Werk-leven

5

Op een van mijn zwerftochten at ik in Viterbo een ijsje met Peter, een Berliner van een jaar of dertig die net als ik te voet door Europa trok. “Je kan beter een job doen die je niet te graag doet,” was zijn credo. De verklaring was dat het veel moeilijker is om afstand te nemen van een job die je graag doet. Voor je het weet, is je leven niets meer dan de job die je doet en het opgebruiken van het loon dat je ervoor krijgt.

Herman LoosAan de andere kant van het spectrum werd deze week in een opiniestuk gesteld dat een passende job vinden een recht is. Eveneens een aantrekkelijke slagzin. Het stukje is vooral een vingerwijzing naar de VDAB, een dienst met welke ik nooit in contact kwam. Met haar Franse tegenhanger, de pôle emploi, heb ik wel ervaring en het lijkt me dat ze in hetzelfde bedje ziek is. De dienst kan de gemiddelde afgestudeerde humane wetenschapper niet aan een job helpen. Controleren doet ze des te meer.

Mij gaat het er vooral om dat beide visies, de romantische en de idealistische, typische gedachtekronkels zijn van mijn volkje – jongvolwassenen die zijn opgegroeid in de kleinburgerij. Wij aanvaarden niet dat voor vele mensen werk is wat het is: een ruil zonder echte winnaars. Een groot deel van het leven in een min of meer afstompende dagbesteding in ruil voor de consumptievereisten van het gewone leven. Daarom noemt men ons, niet eens onterecht, verwend.

Belofte naar meer

Ik ben nu op een punt in het leven waarin de meeste van mijn vrienden, begin-dertigers, de kaap van de moeilijke jaren gerond hebben. Gezin en carrière lopen stilaan op wieltjes en een zekere materiële welstand is opgebouwd. Het leven van mijn vrienden is omgeven met de geur van de belofte naar meer. Omdat ik jaren geleden een andere weg heb gekozen, liggen de kaarten bij mij anders. Mijn grootste goed is dat ene wat zij (nog) niet kunnen kopen: tijd om alle tijd van de wereld te vermorsen.

Alleen al het feit dat we de mogelijkheid hebben gehad om te kiezen voor het leven dat we nu leven, maakt ons uitverkoren

Alleen al het feit dat we de mogelijkheid hebben gehad om te kiezen voor het leven dat we nu leven, maakt ons uitverkoren. Mijn keuze voor een soort van hippie chique, een leven zonder veel geld maar ook zonder echte tekorten, maakt het misschien duidelijker dan de keuze van mijn vrienden om het leven te leiden dat wij, kinderen uit de betere middenklasse, geacht worden te leiden. Dat een leven zonder honger naar meer consumptie zomaar een keuze kan zijn, ik krijg het op de tussentijdse jobs die ik doe niet uitgelegd. De meeste van mijn collega’s, stamboomlageloners, kunnen zich bij het woord levenskeuze nauwelijks iets voorstellen.

Ik wil het niet afdoen als ivorentorenarij, de schreeuw om het recht op een zinvol economisch bestaan. Zelf ben ik door voldoende existentiële twijfel gekropen om te staan waar ik nu sta. Toch lijkt het me vooral een schreeuw om een illusie in stand te houden, een illusie die gevoed is door het milieu waaruit we nu eenmaal komen en dat we niet willen lossen. Want laten we niet vergeten dat wat ik hier op vrijdag gewoonlijk verdedig niet meer is dan een typisch kleinburgerlijke bevlogenheid: dat we misschien kunnen beginnen met het recht op een leefbare job. Omdat vooral dat recht in het huidige politieke klimaat steeds minder een evidentie is.

Auteur: Herman Loos

Herman Loos is auteur van Menselijke grondstof: over leven op de bodem van de Europese arbeidsmarkt (EPO). Hij is docent filosofie en ethiek aan hogeschool Odisee (Brussel) en docent sociologie aan AP Hogeschool (Antwerpen). Hij schreef columns voor Apache en publiceert ongeregeld opiniestukken en gastbijdragen bij uiteenlopende media.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid