje spiekten in hun ‘mentale aantekeningen’.

Waarom?

De jaren daarna gingen we op zoek naar de achterliggende redenen: waarom verschijnt dat soort Kwik-Kwak-stukjes in een kwaliteitskrant, al is het dan op de site? We gingen op zoek naar structurele verklaringen voor zaken die volgens ons de geloofwaardigheid van ‘de media’ fundamenteel op de helling zetten. Daarbij botsten we op zaken die moeilijk anders te omschrijven zijn als structurele uitwassen in ons medialandschap. We schreven over de manier waarop lees- en bereikcijfers opgesmukt of weggemoffeld worden, over de manier waarop via spotgoedkope abonnementen, DVD’s, klapfietsen en tablets een verkoopszeepbel vol lucht geblazen wordt, over de sluipende en minder sluipende synergieën, over het onvermogen van onze krantenuitgevers om de digitale toekomst te omarmen, omdat hun business nu eenmaal is gebaseerd op het drukken van kranten. We schreven over de manier waarop de overheid elke aanzet tot evolutie in de kiem smoort door de papieren krant, alleen nog maar via bpost met jaarlijks 120 miljoen euro te subsidiëren of door een btw-0-tarief toe te laten voor papieren kranten maar wel 21 procent btw te vragen voor digitale producties zoals Apache.be.

Waarom zouden kranten schrijven over de 120 miljoen euro subsidies die ze gewoon krijgen zonder dat iemand er erg in heeft?

Zo kunnen we helaas nog een tijdje verder schrijven en dat zullen we ook blijven doen. In de hoop dat die analyses en de naakte feiten ooit echt gehoord worden en dat we er het noodzakelijke maatschappelijke debat over krijgen. Dat ontbreekt om evidente redenen voor de volle honderd procent in de reguliere media. Nestbevuiling, weet u wel. Je schrijft toch niet over 120 miljoen euro subsidies die je gewoon krijgt zonder dat iemand er erg in heeft? Het is moeilijk om daar geen bewijs in te lezen van het feit dat kranten hun maatschappelijke taak ondergeschikt maken aan commerciële overwegingen, maar goed.

Celia Ledoux

De bedoeling van zo’n debat zou kunnen zijn om te zien hoe het anders en beter kan. Hoe de toekomst van een sector in crisis op de iets langere termijn veilig kan worden gesteld. Hoe subsidies anders en beter zouden kunnen worden ingezet. Maar in die toekomst lijkt de ‘reguliere media’ niet geïnteresseerd. De sector lichtte de optie om de laatste druppels uit een al uitgeknepen citroen te knijpen.

Wellicht is het intussen ook al veel te laat. Als mediakritiek in Vlaanderen al ooit tot het begin van een ernstig debat heeft geleid, dan is het intussen wel helemaal voorbij. In het beste geval kunnen we zeggen dat we nog geen millimeter zijn opgeschoven. Dat leert ook het dispuut dat deze week ontstond, naar aanleiding van de column die auteur en columnist Celia Ledoux op deredactie.be schreef met als titel ‘Uw krant of uw Facebook‘. Daarin bracht ze een aantal intussen klassiek geworden kritieken op ‘de media’ of ‘de krant’ samen. Een beetje gemakzuchtig misschien en af en toe wat kort door de bocht, maar helaas voor ‘de krant’ staat er in haar kritiek ook weinig dat niet waar is. Zeker, ook weinig dat nieuw is, en ze focust ook te zeer op de online kranten, maar die maken ook deel uit van de krant. Ze gebruiken het merk van de krant dus wordt dat merk daarop ook afgerekend.

Haar kritiek leverde Ledoux op haar beurt de kritiek van de ombudsman van De Standaard, Tom Naegels, op. Hij beschuldigt er haar in een reactie op deredactie.be van gratuite clichékritiek te verstuiven. Op Facebook postte de ombudsman van De Standaard vervolgens nogmaals zijn kritiek op Ledoux. Voorafgegaan door het zinnetje: “het belangrijkste wat ik nog leren moet, als ombudsman, is mijn mond houden. Laat mensen kletsen. Het komt altijd slecht over als je reageert.”

Als mediakritiek in Vlaanderen al ooit tot het begin van een ernstig debat heeft geleid, dan is het intussen wel helemaal voorbij.

Als hij dat echt zou menen zou hij zijn reactie natuurlijk niet ook nog eens op Facebook posten. Zoiets komt dicht bij wat in de retorica wordt omschreven als paraleipsis. U weet wel: “ik zou hier nu kunnen vertellen over wat een vreselijke gazet De Standaard geworden is, maar dat zal ik niet doen”.

‘Boiling frog syndrome’

Volgens onze bescheiden mening zou een ombudsman van De Standaard dat ook écht beter niet doen. Bedoeld of niet, het komt over alsof hij de taak overneemt van de hoofdredacteur die zijn krant hoort te verdedigen. Dat is niet echt een taak voor de waakhond van die krant, integendeel. Dagelijks mails krijgen van ontgoochelde lezers die beginnen met ‘vis begin te rotten vanaf de kop’ maakt het misschien allemaal wel begrijpbaar, maar het is het soort kelk die een ombudsman beter aan zich voorbij laat gaan. Bovendien – en dat is  belangrijker –  draagt het er enkel toe bij dat het debat wordt verlegd van de geformuleerde mediakritiek naar het debat over mediakritiek zelf. Er zou teveel van zijn, de kritiek zou te steriel zijn, te weinig onderbouwd, …

Dat is misschien interessant, maar niet het wezenlijke debat. Als Nick Davies intussen meer dan vijf jaar terug één zaak heeft aangetoond dan wel dat er wel degelijk heel terechte, gefundeerde en goed gedocumenteerde mediakritiek te formuleren valt. In Vlaanderen is met zijn bevindingen weinig of niets gedaan. De sector wil, kan of durft niet te kijken naar wat er structureel verkeerd loopt, laat staan naar wat daar de democratische implicaties van zijn.

Het gevolg is dat krantenlezers massaal afhaken of enkel nog met gratis vliegtuigreizen, tablets en klapfietsen gekocht kunnen worden. Een ander gevolg is dat er opiniestukken verschijnen onder de kop ‘Uw krant of uw Facebook’. Of die nu goed geschreven zijn, de juiste argumenten aandragen of niet, ook dat is eigenlijk naast de kwestie. Veel interessanter is de vraag waarom ze verschijnen. Dan kan je, zoals collega’s van Tom Naegels bij De Standaard schande spreken over het feit dat de redactie.be dit soort stukken publiceert, of je kan even vanonder de behaaglijke stolp kruipen en nadenken over het waarom van de titelvraag. Het ‘boiling frog syndrome’ heet  zoiets. Een kikker die je in koud water in een kookpot op een heel zacht vuurtje zet, laat zich rustig dood koken. Zo makkelijk past zo’n beestje zich aan. Gooi je die kikker gewoon in kokend water, dan springt hij er meteen uit.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid