Europa Aperta. Karel De Gucht meets Peter de Caluwe

1

Hoe zou het in deze nieuwe wereld nog zijn met het oude Europa? De eenheidsmunt wankelt, jongeren vallen zonder werk, nationalisten scoren. Is het economische en culturele zelfbeeld van Europa aan herziening toe? Eurocommissaris Karel De Gucht en directeur Peter de Caluwe van De Munt vinden elkaar in een verlicht optimisme. ‘Het enige wat Europa te vrezen heeft, is haar eigen mentale veroudering.’

De ondergang van het Avondland is een idee in opmars. Spraakmakend was bijvoorbeeld het boek De eeuw van Azië, een onafwendbare mondiale machtsverschuiving (2008) van ex-VN-ambassadeur Kishore Mahbubani. Hij observeerde ‘een van de grootste veranderingen in de geschiedenis van de mensheid’, waarbij ‘88% van de wereldbevolking niet langer aanvaarden zal dat het Westen de wereld domineert’. Mahbubani verweet Europa en de VS een misplaatst triomfalisme sinds het einde van de Koude Oorlog en ‘strategische incompetentie’ tegenover de nieuwe mondiale realiteit.

Karel de Gucht in gesprek met Peter De Caluwe

Karel de Gucht in gesprek met Peter De Caluwe (Foto: Recto:Verso)

Ook binnen Europa is euroscepsis de nieuwe sport. Gerespecteerde essayisten als Geert Mak en Hans Magnus Enzensberger voeden het Europese buikgevoel dat de EU weldra uiteenvalt, economisch achteropraakt en ook haar culturele uitstraling dreigt te verliezen. ‘Europa biedt meer en meer de aanblik van een oude, afgeleefde dame’, stellen ook Europarlementariërs Guy Verhofstadt en Daniel Cohn-Bendit in Voor Europa! (2012), hun manifest tegen de macht van de natiestaten binnen de EU-besluitvorming. Ze zien ‘een gemarginaliseerd continent dat zich maar met moeite weet te handhaven in een nieuw tijdperk en een nieuwe wereld’, en vrezen dat binnen vijfentwintig jaar geen enkel Europees land nog apart deel uitmaakt van de G8. ‘De club van rijkste landen zal dan bestaan uit de Verenigde Staten, China, India, Japan, Brazilië, Rusland, Mexico en Indonesië.’

Tegen zoveel doemdenken publiceerde Karel De Gucht in oktober 2012 Vrijheid, liberalisme in tijden van cholera, een even erudiete als bevlogen kijk op de mondiale, de Europese en de Vlaamse ontwikkelingen van de jongste jaren. De Gucht, EU-commissaris van Handel en voormalig minister van Buitenlandse Zaken, erkent dat het overmoedige begin van deze eeuw voorbij is, en dat ‘de Europese Unie niet haar makkelijkste uren beleeft’. Maar hij verzet zich vooral tegen het duistere onbehagen waarin Vlaanderen en Europa nu lijken te baden. Een vernieuwd liberalisme, met meer vrijhandel en minder bang protectionisme, kan de ban breken.

Hoe past cultuur in dat hele plaatje? Hoe cruciaal is ze voor de Europese identiteitsvorming? En in welke mate passen de Europese kunsten zich aan de nieuwe mondiale verhoudingen aan? Geen betere gesprekspartner dan Peter de Caluwe van de Muntschouwburg, dat zijn statige uitstraling verleent aan zowel de Europese hoofdstad als het Europese culturele erfgoed. Sinds 2011 is De Caluwe voorzitter van Opera Europa, een netwerk van 130 operahuizen en festivals. Net als De Gucht ademt hij Europees.

Op de tiende etage van het Berlaymontgebouw, in het kantoor van De Gucht, geeft dat tussen de belezen blauwe politicus en de ambitieuze operadirecteur een dubbelgesprek dat zich vanzelf verheft boven de waan van de dag, en verder kijkt dan de regenachtige skyline van Brussel. Lang duurt het niet voor de historische Verlichting op tafel komt. Maar business first!

In Vrijheid staat te lezen: ‘Met de opkomst van China en Rusland kondigde zich een nieuw tijdperk aan, waarin niet enkel de spelers, maar ook de spelregels wereldwijd anders lijken.’ Is de dominante rol van Europa uitgespeeld?

De Gucht: ‘Ach, “de ondergang van het Avondland” is een erg romantisch idee waar ik geen reden toe zie. Europa heeft nog steeds een groot handelsoverschot, en voor gesofisticeerde producten is dat nog veel groter. We zijn de grootste economie ter wereld, groter dan de VS en ruim drie keer groter dan China. Ook onze levensstandaard en ons maatschappijmodel vind ik superieur. Het Chinese model is een kapitalisme van de leidende klasse, gestoeld op een communistische onderbouw. Er is geen sociale bescherming, geen sociale zekerheid. Hoe zou het komen dat de Chinezen niet méér beginnen te consumeren?

Mensen zeggen ook: “Ja maar, de Chinezen zijn met 1,3 miljard en de Indiërs met 1,2 miljard, terwijl wij in Europa maar met 500 miljoen zijn.” Mijn antwoord is dan altijd: gelukkig! Dat is juist een van onze grote voordelen. De groeicijfers die China moet presteren om vooruitgang te blijven maken, zijn op termijn niet houdbaar. China raakt in een groeikramp. Het gaat nu nog meer investeren in infrastructuur, maar straks bulkt China van fabrieken die produceren voor markten die niet langer te vinden zijn. Ook Rusland heeft een probleem: omdat het gas er bij wijze van spreken overal uit de grond spuit, heeft het geen gediversifieerde economie.’

Waarin vindt u het Europese maatschappijmodel precies superieur?

We blijven een van de richtinggevende culturen ter wereld

De Gucht: ‘We blijven een van de richtinggevende culturen ter wereld. Dat zie je onder meer aan de ambitie van dictaturen om zich te presenteren als democratieën. De democratie is het rolmodel. Waarom? Omdat ook dictators weten dat dit voor de mens het ideaalbeeld is. In Europa is dat democratische model op amper zestig jaar tijd over het hele continent uitgerold. De Pax Europeana is het grootste politieke succes van de naoorlogse wereldgeschiedenis.’

Europa heeft dus niets te vrezen?

De Gucht: ‘Het enige risico dat ik zie, is de veroudering. En dat begrijp ik niet zozeer als een financieel of een puur demografisch, maar als een mentaal risico. Mensen die ouder worden, kweken een aversie van risico’s, worden conservatiever, denken dat de toekomst gevaarlijk is, dat het goede in het verleden ligt. Die mentaliteit is een gevaar waar we ons tegen moeten verzetten. En dat is niet alleen een kwestie van economie. Het is een samenspel van economie en cultuur.’

Eén voorbeeld van die mentale veroudering die in Vrijheid wordt genoemd, is ‘het culturele pessimisme van een deel van de culturele elite’.

De Caluwe: ‘Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Ik zie dat pessimisme niet. Ik erken dat er een veroudering plaatsvindt, maar onze culturele sector wapent zich daar net tegen. We doen er alles voor om mensen een fitness center for the mind aan te bieden. Zeker opera is daar een makkelijk medium voor, omdat het bouwt op zoveel meer vormen van culturele expressie dan taal alleen. Er is ook de onderhuidse ervaring van de muziek. Zo interpelleren we mensen door ze te laten interpreteren. Vooral de oudere generatie stelt dat weleens in vraag: “Waarom moet kunst altijd op de maatschappij betrokken worden? Waarom kan cultuur niet louter ontspannend zijn?”

De gesubsidieerde sector heeft een andere rol te spelen. Wij moeten mensen niet bieden wat ze verwachten, maar steeds weer uitdagen met nieuwe denkbeelden. Onze rol draait om educatie, opvoeden, mensen opnieuw confronteren met hun afkomst.’

Is dat specifiek Europees?

De Caluwe: ‘Nee, maar Europa heeft een gigantisch voordeel. Al zijn we de kleinste regio, we hebben wel de meest diverse mentaliteiten en vormen van cultuur, die toch onlosmakelijk verbonden zijn. Er is één Europese cultuur, die verschillend wordt ingevuld. Terwijl in economie één en dezelfde terminologie is gaan heersen, spreken we in cultuur nog altijd in heel verscheiden talen. In China daarentegen is er door de jaren één cultuur opgelegd, terwijl het er vroeger veel meer waren. In Europa zijn we trouwer gebleven aan onze gedeelde roots. Ook ik ben dus absoluut niet pessimistisch over het culturele niveau van Europa.’

Waarop bouwt die Europese cultuur juist? Wat is de extra kleur die Europa biedt in ‘een wereld waarin nu de grijswaarden overheersen’, om nogmaals uit Vrijheid te citeren?

De Gucht: ‘Ik denk dat het te maken heeft met de verschillen in de ontwikkeling van de overheersende godsdiensten. Het christianisme entte zich in 313 op het Romeinse Rijk en is sindsdien altijd mee blijven evolueren. Met hoogtes en laagtes, met zwaar verval en enorme godsdienstoorlogen. Maar het christianisme kende een maatschappelijke evolutie, kende groei dankzij de rijken in Europa. De islam is veeleer een gefixeerde godsdienst. De leer ervan is nog altijd zoals in 632, toen Mohammed stierf. Zo is de islam gaan verstarren.

Veel van de Europese cultuur is tot dat verschil te herleiden. Ik ben zelf een uitgesproken atheïst, maar ik erken wel dat er altijd een grote wisselwerking is geweest tussen humanisme en christianisme. Denk aan Erasmus: hij was een gelovig man, maar wel een uitgesproken humanist.’

De Caluwe: ‘Humanisme is ook voor mij de onderscheidende culturele kleur van Europa. Plus respect voor het individu, binnen de context van de samenleving. En vooral het grote streven, sinds de Grieken, om de democratie te maken in het theater. In de schouwburg komen mensen niet samen om tegen anderen uitgespeeld te worden, zoals dat in kerken of op voetbalvelden al te vaak het geval is, maar om samen iets te delen. Het is een van de weinige plekken waar nog gezocht wordt naar echte harmonie en gedeelde emoties, naar katharsis als het ware. Is dat humanisme typisch Europees? Het zit misschien wel in de Chinese cultuur, maar niet in hoe die zich vandaag manifesteert. Hetzelfde geldt voor de Russische cultuur. En de Zuid-Amerikaanse cultuur, zoals je die ziet in pakweg Brazilië, is veel meer gericht op economische exploitatie.’

"Culture" (Foto: Newfrontiers/ Maart 2011/ Flickr-CC)

“Culture” (Foto: Newfrontiers/ Maart 2011/ Flickr-CC)

Dat klinkt bijna als Europese zelfgenoegzaamheid. Is er dan niets waarover Europa zich bij zichzelf een paar vragen moet gaan stellen, door de huidige mondiale werkelijkheid?

De Caluwe: ‘Zeker wel. Door de enorme globalisering worden we overspoeld met informatie, terwijl we te weinig tools hebben om die juist te plaatsen en ermee om te gaan. Zo lijken we nu een klik te maken die ons terugwerpt op een negentiende-eeuwse mentaliteit. En dan heb ik het niet enkel over nationalisme. Ook op andere vlakken zijn we een aantal verworvenheden van de Verlichting heel dom aan het verspelen.

Verworven rechten waar hele generaties voor gevochten is – vrijheid, emancipatie, sociale gelijkheid – dreigen nu uitgeleverd te worden aan een angst voor het grotere geheel, aan een hang naar een gereduceerde identiteit. De macht lijkt weer te verschuiven naar een steeds kleiner wordende meerderheid die zichzelf privilegies toekent, en die een typisch negentiende-eeuwse dubbele moraal naar voren schuift: “Wat mag voor de een, mag niet noodzakelijk voor de ander, anders moeten we onze privilegies delen.” De verlichtingsstrijd die Mozart en Marivaux schetsen, dat zijn de emoties van vandaag.’

De Gucht: ‘Die globalisering is onontkoombaar, door de snelheid van communicatie, de dalende prijs van de logistiek, noem maar op. Dat keer je niet om. Globaal genomen staan we daar wel heel goed ons mannetje in, maar de verdeling van de lusten is niet gespreid. Bepaalde groepen profiteren van die globalisering, andere groepen betalen ervoor. Ooit hadden we het dan over de niet-geschoolde arbeider, vervolgens over de geschoolde arbeider, en nu ook al over pas afgestudeerde universitairen. Het openmaken van de textielmarkt, om ook landen als Bangladesh de kans te geven om zich te ontwikkelen, kost veel meer aan een zuiders land zoals Portugal dan aan ons.

De globalisering is dus een verscheurend fenomeen, dat zeer veel onrust opwekt. Aan het maatschappelijke antwoord daarop is er nog werk, zeker voor de jongere generatie. Hoe zorg je ervoor dat die niet betaalt voor zichzelf én voor ons? Daar zijn we nog niet uit. Onze klassieke herverdelingsmechanismen werken niet meer. Maar dat wil niet zeggen dat de globalisering niet ook heel veel goeds heeft gebracht.’

Onze klassieke herverdelingsmechanismen werken niet meer

De Caluwe: ‘Ja, we moeten blijven beseffen dat wij uiteindelijk ook allemaal profiteren van die mondialisering. Waarom is Vlaanderen zo rijk? Net dankzij het feit dat we, ook cultureel, mondiaal spelen. Op het vlak van cultuur hebben we zelfs een enorme reputatie. Het grootste deel van onze rijkdommen halen we niet uit Vlaanderen, maar uit onze deelname als handelsnatie aan een veel grotere context. Ik begrijp dus niet waar men schrik van heeft.’

Een quote: ‘Het succes van Europa heeft veel te danken aan wat de Europeanen aan andere culturen hebben ontleend. Het was Europa dat er de instrumenten van globale vooruitgang van maakte. Dit Europese vernuft, die Europese verbeeldingskracht is vandaag haast uitgedoofd.’ Guy Verhofstadt en Daniel Cohn-Bendit gaan hier wel heel scherp tegen jullie optimisme in, en zij niet alleen. Wat zien dit soort sceptici verkeerd?

De Gucht: ‘Verhofstadt breekt altijd eerst iets volledig af, om dan iets nieuws op te bouwen. Zelf denk ik niet dat je zo vooruitkomt. Wat schiet je ermee op door te zeggen: “We worden overspoeld door nationalisme, Europa is totaal niet democratisch, en als we morgen niet alle schuld Europees maken, gaan we failliet”? Je jaagt de mensen enkel schrik aan. Wat wel klopt, is dat het niet eenvoudig is om het democratisch functioneren van een dergelijk groot geheel als de EU te laten doordringen bij mensen die altijd in eerder beperkte kring hebben gedacht en geleefd. Maar dat Europa niet democratisch functioneert, is onjuist. Ik noem in Vrijheid stemmen als Jürgen Habermas en Geert Mak, die heel Europa neerschrijven in vijf zinnen. Daarmee demonstreren ze vooral dat ze niet weten hoe Europa in elkaar steekt.

Je kan in Europa geen democratisch model uitbouwen zonder de lidstaten als een van zijn twee pijlers, anders zou je volledig van je publiek vervreemden. Je zal altijd twee bronnen van soevereiniteit hebben: enerzijds de burger die rechtstreeks een parlement kiest, als een van de twee kamers van een Europees Congres, en anderzijds een opbouw vanuit democratisch gelegitimeerde nationale regeringen, naar een ministerraad als eerste of tweede kamer. De geschiedenis van de Europese integratie leert dat die twee poten – het supranationale en het intergouvernementele – altijd samen vooruit moeten gaan, anders gebeurt er niets. Met die gedeelde beslissingsmacht tussen het Parlement en de Raad werkt de EU juist veel democratischer dan de meeste lidstaten.’

Het zit het in de culturele wereld met die uitwisseling en ontlening uit andere culturen? In opera lijkt er veeleer sprake van een Europees cultureel protectionisme.

De Caluwe: ‘Sommige mensen denken er misschien anders over, maar opera is dan ook bij uitstek een Europese kunst. Er zijn weinig Amerikaanse opera’s, laat staan opera’s die niet gebaseerd zijn op een Europees thema. Voor een niet-Europeaan is het heel moeilijk om zich over deze kunstvorm uit te spreken.’

De Gucht: ‘Zo is het voor ons ook niet makkelijk om het Japanse kabuki theater of de Chinese opera te begrijpen, omdat het om een totaal andere taal gaat.’

De Caluwe: ‘Ik vind het al heel belangrijk om elkaar binnen Europa beter te leren kennen, vanuit onze verschillende identiteiten. Er zijn meer dan genoeg ingrediënten om constructief aan cultuurkritiek te doen over onze gezamenlijke cultuur, over de verschillen en de gelijkenissen. Zo is een Russische opera of kunstenaar een totaal andere dan een Spaanse, terwijl ze elkaar wel beïnvloeden.’

Gebeurt dat vandaag, die confrontatie met pakweg Rusland?

De Caluwe: ‘Op onze jongste conferentie met Opera Europa, in Moskou, hadden we daar een interessante discussie over. De Russen willen graag door het IJzeren Gordijn, naar het Westen. Maar dan komt samenwerking er gewoon op neer dat wij hun producties inkopen. Eigenlijk zouden wij naar daar moeten gaan, en niet met ons repertoire, maar om dat van hen te gaan ensceneren, door onze ogen. Want wat krijg je nu? De Russen willen Pelléas et Mélisande van Debussy opvoeren, maar in een Franse regie. Zo krijg je in Moskou dezelfde productie als in Parijs.

Het zou veel interessanter om daar een Russische regisseur op los te laten. Of een Franse regisseur te engageren voor Oorlog en vrede van Prokofiev, waarin Napoleon de vijand is. We maken allemaal dezelfde denkfout: we blijven in bepaalde nationale repertoires denken.’

Intussen rijzen in de oliestaten gigantische musea en schouwburgen uit de grond.

De Caluwe: ‘Ja, daar is natuurlijk veel meer geld, maar het gaat ze puur om symbolisch kapitaal. Artistiek moet je van daaruit geen enkele ontwikkeling verwachten. Dan krijg je een telefoontje van een vrouw uit een splinternieuw theater in de Arabische Emiraten: “Brussels is important, we like Brussels, could La Monnaie not come?” Maar wanneer je dan samen het repertoire bekijkt: “Ai, die thematiek, die kan niet bij ons” of “Oei, een vrouw in de hoofdrol, onmogelijk”. Dan interesseert het me al niet meer. Ook in Beijing, tegenover de Verboden Stad, is nu recent een nieuw operagebouw met concertzaal geopend, echt heel indrukwekkend. Highest state of the art! Maar de producties die er worden getoond, lijken op Peking Opera. Niet om aan te zien!

Wat je wel kan doen, zijn uitwisselingen, zoals wij in 2009 hebben gedaan voor Semele, met de KT Wong Foundation van Lady Davies, een heel wealthy lady die de relaties tussen Europa en China wil versterken. Alleen is regisseur Zhang Huanin China erg controversieel, een beetje in de lijn van Ai Wei Wei. En zo kon de geplande tournee naar China niet doorgaan, wegens ontoelaatbaar. In de vergaderingen die we daarover hadden, werd al snel duidelijk dat ze nu in China willen zien wat wij vijftig, zestig jaar geleden presenteerden: museale opera’s, zonder interpretatie, met een lineair verhaaltje. Anders zou hun publiek dat niet snappen, heet het. Maar kijk naar alle grote Chinese kunstenaars van vandaag: die denken juist heel associatief en contemporain. Dus waarom zou een Chinees dat niet begrijpen?’

Cultuur wordt niet meer gezien als een hefboom, terwijl ze voor een gezonde maatschappij essentieel is.

De Gucht: ‘Als we het over cultuur hebben, zal censuur altijd om de hoek komen kijken. Kijk hoe dikwijls kunstwerken worden aangevallen. Dat is van alle tijden. Ook hier in Vlaanderen. Als ik Bart De Wever hoor, dan zegt hij eigenlijk dat je enkel binnen Vlaanderen een ethische gemeenschap kan ontwikkelen. Omdat wij weten dat we tot die gemeenschap behoren, dat we eenzelfde oorsprong hebben – ook al is die historisch geconstrueerd. Zo’n redenering staat haaks op het bevrijdende karakter van cultuur. N-VA ziet cultuur als maatschappijbevestigend, terwijl cultuur in onze benadering dient om de maatschappij te bevragen en in vraag te stellen.’

Is Europa daarvoor al in voldoende mate een cultureel project?

De Caluwe: ‘Nee, absoluut niet. Er is veel te weinig aandacht voor de rol van cultuur. Ze komt altijd op de laatste plek. Cultuur wordt niet meer gezien als een hefboom, terwijl ze voor een gezonde maatschappij even essentieel is als onderwijs en gezondheidszorg. Gezondheidszorg heeft met onze fysieke gezondheid te maken, maar cultuur kan bijdragen aan onze mentale gezondheid. Ik ben er dus van overtuigd dat cultuur voor Europa interessante cement kan zijn, maar het probleem is dat onze sector geen gezamenlijke lobby ontwikkelt, en we voor onze overleving allemaal aan het vissen zijn in dezelfde magere vijver. We zijn te individualistisch, en allesbehalve solidair. Daar moet de kunstensector zich echt eens serieus over bezinnen.’

De Gucht: ‘Ik ben het ermee eens dat Europa nog te weinig een cultureel project is, maar dat is een vraag die je in elke maatschappij moet stellen. Dat een samenleving aanvoelt dat er niet genoeg aandacht is voor cultuur, betekent trouwens meestal dat er in die maatschappij al vrij veel cultuur gesteund wordt.’

RektoVerso

Dit artikel is het gevolg van een samenwerking tussen Apache en Rekto:Verso.

Auteur: Wouter Hillaert

podiumredacteur van rekto:verso.

Auteur: Tom Van Imschoot

De biografie van deze auteur is niet beschikbaar.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid