De muis die een olifant beet: over procedurefouten en rechtspraak

16 januari 2013 Walter De Smedt
apache

De vraag is wat er moet gebeuren wanneer er in het onderzoek fouten of nalatigheden werden begaan. Welke sanctie moet daarop volgen. Is het hele proces dan nietig of is slechts een deel aangetast? En wie beslist daarover? Is de rechter verplicht vrij te spreken of kan hij andere maatregelen nemen? Niet alleen de burger is vragende partij voor meer duidelijkheid. Ook de rechter wil duidelijke regels die hem toelaten een juiste en aanvaardbare beslissing te nemen.

Oud zeer

Op 27 juli 1999 keurde het Comité P een rapport goed over het onderzoek naar de KB lux affaire. Daarin werd gewezen op de onbehoorlijke werkwijze van de speurders. Nadat tweemaal vruchteloos was getracht om de bij de KB lux gestolen bankdocumenten als bewijsmateriaal in de  procedure te brengen, voerden de speurders een ander onderzoek uit waarbij de documenten als bij toeval werden aangetroffen op de overloop van een appartement waar een huiszoeking werd gedaan.

Het comité wees ook op de mogelijke gevolgen van deze handelswijze: de nietigheid van het gehele onderzoek en de daaruit voortvloeiende vrijspraak. Terecht was er heel wat verontwaardiging over deze aangelegenheid. Het kon toch niet dat dergelijke omvangrijke fiscale fraude niet tot een veroordeling zou leiden? Voldoende reden dus én voor de gerechtelijke overheden én voor de wetgever om zich dringend over deze problemen te buigen en er een duidelijke oplossing voor te vinden.

Paniek

Dat het onderzoek in de KB Lux affaire niet behoorlijk was gevoerd en de speurders in de fout waren gegaan was duidelijk. De prioriteit van de gerechtelijke overheden lag evenwel anders. De dag na de overhandiging van het comitérapport werd het door Frank De Moor in het weekblad Knack gebracht. Dat had tot gevolg dat journalist De Moor werd opgepakt en ondervraagd over wie mogelijks het beroepsgeheim van het comité had geschonden.

Een beslissing over wat er met de vastgestelde fouten diende te gebeuren, liet langer op zich wachten. Na meerdere procedureslagen werd op 31 mei 2011, twaalf jaar na het uitbrengen van het comitérapport en het oppakken van de journalist, door het Hof van Cassatie beslist dat het Brusselse hof van beroep op 10 december 2010 terecht had geoordeeld dat de strafvervolging in het KB Lux-dossier onontvankelijk was en dat alle verdachten vrijgesproken moesten worden. De wetgever deed er zelfs nog langer over om zijn werk te doen. Vorige week, dat is dan veertien jaar later, werd een tekst gestemd die het voor de burger én voor de rechter allemaal duidelijker moet maken.

Een beslissing over wat er met de vastgestelde fouten in het KB Lux-onderzoek diende te gebeuren, liet twaalf jaar op zich wachten

Cassatie grijpt in

Dat kleine fouten in de procedure grote gevolgen konden hebben, liet het Hof van Cassatie niet onbewogen. Het Antigoon arrest van 14 oktober 2003 gaf de rechter meer mogelijkheden om de gevolgen van procedurefouten af te wegen aan de gevolgen. Onwettig verkregen bewijsmateriaal kan sindsdien alleen nietig verklaard worden in drie gevallen.

  • Als de wet uitdrukkelijk zegt dat het bewijs nietig is wanneer een bepaalde regel niet is gevolgd
  • Als de procedurefout de betrouwbaarheid van het bewijs aantast
  • Als het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.

Om uit te maken of een proces eerlijk is verlopen moet de rechter het hele proces bekijken en de drie criteria evalueren: werd de fout met opzet begaan, wat is de ernst van het gepleegde misdrijf en welke zijn de gevolgen van de procedurefout voor de schuldvraag.

Door deze evaluatie kan sindsdien vermeden worden dat een dader van een ernstig misdrijf die manifest schuldig is niet meer door een minder belangrijke procedurefout moet vrijgesproken worden.

Eerlijk proces

Door bovenstaande beperkingen op het gebruik van procedurefouten liep het cassatiehof vooruit op latere uitspraken van het Mensenrechtenhof. Het begrip 'eerlijk proces' heeft intussen definitief zijn weg gevonden in de rechterlijke beoordeling. Dat de rechter, naast de beoordeling van schuld en boete, nu ook moet nagaan of het gehele proces eerlijk is verlopen, mag als de voornaamste verworvenheid van ons hedendaags strafrechtsysteem worden aanvaard.

Dat de rechter, naast de beoordeling van schuld en boete, nu ook moet nagaan of het gehele proces eerlijk is verlopen, mag als de voornaamste verworvenheid van ons hedendaags strafrechtsysteem worden aanvaard.

Het maakt dat de burger het gehele gerechtelijk optreden al of niet kan aanvaarden. Niets is voor de geloofwaardigheid van justitie erger dan een 'oneerlijk proces'. Omgekeerd is niets belangrijker om het vertrouwen te winnen dan de integriteit van het gerechtelijk optreden. Integriteit houdt in dat men zegt wat men doet en dat men doet wat men zegt. Een integer gerechtelijk optreden schuwt daarom de openbaarheid niet. De enige echte waarborg voor een eerlijk proces ligt net in de openbare en tegensprekelijke behandeling, zodat iedereen kan zien dat recht is geschied.

Verheimelijking

Het mag dan in tegenspraak lijken met de evolutie naar een eerlijk proces, toch heeft het gerechtelijk optreden in strafzaken in ons land de laatste kwarteeuw een evolutie in de andere richting ondergaan. De verheimelijking is toegenomen. Het vooronderzoek werd opgesplitst in een officieel dossier dat voor alle partijen toegankelijk is en een vertrouwelijk dossier dat enkel bij het parket blijft. De toepassing van bijzondere opsporingstechnieken wordt volkomen afgeschermd zodat de strafrechter daarop geen toezicht meer kan uitoefenen. Dossiers worden meermaals opgesplitst zodat het bis-dossier buiten de openbare behandeling blijft. De behandeling voor de strafrechter wordt steeds meer als een formaliteit beschouwd.

Door de wet op de verruimde minnelijke schikking kan de strafrechter, zelfs wanneer hij reeds is betrokken, op simpele beslissing van het parket worden uitgeschakeld. Gevolg van deze evolutie is dat de strafrechter steeds minder zicht heeft op het gehele vooronderzoek waarvan hij nochtans de behoorlijkheid moet beoordelen. Het is daarom een pertinente vraag of hij daartoe nog wel echt in staat is. Daar ligt dan ook het gevoeligste punt bij de beoordeling van procedurefouten en het evalueren van het daaraan te geven gevolg. Wat moet de strafrechter doen wanneer hij ernstig twijfelt aan de behoorlijkheid van bepaalde onderzoeksdaden en hij niet in staat wordt gesteld daarover volledig kennis te verwerven? Welke sanctie moet hij opleggen wanneer hij twijfels heeft of een proces eerlijk werd gevoerd? Het is toch zijn eminente opdracht om te waken over de bescherming van de grondwettelijke rechten en de gelijkheid van wapens tussen de partijen? Verliest het gehele gerechtelijk optreden niet zijn integriteit en geloofwaardigheid wanneer de strafrechter zijn opdracht niet of onzorgvuldig nakomt? Is het gebrek aan toezicht niet de voedingsbodem van de politiestaat?

Door de wet op de verruimde minnelijke schikking kan de strafrechter op simpele beslissing van het parket worden uitgeschakeld.

De wetgever

De burger zowel als de rechter mochten verwachten dat de wetgever zich grondig zou bezinnen over voorgaande toch wel belangrijke elementen, en er zou voor zorgen dat minstens zou aangegeven worden welke procedurefouten aanleiding zouden moeten geven tot nietigheid en welke aan de beoordeling van de rechter kunnen overgelaten worden.

De tweede commissie Franchimont schreef daaromtrent een omvangrijk voorstel. Ook verschillende individuele parlementaire initiatieven, zoals deze van de senatoren Hugo Van den Berghe en Martine Taelman, en van kamerlid Carina Van Cauter vormden een aanzet tot debat.

Op voorstel van kamerlid Renaat Landuyt werd echter enkel de cassatierechtspraak in een wettelijke tekst overgenomen. Er werd dus geen meerwaarde gegeven aan wat reeds bestond, noch werden de tussen 2003 en nu genomen rechterlijke beslissingen die aanleiding gaven tot publieke verontwaardiging aangewend om er een duidelijkere toepassing voor te zoeken.

Comité J

Dat de wetgever met de stemming van het voorstel Landuyt een muis heeft gebaard is één zaak. Hoe deze wettelijke regeling die alles overlaat aan de beoordeling van de strafrechter in overeenstemming kan gebracht worden met het andere stokpaardje van Renaat Landuyt, de oprichting van een comité J, een andere.

Door dit comité J wil de heer Landuyt immers de rechters laten sanctioneren die procedurefouten begaan die vrijlatingen of vrijspraken tot gevolg hebben. Door de nu gestemde wet maakt hij de oprichting van dergelijk comité J echter definitief onmogelijk. Door de beoordeling van de nietigheden volkomen aan de rechter te geven zijn die rechters door hun niet aanspreekbaarheid voor de inhoud van hun beslissingen volledig immuun, ook ten overstaan van een comité J.

De muis heeft dus de olifant (dood) gebeten en dat is nog niet zo slecht. Want de problematiek van de nietigheden is net als de gehele strafprocedure als een porseleinwinkel: wie daarin ondoordacht te werk gaat richt grote schade aan die nadien slechts moeizaam hersteld raakt. Bewijs daarvan is dat veertien jaar na het KB lux dossier de stukken nog steeds niet gelijmd zijn.

LEES OOK
Walter De Smedt / 23-08-2012

Onrecht in een achterkamertje

De ‘afkoopwet’ die het rijke mensen mogelijk maakt hun straf af te kopen, getuigt volgens Walter De Smedt van een diepe kloof tussen burger en justitie. Het gewezen Comité I en…
Koen Liégeois (Tekening Koen Huybreghts)
Redactie Apache / 07-01-2010

Geen discussie over Belgische uitzonderingsrechtbank

Door een onlangs gestemde wet op bijzondere inlichtingenmethoden rijzen er heel wat vragen over de fundamenten van de rechtsstaat. Die vragen worden echter nauwelijks gesteld…
Walter De Smedt